Rechtspraak
2025-03-26
ECLI:NL:RBMNE:2025:5588
7,230 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:5588 text/xml public 2025-11-03T10:41:21 2025-10-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-03-26 11412163 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5588 text/html public 2025-11-03T10:40:03 2025-11-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:5588 Rechtbank Midden-Nederland , 26-03-2025 / 11412163 VvE. Art. 5:121 BW. Vervangende machtiging voor uitgevoerde werkzaamheden en om een externe beheerder te benoemen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer / rekestnummer: 11412163 \ UE VERZ 24-355 Beschikking van 26 maart 2025 in de zaak van [verzoekster] B.V. , te [plaats 1] , verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, mr. W. Vos (voorheen: mr. [A] ), tegen VERENIGING VAN EIGENAARS [straat] [nummer] EN [nummer/toevoeging] , te [plaats 2] , verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, procederend in persoon. Partijen worden hierna [verzoekster] en de VvE/ [B] genoemd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift van 19 november 2024, met bijlagen 1 tot en met 44; het verweerschrift met zelfstandige tegenverzoeken, met bijlagen 45 tot en met 76; de brief van 24 januari 2025 van [verzoekster] , met aanvullende bijlagen 77 tot en met 79; de brief van 28 januari 2025 van de VvE/ [B] , met aanvullende bijlage 80; de mondelinge behandeling van 4 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; de spreekaantekeningen van [verzoekster] , met bijlage 81. 1.2. Ten slotte is bepaald dat een beschikking zal worden gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1. [verzoekster] en de heer [B] zijn lid van de VvE en [B] is daarvan de enig bestuurder. Volgens [verzoekster] zijn de verbouwingswerkzaamheden die zij heeft laten uitvoeren aan haar bedrijfspand voor rekening van de gezamenlijke eigenaars, maar [B] deelt dit standpunt niet en werkt hier niet aan mee. [verzoekster] verzoekt de kantonrechter daarom om (achteraf) een vervangende machtiging te verlenen voor de uitgevoerde werkzaamheden. Vanwege de verstoorde relatie wil [verzoekster] ook een vervangende machtiging om [B] als bestuurder te ontslaan en een nieuwe bestuurder en beheerder te benoemen. De VvE/ [B] voert verweer en heeft ook tegenverzoeken gedaan. De kantonrechter verleent een vervangende machtiging voor de uitgevoerde werkzaamheden omtrent het brandwerend maken van het plafond en het bijbehorend leidingwerk, de vloer, de bitumendakbedekking en de boeidelen. Ook verleent de kantonrechter een vervangende machtiging om een externe beheerder te benoemen. De overige (tegen)verzoeken van [verzoekster] en de VvE/ [B] worden afgewezen. 3 Achtergrond van de zaak 3.1. [verzoekster] is eigenaar van het bedrijfspand gelegen aan de [straat] [nummer] in [plaats 2] . In dit pand was voorheen een matrassenzaak gevestigd, die haar werkzaamheden heeft gestaakt. [verzoekster] , een vennootschap gelieerd aan de heer [C] , heeft dit pand gerenoveerd en vervolgens verhuurd aan een nieuwe huurder. [B] is eigenaar van de bovenwoning gelegen aan de [straat] [nummer/toevoeging] in [plaats 2] . [B] verhuurt kamers aan studenten. [verzoekster] (vertegenwoordigd door [C] ) en [B] vormen samen de VvE die bij splitsingsakte van 18 november 1982 is opgericht en hebben ieder één stem. Daarnaast is in de splitsingsakte het Modelreglement van februari 1973 van toepassing verklaard. 3.2. [verzoekster] wilde haar bedrijfspand verbouwen, heeft dit inmiddels ook gedaan en is van mening dat de kosten hiervan voor rekening van de gezamenlijke eigenaars moeten komen, maar [B] is het hier niet mee eens. Volgens [verzoekster] leidde dit tot leegstandsschade, omdat het bedrijfspand niet kon worden verhuurd totdat de verbouwing heeft plaatsgevonden. Het lukt partijen ook niet om tot (verdere) besluitvorming te komen. 