Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-20
ECLI:NL:RBMNE:2025:4445
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,077 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
, geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,op dit moment verblijvende te [locatie] te [plaats] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 april 2017, waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan - kort gezegd - seksuele verleiding van twee minderjarige meisjes en een poging daartoe;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 10 mei 2017;
het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 september 2019, waarbij, onder meer, de omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging is bevolen;
Dictum
de vordering van de officier van justitie van 4 april 2025, tot verlenging van de tbs met twee jaar;
het verlengingsadvies van [locatie] Dr. [A] [kliniek] (hierna: de [kliniek] ) van 5 maart 2025, opgemaakt door [B] (verpleegkundig specialist GGZ, regiebehandelaar), [C] (behandelend psychiater) en [D] , MSc (GZpsycholoog, zorginhoudelijk manager en plv hoofd van de instelling), om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar;
het Pro Justitia-rapport van 24 februari 2025, opgemaakt door M.M. Sprock, psychiater;
het Pro Justitia-rapport van 6 maart 2025, opgemaakt door B. van Giessen, psycholoog;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 23 januari 2023 tot en met 1 april 2025.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 6 mei 2025 op de terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.J. Lieftink, advocaat te Amsterdam;
- de aan de [kliniek] verbonden deskundige, [B] ;
- de aan de [locatie] verbonden deskundige, [E] .
3Het standpunt van de [kliniek]
Het standpunt van de [kliniek] blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de [kliniek] toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
De [kliniek] adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen
De onafhankelijk psychiater en psycholoog concluderen dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Zij schatten het recidiverisico bij beëindiging van de tbs in als matig-hoog.
De deskundigen adviseren de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
5Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde op de zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd.
6Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ervoor gepleit de maatregel met een jaar te verlengen omdat er op dit moment onduidelijkheid bestaat over de behandelinhoud: er is nog geen incidentanalyse uitgevoerd en onduidelijk is wanneer betrokkene zijn resocialisatietraject zal kunnen voortzetten door middel van het praktiseren van begeleid verlof.. Hierbij is van belang dat de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: RSJ) op korte termijn uitspraak zal doen over de rechtmatigheid van de overplaatsing van betrokkene van de [kliniek] naar de [locatie] . Als betrokkene niet teruggaat naar de [kliniek] zal door de verdediging worden verzocht om een zorgconferentie. Er is sprake van stagnatie en een impasse in het behandeltraject. De raadsman heeft in het kader het standpunt over de verlengingsduur ook nog gewezen op het proportionaliteitsvereiste.
Beoordeling
Maximering
Betrokkene is bij arrest van 26 april 2017 veroordeeld voor verleiding van twee minderjarige meisjes tot ontuchtige handelingen en een poging daartoe. De tbs is niet gemaximeerd, nu – hoewel niet uitdrukkelijk overwogen in het veroordelend arrest – uit dit arrest duidelijk blijkt dat sprake was van misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Omdat de tbs ongemaximeerd is opgelegd kan die worden verlengd als aan de voorwaarden is voldaan.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapporten blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken. De psycholoog overweegt in aanvulling hierop dat de persoonlijkheidsstoornis ook histrionische kenmerken heeft en dat daarnaast mogelijk ook sprake is van een parafiele stoornis (hebefilie). De kliniek overweegt dat een parafiele stoornis niet kan worden uitgesloten, maar dat het volledig voortkomen van het delictgedrag uit de aanwezige persoonlijkheidsstoornis ook niet kan worden uitgesloten.
Het recidivegevaar wordt, bij beëindiging van de maatregel, door de kliniek ingeschat als hoog en door de deskundigen als matig-hoog.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapporten te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
Gelet op het verlengingsadvies, de adviezen van de onafhankelijk deskundigen en wat op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs vereist. Aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit wordt voldaan. De rechtbank overweegt als volgt.
In het verlengingsrapport staat dat bij betrokkene sprake is van een kwetsbaar zelfbeeld in combinatie met een verhoogde krenkbaarheid en een angst voor verlating. Betrokkene heeft een sterke behoefte aan regie, controle, macht en erkenning/bewondering. Er is sprake van beperkingen in de seksuele zelfregulatie. Betrokkene kan op egoïstische, opportunistische en manipulatieve wijze over de grenzen van anderen gaan, zolang het leidt tot bevredigen van zijn eigen behoeftes. Eerdere behandelpogingen zijn moeizaam verlopen. Betrokkene kan zich maar moeilijk conformeren aan opgelegde regels en voorwaarden, is herhaaldelijk onbetrouwbaar gebleken en voelt zich snel onheus bejegend. Dergelijke gevoelens vertalen zich bij betrokkene al snel in externaliserend gedrag en het bestrijden van en ageren tegen dit vermeende onrecht. Hierdoor komt de samenwerking en begeleidbaarheid snel onder druk te staan.
