Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-10-20
ECLI:NL:RBMNE:2025:5452
Civiel recht
Kort geding
1,085 tokens
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/599665 / KL ZA 25-227
Vonnis in kort geding van 20 oktober 2025
in de zaak van
[eisende partij]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. J.B. Rijpkema,
tegen
[gedaagde partij]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de op 19 september 2025 betekende dagvaarding met producties 1 t/m 5,
de mondelinge behandeling op 14 oktober 2025,
Beoordeling
2.1.
In de dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat aan [gedaagde partij] verstek zal worden verleend.
2.2.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
1.374,00
- salaris advocaat
€
715,00
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.412,45
2.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen [gedaagde partij] ,
3.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om, binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, aan [eisende partij] af te geven:
de Mercedes SLK met het kenteken [kenteken] en
de aanhanger met het kenteken [kenteken] ,
3.3.
bepaalt dat [gedaagde partij] aan [eisende partij] een dwangsom verbeurt van € 500,00 voor iedere dag dat [gedaagde partij] in gebreke blijft aan het onder 3.2. bepaalde te voldoen, tot een maximum van € 25.000;
3.4.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 2.412,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Staal en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.
4403