Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-06-12
ECLI:NL:RBMNE:2025:5008
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,804 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2730
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. E. Akdeniz),
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. S.A. Voorn).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [vestigingsplaats] , werkgever (gemachtigde: A. van Lieshout).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het Uwv heeft beslist dat eiseres per 8 april 2023 geen recht heeft op een WIA-uitkering. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het Uwv terecht geen WIA-uitkering aan eiseres heeft toegekend.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 5 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij de beslissing van 4 april 2023 gebleven om eiseres geen WIA-uitkering toe te kennen.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling
3. Bij het beoordelen van de zaak stelt de rechtbank voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, heeft de rechtbank in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is.
4. Eiseres heeft de rechtbank geen toestemming gegeven om stukken met medische gegevens te delen met haar werkgever. Om te voorkomen dat die medische gegevens langs deze weg alsnog openbaar worden, zal de rechtbank medische termen zoveel mogelijk vermijden bij de motivering van haar uitspraak.
Is het medisch onderzoek zorgvuldig?
5. Eiseres stelt dat het medisch onderzoek van de primaire verzekeringsarts niet zorgvuldig is, omdat de datum in geding twee maanden ligt na het spreekuur op 9 februari 2023. Het Uwv vindt dit niet onzorgvuldig. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft namelijk uitgelegd waarom hij geen aanwijzingen ziet voor een toename in klachten tussen de primaire hoorzitting en de datum in geding. In de tussentijd heeft eiseres geen nieuwe aandoening gekregen. Ook volgt een toename van klachten niet uit de anamnese over het ziektebeloop of uit een behandeling. Bovendien komt het ziektebeeld dat de primaire verzekeringsarts heeft beschreven in grote lijnen overeen met de constateringen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep tijdens de hoorzitting van 3 november 2023. Wel is toen vastgesteld dat eiser op een bepaald punt achteruit is gegaan, maar dit past bij een geleidelijke ontwikkeling van deze klacht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarvoor bovendien in bezwaar aanvullende beperkingen voor aangenomen.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het dossier bestudeerd, heeft eiseres gehoord en heeft haar fysiek en psychisch onderzocht. De rechtbank vindt verder dat het tijdsverloop tussen de hoorzitting op 9 februari 2023 en de datum in geding op 8 april 2023 niet maakt dat het onderzoek onzorgvuldig is. Het verloop van twee maanden is hier op zichzelf geen reden voor. Dat is anders als eiseres aantoont dat in de tussentijd zich iets heeft voorgedaan waarmee de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen rekening heeft gehouden. Maar de rechtbank ziet hiervoor geen reden in het dossier en in wat eiseres in beroep naar voren brengt geen. De rechtbank vindt het verder belangrijk dat de bevindingen van de primaire arts stroken met de observaties van de verzekeringsarts bezwaar en beroep tijdens de hoorzitting en het medisch onderzoek op 11 november 2023. En hoewel eiser op dat moment achteruit is gegaan, kan de rechtbank zich vinden in het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat deze achteruitgang niet betekent dat de klachten tussen de hoorzitting van 9 februari en de datum in geding zijn toegenomen.
Zijn de beperkingen onderschat?
6. Eiseres stelt dat zij volledig arbeidsongeschikt is. Haar fysieke en psychische klachten zijn niet voldoende meegenomen bij het vaststellen van haar beperkingen. Zij stelt meer beperkt te zijn voor onder andere persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, dynamische handelingen en statische houdingen. Zij krijgt voor haar psychische en fysieke klachten verschillende behandelingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onvoldoende rekening gehouden met de informatie van deze behandelaren. Bovendien moet haar duurbelastbaarheid worden beperkt, aangezien zij vanwege haar klachten moet recupereren.
6.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt dat eiseres nog benutbare mogelijkheden heeft. Eiseres heeft namelijk geen ernstige psychische stoornis. Ook kan eiseres voor zichzelf en voor haar kinderen zorgen en heeft ze geen blijk gegeven van een cognitieve afwijkingen. Daarnaast vindt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat haar fysieke en psychische klachten voldoende zijn vertaald naar beperkingen. Want de psychische aandoeningen die eiseres stelt te hebben passen niet bij haar klachten. Dit wordt bevestigd door de informatie van haar behandelaren. Ook vindt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat ze haar psychische klachten tot op zekere hoogte moet aangaan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt vast dat eiseres fysieke klachten heeft, waarvoor aanvullende beperkingen worden aangenomen. Over de andere fysieke klachten van eiseres stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat deze niet objectiveerbaar zijn. Het zijn namelijk klachten die door behandelingen zijn verbeterd. Ook zijn deze klachten tijdens het spreekuur bij de primaire arts niet ter sprake gekomen. Ten slotte ziet de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen reden voor een urenbeperking, want eiseres voldoet niet aan de criteria van de standaard Duurbelastbaarheid. Wel is eiseres beperkt voor ’s nachts en late avonden werken.