Betrokkene verbleef sinds februari 2023 op de uitstroom- resocialisatieafdeling Helperdiep 5 van de [kliniek] . Hier zijn de onbegeleide verloven opgestart en sinds april 2023 werkte betrokkene ook buiten de kliniek. Bij een controle van de telefoon van betrokkene in mei 2023 is aan het licht gekomen dat betrokkene via snapchat veelvuldig contact heeft gezocht met, volgens de kliniek, minderjarige meisjes. De kliniek vindt deze berichten zorgwekkend omdat de inhoud daarvan gelijkenissen vertoont met de berichten die betrokkene verstuurde in aanloop naar de indexdelicten. Omdat betrokkene niet transparant is geweest over zijn gedrag en belevingswereld en ook na het voorval geen opening van zaken heeft gegeven is een behandelimpasse ontstaan. Hierdoor lukte het niet om in de [kliniek] met betrokkene een incidentenanalyse op te stellen. De kliniek heeft overwogen een plaatsing op de longstay aan te vragen maar heeft uiteindelijk verzocht om overplaatsing van betrokkene naar een andere kliniek. Betrokkene is in januari 2025 overgeplaatst naar de [locatie] te [plaats] .
Betrokkene heeft op de zitting verteld dat hij terug wil naar de [kliniek] om zijn behandeling daar voort te zetten. Betrokkene is het oneens met de conclusies die de [kliniek] heeft getrokken en hij zit in de [locatie] te ver weg van zijn familie. Betrokkene heeft de rechtmatigheid van de overplaatsing naar de [locatie] daarom ter beoordeling voorgelegd aan de RSJ. Het oordeel van de RSJ wordt op korte termijn verwacht. De deskundige van de [kliniek] heeft op de zitting aangegeven dat sprake is van een vertrouwensbreuk en dat moeilijk voorstelbaar is dat betrokkene terugkeert naar de [kliniek] om zijn traject voort te zetten.
De rechtbank overweegt dat uit het voorgaande de verwachting kan worden ontleend dat de behandeling van betrokkene nog langer dan een jaar zal duren. Betrokkene staat - daargelaten de vraag waar dit moet gaan plaatsvinden - op dit moment aan het begin van een nieuwe behandelpoging. Verlenging van de tbs met twee jaar ligt dan voor de hand. Toch ziet de rechtbank in het verloop van het resocialisatietraject en de onzekerheid over de te nemen vervolgstappen aanleiding de tbs met een jaar te verlengen. De rechtbank overweegt daarover als volgt.
Sinds het voorval met de telefoon in mei 2023 - inmiddels twee jaar geleden - verloopt de behandeling van betrokkene moeizaam. Hoewel van volledige stagnatie van de behandeling van betrokkene op dit moment nog geen sprake lijkt - betrokkene werkt voorzichtig mee aan wat hem wordt aangeboden in de [locatie] - schat de rechtbank in dat er een impasse kan ontstaan nadat de RSJ heeft geoordeeld over de overplaatsing, ongeacht de uitkomst daarvan. Als de RSJ oordeelt dat betrokkene terug moet naar de [kliniek] dan moet men daar opnieuw met hem aan de slag terwijl, zo blijkt uit het verlengingsadvies en de toelichting op zitting, er sprake is van een vertrouwensbreuk. Als geoordeeld wordt dat betrokkene in de [locatie] moet blijven, zal betrokkene zich mogelijk daartegen verzetten en verzoeken om een zorgconferentie.
Uit de Pro Justitia-rapporten komt duidelijk naar voren dat het in het belang is van betrokkenes resocialisatietraject dat het begeleide verlof op zo kort mogelijke termijn wordt hervat, mits betrokkene zich betrouwbaar kan opstellen. De deskundige van de [locatie] heeft op zitting toegelicht dat een incidentanalyse van het voorval bij de [kliniek] moet worden opgemaakt, waarvoor een wachtlijst is. Het terugvalpreventieplan moet worden geactualiseerd en er moet meer duidelijkheid komen over de vraag of sprake is van een parafiele stoornis.
Vanwege het belang van de voortgang van het resocialisatietraject en het behoud van perspectief voor betrokkene, afgezet tegen de onzekerheden die er al enige tijd zijn over de concrete invulling van het behandeltraject, vindt de rechtbank het wenselijk dat op kortere termijn kan worden bezien hoe het traject van betrokkene zal worden ingevuld. Zij ziet daarom reden de maatregel te verlengen met een jaar.
Aan deze verlenging met één jaar mag betrokkene niet de verwachting ontlenen dat na afloop van dit jaar de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zal worden beëindigd of dat de tbs opnieuw slechts met één jaar zal worden verlengd.
Dictum
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met een jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mrs. L.C. Michon en E. Post, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2025.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.