Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-10-15
ECLI:NL:RBMNE:2025:5778
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,959 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11693569 \ AC EXPL 25-1194
Vonnis van 15 oktober 2025
in de zaak van
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stedin Netbeheer B.V.,
gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 april 2025,- het proces-verbaal van de rolzitting van 21 mei 2025, tevens aan te merken als conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek van 11 juni 2025,
- de akte vermindering van eis van 23 juni 2025,- de conclusie van dupliek van 25 augustus 2025.
1.2.
Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.
2De kern van de zaak
2.1.
[gedaagde] woont in een woning aan de [adres] te [plaats] . De woning heeft een elektriciteits- en gasaansluiting van Stedin. Voor het adres van de woning was sinds 7 december 2024 geen contract met een energieleverancier afgesloten. Stedin heeft vervolgens [gedaagde] gedagvaard en gevorderd dat zij een energiecontract afsluit. [gedaagde] heeft dit twee dagen vóór de eerste roldatum gedaan. Ook heeft [gedaagde] een deel van de proceskosten en de incassokosten betaald. Stedin wil dat [gedaagde] haar ook het laatste deel van de proceskosten betaalt. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] die kosten moet betalen, omdat [gedaagde] pas na het sturen van de dagvaarding het energiecontract heeft afgesloten.
Beoordeling
3.1.
Na haar vermindering van eis vordert Stedin alleen nog betaling van het restant van de gevorderde kosten. [gedaagde] heeft al een deel van de kosten betaald..
[gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen
3.2.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de door Stedin gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet hoeft te betalen. Stedin vordert buitengerechtelijke incassokosten zoals bedoeld in het BIK besluit, omdat zij zegt dat ze [gedaagde] heeft moeten aanmanen en dat zij daardoor kosten heeft gemaakt. Maar, buitengerechtelijke incassokosten zouden alleen toegewezen kunnen worden, wanneer Stedin een vordering op [gedaagde] heeft tot het betalen van een geldsom. Dat is hier niet het geval. Stedin vroeg in de aanmaningen van [gedaagde] dat zij een energiecontract zou afsluiten. Voor het geval dat [gedaagde] dit niet zou doen, vorderde ze afsluitingskosten. Maar, [gedaagde] heeft een energiecontract afgesloten, dus van afsluitingskosten is geen sprake. Omdat Stedin [gedaagde] dus niet heeft aangemaand om een geldvordering te betalen die [gedaagde] al verschuldigd was, kunnen geen buitengerechtelijke incassokosten toegewezen worden.
[gedaagde] moet wel het restant van de proceskosten betalen
3.3.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] ook het restant van de proceskosten nog aan Stedin moet betalen. De partij die in een procedure geen gelijk krijgt, wordt in de proceskosten veroordeeld. Stedin was genoodzaakt om te gaan procederen, omdat [gedaagde] geen energiecontract afsloot. Ook niet, nadat Stedin meerdere brieven daarover had gestuurd aan [gedaagde] . Procederen kost geld. Stedin heeft het griffierecht en haar gemachtigde moeten betalen om de procedure te voeren en daarmee ervoor te zorgen dat [gedaagde] een energiecontract zou afsluiten. Het klopt dat Stedin de procedure nog had kunnen intrekken vóór de eerste rolzitting. Dit maakt het oordeel alleen niet anders. Stedin moest toen namelijk al het griffierecht betalen en [gedaagde] heeft met haar betaling deze kosten niet vergoed. Hierna zijn er nog kosten bijgekomen voor het salaris van de gemachtigde van Stedin.
3.4.
Ook het feit dat [gedaagde] de dagvaarding pas op 16 mei heeft gezien en daardoor niet eerder kon betalen, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Stedin heeft zich gehouden aan de (minimale) termijn tussen het betekenen van de dagvaarding aan [gedaagde] en de eerste zittingsdag. Het is het eigen risico van [gedaagde] dat zij op vakantie is gegaan en daardoor de dagvaarding van Stedin pas laat zag. Stedin heeft daarnaast [gedaagde] meerdere aanmaningen gestuurd vóór de dagvaarding. [gedaagde] heeft niet betwist deze aanmaningen te hebben ontvangen, maar heeft daarna geen actie ondernomen en heeft pas een energiecontract afgesloten toen zij de dagvaarding had ontvangen.
3.5.
Het totaal aan proceskosten van Stedin wordt begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
€
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
439,00
Na de eerder gedane betaling moet [gedaagde] nog € 158,22 betalen.
[gedaagde] heeft in totaal al € 280,78 aan Stedin betaald. Dat is door Stedin erkend. Deze betaling moet daarom in mindering worden gebracht op de proceskosten. Dit betekent dat [gedaagde] nog (€ 439,00 - € 280,78 =) € 158,22 aan Stedin moet betalen.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van het resterende bedrag van € 158,22 voor de proceskosten van Stedin, die tot dit vonnis zijn begroot op € 439,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.
62938
Zie het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Zie artikel 1 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Zie productie 1,3,5 en 6 bij de dagvaarding.