Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-09-17
ECLI:NL:RBMNE:2025:5745
Civiel recht
Mondelinge uitspraak
4,062 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:5745 text/xml public 2026-04-16T13:40:51 2025-11-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-09-17 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Uitspraak Mondelinge uitspraak Tussenuitspraak NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5745 text/html public 2025-11-21T11:32:03 2025-11-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:5745 Rechtbank Midden-Nederland , 17-09-2025 / 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Gedaagde heeft werkzaamheden in de badkamer van eiser verricht, waarna een lekkage is ontstaan. Eiser vordert schadevergoeding van gedaagde, maar gedaagde zegt dat de lekkage niet is ontstaan door zijn werkzaamheden. De kantonrechter is voornemens een deskundige te benoemen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Vonnis van 17 september 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M.S. van Dijk, tegen [gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. J. Klein. 1 De procedure 1.1. [eiser] heeft [gedaagde] op 22 maart 2025 gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft op 23 mei 2025 schriftelijk op de dagvaarding gereageerd. Vervolgens heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald. Voorafgaand daaraan heeft [eiser] op 27 juli 2025 nog aanvullende producties overgelegd. 1.2. De mondelinge behandeling heeft op 4 september 2025 plaatsgevonden. [eiser] en [gedaagde] waren aanwezig, beiden bijgestaan door hun gemachtigde. Partijen hebben antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat is besproken. Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis wordt gewezen. Partijen hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een vervroegde vonnisdatum. 2 De kern van de zaak 2.1. [gedaagde] heeft in september 2024 werkzaamheden verricht in de badkamer van [eiser] . Een paar weken nadat [gedaagde] de werkzaamheden heeft afgerond, is een lekkage ontstaan in het plafond van de onderliggende keuken (de vloer van de badkamer). [eiser] heeft herstelwerkzaamheden laten uitvoeren door een derde voor € 32.598,34, waarvan € 24.943,07 door de verzekeraar is vergoed. [eiser] wil dat [gedaagde] het restantbedrag van € 7.655,27 aan hem vergoedt. [gedaagde] is het hier niet mee eens, omdat de lekkage volgens hem niet het gevolg is van de werkzaamheden die hij heeft verricht. Daarbij is [gedaagde] het niet eens met de hoogte van de gevorderde schade. 2.2. De kantonrechter kan nog niet vaststellen wat de oorzaak is van de lekkage en is daarom voornemens een deskundige te benoemen. Partijen krijgen de gelegenheid om een akte te nemen waarin zij zich uitlaten over de te benoemen deskundige en de aan deze deskundige te stellen vragen. 3 De beoordeling Toetsingskader 3.1. Als iemand toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van een verbintenis uit een overeenkomst, dan moet hij de schade die daardoor ontstaat, vergoeden. Omdat [eiser] schadevergoeding vordert van [gedaagde] , moet [eiser] voldoende onderbouwd stellen en, bij betwisting, bewijzen dat de werkzaamheden die [gedaagde] in de badkamer heeft verricht een toerekenbare tekortkoming opleveren en dat hierdoor de lekkage is ontstaan. Als niet komt vast te staan dat de werkzaamheden van [gedaagde] de lekkage hebben veroorzaakt, dan komt dat dus voor risico van [eiser] . De hoogte van de schade staat (nog) niet vast 3.2. De kantonrechter stelt voorop dat tijdens de zitting is besproken dat [eiser] niet € 7.655,27, maar € 3.904,27 kan vorderen. Partijen hadden namelijk oorspronkelijk afgesproken dat [gedaagde] voor [eiser] werkzaamheden zou verrichten aan de badkamer voor een bedrag van € 8.835,42. Dit bedrag heeft [eiser] betaald, maar vanwege (kleinere) gebreken aan de badkamer na de werkzaamheden van [gedaagde] hebben partijen afgesproken dat [gedaagde] € 3.194,40 en € 556,60 zou terugbetalen, wat hij ook heeft gedaan. [eiser] heeft dus per saldo € 5.084,42 (€ 8.835,42 - € 3.194,40 - € 556,60) aan [gedaagde] betaald. 