Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-11-10
ECLI:NL:RBMNE:2025:6601
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
944 tokens
Dictum
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.M.N. Metry),
en
Vereniging samenwerkingsverband De Eem, het samenwerkingsverband,
(gemachtigde: mr. C.F.J. Haket -Adriaansen).
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 4 juli 2025, waarin het samenwerkingsverband de afgifte van een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs voor haar zoon, in stand heeft gelaten.
Overweging
Artikel 46b van de Wet RO bepaalt dat de rechtbank een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een andere rechtbank, als naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
De rechtbank overweegt dat één van haar gerechtsjuristen, werkzaam binnen de afdeling bestuursrecht waar deze zaak aanhangig is, familie is van de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband. Daarom is de rechtbank van oordeel dat behandeling van de zaak door een andere rechtbank gewenst is.
Er is daarom aanleiding als volgt te beslissen.
Dictum
De rechtbank verwijst de zaak ter verdere behandeling naar de rechtbank Gelderland.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Vollebregt-Kuipers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld, dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Afschrift verzonden op:
Dictum
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.M.N. Metry),
en
Vereniging samenwerkingsverband De Eem, het samenwerkingsverband,
(gemachtigde: mr. C.F.J. Haket -Adriaansen).
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 4 juli 2025, waarin het samenwerkingsverband de afgifte van een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs voor haar zoon, in stand heeft gelaten.
Overweging
Artikel 46b van de Wet RO bepaalt dat de rechtbank een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een andere rechtbank, als naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
De rechtbank overweegt dat één van haar gerechtsjuristen, werkzaam binnen de afdeling bestuursrecht waar deze zaak aanhangig is, familie is van de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband. Daarom is de rechtbank van oordeel dat behandeling van de zaak door een andere rechtbank gewenst is.
Er is daarom aanleiding als volgt te beslissen.
Dictum
De rechtbank verwijst de zaak ter verdere behandeling naar de rechtbank Gelderland.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Vollebregt-Kuipers, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld, dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Afschrift verzonden op: