Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-12
ECLI:NL:RBMNE:2025:4721
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,930 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 23/5470, UTR 23/5473 t/m UTR 23/5475, UTR 23/5477 en UTR 23/5478
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde mr. D.J. Koopmans).
Procesverloop
1.1
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de oplegging van zes naheffingsaanslagen parkeerbelasting.
1.2
Met de uitspraken op bezwaar van 23 oktober 2023 heeft de heffingsambtenaar de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.
1.3
Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft aan eiseres op 12 april 2024 laten weten vijf van de zes naheffingsaanslagen te vernietigen. Alleen de naheffingsaanslag van 13 juli 2023 heeft de heffingsambtenaar gehandhaafd (UTR 23/5470). Op het verzoek van de heffingsambtenaar in de brief van 12 april 2024 om haar beroepen ten aanzien van de vernietigde naheffingsaanslagen in te trekken en op de brief van 17 april 2024 van de rechtbank heeft eiseres niet gereageerd. Daarop heeft de heffingsambtenaar op 21 augustus 2024 een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 7 mei 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiseres is niet verschenen (zonder bericht van verhindering)
Overwegingen
Procesbelang ten aanzien van de beroepen (uiteindelijk) gericht tegen de vijf vernietigde naheffingsaanslagen (UTR 23/5473 t/m UTR 23/5475, UTR 23/5477 en UTR 23/5478)
2. Procesbelang ontbreekt als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift wil bereiken, niet daadwerkelijk kan bereikt. Een belanghebbende heeft dus geen belang als de procedure haar niet in een betere positie kan brengen. Als het procesbelang ontbreekt, dan volgt in bestuursrechtelijke procedures niet-ontvankelijkheid.
3. Eiseres is in beroep gegaan tegen zes uitspraken op bezwaar die betrekking hebben op zes naheffingsaanslagen. De heffingsambtenaar heeft gedurende de beroepsprocedure vijf van de zes naheffingsaanslagen vernietigt. Alleen de naheffingsaanslag van 13 juli 2023 (UTR 23/5470) heeft de heffingsambtenaar gehandhaafd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de beroepen, (uiteindelijk) gericht tegen de vijf vernietigde naheffingsaanslagen niet-ontvankelijk zijn vanwege het ontbreken van procesbelang. Eiseres kan namelijk niet meer bereiken dat wat zij heeft bereikt.
4. De rechtbank zal nu het inhoudelijke beroep ten aanzien van de naheffingsaanslag van 13 juli 2023 beoordelen (UTR 23/5470).
Beoordeling
5. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de gronden die eiseres heeft aangevoerd.
6. Op 13 juli 2023 om 18:52 uur heeft een scanauto vastgesteld dat het voertuig met kenteken [kenteken] geparkeerd stond in de Goedestraat in Utrecht. Omdat er voor het parkeren geen parkeerbelasting is betaald, heeft de heffingsambtenaar aan eiseres een naheffingsaanslag opgelegd van € 78,33.
7. Eiseres voert aan dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat zij op 5 mei 2023 een verzoek tot automatische incasso voor de kosten van de parkeervergunning heeft ingediend. Zij stelt hiervan een bevestiging ontvangen te hebben waarin stond dat het verzoek voor automatische incasso binnen vijf werkdagen verwerkt zou worden. Daarna heeft eiseres niets meer gehoord tot de naheffingsaanslagen parkeerheffing binnen stroomden. Eiseres voert aan dat de spelregels, zoals opgenoemd op de website [website] door de heffingsambtenaar zelf niet gevolgd zijn. Zij heeft geen brieven ontvangen over de niet betaalde vergunning.