3.3. Verder staat vast dat [eiser] in totaal € 32.598,34 heeft betaald aan herstelkosten, waarvan € 24.943,07 is vergoed door de verzekering. Hierdoor blijft een niet-vergoed bedrag van € 7.655,27 over. In totaal heeft [eiser] dus € 12.739,69 (€ 5.084,42 aan [gedaagde] en € 7.655,27 aan herstelkosten) voor zijn huidige badkamer betaald. Aangezien de oorspronkelijke afspraak was dat [eiser] € 8.835,42 voor de badkamer zou betalen, is zijn schade € 3.904,27 (€ 12.739,69 - € 8.835,42) in plaats van de gevorderde € 7.655,27. Het gaat in deze procedure dus om maximaal € 3.904,27. 3.4. De kantonrechter is van oordeel dat nog niet vaststaat dat [eiser] inderdaad € 3.904,27 schade heeft geleden. [gedaagde] heeft de schade betwist en voert hiertoe aan dat [eiser] niet inzichtelijk heeft gemaakt welke uitgaven hij heeft gedaan. [eiser] heeft geen facturen of offertes overgelegd, waardoor niet duidelijk is of [eiser] misschien onnodige kosten heeft gemaakt, aldus [gedaagde] . Gezien deze onderbouwde betwisting van [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] – als vast zou komen staan dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade – de hoogte van de schade nader moet onderbouwen. De oorzaak van de lekkage staat (nog) niet vast 3.5. De kantonrechter is van oordeel dat nog niet vaststaat wat de oorzaak is geweest van de lekkage, waardoor niet kan worden vastgesteld of [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst tussen partijen. Dit wordt hieronder toegelicht. 3.6. [eiser] heeft een lekdetectierapport van loodgietersbedrijf [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ) en bevindingen van [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) overgelegd. Hieruit volgt dat de lekkage is ontstaan bij een koppeling die met zwarte kit en tie-wraps is aangebracht op een bestaande leiding. Volgens [eiser] toont dit aan dat de lekkage is ontstaan door de werkzaamheden van [gedaagde] . Daarbij heeft [eiser] , toen hij de woning kocht, een bouwkundige keuring laten uitvoeren en daaruit bleek niet dat er een lekkage was. De lekkage is pas ontstaan na de werkzaamheden van [gedaagde] , aldus [eiser] . 3.7. Volgens [gedaagde] is de lekkage niet ontstaan door zijn werkzaamheden. De bestaande leidingen staken boven de zandcementdekvloer en vloerverwarming uit toen hij met zijn werkzaamheden begon. [gedaagde] hoefde het nieuwe leidingwerk slechts hierop aan te sluiten. De koppeling die de lekkage heeft veroorzaakt ligt onder de zandcementdekvloer en vloerverwarming, zoals ook blijkt uit het lekdetectierapport en de bevindingen van [bedrijf 2] . Maar hier is [gedaagde] nooit geweest, aldus [gedaagde] . 3.8. [bedrijf 1] en [bedrijf 2] hebben geen rekening kunnen houden met deze zienswijze van [gedaagde] , omdat [eiser] [gedaagde] voor beide onderzoeken niet heeft uitgenodigd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat uit deze deskundigenrapporten niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiser] gestelde schade. Dat kan ook niet worden afgeleid uit het feit dat de lekkage is ontstaan nadat [gedaagde] zijn werkzaamheden van had uitgevoerd. Daarmee is het causaal verband tussen die werkzaamheden en de gestelde schade namelijk nog niet vast komen te staan. De kantonrechter is voornemens een deskundige te benoemen 3.9. Inmiddels heeft [eiser] alles laten herstellen, waardoor het niet zinvol meer is om een deskundige ter plaatse te laten komen. Wel heeft [eiser] aangegeven dat hij meerdere foto’s en filmpjes heeft van de situatie zoals deze was voordat de lekkage is verholpen en alles is hersteld. De kantonrechter is daarom voornemens om een deskundige te benoemen die aan de hand van deze foto’s en filmpjes en een toelichting van beide partijen de vraag kan beantwoorden wat de oorzaak van de lekkage is geweest. 3.10. