Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-06-12
ECLI:NL:RBMNE:2025:5009
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,652 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6672
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. S. Maachi),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(gemachtigde: mr. W.A. Postma).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van het recht op Ziektewet-uitkering van eiseres. Het Uwv heeft deze uitkering beëindigd, omdat het vindt dat eiseres vanaf 7 juli 2023 meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Op 6 juni 2023 heeft het Uwv besloten dat eiseres vanaf 7 juli 2023 geen recht meer heeft op een Ziektewet-uitkering. Daartegen heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend. Met het bestreden besluit van 26 september 2024 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij die beslissing gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het Uwv deelgenomen.
Beoordeling
3. Bij het beoordelen van de zaak stelt de rechtbank voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, heeft de rechtbank in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is
Zijn de beperkingen onderschat?
4. Eiseres voert aan dat haar beperkingen zijn onderschat en dat zij niet kan werken omdat zij geen benutbare mogelijkheden heeft. Want de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft haar klachten wel beschreven, maar deze niet allemaal vertaald naar beperkingen in de functionelemogelijkhedenlijst (FML). Het gaat om nekbewegingen, actief gebogen zijn, boven schouderhoogte actief zijn en knielen of hurken. Daarnaast vindt eiseres dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een duurbelastbaarheid van vier uur per dag moet aannemen. Want zij moet na vier uur werken de rest van de dag recupereren, heeft tijd nodig voor zelfzorg en reizen, kan maar 4 uur per dag kan lopen en staan en is niet beschikbaar door een behandeling.
4.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 12 december 2024 gereageerd op het beroepschrift van eiseres. Daarin verwijst de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook naar de eerdere rapportage van 12 september 2024. In aanvulling daarop geeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan dat eiseres haar standpunten niet ondersteunt met medische informatie. Daarnaast is het niet nodig om beperkingen aan te nemen voor nekbewegingen, actief gebogen zijn en boven schouderhoogte actief zijn. De toelichting bij de FML volstaat volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ook is de verzekeringsarts bezwaar en beroep het niet eens met eiseres dat de beperking tot 4 uur per dag lopen en staan tot een urenbeperking moet leiden. Want eiseres kan acht uur per dag zitten en 4 uur per dag lopen of staan. Verder weerspreekt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat uit preventief oogpunt een urenbeperking is aangenomen. Ten slotte toont eiseres niet met stukken aan dat zij verminderd beschikbaar is.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat de beperkingen van eiseres niet zijn onderschat, omdat zij de overwegingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep kan volgen. Bovendien heeft eiseres geen medische stukken aangevoerd die de rechtbank doen twijfelen aan deze overwegingen.
4.2.1.
De rechtbank kan in de eerste plaats volgen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep uit zijn onderzoek heeft opgemaakt dat eiseres nog benutbare mogelijkheden heeft. Want eiseres is niet bedlegerig of afhankelijk van anderen in het dagelijks leven (ADL-afhankelijk). Ook is zij niet opgenomen in een ziekenhuis of instelling, niet terminaal en is geen sprake van ernstig disfunctioneren op persoonlijk en sociaal vlak. Op basis van de beschikbare informatie komt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
4.2.2.
In de tweede plaats kan de rechtbank zich vinden in de manier waarop de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen voor eiseres heeft vastgesteld. Daarbij zijn meer beperkingen aangenomen dan door de arts die de primaire beoordeling heeft uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aanvullend beperkingen aangenomen voor direct contact met pollen, zware beschermende middelen, knijpkracht, schroefbewegingen, reiken, tillen en dragen en nekbewegingen. Ook zijn meer beperkingen aangenomen voor frequent buigen, gebogen actief zijn, lopen en staan, gehoor, persoonlijk verhoogd risico en beroepsmatig vervoer. Daarbij heeft de verzekeringsarts op sommige punten, zoals bij knielen of hurken en boven schouderhoogte actief zijn, een toelichting gegeven. Eiseres is het niet eens met de toelichtingen die de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gegeven bij de beperkingen voor nekbewegingen, actief gebogen zijn, boven schouderhoogte actief zijn en knielen of hurken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep legt in zijn reactie op het beroepschrift van 12 december 2024 uit dat zijn toelichting medisch gezien volstaat.
4.2.3.
In de derde plaats kan de rechtbank volgen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen urenbeperking heeft aangenomen voor eiseres. De rechtbank is het eens met de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de beperking van maximaal vier uur lopen of staan niet betekent dat eiseres minder dan 8 uur kan werken. Ook vindt de rechtbank dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende aantoont dat eiseres niet voldoet aan de criteria voor een urenbeperking uit de standaard Duurbelastbaarheid. In de rapportage van 12 september 2024 legt de verzekeringsarts bezwaar en beroep namelijk uit dat eiseres geen stoornis heeft in de energiehuishouding, dat zij niet verminderd beschikbaar is en dat het niet nodig is om vanuit preventief oogpunt een urenbeperking aan te nemen. Verder stelt de rechtbank vast dat eiseres geen stukken aanvoert waaruit blijkt dat zij verminderd beschikbaar is.