6.2.
De werkgever geeft aan dat de stelling van eiseres dat haar beperkingen zijn onderschat, niet wordt ondersteund door medische gegevens. Uit de beschikbare medische gegevens blijkt namelijk dat zowel haar fysieke als psychische gezondheid beter is dan zij stelt.
6.3.
De rechtbank is van oordeel dat de beperkingen van eiseres niet zijn onderschat. De rechtbank stelt daarbij voorop dat eiseres geen medische informatie heeft aangedragen waaruit het tegendeel blijkt.
6.4.
De rechtbank kan volgen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep vaststelt dat de psychische klachten van eiseres niet passen bij de symptomen van de door eiseres aangevoerde psychische aandoeningen. Dit beeld wordt bevestigd in de brief van de behandelaar van eiseres van 31 mei 2022, waarin de resultaten van haar behandeling worden besproken.
6.5.
De rechtbank kan zich dan ook vinden in dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep alleen beperkingen heeft aangenomen voor bepaalde fysieke klachten. Ook kan de rechtbank volgen waarom de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor de fysieke klachten van eiseres aanvullende beperkingen heeft aangenomen ten opzichte van de primaire beoordeling. De rechtbank kan zich verder vinden in het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat er geen medische objectiveerbare oorzaak is voor de overige fysieke klachten van eiseres. Daarbij vindt de rechtbank het ook van belang dat deze klachten volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep goed kunnen worden behandeld. Dit komt overeen met de informatie uit de brief van de behandelaar van eiseres van 24 februari 2022.
6.6.
Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen verdergaande urenbeperking hoeft aan te nemen. Voor een beperking in het aantal uren dat eiseres kan werken vereist de standaard Duurbelastbaarheid namelijk dat zij een stoornis heeft in de energiehuishouding, dat het nodig is ter preventie of dat zij verminderd beschikbaar is. De rechtbank is het met de verzekeringsarts bezwaar en beroep eens dat hier geen sprake van is.
Zijn de functies geschikt?
7. Eiseres heeft geen specifieke gronden aangevoerd tegen de arbeidsdeskundige beoordeling.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het Uwv terecht geen WIA-uitkering aan eiseres heeft toegekend. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Van Wambeke, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.J. Kooistra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2025.
(Is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen)
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2730
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. E. Akdeniz),
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. S.A. Voorn).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [vestigingsplaats] , werkgever (gemachtigde: A. van Lieshout).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het Uwv heeft beslist dat eiseres per 8 april 2023 geen recht heeft op een WIA-uitkering. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het Uwv terecht geen WIA-uitkering aan eiseres heeft toegekend.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 5 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij de beslissing van 4 april 2023 gebleven om eiseres geen WIA-uitkering toe te kennen.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling
3. Bij het beoordelen van de zaak stelt de rechtbank voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, heeft de rechtbank in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is.
4. Eiseres heeft de rechtbank geen toestemming gegeven om stukken met medische gegevens te delen met haar werkgever. Om te voorkomen dat die medische gegevens langs deze weg alsnog openbaar worden, zal de rechtbank medische termen zoveel mogelijk vermijden bij de motivering van haar uitspraak.
Is het medisch onderzoek zorgvuldig?
5. Eiseres stelt dat het medisch onderzoek van de primaire verzekeringsarts niet zorgvuldig is, omdat de datum in geding twee maanden ligt na het spreekuur op 9 februari 2023. Het Uwv vindt dit niet onzorgvuldig. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft namelijk uitgelegd waarom hij geen aanwijzingen ziet voor een toename in klachten tussen de primaire hoorzitting en de datum in geding. In de tussentijd heeft eiseres geen nieuwe aandoening gekregen. Ook volgt een toename van klachten niet uit de anamnese over het ziektebeloop of uit een behandeling. Bovendien komt het ziektebeeld dat de primaire verzekeringsarts heeft beschreven in grote lijnen overeen met de constateringen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep tijdens de hoorzitting van 3 november 2023. Wel is toen vastgesteld dat eiser op een bepaald punt achteruit is gegaan, maar dit past bij een geleidelijke ontwikkeling van deze klacht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarvoor bovendien in bezwaar aanvullende beperkingen voor aangenomen.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het dossier bestudeerd, heeft eiseres gehoord en heeft haar fysiek en psychisch onderzocht. De rechtbank vindt verder dat het tijdsverloop tussen de hoorzitting op 9 februari 2023 en de datum in geding op 8 april 2023 niet maakt dat het onderzoek onzorgvuldig is. Het verloop van twee maanden is hier op zichzelf geen reden voor. Dat is anders als eiseres aantoont dat in de tussentijd zich iets heeft voorgedaan waarmee de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen rekening heeft gehouden. Maar de rechtbank ziet hiervoor geen reden in het dossier en in wat eiseres in beroep naar voren brengt geen. De rechtbank vindt het verder belangrijk dat de bevindingen van de primaire arts stroken met de observaties van de verzekeringsarts bezwaar en beroep tijdens de hoorzitting en het medisch onderzoek op 11 november 2023. En hoewel eiser op dat moment achteruit is gegaan, kan de rechtbank zich vinden in het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat deze achteruitgang niet betekent dat de klachten tussen de hoorzitting van 9 februari en de datum in geding zijn toegenomen.
