Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-08-14
ECLI:NL:RBMNE:2025:4796
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,994 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummers: C/16/595408 / JE RK 25-958
Datum uitspraak: 14 augustus 2025
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, hierna: de GI,
gevestigd in Utrecht,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] , hierna: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] , hierna: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] , hierna: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
, hierna: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader]
, hierna: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 20 juni 2025;
het e-mailbericht van de vader met bijlagen van 6 juli 2025;
het ouderschapsplan, ontvangen op 28 juli 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
mevrouw [A] namens de GI;
de heer [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.3.
Het verzoek over de zorg- en opvoedingstaken is gelijktijdig behandeld met het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de duur van drie maanden. In die procedure is echter apart uitspraak gedaan onder het zaaknummer C/16/597000 / JE RK 25-1145.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] , [minderjarige 1] , [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter op 21 juli 2025. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 november 2023 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld. Die maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 8 november 2025.
2.4.
De ouders hebben in het ouderschapsplan van 31 augustus 2020 de volgende zorgregeling afgesproken:
De eerste zondag van de maand zullen de kinderen, onder begeleiding [C] , bij vader thuis omgang hebben van 11.00 tot 14.00 uur. Moeder haalt en brengt de kinderen naar het huis van vader. De derde vrijdag van de maand zal een van de kinderen onder begeleiding [C] bij vader thuis een eetmoment hebben van 17.00 tot 18.30 uur. Het kind wordt door Zijn naar vader gebracht en weer naar moeder gebracht. Na dat eetmoment belt vader met de andere twee kinderen.
2.5.
De GI verzoekt de door de ouders in het ouderschapsplan vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen, in die zin dat het contact tussen de vader en de kinderen wordt stopgezet, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Beoordeling
3.1.
De kinderrechter zal het verzoek van de GI toewijzen. Dat betekent dat het contact tussen de vader en de kinderen wordt stopgezet. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
3.2.
De kinderrechter kan de hiervoor genoemde regeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dit geval is de kinderrechter van oordeel dat de omstandigheden zijn gewijzigd. De kinderen hebben namelijk al sinds 2023 niet of nauwelijks contact met de vader. Binnen de ondertoezichtstelling is op verschillende manieren geprobeerd om het contact te herstellen, bijvoorbeeld door de begeleiding van hulpverleners en door het schrijven van brieven aan elkaar. Dat is voor alle kinderen wisselend verlopen, maar daadwerkelijk contactherstel in de vorm van fysiek contact is tot op heden niet van de grond gekomen. Daarin speelt ook een rol dat [minderjarige 2] begin dit jaar zorgelijke signalen heeft gegeven aan haar hulpverlener met betrekking tot het contact met de vader. Er is ook aangifte gedaan door haar en het politieonderzoek is nog niet afgerond. De GI heeft in dat kader beoordeeld dat het op dit moment voor alle drie de kinderen niet haalbaar is om het contact met de vader op korte termijn (binnen de ondertoezichtstelling) te herstellen. De GI acht dat bovendien ook niet in hun belang, gelet op de aard van de signalen die [minderjarige 2] heeft afgegeven.
3.3.
Hoewel het politieonderzoek nog niet is afgerond, acht ook de kinderrechter contactherstel tussen de vader en de kinderen op dit moment niet passend en haalbaar. De kinderrechter weegt in die beslissing ook mee dat vooral [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op dit moment grote weerstand laten zien tegen het contact met de vader. Zij willen hem niet zien of spreken. Wel zouden zij beiden een gesprek met de vader willen voeren met een vertrouwenspersoon erbij, om hun verhaal te kunnen doen. De kinderrechter vindt het mede gelet op hun leeftijd – en nog afgezien van de zorgelijke signalen – niet passend om [minderjarige 2] en [minderjarige 1] nu te dwingen tot contact met de vader. Voor [minderjarige 3] geldt dat zij wisselend is in wat zij van contactherstel met de vader vindt. Voor haar geldt echter ook dat eerst het politieonderzoek afgewacht moet worden. Tot slot vindt de kinderrechter het in het belang van alle drie de kinderen dat zij rust en duidelijkheid ervaren rondom het (stopzetten van het) contact met de vader. Hun opvoedsituatie is namelijk al een lange tijd erg onrustig en er zijn nog veel zorgen over hun ontwikkeling. Nu er duidelijkheid komt over het contact met de vader, is er meer ruimte voor de kinderen om toe te komen aan hun eigen hulpverlening en ontwikkeling.
3.4.
De kinderrechter begrijpt dat dit een moeilijke beslissing is voor de vader. De vader wil namelijk nog steeds graag het contact tussen hem en de kinderen herstellen, zeker nu de vader behandeling heeft gehad en zijn situatie stabieler is. De vader heeft er echter ook begrip voor dat het politieonderzoek moet worden afgewacht. Maar een volledige ontzegging van zijn recht op omgang, daar is de vader het niet mee eens. De kinderrechter zal de vader het recht op omgang ook niet ontzeggen. Nog afgezien van het feit dat daar geen verzoek over voorligt, vindt de kinderrechter het voor nu voldoende om enkel te bepalen dat er geen zorgregeling geldt tussen de vader en de kinderen. Dat houdt in dat er in beginsel geen contact is tussen de vader en de kinderen, maar dat het contact wel kan worden hersteld als de situatie verandert.
3.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
4.1.
