Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-14
ECLI:NL:RBMNE:2025:468
Bestuursrecht
Wraking
1,336 tokens
Dictum
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 588033 / HA RK 25-10
Dictum
op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker).
Procesverloop
1.1.
Verzoeker heeft op 30 januari 2025 mr. J. Wolbrink gewraakt. Mr. Wolbrink (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer UTR 24/5171 (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
Het wrakingsverzoek is niet op een zitting behandeld omdat het verzoek niet-ontvankelijk is. De wrakingskamer legt dit hierna uit.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
Beoordeling
2.1.
Op grond van artikel 1 lid 5 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden, waarop het verzoek berust, aan de verzoeker bekend zijn geworden.
2.2.
Uit het wrakingsverzoek van verzoeker blijkt dat dit betrekking heeft op uitspraken en/of gedragingen van de rechter tijdens de zitting in de hoofdzaak. Die zitting was op 20 december 2024. Verzoeker was dus op 20 december 2024 al bekend met de feiten en omstandigheden die hij aan het wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd. Verzoeker heeft pas ruim een maand later het wrakingsverzoek ingediend en dat is te laat. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk.
Dictum
De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met het zaaknummer UTR 24/5171 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. L.C. Michon en mr. M.M. Janssen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. S. Bazaz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Dictum
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 588033 / HA RK 25-10
Dictum
op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker).
Procesverloop
1.1.
Verzoeker heeft op 30 januari 2025 mr. J. Wolbrink gewraakt. Mr. Wolbrink (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer UTR 24/5171 (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
Het wrakingsverzoek is niet op een zitting behandeld omdat het verzoek niet-ontvankelijk is. De wrakingskamer legt dit hierna uit.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
Beoordeling
2.1.
Op grond van artikel 1 lid 5 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden, waarop het verzoek berust, aan de verzoeker bekend zijn geworden.
2.2.
Uit het wrakingsverzoek van verzoeker blijkt dat dit betrekking heeft op uitspraken en/of gedragingen van de rechter tijdens de zitting in de hoofdzaak. Die zitting was op 20 december 2024. Verzoeker was dus op 20 december 2024 al bekend met de feiten en omstandigheden die hij aan het wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd. Verzoeker heeft pas ruim een maand later het wrakingsverzoek ingediend en dat is te laat. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk.
Dictum
De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met het zaaknummer UTR 24/5171 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. L.C. Michon en mr. M.M. Janssen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. S. Bazaz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.