4 De beoordeling van het verzoek in conventie Het verzoek van [verzoekster] 4.1. verzoekt de kantonrechter om (met terugwerkende kracht) een vervangende machtiging te verlenen: voor het brandwerend maken van het plafond, riolering, waterafsluitingen, gasaansluitingen en aansluiting stadsverwarming, met vaststelling van de kosten op € 29.100,00 excl. btw; voor het geluidsdicht maken van het plafond, met vaststelling van de kosten op € 2.990,00 excl. btw; voor het repareren van de scheur in de vloer, met vaststelling van de kosten op € 285,00 excl. btw; voor het verstevigen en herstellen van de balklagen van het plafond; voor het vervangen van de dakkoepels van de binnenplaats en het vervangen van de bitumendakbedekking, met vaststelling van de kosten op € 8.400,00 excl. btw; om de heer [B] als bestuurder van de VvE te ontslaan; om [onderneming 1] B.V. als bestuurder te benoemen; om [onderneming 2] B.V., dan wel [onderneming 3] B.V., dan wel een andere beheerder als extern beheerder te benoemen. 4.2. Daarnaast verzoekt [verzoekster] te bepalen dat de met de uitvoering van de verleende vervangende machtiging gepaarde kosten voor rekening komen van alle appartementseigenaars in de verhouding van de breukdelen zoals opgenomen in de splitsingsakte. 4.3. Op het moment van de mondelinge behandeling waren de verbouwwerkzaamheden al grotendeels afgerond. Ook is het bedrijfspand verhuurd. De kosten van de verbouwing zijn hoger uitgevallen dan aanvankelijk begroot door [verzoekster] . Ter zitting heeft [verzoekster] echter aangegeven te blijven bij de vaststelling van de kosten zoals opgenomen in het verzoekschrift. 4.4. De kantonrechter zal hierna beoordelen of een vervangende machtiging kan worden verleend en daarbij eventueel ingaan op de vaststelling van de kosten. De kantonrechter verleent (g)een vervangende machtiging ... 4.5. In artikel 5:121 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de kantonrechter op verzoek een vervangende machtiging kan verlenen die in de plaats komt voor de vereiste medewerking of toestemming van een bepaalde handeling (rechtshandeling of feitelijke handeling) met betrekking tot gemeenschappelijke of privé gedeelten van het gebouw van de VvE. De bepaling is een bijzondere uitwerking van het beginsel van de redelijkheid en billijkheid dat de verhouding tussen de appartementseigenaars onderling en tussen de eigenaars en de VvE beheerst. Dit beginsel brengt met zich mee dat indien voor het verrichten van bepaalde handelingen de medewerking of toestemming van mede-eigenaars nodig is, deze niet zonder redelijke grond kan worden geweigerd. Bij de vraag of zonder redelijke grond medewerking of toestemming is geweigerd, zijn de omstandigheden van het geval van belang. De bewoordingen van artikel 5:121 BW en ook niet de wetsgeschiedenis van dat artikel wijzen op een marginale toetsing van het besluit van de VvE. 4.6. Uit artikel 2 van het Modelreglement volgt dat in ieder geval tot de gemeenschappelijke gedeelten worden gerekend: funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metselwerk, alsmede de vloeren, de buitengevels, waaronder begrepen raamkozijnen, deuren, balkon-constructies, borstweringen, galerijen, terrassen en gangen, de daken, schoorstenen en ventilatiekanalen, de traphuizen en hellingbanen, alsmede het hek- en traliewerk; technische installaties met de daarbij behorende leidingen, met name voor centrale verwarming (met uitzondering van de radiatoren en radiatorkranen in de privé gedeelten), voor luchtbehandeling, vuilafvoer, afvoer van hemelwater met de riolering, gas, water en verder de hydrofoor, de elektriciteits- en telefoonleidingen, de gemeenschappelijke antenne, de bliksembeveiliging, de liften, de alarminstallatie en de systemen voor oproep en deuropeners. a. voor het brandwerend maken van het plafond, riolering, wateraansluitingen, gasaansluitingen en aansluiting stadsverwarming. 4.7. [verzoekster] stelt dat de brandwerendheid van het plafond was aangetast door een lekkage in de riolering van de bovenwoning.
