Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-11-10
ECLI:NL:RBMNE:2025:6201
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Proces-verbaal
6,288 tokens
Dictum
inzake
[betrokkene] uit [plaats] , hierna te noemen: de betrokkene,
gemachtigde: N.G.A Voorbach.
Inleiding
Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 370,00. De boete is opgelegd kort gezegd voor het niet verzekerd zijn van een bromfiets, naar aanleiding van een registercontrole door de RDW op 29 december 2022.
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 27 oktober 2025. Namens de betrokkene was de vervanger van de gemachtigde aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.
De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.
Beoordeling
1. De gemachtigde van de betrokkene heeft op 14 augustus 2023 pro-forma beroep ingesteld, zonder inhoudelijke gronden. In de aanloop naar de zitting, op 10 oktober 2025, heeft hij een brief gestuurd met als beroepsgrond dat er aanleiding is om de boete te matigen vanwege bijzondere omstandigheden. Op de zitting heeft de vervanger van de gemachtigde er nogmaals op gewezen dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn voor berechting. Daarnaar gevraagd, heeft zij geen verdere onderbouwing gegeven voor de bijzondere omstandigheden van de zijde van de betrokkene.
2. De kantonrechter ziet aanleiding om te beoordelen of sprake is van misbruik van recht namens de betrokkene.
3. Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (het BW) kan degene aan wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op grond van het tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 van het BW vindt artikel 3:13 toepassing buiten het vermogensrecht voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daar niet tegen verzet.
4. Deze bepalingen brengen met zich dat de bevoegdheid om een bestuursrechtelijk rechtsmiddel in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze bepalingen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een bestuursrechtelijk rechtsmiddel dat misbruik van recht omvat en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig rechtsmiddel. Daarvoor zijn zwaarwichtige gronden vereist. Van misbruik van recht is sprake als een belanghebbende rechtsmiddelen heeft ingesteld waarvan hij geacht moet worden te weten dat die evident geen kans van slagen hebben. Van misbruik van recht is ook sprake als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. De kantonrechter verwijst naar de vaste rechtspraak hierover, bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447.
5. De kantonrechter overweegt dat uit het zaaksoverzicht volgt dat de betrokkene kentekenhouder was van een bromfiets en dat deze op 29 december 2022 niet verzekerd was. In de fase van administratief beroep heeft de gemachtigde de volgende schriftelijke verklaring van de betrokkene naar voren gebracht:
“Ik heb een verzekering aangevraagd en deze al betaald. Mijn verzekeraar is Alpina.”
De gemachtigde heeft er hierbij op gewezen dat registercontroles onrechtvaardig kunnen uitpakken, omdat er geen menselijke afweging kan worden gemaakt en niet goed kan worden beoordeeld of sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarbij is verwezen naar Kamervragen die hierover in 2017 zijn gesteld.
6. De officier van justitie heeft hierin geen aanleiding gezien om de boete te matigen. De gemachtigde van de betrokkene heeft meer dan twee jaar na het instellen van het beroep als enige beroepsgrond vervolgens vrijwel letterlijk herhaald wat in administratief beroep is aangevoerd, inclusief de hiervoor genoemde verklaring van de betrokkene en de verwijzing naar de Kamervragen. De kantonrechter oordeelt dat een verzoek om matiging van de boete zonder enige toelichting op de reden van het niet verzekerd zijn van de bromfiets evident kansloos is. Dat de bromfiets op enig moment later alsnog verzekerd is, voor zover dat al klopt, is te onbepaald om bijzondere omstandigheden aan te nemen. En wat in de Kamervragen wordt beschreven, is te algemeen als niet wordt toegelicht hoe dit zich verhoudt tot de situatie van de betrokkene. De kantonrechter betrekt hierbij dat de beroepsgrond is aangevoerd door een professionele rechtsbijstandverlener die veel ervaring heeft met dit soort zaken.
