Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-12-18
ECLI:NL:RBMNE:2025:6778
Civiel recht
Kort geding
6,564 tokens
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/602712 / KL ZA 25-293
Vonnis in kort geding van 18 december 2025
in de zaak van
[eisende partij]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. A.F.J. Jacobs,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AITEK HOLDING LIMITED LIABILITY PARTNERSHIP,
te London, Covent Garden (Verenigd Koninkrijk),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Aitek niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 21- de mondelinge behandeling van 4 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.
2De kern van de zaak
2.1.
[eisende partij] en Aitek, die is vertegenwoordigd door [A] en [B] , hebben op 23 mei 2025 een koopovereenkomst gesloten. Daarin is overeengekomen dat Aitek het woonhuis van [eisende partij] koopt. [eisende partij] wil nakoming van deze koopovereenkomst. Ook vordert hij een bedrag van € 8.000.000,- bestaande uit onder andere de contractuele boete uit de koopovereenkomst, de kosten voor de overname van roerende zaken en schade die [eisende partij] als gevolg van het niet nakomen door Aitek heeft geleden.
Aitek is op de mondelinge behandeling niet verschenen. De voorzieningenrechter constateert dat de dagvaarding leidt aan een gebrek dat met nietigheid is bedreigd. [eisende partij] krijgt de gelegenheid om de dagvaarding opnieuw te betekenen aan Aitek.
De Nederlandse rechter is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing
2.2.
Omdat Aitek is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk hebben de vorderingen van [eisende partij] een internationaal karakter. Eerst moet daarom ambtshalve worden beoordeeld of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 6 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van geschillen ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst, indien de verbintenis die aan de eis of het verzoek ten grondslag ligt in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Dat is hier aan de orde, omdat sprake is van een verbintenis uit overeenkomst (het afnemen van de gekochte woning en betaling van de koopsom) die in Nederland (bij de notaris) moet plaatsvinden. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd omdat de woning is gelegen in [woonplaats] . In de koopovereenkomst is bepaald dat Nederlands recht van toepassing is. Het voorgaande betekent dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is.
Aitek is niet correct opgeroepen voor de mondelinge behandeling
2.3.
Op de mondelinge behandeling is Aitek niet verschenen. Er moet daarom worden beoordeeld of tegen haar verstek kan worden verleend. Voorwaarde voor verstekverlening is dat [eisende partij] de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht heeft genomen bij het oproepen van Aitek voor de mondelinge behandeling. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet het geval.
2.4.
De voorzieningenrechter constateert dat in de kort geding dagvaarding is vermeld dat de dagvaarding op 24 november 2025 is betekend aan Aitek “die in deze zaak krachtens art. 12 koopovereenkomst woonplaats gekozen heeft ten kantore van de notaris, [notaris 1] (..)”. De voorzieningenrechter kan die woonplaatskeuze echter niet vaststellen omdat in de koopovereenkomst een ander kantoor is vermeld.
2.5.
Volgens [eisende partij] was het aanvankelijk de bedoeling dat [notaris 2] N.V. (hierna: [notaris 2] ) de passerende notaris was. [notaris 2] bleek echter niet bereid om de zaak op te pakken. Omdat [A] (hierna: [A] ) geen andere notaris in Nederland kende, heeft [eisende partij] het kantoor van notaris [C] van [notaris 1] (hierna: [notaris 1] ) te Amsterdam voorgesteld.
2.6.
