Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-12-18
ECLI:NL:RBMNE:2025:6804
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,641 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5106
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (de heffingsambtenaar), verweerder.
Inleiding
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting met nummer [nummer] opgelegd. Volgens de heffingsambtenaar heeft eiseres haar auto op 20 april 2022 geparkeerd zonder dat hiervoor parkeerbelasting was voldaan. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
3. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
4. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben aangegeven dat zij het daarmee eens zijn. De rechtbank met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een zitting achterwege blijft en heeft heden met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb het onderzoek gesloten.
Beoordeling
5. De heffingsambtenaar heeft op 25 oktober 2023 aan de rechtbank laten weten dat de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 dient te worden vernietigd, omdat de bezwaarprocedure eerder al in het voordeel van eiseres op 3 augustus 2022 is geëindigd met een uitspraak op bezwaar. Dat betekent dat eiseres eerder al in het gelijk is gesteld en de parkeerbelasting niet hoeft te betalen. Verder heeft de heffingsambtenaar er op gewezen dat een tweede uitspraak op bezwaar gelet op vaste jurisprudentie niet mogelijk is.
6. De rechtbank beoordeelt allereerst of eiseres nog procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
7. Het is niet mogelijk om ter zake van een voor bezwaar vatbaar besluit een tweede uitspraak op bezwaar te doen; indien de heffingsambtenaar alsnog een dergelijke uitspraak heeft gedaan, vormt die uitspraak een niet voor beroep vatbaar besluit. Nu de heffingsambtenaar een tweede uitspraak op bezwaar heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Dit betekent dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel zal geven in deze zaak.
8. De heffingsambtenaar heeft in de brief van 12 oktober 2023 te kennen gegeven dat hij het griffierecht van eiseres zal vergoeden.
Conclusie
9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Voor vergoeding van de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding omdat niet gebleken is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Wel zal de rechtbank bepalen dat de heffingsambtenaar het door eiseres betaalde griffierecht van € 50 aan haar moet vergoeden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
bepaalt dat de heffingsambtenaar het door eiseres betaalde griffierecht van € 50 aan haar moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT1516.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5106
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (de heffingsambtenaar), verweerder.
Inleiding
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting met nummer [nummer] opgelegd. Volgens de heffingsambtenaar heeft eiseres haar auto op 20 april 2022 geparkeerd zonder dat hiervoor parkeerbelasting was voldaan. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
3. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
4. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben aangegeven dat zij het daarmee eens zijn. De rechtbank met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een zitting achterwege blijft en heeft heden met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb het onderzoek gesloten.
Beoordeling
5. De heffingsambtenaar heeft op 25 oktober 2023 aan de rechtbank laten weten dat de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 dient te worden vernietigd, omdat de bezwaarprocedure eerder al in het voordeel van eiseres op 3 augustus 2022 is geëindigd met een uitspraak op bezwaar. Dat betekent dat eiseres eerder al in het gelijk is gesteld en de parkeerbelasting niet hoeft te betalen. Verder heeft de heffingsambtenaar er op gewezen dat een tweede uitspraak op bezwaar gelet op vaste jurisprudentie niet mogelijk is.
6. De rechtbank beoordeelt allereerst of eiseres nog procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
7. Het is niet mogelijk om ter zake van een voor bezwaar vatbaar besluit een tweede uitspraak op bezwaar te doen; indien de heffingsambtenaar alsnog een dergelijke uitspraak heeft gedaan, vormt die uitspraak een niet voor beroep vatbaar besluit. Nu de heffingsambtenaar een tweede uitspraak op bezwaar heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Dit betekent dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel zal geven in deze zaak.
8. De heffingsambtenaar heeft in de brief van 12 oktober 2023 te kennen gegeven dat hij het griffierecht van eiseres zal vergoeden.
Conclusie
9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Voor vergoeding van de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding omdat niet gebleken is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Wel zal de rechtbank bepalen dat de heffingsambtenaar het door eiseres betaalde griffierecht van € 50 aan haar moet vergoeden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
bepaalt dat de heffingsambtenaar het door eiseres betaalde griffierecht van € 50 aan haar moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT1516.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:6804 text/xml public 2026-01-07T08:21:33 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-18 23/5106 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6804 text/html public 2026-01-07T08:20:46 2026-01-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:6804 Rechtbank Midden-Nederland , 18-12-2025 / 23/5106 Niet-ontvankelijk. Rechtbank bepaalt dat de heffingsambtenaar griffierecht moet vergoeden. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/5106 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (de heffingsambtenaar), verweerder. Inleiding De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting met nummer [nummer] opgelegd. Volgens de heffingsambtenaar heeft eiseres haar auto op 20 april 2022 geparkeerd zonder dat hiervoor parkeerbelasting was voldaan. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 3. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. 4. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben aangegeven dat zij het daarmee eens zijn. De rechtbank met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een zitting achterwege blijft en heeft heden met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank 5. De heffingsambtenaar heeft op 25 oktober 2023 aan de rechtbank laten weten dat de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 dient te worden vernietigd, omdat de bezwaarprocedure eerder al in het voordeel van eiseres op 3 augustus 2022 is geëindigd met een uitspraak op bezwaar. Dat betekent dat eiseres eerder al in het gelijk is gesteld en de parkeerbelasting niet hoeft te betalen. Verder heeft de heffingsambtenaar er op gewezen dat een tweede uitspraak op bezwaar gelet op vaste jurisprudentie niet mogelijk is. 6. De rechtbank beoordeelt allereerst of eiseres nog procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. 7. Het is niet mogelijk om ter zake van een voor bezwaar vatbaar besluit een tweede uitspraak op bezwaar te doen; indien de heffingsambtenaar alsnog een dergelijke uitspraak heeft gedaan, vormt die uitspraak een niet voor beroep vatbaar besluit. Nu de heffingsambtenaar een tweede uitspraak op bezwaar heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Dit betekent dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel zal geven in deze zaak. 8. De heffingsambtenaar heeft in de brief van 12 oktober 2023 te kennen gegeven dat hij het griffierecht van eiseres zal vergoeden. Conclusie en gevolgen 9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Voor vergoeding van de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding omdat niet gebleken is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Wel zal de rechtbank bepalen dat de heffingsambtenaar het door eiseres betaalde griffierecht van € 50 aan haar moet vergoeden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; bepaalt dat de heffingsambtenaar het door eiseres betaalde griffierecht van € 50 aan haar moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Deve, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025. De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT1516.