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt dat er geen zorgregeling geldt tussen de vader en de kinderen;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2025 door mr. A.G. van Doorn, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummers: C/16/595408 / JE RK 25-958
Datum uitspraak: 14 augustus 2025
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, hierna: de GI,
gevestigd in Utrecht,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] , hierna: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] , hierna: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] , hierna: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
, hierna: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader]
, hierna: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 20 juni 2025;
het e-mailbericht van de vader met bijlagen van 6 juli 2025;
het ouderschapsplan, ontvangen op 28 juli 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
mevrouw [A] namens de GI;
de heer [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.3.
Het verzoek over de zorg- en opvoedingstaken is gelijktijdig behandeld met het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de duur van drie maanden. In die procedure is echter apart uitspraak gedaan onder het zaaknummer C/16/597000 / JE RK 25-1145.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] , [minderjarige 1] , [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter op 21 juli 2025. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 november 2023 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld. Die maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 8 november 2025.
2.4.
De ouders hebben in het ouderschapsplan van 31 augustus 2020 de volgende zorgregeling afgesproken:
De eerste zondag van de maand zullen de kinderen, onder begeleiding [C] , bij vader thuis omgang hebben van 11.00 tot 14.00 uur. Moeder haalt en brengt de kinderen naar het huis van vader. De derde vrijdag van de maand zal een van de kinderen onder begeleiding [C] bij vader thuis een eetmoment hebben van 17.00 tot 18.30 uur. Het kind wordt door Zijn naar vader gebracht en weer naar moeder gebracht. Na dat eetmoment belt vader met de andere twee kinderen.
2.5.
De GI verzoekt de door de ouders in het ouderschapsplan vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen, in die zin dat het contact tussen de vader en de kinderen wordt stopgezet, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Beoordeling
3.1.
De kinderrechter zal het verzoek van de GI toewijzen. Dat betekent dat het contact tussen de vader en de kinderen wordt stopgezet. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
3.2.
De kinderrechter kan de hiervoor genoemde regeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dit geval is de kinderrechter van oordeel dat de omstandigheden zijn gewijzigd. De kinderen hebben namelijk al sinds 2023 niet of nauwelijks contact met de vader. Binnen de ondertoezichtstelling is op verschillende manieren geprobeerd om het contact te herstellen, bijvoorbeeld door de begeleiding van hulpverleners en door het schrijven van brieven aan elkaar. Dat is voor alle kinderen wisselend verlopen, maar daadwerkelijk contactherstel in de vorm van fysiek contact is tot op heden niet van de grond gekomen. Daarin speelt ook een rol dat [minderjarige 2] begin dit jaar zorgelijke signalen heeft gegeven aan haar hulpverlener met betrekking tot het contact met de vader. Er is ook aangifte gedaan door haar en het politieonderzoek is nog niet afgerond. De GI heeft in dat kader beoordeeld dat het op dit moment voor alle drie de kinderen niet haalbaar is om het contact met de vader op korte termijn (binnen de ondertoezichtstelling) te herstellen. De GI acht dat bovendien ook niet in hun belang, gelet op de aard van de signalen die [minderjarige 2] heeft afgegeven.
3.3.
Hoewel het politieonderzoek nog niet is afgerond, acht ook de kinderrechter contactherstel tussen de vader en de kinderen op dit moment niet passend en haalbaar. De kinderrechter weegt in die beslissing ook mee dat vooral [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op dit moment grote weerstand laten zien tegen het contact met de vader. Zij willen hem niet zien of spreken. Wel zouden zij beiden een gesprek met de vader willen voeren met een vertrouwenspersoon erbij, om hun verhaal te kunnen doen. De kinderrechter vindt het mede gelet op hun leeftijd – en nog afgezien van de zorgelijke signalen – niet passend om [minderjarige 2] en [minderjarige 1] nu te dwingen tot contact met de vader. Voor [minderjarige 3] geldt dat zij wisselend is in wat zij van contactherstel met de vader vindt. Voor haar geldt echter ook dat eerst het politieonderzoek afgewacht moet worden. Tot slot vindt de kinderrechter het in het belang van alle drie de kinderen dat zij rust en duidelijkheid ervaren rondom het (stopzetten van het) contact met de vader. Hun opvoedsituatie is namelijk al een lange tijd erg onrustig en er zijn nog veel zorgen over hun ontwikkeling. Nu er duidelijkheid komt over het contact met de vader, is er meer ruimte voor de kinderen om toe te komen aan hun eigen hulpverlening en ontwikkeling.
3.4.
De kinderrechter begrijpt dat dit een moeilijke beslissing is voor de vader. De vader wil namelijk nog steeds graag het contact tussen hem en de kinderen herstellen, zeker nu de vader behandeling heeft gehad en zijn situatie stabieler is. De vader heeft er echter ook begrip voor dat het politieonderzoek moet worden afgewacht. Maar een volledige ontzegging van zijn recht op omgang, daar is de vader het niet mee eens. De kinderrechter zal de vader het recht op omgang ook niet ontzeggen. Nog afgezien van het feit dat daar geen verzoek over voorligt, vindt de kinderrechter het voor nu voldoende om enkel te bepalen dat er geen zorgregeling geldt tussen de vader en de kinderen. Dat houdt in dat er in beginsel geen contact is tussen de vader en de kinderen, maar dat het contact wel kan worden hersteld als de situatie verandert.
3.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
4.1.
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt dat er geen zorgregeling geldt tussen de vader en de kinderen;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2025 door mr. A.G. van Doorn, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.