Op grond van artikel 1:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een persoon een andere woonplaats dan zijn werkelijke slechts kiezen, wanneer de wet hem daartoe verplicht, of wanneer de keuze bij schriftelijk of langs elektronische weg aangegane overeenkomst voor een of meer bepaalde rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen geschiedt en voor de gekozen woonplaats een redelijk belang aanwezig is. In de koopovereenkomst, die door partijen is ondertekend, staat in artikel 4 dat de akte van levering zal worden gepasseerd ten overstaan van “notaris verbonden aan notariskantoor [notaris 2] N.V. (..) hierna verder te noemen notaris.” Daarna staat in artikel 12: “Deze koopovereenkomst wordt verzonden naar de notaris en partijen kiezen ter zake van deze koopovereenkomst woonplaats ten kantore van de notaris”. Daarmee staat vast dat door Aitek een overeenkomst is aangegaan als bedoeld in artikel 1:15 BW. Aitek heeft woonplaats gekozen ten kantore van een notaris verbonden aan notariskantoor [notaris 2] .
2.7.
De dagvaarding is echter niet betekend aan [notaris 2] , maar aan notaris [notaris 1] . In een e-mail van [eisende partij] aan [notaris 1] van 2 juni 2025 staat “In de overeenkomst wordt nog notaris [notaris 1] genoemd (via de makelaar geïnitieerd), maar deze was uiteindelijk niet beschikbaar (…). De koper zal nog even bevestigen, ook aan de makelaars, artikel 4.1 te willen wijzigen in [notaris 1] (…).”. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat Aitek deze bevestiging heeft gegeven en met die notariswijziging akkoord is. Wel is een e-mail door [eisende partij] overgelegd, waaruit blijkt dat [eisende partij] op 2 juni 2025 een e-mail heeft gestuurd aan [D] , de vriendin van [A] , met de mededeling dat notaris [notaris 1] het dossier voor de levering heeft opgepakt. Niet gebleken is dat dit bericht Aitek of [A] heeft bereikt en evenmin blijkt een instemming van Aitek met de keuze van de notaris.
2.8.
Op de mondelinge behandeling is gesteld door [eisende partij] dat de rol van [notaris 1] als passerende notaris in de zin van artikel 4 van de koopovereenkomst voor [A] , en daarmee voor Aitek duidelijk was. Volgens [eisende partij] is er meerdere keren telefonisch contact geweest tussen deze notaris en [A] . [eisende partij] heeft met de notaris gebeld en die zei dat hij [A] telefonisch had gesproken en dat hij had toegezegd alles te doen. De notaris zou [A] in dat telefoongesprek ook geïnformeerd hebben over de waarborgsom. Op de vaststelling van de voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling dat dit niet uit het dossier blijkt, is door [eisende partij] toegelicht dat dit impliciet blijkt uit de communicatie tussen de notaris en [A] . De voorzieningenrechter constateert dat er in het dossier twee e-mails zitten van de notaris. Dit is een e-mail van 3 juni 2025 waarin notaris [notaris 1] aan [eisende partij] laat weten dat hij aan [A] een offerte heeft gestuurd. Ook is een e-mail overgelegd van 4 juni 2025 waarin [notaris 1] Aitek, kort gezegd, herinnert aan het storten van de waarborgsom op de derdenrekening. Tijdens de mondelinge behandeling is door [eisende partij] toegelicht dat op deze e-mail van 4 juni 2025 geen reactie is ontvangen en dat er nooit op e-mails werd gereageerd door Aitek. Dat voor Aitek de rol van [notaris 1] als passerende notaris duidelijk was, is dus niet voldoende komen vast te staan. De akkoordbevinding van Aitek met die notaris of met een woonplaatskeuze daar, blijkt evenmin.
2.9.
Uit het voorgaande blijkt dat niet kan worden vastgesteld dat de dagvaarding is betekend aan een door Aitek gekozen woonplaats. Evenmin blijkt dat Aitek akkoord is gegaan met een woonplaatskeuze bij notaris [notaris 1] voor geschillen in verband met de roerende zaken die volgens [eisende partij] aan Aitek zijn verkocht.
2.10.