8. De heffingsambtenaar geeft aan dat eiseres in de bezwaarfase onder andere heeft gesteld: “Ik begrijp dat ik een boete moet betalen voor het niet op tijd betalen van deze vergunning, omdat dit natuurlijk super slordig van mij is geweest, alleen 8 boetes van rond de 80 euro vind ik erg overdreven en ik hoop dat dit verminderd kan worden”. Daarop is de heffingsambtenaar met de brief van 12 april 2024 eiseres tegemoet gekomen door vijf van de zes naheffingsaanslagen alsnog te vernietigen. In beroep heeft eiseres zich op het standpunt gesteld dat alle naheffingsaanslagen vernietigd moeten worden. De heffingsambtenaar verwijst naar de uitspraak op bezwaar waarin hij ook is ingegaan op de grond van eiseres ten aanzien van de automatische incasso. Daarnaast geeft de heffingsambtenaar aan dat hij op 30 juni 2023 aan eiseres een brief heeft verzonden om haar op de hoogte te stellen dat er nog geen (volledige) betaling was ontvangen voor haar vergunning. In deze brief staat ook dat de betaling uiterlijk 11 juli 2023 bijgeschreven moet zijn om te voorkomen dat de vergunning wordt ingetrokken. Met de brief van 13 juli 2023 is de vergunning, omdat er niet betaald was, ingetrokken. Hiertegen had eiseres bezwaar kunnen maken. Uit de brieven blijkt dat eiseres erop geattendeerd is dat er geen betaling is ontvangen. Het lag dan ook op de weg van eiseres om hierop op tijd actie te ondernemen. De heffingsambtenaar voegt hier nog aan toe dat er geen gegevens van het verzoek tot automatische incasso te achterhalen zijn en dat het, als er een automatische incasso wordt afgegeven, men zich ervan dient te vergewissen of daadwerkelijk een automatische incasso plaatsvindt voorafgaand aan het nieuwe kwartaal. De rechtbank kan de heffingsambtenaar hierin volgen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
9. Het beroep met zaaknummer UTR 23/5470 is ongegrond. Dit betekent dat de naheffingsaanslag van 13 juli 2023 gehandhaafd blijft. De beroepen met zaaknummers UTR 23/5473 t/m UTR 23/5475, UTR 23/5477 en UTR 23/5478 zijn niet-ontvankelijk. Dit betekent ook dat eiseres het betaalde griffierecht niet terug krijgt.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep met zaaknummer UTR 23/5470 ongegrond;
- verklaart de beroepen met zaaknummers UTR 23/5473 t/m UTR 23/5475, UTR 23/5477 en UTR 23/5478 niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 23/5470, UTR 23/5473 t/m UTR 23/5475, UTR 23/5477 en UTR 23/5478
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde mr. D.J. Koopmans).
Procesverloop
1.1
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de oplegging van zes naheffingsaanslagen parkeerbelasting.
1.2
Met de uitspraken op bezwaar van 23 oktober 2023 heeft de heffingsambtenaar de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.
1.3
Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft aan eiseres op 12 april 2024 laten weten vijf van de zes naheffingsaanslagen te vernietigen. Alleen de naheffingsaanslag van 13 juli 2023 heeft de heffingsambtenaar gehandhaafd (UTR 23/5470). Op het verzoek van de heffingsambtenaar in de brief van 12 april 2024 om haar beroepen ten aanzien van de vernietigde naheffingsaanslagen in te trekken en op de brief van 17 april 2024 van de rechtbank heeft eiseres niet gereageerd. Daarop heeft de heffingsambtenaar op 21 augustus 2024 een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 7 mei 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiseres is niet verschenen (zonder bericht van verhindering)
Overwegingen
Procesbelang ten aanzien van de beroepen (uiteindelijk) gericht tegen de vijf vernietigde naheffingsaanslagen (UTR 23/5473 t/m UTR 23/5475, UTR 23/5477 en UTR 23/5478)
2. Procesbelang ontbreekt als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift wil bereiken, niet daadwerkelijk kan bereikt. Een belanghebbende heeft dus geen belang als de procedure haar niet in een betere positie kan brengen. Als het procesbelang ontbreekt, dan volgt in bestuursrechtelijke procedures niet-ontvankelijkheid.
3. Eiseres is in beroep gegaan tegen zes uitspraken op bezwaar die betrekking hebben op zes naheffingsaanslagen. De heffingsambtenaar heeft gedurende de beroepsprocedure vijf van de zes naheffingsaanslagen vernietigt. Alleen de naheffingsaanslag van 13 juli 2023 (UTR 23/5470) heeft de heffingsambtenaar gehandhaafd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de beroepen, (uiteindelijk) gericht tegen de vijf vernietigde naheffingsaanslagen niet-ontvankelijk zijn vanwege het ontbreken van procesbelang. Eiseres kan namelijk niet meer bereiken dat wat zij heeft bereikt.