7. De gemachtigde van de betrokkene wilde op de zitting eerst en vooral de overschrijding van de redelijke termijn van berechting aankaarten. In het licht van het kansloze beroep leidt dit tot het oordeel dat het voor de gemachtigde niet (meer) ging om de opgelegde boete, maar alleen (nog) over het verkrijgen van compensatie voor deze overschrijding en over de daaraan gekoppelde proceskostenveroordeling. De forfaitair te vergoeden proceskosten zouden in deze zaak € 907,- bedragen en dat bedrag zou de betrokkene aan de gemachtigde moeten betalen, gelet op de afspraken die zij hebben gemaakt in het kader van no cure, no pay. Onder deze omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat niet alleen sprake is van een evident kansloze zaak, maar ook van het te kwader trouw gebruiken van de bevoegdheid om beroep in te stellen en dat beroep te handhaven.
8. De kantonrechter komt tot de conclusie dat sprake is van misbruik van recht, waarbij het handelen van de gemachtigde is toe te rekenen aan de betrokkene. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
9. De kantonrechter stelt met de gemachtigde vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. Omdat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling van de sanctie, volstaat hij met deze vaststelling. De kantonrechter merkt hierbij op dat er bij deze rechtbank duizenden zaken over verkeersboetes wachten op behandeling. Het is zeer ongewenst dat mensen zo lang moeten wachten op een uitkomst in hun zaak. Mensen die misbruik maken van het recht om naar de kantonrechter te stappen, zorgen ervoor dat andere mensen nog langer moeten wachten.
10. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Misbruik van recht is een reden om de betrokkene te veroordelen in de kosten van de officier van justitie, maar het is niet gebleken dat de officier van justitie proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
V.O. de Wilde mr. K. de Meulder
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Lelystad, o.v.v. Mulderzaken, postbus 2035, 8203 AA Lelystad.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
Dictum
inzake
[betrokkene] uit [plaats] , hierna te noemen: de betrokkene,
gemachtigde: N.G.A Voorbach.
Inleiding
Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 370,00. De boete is opgelegd kort gezegd voor het niet verzekerd zijn van een bromfiets, naar aanleiding van een registercontrole door de RDW op 29 december 2022.
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 27 oktober 2025. Namens de betrokkene was de vervanger van de gemachtigde aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.
De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.
Beoordeling
1. De gemachtigde van de betrokkene heeft op 14 augustus 2023 pro-forma beroep ingesteld, zonder inhoudelijke gronden. In de aanloop naar de zitting, op 10 oktober 2025, heeft hij een brief gestuurd met als beroepsgrond dat er aanleiding is om de boete te matigen vanwege bijzondere omstandigheden. Op de zitting heeft de vervanger van de gemachtigde er nogmaals op gewezen dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn voor berechting. Daarnaar gevraagd, heeft zij geen verdere onderbouwing gegeven voor de bijzondere omstandigheden van de zijde van de betrokkene.
2. De kantonrechter ziet aanleiding om te beoordelen of sprake is van misbruik van recht namens de betrokkene.
3. Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (het BW) kan degene aan wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op grond van het tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 van het BW vindt artikel 3:13 toepassing buiten het vermogensrecht voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daar niet tegen verzet.
4. Deze bepalingen brengen met zich dat de bevoegdheid om een bestuursrechtelijk rechtsmiddel in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze bepalingen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een bestuursrechtelijk rechtsmiddel dat misbruik van recht omvat en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig rechtsmiddel. Daarvoor zijn zwaarwichtige gronden vereist. Van misbruik van recht is sprake als een belanghebbende rechtsmiddelen heeft ingesteld waarvan hij geacht moet worden te weten dat die evident geen kans van slagen hebben. Van misbruik van recht is ook sprake als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. De kantonrechter verwijst naar de vaste rechtspraak hierover, bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447.
5. De kantonrechter overweegt dat uit het zaaksoverzicht volgt dat de betrokkene kentekenhouder was van een bromfiets en dat deze op 29 december 2022 niet verzekerd was. In de fase van administratief beroep heeft de gemachtigde de volgende schriftelijke verklaring van de betrokkene naar voren gebracht:
“Ik heb een verzekering aangevraagd en deze al betaald. Mijn verzekeraar is Alpina.”
De gemachtigde heeft er hierbij op gewezen dat registercontroles onrechtvaardig kunnen uitpakken, omdat er geen menselijke afweging kan worden gemaakt en niet goed kan worden beoordeeld of sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarbij is verwezen naar Kamervragen die hierover in 2017 zijn gesteld.
