Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-04
ECLI:NL:RBMNE:2025:652
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,943 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/7527 en UTR 24/8326
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2025 in de zaak tussen
[verzoeksters] , uit [plaats] (België), verzoekster,
(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,
(gemachtigden: [gemachtigden] ).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over de beroepen die verzoekster heeft ingediend omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag.
Zaaknummer UTR 24/7527
Bij beroepschrift van 26 juli 2024 heeft eiseres beroep ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft dit beroepschrift op 25 november 2024 ontvangen en geregistreerd onder zaaknummer UTR 24/7527.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift van 2 december 2024.
Zaaknummer UTR 24/8326
Bij beroepschrift van 19 december 2024 heeft eiseres nogmaals beroep ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft dit beroepschrift op 24 december 2024 ontvangen en geregistreerd onder zaaknummer UTR 24/8326.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift van 10 januari 2024.
Voegen
De rechtbank ziet aanleiding de zaken te voegen, omdat zij gaan over hetzelfde onderwerp.
Overwegingen
1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
2. Eiseres heeft twee keer beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Zoals verweerder in zijn verweerschriften terecht opmerkt, heeft eiseres daarmee twee keer precies hetzelfde beroep ingesteld. De rechtbank gaat ervan uit dat de gemachtigde van eiseres per ongeluk een tweede keer beroep niet tijdig beslissen heeft ingesteld.
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan.
4. De rechtbank heeft op 25 november 2024 en op 24 december 2024 beroepschriften ontvangen van eiseres wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Verweerder had echter op 9 oktober 2024 al beslist op die aanvraag. Eiseres heeft daarom geen belang bij haar beroepen niet tijdig beslissen. De rechtbank zal die beroepen daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2025.
de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 8:54 van de Awb
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/7527 en UTR 24/8326
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2025 in de zaak tussen
[verzoeksters] , uit [plaats] (België), verzoekster,
(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,
(gemachtigden: [gemachtigden] ).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over de beroepen die verzoekster heeft ingediend omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag.
Zaaknummer UTR 24/7527
Bij beroepschrift van 26 juli 2024 heeft eiseres beroep ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft dit beroepschrift op 25 november 2024 ontvangen en geregistreerd onder zaaknummer UTR 24/7527.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift van 2 december 2024.
Zaaknummer UTR 24/8326
Bij beroepschrift van 19 december 2024 heeft eiseres nogmaals beroep ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft dit beroepschrift op 24 december 2024 ontvangen en geregistreerd onder zaaknummer UTR 24/8326.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift van 10 januari 2024.
Voegen
De rechtbank ziet aanleiding de zaken te voegen, omdat zij gaan over hetzelfde onderwerp.
Overwegingen
1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
2. Eiseres heeft twee keer beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Zoals verweerder in zijn verweerschriften terecht opmerkt, heeft eiseres daarmee twee keer precies hetzelfde beroep ingesteld. De rechtbank gaat ervan uit dat de gemachtigde van eiseres per ongeluk een tweede keer beroep niet tijdig beslissen heeft ingesteld.
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan.
4. De rechtbank heeft op 25 november 2024 en op 24 december 2024 beroepschriften ontvangen van eiseres wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Verweerder had echter op 9 oktober 2024 al beslist op die aanvraag. Eiseres heeft daarom geen belang bij haar beroepen niet tijdig beslissen. De rechtbank zal die beroepen daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2025.
de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 8:54 van de Awb
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/7527 en UTR 24/8326
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2025 in de zaak tussen
[verzoeksters] , uit [plaats] (België), verzoekster,
(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,
(gemachtigden: [gemachtigden] ).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over de beroepen die verzoekster heeft ingediend omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag.
Zaaknummer UTR 24/7527
Bij beroepschrift van 26 juli 2024 heeft eiseres beroep ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft dit beroepschrift op 25 november 2024 ontvangen en geregistreerd onder zaaknummer UTR 24/7527.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift van 2 december 2024.
Zaaknummer UTR 24/8326
Bij beroepschrift van 19 december 2024 heeft eiseres nogmaals beroep ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft dit beroepschrift op 24 december 2024 ontvangen en geregistreerd onder zaaknummer UTR 24/8326.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift van 10 januari 2024.
Voegen
De rechtbank ziet aanleiding de zaken te voegen, omdat zij gaan over hetzelfde onderwerp.
Overwegingen
1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
2. Eiseres heeft twee keer beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Zoals verweerder in zijn verweerschriften terecht opmerkt, heeft eiseres daarmee twee keer precies hetzelfde beroep ingesteld. De rechtbank gaat ervan uit dat de gemachtigde van eiseres per ongeluk een tweede keer beroep niet tijdig beslissen heeft ingesteld.
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan.
4. De rechtbank heeft op 25 november 2024 en op 24 december 2024 beroepschriften ontvangen van eiseres wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Verweerder had echter op 9 oktober 2024 al beslist op die aanvraag. Eiseres heeft daarom geen belang bij haar beroepen niet tijdig beslissen. De rechtbank zal die beroepen daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2025.
de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 8:54 van de Awb