Volledig
[verzoekster] heeft daarom eerst herstelwerkzaamheden verricht door het rioolwerk en de gasleiding te vervangen en vervolgens de leidingen en het plafond brandwerend te maken. Volgens de VvE/ [B] zijn de werkzaamheden aan het plafond voor eigen rekening van [verzoekster] . Bovendien bestond er vanaf 2005 al een brandwerend plafond, zodat de uitgevoerde werkzaamheden niet noodzakelijk waren. 4.8. De kantonrechter verleent voor deze werkzaamheden met terugwerkende kracht een vervangende machtiging. Aangezien het gaat om de afscheiding tussen de appartementsrechten van [verzoekster] en [B] , moet het plafond en het bijbehorend leidingwerk worden gerekend tot het gemeenschappelijk gedeelte. Verder is het brandwerend maken van het plafond en het bijbehorend leidingwerk noodzakelijk gebleken. De VvE/ [B] heeft niet betwist dat er een lekkage was opgetreden in het leidingwerk. Vanwege de lekkage heeft [verzoekster] het systeemplafond verwijderd. Toen zijn er ook andere gebreken aan het leidingwerk aan het licht gekomen, zoals dat het leidingwerk niet (voldoende) brandwerend was. Het ligt dan voor de hand om eerst de lekkage en andere gebreken aan het leidingwerk te verhelpen, voordat (opnieuw) een brandwerend plafond wordt aangebracht. Het was dan ook onvermijdelijk om deze werkzaamheden te laten uitvoeren, zodat [B] zonder redelijke grond medewerking heeft geweigerd. 4.9. [verzoekster] heeft verzocht de kosten van deze werkzaamheden vast te stellen op € 29.100,00 excl. btw. Daartoe heeft zij een aantal facturen overgelegd die toegeschreven kunnen worden aan ‘het plafond’. [verzoekster] heeft echter niet duidelijk gemaakt welke facturen betrekking hebben op het brandwerend maken van het plafond en de leidingen. Ook is niet toegelicht hoe het bedrag van € 29.100,00 excl. btw is opgebouwd. De kantonrechter neemt daarom als uitgangspunt de offerte met kenmerk [.] van [onderneming 4] en de factuur van [onderneming 5] . In de offerte zijn ook posten opgenomen die niet zien op het brandwerend maken van het plafond, maar op aanpassing van de draagbalken. Deze posten zullen buiten beschouwing worden gelaten in de vaststelling van de kosten. De kantonrechter zal de kosten voor het brandwerend maken van het plafond, riolering, wateraansluitingen, gasaansluitingen en aansluiting stadsverwarming dus vaststellen op € 24.599,00 excl. btw. b) voor het geluidsdicht maken van het plafond. 4.10. Verder is volgens [verzoekster] sprake van ernstige geluidsoverlast, omdat de bovenwoning wordt bewoond door studenten. Om die reden heeft [verzoekster] geluidsisolatie aangebracht aan het plafond. De VvE/ [B] vindt dat geen sprake is van een onaanvaardbare geluidsoverlast en voert aan dat er al geluidsmaatregelen zijn getroffen. 4.11. De kantonrechter verleent geen vervangende machtiging voor het aanbrengen van geluidsisolatie aan het plafond. Aan de vloer van de bovenwoning kan de VvE eisen stellen over de geluidsisolatie, maar dit geldt niet voor het plafond. Daarbij betreft het aanbrengen van geluidsisolatie aan het plafond geen maatregel ten behoeve van de constructie en/of veiligheid van het pand. Dat zonder het treffen van deze geluidsmaatregelen het pand van [B] niet aan de gestelde (geluids)eisen zou voldoen, heeft [verzoekster] onvoldoende onderbouwd. Het is dus niet komen vast te staan dat deze werkzaamheden noodzakelijk waren. Dit betekent dat de kosten hiervan voor rekening van [verzoekster] blijven. c) voor het repareren van de scheur in de vloer. 4.12. [verzoekster] heeft een scheur in de dekvloer van de bedrijfspand hersteld en is van mening dat de kosten hiervan voor rekening van de gezamenlijke eigenaars komen. De VvE/ [B] voert aan dat het gaat om een scheur in de afwerkvloer, zodat de herstelkosten alleen voor rekening van [verzoekster] komen. 4.13. De VvE/ [B] krijgt hierin ongelijk. Niet ter discussie staat dat er een scheur bestond in de vloer. Uit de overgelegde foto’s is af te leiden dat het gaat om een scheur in de dekvloer en niet de afwerkvloer. De dekvloer is onderdeel van de vloerconstructie, zodat op grond van het Modelreglement die tot het gemeenschappelijk gedeelte moet worden gerekend. Dit betekent dat de herstelkosten van de scheur in de vloer voor de rekening van de gezamenlijke eigenaars komen. 