De conclusie is dat de dagvaarding lijdt aan een gebrek dat met nietigheid is bedreigd. Op grond van artikel 121 lid 1 Rv kan daarom tegen Aitek geen verstek worden verleend.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
stelt [eisende partij] in de gelegenheid het gebrek in het exploot van de dagvaarding te herstellen als vermeld onder 2.11,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Staal en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/602712 / KL ZA 25-293
Vonnis in kort geding van 18 december 2025
in de zaak van
[eisende partij]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. A.F.J. Jacobs,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AITEK HOLDING LIMITED LIABILITY PARTNERSHIP,
te London, Covent Garden (Verenigd Koninkrijk),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Aitek niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 21- de mondelinge behandeling van 4 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.
2De kern van de zaak
2.1.
[eisende partij] en Aitek, die is vertegenwoordigd door [A] en [B] , hebben op 23 mei 2025 een koopovereenkomst gesloten. Daarin is overeengekomen dat Aitek het woonhuis van [eisende partij] koopt. [eisende partij] wil nakoming van deze koopovereenkomst. Ook vordert hij een bedrag van € 8.000.000,- bestaande uit onder andere de contractuele boete uit de koopovereenkomst, de kosten voor de overname van roerende zaken en schade die [eisende partij] als gevolg van het niet nakomen door Aitek heeft geleden.
Aitek is op de mondelinge behandeling niet verschenen. De voorzieningenrechter constateert dat de dagvaarding leidt aan een gebrek dat met nietigheid is bedreigd. [eisende partij] krijgt de gelegenheid om de dagvaarding opnieuw te betekenen aan Aitek.
De Nederlandse rechter is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing
2.2.
Omdat Aitek is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk hebben de vorderingen van [eisende partij] een internationaal karakter. Eerst moet daarom ambtshalve worden beoordeeld of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 6 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van geschillen ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst, indien de verbintenis die aan de eis of het verzoek ten grondslag ligt in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Dat is hier aan de orde, omdat sprake is van een verbintenis uit overeenkomst (het afnemen van de gekochte woning en betaling van de koopsom) die in Nederland (bij de notaris) moet plaatsvinden. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd omdat de woning is gelegen in [woonplaats] . In de koopovereenkomst is bepaald dat Nederlands recht van toepassing is. Het voorgaande betekent dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is.
Aitek is niet correct opgeroepen voor de mondelinge behandeling
2.3.
Op de mondelinge behandeling is Aitek niet verschenen. Er moet daarom worden beoordeeld of tegen haar verstek kan worden verleend. Voorwaarde voor verstekverlening is dat [eisende partij] de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht heeft genomen bij het oproepen van Aitek voor de mondelinge behandeling. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet het geval.
2.4.
De voorzieningenrechter constateert dat in de kort geding dagvaarding is vermeld dat de dagvaarding op 24 november 2025 is betekend aan Aitek “die in deze zaak krachtens art. 12 koopovereenkomst woonplaats gekozen heeft ten kantore van de notaris, [notaris 1] (..)”. De voorzieningenrechter kan die woonplaatskeuze echter niet vaststellen omdat in de koopovereenkomst een ander kantoor is vermeld.
2.5.
Volgens [eisende partij] was het aanvankelijk de bedoeling dat [notaris 2] N.V. (hierna: [notaris 2] ) de passerende notaris was. [notaris 2] bleek echter niet bereid om de zaak op te pakken. Omdat [A] (hierna: [A] ) geen andere notaris in Nederland kende, heeft [eisende partij] het kantoor van notaris [C] van [notaris 1] (hierna: [notaris 1] ) te Amsterdam voorgesteld.
2.6.
Op grond van artikel 1:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een persoon een andere woonplaats dan zijn werkelijke slechts kiezen, wanneer de wet hem daartoe verplicht, of wanneer de keuze bij schriftelijk of langs elektronische weg aangegane overeenkomst voor een of meer bepaalde rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen geschiedt en voor de gekozen woonplaats een redelijk belang aanwezig is. In de koopovereenkomst, die door partijen is ondertekend, staat in artikel 4 dat de akte van levering zal worden gepasseerd ten overstaan van “notaris verbonden aan notariskantoor [notaris 2] N.V. (..) hierna verder te noemen notaris.” Daarna staat in artikel 12: “Deze koopovereenkomst wordt verzonden naar de notaris en partijen kiezen ter zake van deze koopovereenkomst woonplaats ten kantore van de notaris”. Daarmee staat vast dat door Aitek een overeenkomst is aangegaan als bedoeld in artikel 1:15 BW. Aitek heeft woonplaats gekozen ten kantore van een notaris verbonden aan notariskantoor [notaris 2] .