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter zou kunnen worden volstaan met de benoeming van één deskundige.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:5745 text/xml public 2026-04-17T10:07:19 2025-11-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-09-17 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Uitspraak Mondelinge uitspraak Tussenuitspraak NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5745 text/html public 2025-11-21T11:32:03 2025-11-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:5745 Rechtbank Midden-Nederland , 17-09-2025 / 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Gedaagde heeft werkzaamheden in de badkamer van eiser verricht, waarna een lekkage is ontstaan. Eiser vordert schadevergoeding van gedaagde, maar gedaagde zegt dat de lekkage niet is ontstaan door zijn werkzaamheden. De kantonrechter is voornemens een deskundige te benoemen. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:7827) RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Vonnis van 17 september 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M.S. van Dijk, tegen [gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. J. Klein. 1 De procedure 1.1. [eiser] heeft [gedaagde] op 22 maart 2025 gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft op 23 mei 2025 schriftelijk op de dagvaarding gereageerd. Vervolgens heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald. Voorafgaand daaraan heeft [eiser] op 27 juli 2025 nog aanvullende producties overgelegd. 1.2. De mondelinge behandeling heeft op 4 september 2025 plaatsgevonden. [eiser] en [gedaagde] waren aanwezig, beiden bijgestaan door hun gemachtigde. Partijen hebben antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat is besproken. Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis wordt gewezen. Partijen hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een vervroegde vonnisdatum. 2 De kern van de zaak 2.1. [gedaagde] heeft in september 2024 werkzaamheden verricht in de badkamer van [eiser] . Een paar weken nadat [gedaagde] de werkzaamheden heeft afgerond, is een lekkage ontstaan in het plafond van de onderliggende keuken (de vloer van de badkamer). [eiser] heeft herstelwerkzaamheden laten uitvoeren door een derde voor € 32.598,34, waarvan € 24.943,07 door de verzekeraar is vergoed. [eiser] wil dat [gedaagde] het restantbedrag van € 7.655,27 aan hem vergoedt. [gedaagde] is het hier niet mee eens, omdat de lekkage volgens hem niet het gevolg is van de werkzaamheden die hij heeft verricht. Daarbij is [gedaagde] het niet eens met de hoogte van de gevorderde schade. 2.2. De kantonrechter kan nog niet vaststellen wat de oorzaak is van de lekkage en is daarom voornemens een deskundige te benoemen. Partijen krijgen de gelegenheid om een akte te nemen waarin zij zich uitlaten over de te benoemen deskundige en de aan deze deskundige te stellen vragen. 3 De beoordeling Toetsingskader 3.1. Als iemand toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van een verbintenis uit een overeenkomst, dan moet hij de schade die daardoor ontstaat, vergoeden. Omdat [eiser] schadevergoeding vordert van [gedaagde] , moet [eiser] voldoende onderbouwd stellen en, bij betwisting, bewijzen dat de werkzaamheden die [gedaagde] in de badkamer heeft verricht een toerekenbare tekortkoming opleveren en dat hierdoor de lekkage is ontstaan. Als niet komt vast te staan dat de werkzaamheden van [gedaagde] de lekkage hebben veroorzaakt, dan komt dat dus voor risico van [eiser] . De hoogte van de schade staat (nog) niet vast 3.2. De kantonrechter stelt voorop dat tijdens de zitting is besproken dat [eiser] niet € 7.655,27, maar € 3.904,27 kan vorderen. Partijen hadden namelijk oorspronkelijk afgesproken dat [gedaagde] voor [eiser] werkzaamheden zou verrichten aan de badkamer voor een bedrag van € 8.835,42. Dit bedrag heeft [eiser] betaald, maar vanwege (kleinere) gebreken aan de badkamer na de werkzaamheden van [gedaagde] hebben partijen afgesproken dat [gedaagde] € 3.194,40 en € 556,60 zou terugbetalen, wat hij ook heeft gedaan. [eiser] heeft dus per saldo € 5.084,42 (€ 8.835,42 - € 3.194,40 - € 556,60) aan [gedaagde] betaald. 