4.14. [verzoekster] verzoekt de kosten voor herstel van de scheur in de vloer vast te stellen op € 285,00 excl. btw. De kantonrechter gaat hierin mee. De overgelegde facturen komen neer op een hoger bedrag, maar [verzoekster] heeft haar verzoek beperkt tot een bedrag van € 285,00 excl. btw. De kantonrechter zal dus voor het herstel van de scheur in de vloer met terugwerkende kracht een vervangende machtiging verlenen, met vaststelling van de kosten op € 285,00 excl. btw. d) voor het verstevigen en herstellen van de balklagen van het plafond. 4.15. [verzoekster] verzoekt een vervangende machtiging voor het verstevigen en het herstellen van de balklagen van het plafond. Volgens [verzoekster] bestaat het plafond van het bedrijfspand (en tegelijkertijd de vloer van de bovenwoning) uit meerdere raveelbalken die overgaan in nieuwe raveelbalken. Het plafond wordt dus ondersteund door een hulpbalk, die op zijn beurt moet worden ondersteund door een andere hulpbalk. Dit maakt dat de balklagen niet op de juiste manier zijn aangebracht, aldus [verzoekster] . De VvE/ [B] voert aan dat de balkenlaag van het plafond wel voldoet, en dat een deel van de balkenlaag wordt ondersteund door de pilaar midden in de bedrijfsruimte. 4.16. De kantonrechter wijst het verzoek af. Dat de hierboven omschreven constructie niet voldoet aan het Besluit bouwwerken en leefomgeving, heeft [verzoekster] niet onderbouwd en blijkt nergens uit. Gelet op het feit dat op het moment van de mondelinge behandeling het bedrijfspand al voor een langdurige periode is verhuurd en de huidige constructie behouden is gebleven, is de kantonrechter van oordeel dat de noodzaak voor de versteviging en het herstel van de balklagen ontbreekt. Daar komt bij dat [verzoekster] geen bedrag heeft gekoppeld aan de uitvoering van deze werkzaamheden. De kantonrechter zal een vervangende machtiging voor deze (nog uit te voeren) werkzaamheden dan ook niet verlenen. e) voor het vervangen van dakkoepels van het dak op de binnenplaats en het vervangen van de bitumendakbedekking. 4.17. Volgens [verzoekster] zijn de dakkoepels van het dak op de binnenplaats lek en moeten daarom worden vervangen. Daarbij moet de volledige dakbedekking worden vervangen. De VvE/ [B] betwist dat de dakkoepels lek zijn. 4.18. De kantonrechter oordeelt dat alleen ten aanzien van het vervangen van de bitumendakbedekking een vervangende machtiging kan worden verleend. Om te beginnen is niet gebleken dat vervanging van de dakkoepels noodzakelijk was. Ter zitting heeft [verzoekster] namelijk verklaard dat de dakkoepels niet zijn vervangen, maar het dak slechts is opgehoogd. Verder overweegt de kantonrechter dat verhoging van het dak met zich meebrengt dat de bitumendakbedekking moet worden vervangen. Daarbij heeft [verzoekster] verklaard dat in de oude situatie het regenwater in de raamsparing terecht kwam, wat tot een lekkage heeft geleid. De VvE/ [B] heeft hier onvoldoende concrete feiten en omstandigheden tegenin gebracht. Omdat de dakkoepels zijn behouden, bestaat er geen redelijke grond voor het verlenen van een vervangende machtiging tot het vervangen van de dakkoepels. De kantonrechter verleent daarom met terugwerkende kracht een vervangende machtiging voor het vervangen van de bitumendakbedekking. 4.19. [verzoekster] verzoekt de kosten voor het vervangen van de dakkoepels en het vervangen van de bitumendakbedekking vast te stellen op € 8.400,00 excl. btw. De facturen die zijn overgelegd met betrekking tot het dak bevatten geen gedetailleerde omschrijving, waardoor het niet duidelijk is welke kosten kunnen worden toegerekend aan het vervangen van de bitumendakbedekking. Omdat de kantonrechter alleen een vervangende machtiging verleent voor het vervangen van de bitumendakbedekking, zal de kantonrechter de kosten van deze werkzaamheden schatten.