2.7.
De dagvaarding is echter niet betekend aan [notaris 2] , maar aan notaris [notaris 1] . In een e-mail van [eisende partij] aan [notaris 1] van 2 juni 2025 staat “In de overeenkomst wordt nog notaris [notaris 1] genoemd (via de makelaar geïnitieerd), maar deze was uiteindelijk niet beschikbaar (…). De koper zal nog even bevestigen, ook aan de makelaars, artikel 4.1 te willen wijzigen in [notaris 1] (…).”. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat Aitek deze bevestiging heeft gegeven en met die notariswijziging akkoord is. Wel is een e-mail door [eisende partij] overgelegd, waaruit blijkt dat [eisende partij] op 2 juni 2025 een e-mail heeft gestuurd aan [D] , de vriendin van [A] , met de mededeling dat notaris [notaris 1] het dossier voor de levering heeft opgepakt. Niet gebleken is dat dit bericht Aitek of [A] heeft bereikt en evenmin blijkt een instemming van Aitek met de keuze van de notaris.
2.8.
Op de mondelinge behandeling is gesteld door [eisende partij] dat de rol van [notaris 1] als passerende notaris in de zin van artikel 4 van de koopovereenkomst voor [A] , en daarmee voor Aitek duidelijk was. Volgens [eisende partij] is er meerdere keren telefonisch contact geweest tussen deze notaris en [A] . [eisende partij] heeft met de notaris gebeld en die zei dat hij [A] telefonisch had gesproken en dat hij had toegezegd alles te doen. De notaris zou [A] in dat telefoongesprek ook geïnformeerd hebben over de waarborgsom. Op de vaststelling van de voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling dat dit niet uit het dossier blijkt, is door [eisende partij] toegelicht dat dit impliciet blijkt uit de communicatie tussen de notaris en [A] . De voorzieningenrechter constateert dat er in het dossier twee e-mails zitten van de notaris. Dit is een e-mail van 3 juni 2025 waarin notaris [notaris 1] aan [eisende partij] laat weten dat hij aan [A] een offerte heeft gestuurd. Ook is een e-mail overgelegd van 4 juni 2025 waarin [notaris 1] Aitek, kort gezegd, herinnert aan het storten van de waarborgsom op de derdenrekening. Tijdens de mondelinge behandeling is door [eisende partij] toegelicht dat op deze e-mail van 4 juni 2025 geen reactie is ontvangen en dat er nooit op e-mails werd gereageerd door Aitek. Dat voor Aitek de rol van [notaris 1] als passerende notaris duidelijk was, is dus niet voldoende komen vast te staan. De akkoordbevinding van Aitek met die notaris of met een woonplaatskeuze daar, blijkt evenmin.
2.9.
Uit het voorgaande blijkt dat niet kan worden vastgesteld dat de dagvaarding is betekend aan een door Aitek gekozen woonplaats. Evenmin blijkt dat Aitek akkoord is gegaan met een woonplaatskeuze bij notaris [notaris 1] voor geschillen in verband met de roerende zaken die volgens [eisende partij] aan Aitek zijn verkocht.
2.10.