6. De officier van justitie heeft hierin geen aanleiding gezien om de boete te matigen. De gemachtigde van de betrokkene heeft meer dan twee jaar na het instellen van het beroep als enige beroepsgrond vervolgens vrijwel letterlijk herhaald wat in administratief beroep is aangevoerd, inclusief de hiervoor genoemde verklaring van de betrokkene en de verwijzing naar de Kamervragen. De kantonrechter oordeelt dat een verzoek om matiging van de boete zonder enige toelichting op de reden van het niet verzekerd zijn van de bromfiets evident kansloos is. Dat de bromfiets op enig moment later alsnog verzekerd is, voor zover dat al klopt, is te onbepaald om bijzondere omstandigheden aan te nemen. En wat in de Kamervragen wordt beschreven, is te algemeen als niet wordt toegelicht hoe dit zich verhoudt tot de situatie van de betrokkene. De kantonrechter betrekt hierbij dat de beroepsgrond is aangevoerd door een professionele rechtsbijstandverlener die veel ervaring heeft met dit soort zaken.
7. De gemachtigde van de betrokkene wilde op de zitting eerst en vooral de overschrijding van de redelijke termijn van berechting aankaarten. In het licht van het kansloze beroep leidt dit tot het oordeel dat het voor de gemachtigde niet (meer) ging om de opgelegde boete, maar alleen (nog) over het verkrijgen van compensatie voor deze overschrijding en over de daaraan gekoppelde proceskostenveroordeling. De forfaitair te vergoeden proceskosten zouden in deze zaak € 907,- bedragen en dat bedrag zou de betrokkene aan de gemachtigde moeten betalen, gelet op de afspraken die zij hebben gemaakt in het kader van no cure, no pay. Onder deze omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat niet alleen sprake is van een evident kansloze zaak, maar ook van het te kwader trouw gebruiken van de bevoegdheid om beroep in te stellen en dat beroep te handhaven.
8. De kantonrechter komt tot de conclusie dat sprake is van misbruik van recht, waarbij het handelen van de gemachtigde is toe te rekenen aan de betrokkene. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
9. De kantonrechter stelt met de gemachtigde vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. Omdat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling van de sanctie, volstaat hij met deze vaststelling. De kantonrechter merkt hierbij op dat er bij deze rechtbank duizenden zaken over verkeersboetes wachten op behandeling. Het is zeer ongewenst dat mensen zo lang moeten wachten op een uitkomst in hun zaak. Mensen die misbruik maken van het recht om naar de kantonrechter te stappen, zorgen ervoor dat andere mensen nog langer moeten wachten.
10. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Misbruik van recht is een reden om de betrokkene te veroordelen in de kosten van de officier van justitie, maar het is niet gebleken dat de officier van justitie proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
V.O. de Wilde mr. K. de Meulder
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Lelystad, o.v.v. Mulderzaken, postbus 2035, 8203 AA Lelystad.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
Dictum
inzake
[betrokkene] uit [plaats] , hierna te noemen: de betrokkene,
gemachtigde: N.G.A Voorbach.
Inleiding
Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 370,00. De boete is opgelegd kort gezegd voor het niet verzekerd zijn van een bromfiets, naar aanleiding van een registercontrole door de RDW op 29 december 2022.
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 27 oktober 2025. Namens de betrokkene was de vervanger van de gemachtigde aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.
De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.
Beoordeling
1. De gemachtigde van de betrokkene heeft op 14 augustus 2023 pro-forma beroep ingesteld, zonder inhoudelijke gronden. In de aanloop naar de zitting, op 10 oktober 2025, heeft hij een brief gestuurd met als beroepsgrond dat er aanleiding is om de boete te matigen vanwege bijzondere omstandigheden. Op de zitting heeft de vervanger van de gemachtigde er nogmaals op gewezen dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn voor berechting. Daarnaar gevraagd, heeft zij geen verdere onderbouwing gegeven voor de bijzondere omstandigheden van de zijde van de betrokkene.
2. De kantonrechter ziet aanleiding om te beoordelen of sprake is van misbruik van recht namens de betrokkene.
3. Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (het BW) kan degene aan wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op grond van het tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 van het BW vindt artikel 3:13 toepassing buiten het vermogensrecht voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daar niet tegen verzet.
