Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-10-01
ECLI:NL:RBMNE:2025:5448
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,908 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/589093 / JE RK 25-275
Datum uitspraak: 1 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. L.T.C.M. Geurts,
[vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter heeft op 4 april 2025 een eerdere beschikking gegeven. Voor het verloop van de procedure tot die datum verwijst de kinderrechter naar die beschikking.
1.2.
Na deze beschikking is nog binnengekomen:
- een update van de GI met daarin de actuele stand van zaken, binnengekomen op
17 september 2025;
- een bericht van de moeder met als bijlage een verslag van haar maatschappelijk werkster, binnengekomen op 30 september 2025.
1.3.
De behandeling van het verzoek is voortgezet tijdens de zitting van 1 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [A] en mevrouw [B] , namens de GI.
1.4.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen tijdens de zitting.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
Bij beschikking van 4 april 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 oktober 2025. De beslissing over het overige deel van het verzoek heeft de kinderrechter toen aangehouden.
3Het verzoek
3.1.
De GI handhaaft het verzoek. Dat betekent dat de GI vindt dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verder verlengd moet worden, te weten tot 18 april 2026.
4De standpunten
4.1.
De moeder is niet blij met de ondertoezichtstelling en verzoekt om afwijzing van het verzoek. Aan de andere kant ziet de moeder ook in dat zij niet samen met vader tot een veilige en werkende zorgregeling met de vader kan komen. Ze begrijpt daarom dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk kan zijn, wellicht voor een kortere duur. De moeder geeft hierbij wel aan dat zij een plan van aanpak wil met daarin duidelijke doelen voor de komende maanden en dat zij duidelijkheid wil over de omgang tussen de vader en [minderjarige] .
Beoordeling
Beslissing
5.1.
De kinderrechter wijst het aangehouden deel van het verzoek toe. Dat betekent dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] wordt verlengd tot 18 april 2026. De kinderrechter zal deze beslissing hierna uitleggen.
Toelichting
5.2.
Uit de overgelegde stukken en het gesprek gevoerd tijdens de zitting volgt dat is voldaan aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling.
5.3.
De kinderrechter ziet ook nu dat er stappen zijn gezet om de situatie van [minderjarige] te verbeteren. De GI heeft naar voren gebracht dat de moeder hard aan zichzelf werkt en reflecteert op haar eigen gedrag. Zij volgt cursussen van het Blijfhuis en heeft ook gesprekken met haar ambulant begeleider en de praktijkondersteuner van de huisarts. Ook is het schoolverzuim van [minderjarige] verbeterd. De moeder doet haar best om [minderjarige] op tijd te brengen en als zij toch te laat is neemt zij contact op met de juf. Er zijn duidelijk afspraken gemaakt en de communicatie is verbeterd.
5.4.
Naast deze positieve stappen zijn er ook nog onzekerheden. De moeder heeft nog geen eigen woning en dit laat nog minimaal drie maanden op zich wachten. Als de moeder een eigen woning heeft zal [minderjarige] van school moeten wisselen en dit kan enige onrust met zich mee brengen. De belangrijkste zorg is het gedrag van de vader. Voor zover bekend heeft vader de geadviseerde emotieregulatie therapie nog niet gevolgd. Er blijven escalatie tussen de ouders bestaan en is er in juli 2025 nog een Veilig Thuis-melding binnengekomen. Moeder hoopte dat vader en zij samen afspraken konden maken over de contacten tussen [minderjarige] en haar vader. Dat bleek niet te lukken. Vader was weer gewelddadig naar moeder.
5.5.
De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd omdat de GI op deze manier regie kan voeren op de zorgregeling. Hierbij is het van belang dat de GI een concreet plan opstelt. Mocht de vader zich niet houden aan dit plan kan de GI een schriftelijke aanwijzing geven aan de vader. De kinderrechter is van oordeel dat de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] ziet op de onveiligheid in het contact tussen [minderjarige] en de vader, maar ook in het contact tussen de vader en de moeder. De gestelde doelen binnen de ondertoezichtstelling zijn dan ook niet behaald en daarom is het nodig dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 18 april 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van I. Stooker als griffier, en op schrift gesteld op 14 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.