Is eiseres geschikt voor de geselecteerde functies?
5. Eiseres voert aan dat de functies die de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geselecteerd haar belastbaarheid overschrijden. Dit blijkt uit haar FML. Bovendien kennen de functies die de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geselecteerd dezelfde belasting als de functie van medewerker gordijnen. Aangezien de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de functie van medewerker gordijnen heeft laten vervallen omdat eiseres daarvoor niet geschikt is, ziet eiseres niet in waarom zij dat wel is voor de andere vergelijkbare functies. Ten slotte voert eiseres aan dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep er niet vanuit mag gaan dat werkgevers rekening houden met de beperkingen van eiseres.
5.1.
Het Uwv geeft in reactie aan dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep tijdens de bezwaarprocedure voldoende heeft toegelicht waarom eiseres geschikt is voor de geselecteerde functies.
5.2
De rechtbank kan volgen dat de arbeidsdeskundige vindt dat eiseres geschikt is voor de geselecteerde functies. Hoewel sommige functies een belasting vragen waarvoor eiseres beperkt is, begrijpt de rechtbank de uitleg van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep over de manier waarop daarmee rekening is gehouden. Bovendien heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hierover overlegd met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank overweegt verder dat de geselecteerde functies niet dezelfde belastbaarheid kent als de functie van medewerker gordijnen. Voor modinette vitrage wordt namelijk in tegenstelling tot voor medewerker gordijnen niet gevraagd om tillen tot 10 kilogram. Eisers is dan ook geschikt voor de functie van modinette vitrage. De rechtbank overweegt verder dat bij de beoordeling van de geschiktheid van functies mag worden meegenomen dat een werkgever in redelijkheid voorzieningen treft. Nu eiseres niet heeft onderbouwd waarom dit in haar geval niet van een werkgever kan worden gevergd, kan de rechtbank haar standpunt niet volgen.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat Uwv terecht haar Ziektewet-uitkering heeft beëindigd. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Wambeke, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.J. Kooistra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2025.
(verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen)
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 9, sub c Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten; ECLI:NL:CRVB:2013:2703.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6672
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. S. Maachi),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(gemachtigde: mr. W.A. Postma).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van het recht op Ziektewet-uitkering van eiseres. Het Uwv heeft deze uitkering beëindigd, omdat het vindt dat eiseres vanaf 7 juli 2023 meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Op 6 juni 2023 heeft het Uwv besloten dat eiseres vanaf 7 juli 2023 geen recht meer heeft op een Ziektewet-uitkering. Daartegen heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend. Met het bestreden besluit van 26 september 2024 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij die beslissing gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het Uwv deelgenomen.
Beoordeling
3. Bij het beoordelen van de zaak stelt de rechtbank voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, heeft de rechtbank in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is
Zijn de beperkingen onderschat?
4. Eiseres voert aan dat haar beperkingen zijn onderschat en dat zij niet kan werken omdat zij geen benutbare mogelijkheden heeft. Want de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft haar klachten wel beschreven, maar deze niet allemaal vertaald naar beperkingen in de functionelemogelijkhedenlijst (FML). Het gaat om nekbewegingen, actief gebogen zijn, boven schouderhoogte actief zijn en knielen of hurken. Daarnaast vindt eiseres dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een duurbelastbaarheid van vier uur per dag moet aannemen. Want zij moet na vier uur werken de rest van de dag recupereren, heeft tijd nodig voor zelfzorg en reizen, kan maar 4 uur per dag kan lopen en staan en is niet beschikbaar door een behandeling.
4.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 12 december 2024 gereageerd op het beroepschrift van eiseres. Daarin verwijst de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook naar de eerdere rapportage van 12 september 2024. In aanvulling daarop geeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan dat eiseres haar standpunten niet ondersteunt met medische informatie. Daarnaast is het niet nodig om beperkingen aan te nemen voor nekbewegingen, actief gebogen zijn en boven schouderhoogte actief zijn. De toelichting bij de FML volstaat volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ook is de verzekeringsarts bezwaar en beroep het niet eens met eiseres dat de beperking tot 4 uur per dag lopen en staan tot een urenbeperking moet leiden. Want eiseres kan acht uur per dag zitten en 4 uur per dag lopen of staan. Verder weerspreekt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat uit preventief oogpunt een urenbeperking is aangenomen. Ten slotte toont eiseres niet met stukken aan dat zij verminderd beschikbaar is.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat de beperkingen van eiseres niet zijn onderschat, omdat zij de overwegingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep kan volgen. Bovendien heeft eiseres geen medische stukken aangevoerd die de rechtbank doen twijfelen aan deze overwegingen.