4. De rechtbank zal nu het inhoudelijke beroep ten aanzien van de naheffingsaanslag van 13 juli 2023 beoordelen (UTR 23/5470).
Beoordeling
5. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de gronden die eiseres heeft aangevoerd.
6. Op 13 juli 2023 om 18:52 uur heeft een scanauto vastgesteld dat het voertuig met kenteken [kenteken] geparkeerd stond in de Goedestraat in Utrecht. Omdat er voor het parkeren geen parkeerbelasting is betaald, heeft de heffingsambtenaar aan eiseres een naheffingsaanslag opgelegd van € 78,33.
7. Eiseres voert aan dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat zij op 5 mei 2023 een verzoek tot automatische incasso voor de kosten van de parkeervergunning heeft ingediend. Zij stelt hiervan een bevestiging ontvangen te hebben waarin stond dat het verzoek voor automatische incasso binnen vijf werkdagen verwerkt zou worden. Daarna heeft eiseres niets meer gehoord tot de naheffingsaanslagen parkeerheffing binnen stroomden. Eiseres voert aan dat de spelregels, zoals opgenoemd op de website [website] door de heffingsambtenaar zelf niet gevolgd zijn. Zij heeft geen brieven ontvangen over de niet betaalde vergunning.
8. De heffingsambtenaar geeft aan dat eiseres in de bezwaarfase onder andere heeft gesteld: “Ik begrijp dat ik een boete moet betalen voor het niet op tijd betalen van deze vergunning, omdat dit natuurlijk super slordig van mij is geweest, alleen 8 boetes van rond de 80 euro vind ik erg overdreven en ik hoop dat dit verminderd kan worden”. Daarop is de heffingsambtenaar met de brief van 12 april 2024 eiseres tegemoet gekomen door vijf van de zes naheffingsaanslagen alsnog te vernietigen. In beroep heeft eiseres zich op het standpunt gesteld dat alle naheffingsaanslagen vernietigd moeten worden. De heffingsambtenaar verwijst naar de uitspraak op bezwaar waarin hij ook is ingegaan op de grond van eiseres ten aanzien van de automatische incasso. Daarnaast geeft de heffingsambtenaar aan dat hij op 30 juni 2023 aan eiseres een brief heeft verzonden om haar op de hoogte te stellen dat er nog geen (volledige) betaling was ontvangen voor haar vergunning. In deze brief staat ook dat de betaling uiterlijk 11 juli 2023 bijgeschreven moet zijn om te voorkomen dat de vergunning wordt ingetrokken. Met de brief van 13 juli 2023 is de vergunning, omdat er niet betaald was, ingetrokken. Hiertegen had eiseres bezwaar kunnen maken. Uit de brieven blijkt dat eiseres erop geattendeerd is dat er geen betaling is ontvangen. Het lag dan ook op de weg van eiseres om hierop op tijd actie te ondernemen. De heffingsambtenaar voegt hier nog aan toe dat er geen gegevens van het verzoek tot automatische incasso te achterhalen zijn en dat het, als er een automatische incasso wordt afgegeven, men zich ervan dient te vergewissen of daadwerkelijk een automatische incasso plaatsvindt voorafgaand aan het nieuwe kwartaal. De rechtbank kan de heffingsambtenaar hierin volgen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
9. Het beroep met zaaknummer UTR 23/5470 is ongegrond. Dit betekent dat de naheffingsaanslag van 13 juli 2023 gehandhaafd blijft. De beroepen met zaaknummers UTR 23/5473 t/m UTR 23/5475, UTR 23/5477 en UTR 23/5478 zijn niet-ontvankelijk. Dit betekent ook dat eiseres het betaalde griffierecht niet terug krijgt.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep met zaaknummer UTR 23/5470 ongegrond;
- verklaart de beroepen met zaaknummers UTR 23/5473 t/m UTR 23/5475, UTR 23/5477 en UTR 23/5478 niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.