Volledig
Op basis van de geschatte omvang van de dakkoepels vermenigvuldigd met de gebruikelijke prijs per m2, komt de kantonrechter tot een bedrag van € 500,00 excl. btw. om de heer [B] als bestuurder te ontslaan. om [onderneming 1] B.V. als bestuurder te benoemen. 4.20. Volgens [verzoekster] functioneert de VvE niet door het handelen van [B] . Zo komen partijen niet tot een besluitvorming over de verdeling van de herstelkosten, de organisatie van de ALV en het openen van een bankrekening op naam van de VvE. [verzoekster] wil daarom een vervangende machtiging om [B] als bestuurder te ontslaan en om [onderneming 1] B.V. (de beheerder van [verzoekster] ) dan in zijn plaats als bestuurder te benoemen. 4.21. Op grond van de wet en het Modelreglement wordt een bestuurder benoemd en ontslagen door de vergadering. Als de weigering van de vergadering en/of de individuele eigenaren mee te werken aan ontslag/benoeming onredelijk is, kan de medewerking vervangen worden door een rechterlijke machtiging. Dit neemt niet weg dat de vergadering het hoogste orgaan binnen de vereniging is, maar bevat een correctiemechanisme voor de situatie dat dit hoogste orgaan of de individuele eigenaren zonder redelijke grond medewerking of toestemming weigeren. Artikel 5:121 BW biedt dus ook de mogelijkheid om een vervangende machtiging te verlenen dat ziet op medewerking aan een besluit tot benoeming of ontslag van een bestuurder. 4.22. De kantonrechter acht de weigering van [B] om mee te werken aan zijn ontslag niet onredelijk. Uit het voorgaande volgt namelijk dat de VvE/ [B] ten aanzien van een aantal werkzaamheden in redelijkheid haar instemming heeft kunnen onthouden. Dat dit niet voor elk besluit geldt, wil niet zeggen dat [B] zijn taken als bestuurder niet naar behoren vervult en daarom ontslagen moet worden. Het feit dat de VvE uit twee leden bestaat met ieder één stem, maakt ook dat besluitvorming moeilijk tot stand komt. Omdat geen vervangende machtiging wordt verleend om [B] als bestuurder te ontslaan, betekent dat ook dat geen vervangende machtiging kan worden verleend om [onderneming 1] B.V. als bestuurder in de plaats van [B] te benoemen. h) om [onderneming 2] B.V., dan wel [onderneming 3] B.V., dan wel een andere VvE beheerder als externe beheerder te benoemen. 4.23. Ook verzoekt [verzoekster] dat de kantonrechter een vervangende machtiging verleent om [onderneming 2] B.V. of [onderneming 3] B.V. als externe beheerder te benoemen, zodat de VvE op objectieve en onafhankelijk wijze kan worden beheerd (en bestuurd). 4.24. In artikel 40 lid 1 van het Modelreglement is bepaald dat het bestuur van de vereniging berust bij de administrateur en die wordt benoemd door de vergadering. De vergadering kan ook een plaatsvervangend administrateur benoemen. Voortbouwend op het in 4.21 aangehaalde arrest van het Hof kan dus ook een vervangende machtiging worden verleend voor het benoemen van een plaatsvervangend administrateur. 4.25. De kantonrechter zal een vervangende machtiging verlenen om [onderneming 3] B.V. als externe beheerder te benoemen. De relatie tussen partijen is verstoord en daarom is een derde nodig om tot verdere besluitvorming te komen. [B] heeft op zitting kenbaar gemaakt dat hij geen bezwaren heeft tegen benoeming van [onderneming 3] B.V., maar dat het benoemen van een externe beheerder nadelige financiële gevolgen heeft. Zijn wens is daarom dat [onderneming 3] B.V. voor een beperkte duur wordt benoemd. De kantonrechter zal aan de vervangende machtiging geen tijdsduur verbinden, omdat in het Modelreglement nader is bepaald dat de plaatsvervangend administrateur voor onbepaalde tijd wordt benoemd. Wel wijst de kantonrechter partijen er op dat de plaatsvervangend administrateur te allen tijde kan worden ontslagen. Bepaling van de verhouding van bijdrage in de kosten 4.26. Tot slot heeft [verzoekster] verzocht om te bepalen dat de met de uitvoering van de verleende vervangende machtiging gepaarde kosten in de verhouding van de breukdelen voor rekening van partijen komen of anders dat de kantonrechter de verdeling bepaalt. 