Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-09-24
ECLI:NL:RBMNE:2025:5179
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,548 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1152 T2
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 24 september 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigden: drs. C. van Oosten en mr. J. Cortet),
en
de burgemeester van de gemeente Utrecht
(gemachtigden: mr. M. Buitenhuis en mr. L. Feenstra).
Procesverloop
In de tussenuitspraak van 18 juni 2025 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om binnen drie maanden na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van alles wat in de tussenuitspraak is overwogen, tot een overeenstemming te komen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
In de brief van 3 september 2025 heeft verzoeker verzocht om deze termijn te verlengen. De burgemeester heeft in haar brief van 12 september 2025 ook verzocht om verlenging van deze termijn.
Overwegingen
Beide partijen hebben hun verzoek om verlenging van de termijn gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
Partijen hebben toegelicht dat zij in overleg zijn om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Zij hebben daarvoor echter meer tijd nodig. De burgemeester heeft daarbij een termijn van drie maanden genoemd.
De rechtbank vindt een verlenging van de termijn voor nader overleg gerechtvaardigd. De hoop is dat partijen er in die periode namelijk alsnog gezamenlijk gaan uitkomen, waarmee het geschil tussen hen definitief wordt beslecht en tussenkomst van de rechtbank niet nodig is. Het is aan partijen om over drie maanden, gezamenlijk dan wel afzonderlijk, verslag uit te brengen van de onderhandelingen en daarbij ook aan te geven welke gevolgen dat heeft voor deze procedure.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak over het verzoek om schadevergoeding.
Dictum
De rechtbank:
- verlengt de in de tussenuitspraak gesteld termijn voor overleg met drie maanden
na verzending van deze tweede tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door, mr. I. Helmich, voorzitter, en mr. P.J. Blok en mr. H.H.L. Krans, leden, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2025.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1152 T2
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 24 september 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigden: drs. C. van Oosten en mr. J. Cortet),
en
de burgemeester van de gemeente Utrecht
(gemachtigden: mr. M. Buitenhuis en mr. L. Feenstra).
Procesverloop
In de tussenuitspraak van 18 juni 2025 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om binnen drie maanden na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van alles wat in de tussenuitspraak is overwogen, tot een overeenstemming te komen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
In de brief van 3 september 2025 heeft verzoeker verzocht om deze termijn te verlengen. De burgemeester heeft in haar brief van 12 september 2025 ook verzocht om verlenging van deze termijn.
Overwegingen
Beide partijen hebben hun verzoek om verlenging van de termijn gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
Partijen hebben toegelicht dat zij in overleg zijn om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Zij hebben daarvoor echter meer tijd nodig. De burgemeester heeft daarbij een termijn van drie maanden genoemd.
De rechtbank vindt een verlenging van de termijn voor nader overleg gerechtvaardigd. De hoop is dat partijen er in die periode namelijk alsnog gezamenlijk gaan uitkomen, waarmee het geschil tussen hen definitief wordt beslecht en tussenkomst van de rechtbank niet nodig is. Het is aan partijen om over drie maanden, gezamenlijk dan wel afzonderlijk, verslag uit te brengen van de onderhandelingen en daarbij ook aan te geven welke gevolgen dat heeft voor deze procedure.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak over het verzoek om schadevergoeding.
Dictum
De rechtbank:
- verlengt de in de tussenuitspraak gesteld termijn voor overleg met drie maanden
na verzending van deze tweede tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door, mr. I. Helmich, voorzitter, en mr. P.J. Blok en mr. H.H.L. Krans, leden, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2025.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.