De conclusie is dat de dagvaarding lijdt aan een gebrek dat met nietigheid is bedreigd. Op grond van artikel 121 lid 1 Rv kan daarom tegen Aitek geen verstek worden verleend.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
stelt [eisende partij] in de gelegenheid het gebrek in het exploot van de dagvaarding te herstellen als vermeld onder 2.11,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Staal en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:6778 text/xml public 2025-12-18T15:12:00 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-18 C/16/602712 / KL ZA 25-293 Uitspraak Kort geding NL Lelystad Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6778 text/html public 2025-12-18T11:21:42 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:6778 Rechtbank Midden-Nederland , 18-12-2025 / C/16/602712 / KL ZA 25-293 Aitek is op de mondelinge behandeling niet verschenen. Er wordt geen verstek verleend, omdat de dagvaarding leidt aan een gebrek dat met nietigheid is bedreigd. Niet is gebleken dat de dagvaarding is betekend aan een door Aitek gekozen woonplaats. Eisende partij krijgt de gelegenheid om het gebrek in de dagvaarding te herstellen. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: C/16/602712 / KL ZA 25-293 Vonnis in kort geding van 18 december 2025 in de zaak van [eisende partij] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , advocaat: mr. A.F.J. Jacobs, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht AITEK HOLDING LIMITED LIABILITY PARTNERSHIP , te London, Covent Garden (Verenigd Koninkrijk), gedaagde partij, hierna te noemen: Aitek niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 21- de mondelinge behandeling van 4 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Daarna is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1. [eisende partij] en Aitek, die is vertegenwoordigd door [A] en [B] , hebben op 23 mei 2025 een koopovereenkomst gesloten. Daarin is overeengekomen dat Aitek het woonhuis van [eisende partij] koopt. [eisende partij] wil nakoming van deze koopovereenkomst. Ook vordert hij een bedrag van € 8.000.000,- bestaande uit onder andere de contractuele boete uit de koopovereenkomst, de kosten voor de overname van roerende zaken en schade die [eisende partij] als gevolg van het niet nakomen door Aitek heeft geleden. Aitek is op de mondelinge behandeling niet verschenen. De voorzieningenrechter constateert dat de dagvaarding leidt aan een gebrek dat met nietigheid is bedreigd. [eisende partij] krijgt de gelegenheid om de dagvaarding opnieuw te betekenen aan Aitek. De Nederlandse rechter is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing 2.2. Omdat Aitek is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk hebben de vorderingen van [eisende partij] een internationaal karakter. Eerst moet daarom ambtshalve worden beoordeeld of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 6 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van geschillen ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst, indien de verbintenis die aan de eis of het verzoek ten grondslag ligt in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Dat is hier aan de orde, omdat sprake is van een verbintenis uit overeenkomst (het afnemen van de gekochte woning en betaling van de koopsom) die in Nederland (bij de notaris) moet plaatsvinden. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd omdat de woning is gelegen in [woonplaats] . In de koopovereenkomst is bepaald dat Nederlands recht van toepassing is. Het voorgaande betekent dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. Aitek is niet correct opgeroepen voor de mondelinge behandeling 2.3. Op de mondelinge behandeling is Aitek niet verschenen. Er moet daarom worden beoordeeld of tegen haar verstek kan worden verleend. Voorwaarde voor verstekverlening is dat [eisende partij] de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht heeft genomen bij het oproepen van Aitek voor de mondelinge behandeling. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet het geval. 