4. Deze bepalingen brengen met zich dat de bevoegdheid om een bestuursrechtelijk rechtsmiddel in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze bepalingen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een bestuursrechtelijk rechtsmiddel dat misbruik van recht omvat en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig rechtsmiddel. Daarvoor zijn zwaarwichtige gronden vereist. Van misbruik van recht is sprake als een belanghebbende rechtsmiddelen heeft ingesteld waarvan hij geacht moet worden te weten dat die evident geen kans van slagen hebben. Van misbruik van recht is ook sprake als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. De kantonrechter verwijst naar de vaste rechtspraak hierover, bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447.
5. De kantonrechter overweegt dat uit het zaaksoverzicht volgt dat de betrokkene kentekenhouder was van een bromfiets en dat deze op 29 december 2022 niet verzekerd was. In de fase van administratief beroep heeft de gemachtigde de volgende schriftelijke verklaring van de betrokkene naar voren gebracht:
“Ik heb een verzekering aangevraagd en deze al betaald. Mijn verzekeraar is Alpina.”
De gemachtigde heeft er hierbij op gewezen dat registercontroles onrechtvaardig kunnen uitpakken, omdat er geen menselijke afweging kan worden gemaakt en niet goed kan worden beoordeeld of sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarbij is verwezen naar Kamervragen die hierover in 2017 zijn gesteld.
6. De officier van justitie heeft hierin geen aanleiding gezien om de boete te matigen. De gemachtigde van de betrokkene heeft meer dan twee jaar na het instellen van het beroep als enige beroepsgrond vervolgens vrijwel letterlijk herhaald wat in administratief beroep is aangevoerd, inclusief de hiervoor genoemde verklaring van de betrokkene en de verwijzing naar de Kamervragen. De kantonrechter oordeelt dat een verzoek om matiging van de boete zonder enige toelichting op de reden van het niet verzekerd zijn van de bromfiets evident kansloos is. Dat de bromfiets op enig moment later alsnog verzekerd is, voor zover dat al klopt, is te onbepaald om bijzondere omstandigheden aan te nemen. En wat in de Kamervragen wordt beschreven, is te algemeen als niet wordt toegelicht hoe dit zich verhoudt tot de situatie van de betrokkene. De kantonrechter betrekt hierbij dat de beroepsgrond is aangevoerd door een professionele rechtsbijstandverlener die veel ervaring heeft met dit soort zaken.
7. De gemachtigde van de betrokkene wilde op de zitting eerst en vooral de overschrijding van de redelijke termijn van berechting aankaarten. In het licht van het kansloze beroep leidt dit tot het oordeel dat het voor de gemachtigde niet (meer) ging om de opgelegde boete, maar alleen (nog) over het verkrijgen van compensatie voor deze overschrijding en over de daaraan gekoppelde proceskostenveroordeling. De forfaitair te vergoeden proceskosten zouden in deze zaak € 907,- bedragen en dat bedrag zou de betrokkene aan de gemachtigde moeten betalen, gelet op de afspraken die zij hebben gemaakt in het kader van no cure, no pay. Onder deze omstandigheden oordeelt de kantonrechter dat niet alleen sprake is van een evident kansloze zaak, maar ook van het te kwader trouw gebruiken van de bevoegdheid om beroep in te stellen en dat beroep te handhaven.
8. De kantonrechter komt tot de conclusie dat sprake is van misbruik van recht, waarbij het handelen van de gemachtigde is toe te rekenen aan de betrokkene. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
9. De kantonrechter stelt met de gemachtigde vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. Omdat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling van de sanctie, volstaat hij met deze vaststelling. De kantonrechter merkt hierbij op dat er bij deze rechtbank duizenden zaken over verkeersboetes wachten op behandeling. Het is zeer ongewenst dat mensen zo lang moeten wachten op een uitkomst in hun zaak. Mensen die misbruik maken van het recht om naar de kantonrechter te stappen, zorgen ervoor dat andere mensen nog langer moeten wachten.
10. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Misbruik van recht is een reden om de betrokkene te veroordelen in de kosten van de officier van justitie, maar het is niet gebleken dat de officier van justitie proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
V.O. de Wilde mr. K. de Meulder
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Lelystad, o.v.v. Mulderzaken, postbus 2035, 8203 AA Lelystad.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.