Zijn de beperkingen onderschat?
6. Eiseres stelt dat zij volledig arbeidsongeschikt is. Haar fysieke en psychische klachten zijn niet voldoende meegenomen bij het vaststellen van haar beperkingen. Zij stelt meer beperkt te zijn voor onder andere persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, dynamische handelingen en statische houdingen. Zij krijgt voor haar psychische en fysieke klachten verschillende behandelingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onvoldoende rekening gehouden met de informatie van deze behandelaren. Bovendien moet haar duurbelastbaarheid worden beperkt, aangezien zij vanwege haar klachten moet recupereren.
6.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt dat eiseres nog benutbare mogelijkheden heeft. Eiseres heeft namelijk geen ernstige psychische stoornis. Ook kan eiseres voor zichzelf en voor haar kinderen zorgen en heeft ze geen blijk gegeven van een cognitieve afwijkingen. Daarnaast vindt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat haar fysieke en psychische klachten voldoende zijn vertaald naar beperkingen. Want de psychische aandoeningen die eiseres stelt te hebben passen niet bij haar klachten. Dit wordt bevestigd door de informatie van haar behandelaren. Ook vindt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat ze haar psychische klachten tot op zekere hoogte moet aangaan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt vast dat eiseres fysieke klachten heeft, waarvoor aanvullende beperkingen worden aangenomen. Over de andere fysieke klachten van eiseres stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat deze niet objectiveerbaar zijn. Het zijn namelijk klachten die door behandelingen zijn verbeterd. Ook zijn deze klachten tijdens het spreekuur bij de primaire arts niet ter sprake gekomen. Ten slotte ziet de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen reden voor een urenbeperking, want eiseres voldoet niet aan de criteria van de standaard Duurbelastbaarheid. Wel is eiseres beperkt voor ’s nachts en late avonden werken.
6.2.
De werkgever geeft aan dat de stelling van eiseres dat haar beperkingen zijn onderschat, niet wordt ondersteund door medische gegevens. Uit de beschikbare medische gegevens blijkt namelijk dat zowel haar fysieke als psychische gezondheid beter is dan zij stelt.
6.3.
De rechtbank is van oordeel dat de beperkingen van eiseres niet zijn onderschat. De rechtbank stelt daarbij voorop dat eiseres geen medische informatie heeft aangedragen waaruit het tegendeel blijkt.
6.4.
De rechtbank kan volgen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep vaststelt dat de psychische klachten van eiseres niet passen bij de symptomen van de door eiseres aangevoerde psychische aandoeningen. Dit beeld wordt bevestigd in de brief van de behandelaar van eiseres van 31 mei 2022, waarin de resultaten van haar behandeling worden besproken.
6.5.
De rechtbank kan zich dan ook vinden in dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep alleen beperkingen heeft aangenomen voor bepaalde fysieke klachten. Ook kan de rechtbank volgen waarom de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor de fysieke klachten van eiseres aanvullende beperkingen heeft aangenomen ten opzichte van de primaire beoordeling. De rechtbank kan zich verder vinden in het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat er geen medische objectiveerbare oorzaak is voor de overige fysieke klachten van eiseres. Daarbij vindt de rechtbank het ook van belang dat deze klachten volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep goed kunnen worden behandeld. Dit komt overeen met de informatie uit de brief van de behandelaar van eiseres van 24 februari 2022.
6.6.
Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen verdergaande urenbeperking hoeft aan te nemen. Voor een beperking in het aantal uren dat eiseres kan werken vereist de standaard Duurbelastbaarheid namelijk dat zij een stoornis heeft in de energiehuishouding, dat het nodig is ter preventie of dat zij verminderd beschikbaar is. De rechtbank is het met de verzekeringsarts bezwaar en beroep eens dat hier geen sprake van is.
Zijn de functies geschikt?
7. Eiseres heeft geen specifieke gronden aangevoerd tegen de arbeidsdeskundige beoordeling.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het Uwv terecht geen WIA-uitkering aan eiseres heeft toegekend. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Van Wambeke, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.J. Kooistra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2025.
(Is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen)
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.