4.27. Op grond van artikel 5:121 lid 2 BW kan de kantonrechter op verzoek bepalen in welke verhouding de appartementseigenaren in de kosten van de handeling moeten bijdragen. Uit artikel 5 van de splitsingsakte volgt dat het breukdeel voor [verzoekster] is bepaald op twee/vijfde en voor [B] op drie/vijfde. De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van deze verdeelsleutel. Dit betekent dat [verzoekster] 40% van de kosten voor haar rekening moet nemen en [B] 60%, zoals is verzocht. Conclusie 4.28. Kortom, de kantonrechter verleent (met terugwerkende kracht) een vervangende machtiging voor hetgeen genoemd in 4.1 onder a, c en h. Voor hetgeen genoemd in 4.1 onder e wordt alleen een vervangende machtiging verleent voor het vervangen van de bitumendakbedekking. Partijen moeten in de kosten hiervan, die onder de beslissing zijn vermeld, bijdragen overeenkomstig de verdeelsleutel. De overige verzoeken van [verzoekster] zal de kantonrechter afwijzen. Iedere partij draagt zijn eigen proceskosten 4.29. Omdat partijen over en weer op punten ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat elk van partijen de eigen kosten dient te dragen. in reconventie De kantonrechter wijst de tegenverzoeken 1, 3 en 4 van de VvE/ [B] af, maar wijst tegenverzoek 2 toe. 4.30. De VvE/ [B] heeft in haar verweerschrift vier tegenverzoeken gedaan. De kantonrechter zal de tegenverzoeken 1, 3 en 4 van de VvE/ [B] afwijzen. Tegenverzoek 2 zal worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom. Verzoek tot afsluiten van de verzekering en om verzekeringspremie te incasseren (tegenverzoek 1) en verzoek tot afgifte van een kopie van het identiteitsbewijs (tegenverzoek 3) hebben geen betrekking op de onderwerpen van het verzoek in conventie 4.31. Als eerst verzoekt de VvE/ [B] om een vervangende machtiging te verlenen voor het afsluiten van de verzekering en de verzekeringspremie te incasseren bij [verzoekster] . Ook wordt verzocht een vervangende machtiging te verlenen om [C] (bestuurder van [verzoekster] ) te verplichten een ongecensureerde kopie van zijn identiteitsbewijs te verstrekken aan [B] . 4.32. In artikel 282 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat het verweerschrift een tegenverzoek mag bevatten, op voorwaarde dat het tegenverzoek betrekking heeft op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek. 4.33. Naar het oordeel van de kantonrechter is aan deze voorwaarde niet voldaan. De onderwerpen van het verzoek in conventie zien op het verkrijgen van een vervangende machtiging voor uitgevoerde (of nog uit te voeren) verbouwingswerkzaamheden en op het ontslaan en benoemen van een bestuurder/beheerder. De bovengenoemde verzoeken van de VvE/ [B] hebben geen betrekking op deze onderwerpen. Zelfs als de kantonrechter van oordeel zou zijn dat deze verzoeken wel betrekking hebben op de onderwerpen van het verzoek in conventie, ook dan zijn de verzoeken niet toewijsbaar. Een incassovordering en een vordering tot afgifte van een zaak moeten namelijk worden ingeleid bij dagvaarding en niet bij verzoekschrift. De kantonrechter zal de verzoeken dus afwijzen. Geen vergoeding van € 150,00 per maand voor bestuurs- en beheerswerkzaamheden (tegenverzoek 4) 4.34. Verder verzoekt de VvE/ [B] dat de kantonrechter een vervangende machtiging verleent om de vergoeding voor het bestuur vast te stellen op € 150,00 per maand. Deze vergoeding ziet op het uitvoeren van bestuurs- en beheerswerkzaamheden door [B] . 4.35. Ook dit verzoek zal de kantonrechter afwijzen. [B] stelt dat zijn bestuurs- en beheerswerkzaamheden een grote administratieve belasting zijn en hij daarom een vergoeding daarvoor wil. Zoals al in 4.25 overwogen, zal de kantonrechter een vervangende machtiging verlenen voor het benoemen van [onderneming 3] B.V. als externe beheerder. Logischerwijs nemen de bestuurs- en beheerswerkzaamheden van [B] dan af. Daarnaast ligt het niet voor de hand om een bestuurdersvergoeding toe te kennen voor een vrijwillige bestuursfunctie bij een VvE bestaande uit twee leden.