4.2.1.
De rechtbank kan in de eerste plaats volgen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep uit zijn onderzoek heeft opgemaakt dat eiseres nog benutbare mogelijkheden heeft. Want eiseres is niet bedlegerig of afhankelijk van anderen in het dagelijks leven (ADL-afhankelijk). Ook is zij niet opgenomen in een ziekenhuis of instelling, niet terminaal en is geen sprake van ernstig disfunctioneren op persoonlijk en sociaal vlak. Op basis van de beschikbare informatie komt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
4.2.2.
In de tweede plaats kan de rechtbank zich vinden in de manier waarop de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen voor eiseres heeft vastgesteld. Daarbij zijn meer beperkingen aangenomen dan door de arts die de primaire beoordeling heeft uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aanvullend beperkingen aangenomen voor direct contact met pollen, zware beschermende middelen, knijpkracht, schroefbewegingen, reiken, tillen en dragen en nekbewegingen. Ook zijn meer beperkingen aangenomen voor frequent buigen, gebogen actief zijn, lopen en staan, gehoor, persoonlijk verhoogd risico en beroepsmatig vervoer. Daarbij heeft de verzekeringsarts op sommige punten, zoals bij knielen of hurken en boven schouderhoogte actief zijn, een toelichting gegeven. Eiseres is het niet eens met de toelichtingen die de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gegeven bij de beperkingen voor nekbewegingen, actief gebogen zijn, boven schouderhoogte actief zijn en knielen of hurken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep legt in zijn reactie op het beroepschrift van 12 december 2024 uit dat zijn toelichting medisch gezien volstaat.
4.2.3.
In de derde plaats kan de rechtbank volgen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen urenbeperking heeft aangenomen voor eiseres. De rechtbank is het eens met de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de beperking van maximaal vier uur lopen of staan niet betekent dat eiseres minder dan 8 uur kan werken. Ook vindt de rechtbank dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende aantoont dat eiseres niet voldoet aan de criteria voor een urenbeperking uit de standaard Duurbelastbaarheid. In de rapportage van 12 september 2024 legt de verzekeringsarts bezwaar en beroep namelijk uit dat eiseres geen stoornis heeft in de energiehuishouding, dat zij niet verminderd beschikbaar is en dat het niet nodig is om vanuit preventief oogpunt een urenbeperking aan te nemen. Verder stelt de rechtbank vast dat eiseres geen stukken aanvoert waaruit blijkt dat zij verminderd beschikbaar is.
Is eiseres geschikt voor de geselecteerde functies?
5. Eiseres voert aan dat de functies die de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geselecteerd haar belastbaarheid overschrijden. Dit blijkt uit haar FML. Bovendien kennen de functies die de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geselecteerd dezelfde belasting als de functie van medewerker gordijnen. Aangezien de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de functie van medewerker gordijnen heeft laten vervallen omdat eiseres daarvoor niet geschikt is, ziet eiseres niet in waarom zij dat wel is voor de andere vergelijkbare functies. Ten slotte voert eiseres aan dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep er niet vanuit mag gaan dat werkgevers rekening houden met de beperkingen van eiseres.
5.1.
Het Uwv geeft in reactie aan dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep tijdens de bezwaarprocedure voldoende heeft toegelicht waarom eiseres geschikt is voor de geselecteerde functies.
5.2
De rechtbank kan volgen dat de arbeidsdeskundige vindt dat eiseres geschikt is voor de geselecteerde functies. Hoewel sommige functies een belasting vragen waarvoor eiseres beperkt is, begrijpt de rechtbank de uitleg van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep over de manier waarop daarmee rekening is gehouden. Bovendien heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hierover overlegd met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank overweegt verder dat de geselecteerde functies niet dezelfde belastbaarheid kent als de functie van medewerker gordijnen. Voor modinette vitrage wordt namelijk in tegenstelling tot voor medewerker gordijnen niet gevraagd om tillen tot 10 kilogram. Eisers is dan ook geschikt voor de functie van modinette vitrage. De rechtbank overweegt verder dat bij de beoordeling van de geschiktheid van functies mag worden meegenomen dat een werkgever in redelijkheid voorzieningen treft. Nu eiseres niet heeft onderbouwd waarom dit in haar geval niet van een werkgever kan worden gevergd, kan de rechtbank haar standpunt niet volgen.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat Uwv terecht haar Ziektewet-uitkering heeft beëindigd. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Wambeke, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.J. Kooistra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2025.
(verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen)
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 9, sub c Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten; ECLI:NL:CRVB:2013:2703.