3.3. Verder staat vast dat [eiser] in totaal € 32.598,34 heeft betaald aan herstelkosten, waarvan € 24.943,07 is vergoed door de verzekering. Hierdoor blijft een niet-vergoed bedrag van € 7.655,27 over. In totaal heeft [eiser] dus € 12.739,69 (€ 5.084,42 aan [gedaagde] en € 7.655,27 aan herstelkosten) voor zijn huidige badkamer betaald. Aangezien de oorspronkelijke afspraak was dat [eiser] € 8.835,42 voor de badkamer zou betalen, is zijn schade € 3.904,27 (€ 12.739,69 - € 8.835,42) in plaats van de gevorderde € 7.655,27. Het gaat in deze procedure dus om maximaal € 3.904,27. 3.4. De kantonrechter is van oordeel dat nog niet vaststaat dat [eiser] inderdaad € 3.904,27 schade heeft geleden. [gedaagde] heeft de schade betwist en voert hiertoe aan dat [eiser] niet inzichtelijk heeft gemaakt welke uitgaven hij heeft gedaan. [eiser] heeft geen facturen of offertes overgelegd, waardoor niet duidelijk is of [eiser] misschien onnodige kosten heeft gemaakt, aldus [gedaagde] . Gezien deze onderbouwde betwisting van [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] – als vast zou komen staan dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade – de hoogte van de schade nader moet onderbouwen. De oorzaak van de lekkage staat (nog) niet vast 3.5. De kantonrechter is van oordeel dat nog niet vaststaat wat de oorzaak is geweest van de lekkage, waardoor niet kan worden vastgesteld of [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst tussen partijen. Dit wordt hieronder toegelicht. 3.6. [eiser] heeft een lekdetectierapport van loodgietersbedrijf [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ) en bevindingen van [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) overgelegd. Hieruit volgt dat de lekkage is ontstaan bij een koppeling die met zwarte kit en tie-wraps is aangebracht op een bestaande leiding. Volgens [eiser] toont dit aan dat de lekkage is ontstaan door de werkzaamheden van [gedaagde] . Daarbij heeft [eiser] , toen hij de woning kocht, een bouwkundige keuring laten uitvoeren en daaruit bleek niet dat er een lekkage was. De lekkage is pas ontstaan na de werkzaamheden van [gedaagde] , aldus [eiser] . 3.7. Volgens [gedaagde] is de lekkage niet ontstaan door zijn werkzaamheden. De bestaande leidingen staken boven de zandcementdekvloer en vloerverwarming uit toen hij met zijn werkzaamheden begon. [gedaagde] hoefde het nieuwe leidingwerk slechts hierop aan te sluiten. De koppeling die de lekkage heeft veroorzaakt ligt onder de zandcementdekvloer en vloerverwarming, zoals ook blijkt uit het lekdetectierapport en de bevindingen van [bedrijf 2] . Maar hier is [gedaagde] nooit geweest, aldus [gedaagde] . 3.8. [bedrijf 1] en [bedrijf 2] hebben geen rekening kunnen houden met deze zienswijze van [gedaagde] , omdat [eiser] [gedaagde] voor beide onderzoeken niet heeft uitgenodigd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat uit deze deskundigenrapporten niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiser] gestelde schade. Dat kan ook niet worden afgeleid uit het feit dat de lekkage is ontstaan nadat [gedaagde] zijn werkzaamheden van had uitgevoerd. Daarmee is het causaal verband tussen die werkzaamheden en de gestelde schade namelijk nog niet vast komen te staan. De kantonrechter is voornemens een deskundige te benoemen 3.9. Inmiddels heeft [eiser] alles laten herstellen, waardoor het niet zinvol meer is om een deskundige ter plaatse te laten komen. Wel heeft [eiser] aangegeven dat hij meerdere foto’s en filmpjes heeft van de situatie zoals deze was voordat de lekkage is verholpen en alles is hersteld. De kantonrechter is daarom voornemens om een deskundige te benoemen die aan de hand van deze foto’s en filmpjes en een toelichting van beide partijen de vraag kan beantwoorden wat de oorzaak van de lekkage is geweest. 3.10.