Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-22
ECLI:NL:RBMNE:2025:4437
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,126 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,verblijvende te [kliniek] te [plaats] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft onder meer acht geslagen op de volgende dossierstukken:
het vonnis van deze rechtbank van 29 mei 2020 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden omdat zij zich heeft schuldig gemaakt aan meerdere brandstichtingen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 29 mei 2020;
Dictum
de vordering van de officier van justitie van 25 maart 2025, tot verlenging van de tbs met verpleging met een jaar;
het verlengingsadvies van [kliniek] (hierna: de kliniek) van 4 maart 2025, opgemaakt door [A] (directeur behandeling en hoofd van de kliniek), [B] (GZ-psycholoog) en [C] (psychiater), om de tbs met verpleging te verlengen met een jaar;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene, over de periode juni 2024 tot en met januari 2025.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 22 april 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. M.M. Rademaker;
- de betrokkene, bijgestaan door haar raadsman mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, [B] .
3Het standpunt van de kliniek
Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de kliniek toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
De kliniek adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met een jaar.
4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met een jaar gehandhaafd.
5Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 29 mei 2020 veroordeeld voor meerdere
brandstichtingen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was.
De rechtbank heeft bij beslissing van 21 december 2022 bevolen dat betrokkene alsnog van
overheidswege verpleegd dient te worden vanwege het overtreden van een aantal
voorwaarden. De rechtbank heeft daarbij de tbs met voorwaarden omgezet in een (gemaximeerde) tbs met verpleging van overheidswege.
Gelet op de sinds de omzetting verstreken termijn, is verlenging van de tbs maatregel op dit moment nog mogelijk.
Stoornis en/ of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten:
- een posttraumatische stressstoornis;- een autismespectrumstoornis;- een stoornis in cannabisgebruik, ernstig, in langdurige remissie in gecontroleerde omgeving;- een ongespecificeerde voedings- of eetstoornis;- een depressieve stoornis, recidiverend, ernstig, in gedeeltelijke remissie;- een conversiestoornis, met aanvallen of convulsies.
Recidivegevaar
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies te twijfelen en neemt dit over.
Verlenging
De rechtbank is, gelet op het advies van de kliniek en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de tbs vereist. De rechtbank is van oordeel dat daarbij wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
In het afgelopen jaar is de stabilisatie voortgezet en heeft betrokkene stappen gemaakt in het behandeltraject. Betrokkene heeft begeleid verlof en is onlangs ook gestart met onbegeleid verlof. Dat verloopt naar wens.
Betrokkene heeft een specifieke zorgbehoefte en in de komende tijd zal worden gezocht naar een geschikte vervolgplek voor begeleid wonen. De voorkeur gaat uit naar een plek waar zij ook zal kunnen verblijven als de tbs van rechtswege eindigt, zodat de zorg kan worden voortgezet. Gezien de complexiteit van de psychiatrische problematiek is het te verwachten dat de behandeling na het einde van de huidige maatregel zal moeten worden voortgezet in een vrijwillig of Wvggz kader.
De kliniek merkt hierbij op dat het, gelet op eerdere ervaringen met betrokkene, van belang is dat er in de laatste fase van de gemaximeerde tbs in het bijzonder aandacht voor is dat de overgang naar een omgeving waar meer zelfstandigheid wordt gevraagd en minder emotionele holding is, extra risico met zich brengt en dat een zorgvuldige overdracht cruciaal is voor betrokkene.
De rechtbank zal daarom de maatregel met een jaar verlengen.
Dictum
De rechtbank:
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met een jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mrs. S.M. van Lieshout en C.E. Schalk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2025.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,verblijvende te [kliniek] te [plaats] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft onder meer acht geslagen op de volgende dossierstukken:
het vonnis van deze rechtbank van 29 mei 2020 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden omdat zij zich heeft schuldig gemaakt aan meerdere brandstichtingen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 29 mei 2020;
Dictum
de vordering van de officier van justitie van 25 maart 2025, tot verlenging van de tbs met verpleging met een jaar;
het verlengingsadvies van [kliniek] (hierna: de kliniek) van 4 maart 2025, opgemaakt door [A] (directeur behandeling en hoofd van de kliniek), [B] (GZ-psycholoog) en [C] (psychiater), om de tbs met verpleging te verlengen met een jaar;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene, over de periode juni 2024 tot en met januari 2025.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 22 april 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. M.M. Rademaker;
- de betrokkene, bijgestaan door haar raadsman mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, [B] .
3Het standpunt van de kliniek
Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de kliniek toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
De kliniek adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met een jaar.
4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met een jaar gehandhaafd.
5Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 29 mei 2020 veroordeeld voor meerdere
brandstichtingen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was.
De rechtbank heeft bij beslissing van 21 december 2022 bevolen dat betrokkene alsnog van
overheidswege verpleegd dient te worden vanwege het overtreden van een aantal
voorwaarden. De rechtbank heeft daarbij de tbs met voorwaarden omgezet in een (gemaximeerde) tbs met verpleging van overheidswege.
Gelet op de sinds de omzetting verstreken termijn, is verlenging van de tbs maatregel op dit moment nog mogelijk.
Stoornis en/ of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten:
- een posttraumatische stressstoornis;- een autismespectrumstoornis;- een stoornis in cannabisgebruik, ernstig, in langdurige remissie in gecontroleerde omgeving;- een ongespecificeerde voedings- of eetstoornis;- een depressieve stoornis, recidiverend, ernstig, in gedeeltelijke remissie;- een conversiestoornis, met aanvallen of convulsies.
Recidivegevaar
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies te twijfelen en neemt dit over.
Verlenging
De rechtbank is, gelet op het advies van de kliniek en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de tbs vereist. De rechtbank is van oordeel dat daarbij wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
In het afgelopen jaar is de stabilisatie voortgezet en heeft betrokkene stappen gemaakt in het behandeltraject. Betrokkene heeft begeleid verlof en is onlangs ook gestart met onbegeleid verlof. Dat verloopt naar wens.
Betrokkene heeft een specifieke zorgbehoefte en in de komende tijd zal worden gezocht naar een geschikte vervolgplek voor begeleid wonen. De voorkeur gaat uit naar een plek waar zij ook zal kunnen verblijven als de tbs van rechtswege eindigt, zodat de zorg kan worden voortgezet. Gezien de complexiteit van de psychiatrische problematiek is het te verwachten dat de behandeling na het einde van de huidige maatregel zal moeten worden voortgezet in een vrijwillig of Wvggz kader.
De kliniek merkt hierbij op dat het, gelet op eerdere ervaringen met betrokkene, van belang is dat er in de laatste fase van de gemaximeerde tbs in het bijzonder aandacht voor is dat de overgang naar een omgeving waar meer zelfstandigheid wordt gevraagd en minder emotionele holding is, extra risico met zich brengt en dat een zorgvuldige overdracht cruciaal is voor betrokkene.
De rechtbank zal daarom de maatregel met een jaar verlengen.
Dictum
De rechtbank:
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met een jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mrs. S.M. van Lieshout en C.E. Schalk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2025.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.