Volledig
De kantonrechter verleent een vervangende machtiging voor het vervangen van de boeidelen (tegenverzoek 2) 4.36. Als laatst verzoekt de VvE/ [B] om met terugwerkende kracht een vervangende machtiging te verlenen voor het uitvoeren van onderhoud aan de boeidelen met vaststelling van de kosten op € 1.004,35 incl. btw. 4.37. De kantonrechter oordeelt dat vervanging van de boeidelen noodzakelijk is gebleken en verleent daarom een vervangende machtiging. [verzoekster] betwist dat de boeidelen met spoed moesten worden vervangen, maar de foto’s in bijlage 28 laten juist zien dat de boeidelen in een slechte staat waren en toe waren aan vervanging. [B] heeft dit aan de orde gebracht in de vergadering van 27 juni 2024 en opnieuw in de vergadering van 13 augustus 2024, maar [verzoekster] heeft haar medewerking geweigerd. Dat de werkzaamheden al waren opgedragen voordat het tijdens de vergadering bespreekbaar was gemaakt, maakt niet dat [B] op eigen naam heeft gehandeld. Op grond van het Modelreglement behoren de boeidelen tot het gemeenschappelijk gedeelte, zodat herstel hiervan voor de rekening komt van de gezamenlijke eigenaars. Van ongerechtvaardigde verrijking is dan ook geen sprake. [verzoekster] heeft dus zonder redelijke grond medewerking geweigerd. 4.38. De VvE/ [B] verzoekt de kosten van de werkzaamheden vast te stellen op € 1.004,35 incl. btw en te bepalen dat deze kosten in de verhouding van de breukdelen voor rekening van partijen komen. Anders dan [verzoekster] aanvoert, is duidelijk in de omschrijving van de factuur opgenomen dat de uitgevoerde werkzaamheden zien op het vervangen van de boeidelen. De kantonrechter zal de kosten dan ook vaststellen op het factuurbedrag, € 1.004,35 incl. btw. De kantonrechter ziet ook in dit geval geen aanleiding om van de verdeelsleutel af te wijken, zodat [verzoekster] 40% van deze kosten moet dragen en [B] 60%. De VvE/ [B] wordt veroordeeld in de proceskosten, maar die worden begroot op nihil 4.39. De VvE/ [B] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [verzoekster] betalen. Niet gebleken is dat [verzoekster] kosten heeft gemaakt voor het tegenverzoek die zij niet al in het kader van haar verzoek in conventie heeft gemaakt. De proceskosten van [verzoekster] worden daarom begroot op nihil. in conventie en reconventie Uitvoerbaar bij voorraad 4.40. De kantonrechter verklaart, zoals door [verzoekster] en de VvE/ [B] verzocht, deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de uitspraak moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat de hoger beroepsrechter een andere beslissing neemt. 5 De beslissing De kantonrechter in conventie 5.1. verleent, met terugwerkende kracht, een vervangende machtiging voor het brandwerend maken van het plafond, riolering, wateraansluitingen, gasaansluitingen en aansluiting stadsverwarming onder vaststelling van de kosten op € 24.599,00 excl. btw, 5.2. verleent, met terugwerkende kracht, een vervangende machtiging voor het repareren van de scheur in de vloer onder vaststelling van de kosten op € 285,00 excl. btw, 5.3. verleent, met terugwerkende kracht, een vervangende machtiging voor het vervangen van de bitumendakbedekking onder vaststelling van de kosten op € 500,00 excl. btw, 5.4. verleent een vervangende machtiging om [onderneming 3] B.V. als externe beheerder van de VvE te benoemen, 5.5. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.6. wijst het meer of anders verzochte af, in reconventie 5.7. verleent, met terugwerkende kracht, een vervangende machtiging voor het vervangen van de boeidelen onder vaststelling van de kosten op € 1.004,35 incl. btw, 5.8. veroordeelt de VvE in de proceskosten van [verzoekster] begroot op nihil, 5.9. wijst het meer of anders verzochte af, in conventie en reconventie 5.10. bepaalt dat [verzoekster] en [B] 40% respectievelijk 60% van de kosten genoemd in 5.1 tot en met 5.3 en 5.7 moeten dragen, 5.11. bepaalt dat [verzoekster] en [B] 40% respectievelijk 60% van de kosten die voortvloeien uit de uitvoering van hetgeen genoemd in 5.4 moeten dragen, 5.12. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025. 47194 Bijlage 4 [verzoekster] . Bijlage 3 [verzoekster] . Bijlagen 22 en 78 van [verzoekster] . Vergelijk bijlage 21 van [verzoekster] met bijlage 77 van [verzoekster] . Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1126. Bijlage 28 van [verzoekster] .