2.4. De voorzieningenrechter constateert dat in de kort geding dagvaarding is vermeld dat de dagvaarding op 24 november 2025 is betekend aan Aitek “ die in deze zaak krachtens art. 12 koopovereenkomst woonplaats gekozen heeft ten kantore van de notaris, [notaris 1] (..) ”. De voorzieningenrechter kan die woonplaatskeuze echter niet vaststellen omdat in de koopovereenkomst een ander kantoor is vermeld. 2.5. Volgens [eisende partij] was het aanvankelijk de bedoeling dat [notaris 2] N.V. (hierna: [notaris 2] ) de passerende notaris was. [notaris 2] bleek echter niet bereid om de zaak op te pakken. Omdat [A] (hierna: [A] ) geen andere notaris in Nederland kende, heeft [eisende partij] het kantoor van notaris [C] van [notaris 1] (hierna: [notaris 1] ) te Amsterdam voorgesteld. 2.6. Op grond van artikel 1:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een persoon een andere woonplaats dan zijn werkelijke slechts kiezen, wanneer de wet hem daartoe verplicht, of wanneer de keuze bij schriftelijk of langs elektronische weg aangegane overeenkomst voor een of meer bepaalde rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen geschiedt en voor de gekozen woonplaats een redelijk belang aanwezig is. In de koopovereenkomst, die door partijen is ondertekend, staat in artikel 4 dat de akte van levering zal worden gepasseerd ten overstaan van “ notaris verbonden aan notariskantoor [notaris 2] N.V. (..) hierna verder te noemen notaris. ” Daarna staat in artikel 12: “ Deze koopovereenkomst wordt verzonden naar de notaris en partijen kiezen ter zake van deze koopovereenkomst woonplaats ten kantore van de notaris ”. Daarmee staat vast dat door Aitek een overeenkomst is aangegaan als bedoeld in artikel 1:15 BW. Aitek heeft woonplaats gekozen ten kantore van een notaris verbonden aan notariskantoor [notaris 2] . 2.7. De dagvaarding is echter niet betekend aan [notaris 2] , maar aan notaris [notaris 1] . In een e-mail van [eisende partij] aan [notaris 1] van 2 juni 2025 staat “ In de overeenkomst wordt nog notaris [notaris 1] genoemd (via de makelaar geïnitieerd), maar deze was uiteindelijk niet beschikbaar (…). De koper zal nog even bevestigen, ook aan de makelaars, artikel 4.1 te willen wijzigen in [notaris 1] (…) .”. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat Aitek deze bevestiging heeft gegeven en met die notariswijziging akkoord is. Wel is een e-mail door [eisende partij] overgelegd, waaruit blijkt dat [eisende partij] op 2 juni 2025 een e-mail heeft gestuurd aan [D] , de vriendin van [A] , met de mededeling dat notaris [notaris 1] het dossier voor de levering heeft opgepakt. Niet gebleken is dat dit bericht Aitek of [A] heeft bereikt en evenmin blijkt een instemming van Aitek met de keuze van de notaris. 2.8. Op de mondelinge behandeling is gesteld door [eisende partij] dat de rol van [notaris 1] als passerende notaris in de zin van artikel 4 van de koopovereenkomst voor [A] , en daarmee voor Aitek duidelijk was. Volgens [eisende partij] is er meerdere keren telefonisch contact geweest tussen deze notaris en [A] . [eisende partij] heeft met de notaris gebeld en die zei dat hij [A] telefonisch had gesproken en dat hij had toegezegd alles te doen. De notaris zou [A] in dat telefoongesprek ook geïnformeerd hebben over de waarborgsom. Op de vaststelling van de voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling dat dit niet uit het dossier blijkt, is door [eisende partij] toegelicht dat dit impliciet blijkt uit de communicatie tussen de notaris en [A] . De voorzieningenrechter constateert dat er in het dossier twee e-mails zitten van de notaris. Dit is een e-mail van 3 juni 2025 waarin notaris [notaris 1] aan [eisende partij] laat weten dat hij aan [A] een offerte heeft gestuurd. Ook is een e-mail overgelegd van 4 juni 2025 waarin [notaris 1] Aitek, kort gezegd, herinnert aan het storten van de waarborgsom op de derdenrekening. Tijdens de mondelinge behandeling is door [eisende partij] toegelicht dat op deze e-mail van 4 juni 2025 geen reactie is ontvangen en dat er nooit op e-mails werd gereageerd door Aitek. Dat voor Aitek de rol van [notaris 1] als passerende notaris duidelijk was, is dus niet voldoende komen vast te staan. De akkoordbevinding van Aitek met die notaris of met een woonplaatskeuze daar, blijkt evenmin. 2.9.