Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-29
ECLI:NL:RBMNE:2025:4434
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,490 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,verblijvende te [kliniek] - [instelling] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het arrest het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 maart 2023 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 25 april 2023;
de vordering van de officier van justitie van 25 februari 2025, die strekt tot verlenging van de tbs met twee jaar;
het verlengingsadvies van [kliniek] – [instelling] (hierna: de kliniek) van 24 februari 2025, opgemaakt door [A] (directeur bedrijfsvoering tbs en plaatsvervangend hoofd van de instelling), drs. [B] (klinisch psycholoog - psychotherapeut en coördinerend regiebehandelaar) en drs. [C] (psychiater en teammanager patiëntenzorg), inhoudend het advies om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar;
het Pro Justitia-rapport van 14 april 2022, opgemaakt door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog;
het Pro Justitia-rapport van 19 april 2022, opgemaakt door J.C. Laheij, psychiater;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 4e kwartaal 2023 tot en met 4e kwartaal 2024.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 15 april 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. F.E. Leeman;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, drs. [B] .
3Het standpunt van de kliniek
Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de kliniek toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
Het advies luidt de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen
De psycholoog en psychiater concluderen in hun rapportages van respectievelijk 14 april 2022 en 19 april 2022, voor zover hier relevant, dat er bij betrokkene sprake is van stoornissen.
Volgens de deskundigen kan geen risicotaxatie toegespitst op de pathologie worden opgesteld omdat er vraagtekens zijn over het functioneren van betrokkene ten tijde van het ten laste gelegde, of hij wel of niet onder invloed verkeerde en, zo ja, van welke middelen, of hij al dan niet psychotisch was of vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek (re)ageerde. Bovendien ontbreekt een delictscenario.
Omdat er geen zicht is op welke stoornis(sen) of factoren ten tijde van hetten laste gelegde relevant zijn geweest en er niets over een mogelijk doorwerking kan worden aangegeven, is niet bekend welke problematiek behandeld dient te worden om het recidiverisico te verlagen. Daarbij wordt aangegeven dat sprake is van complexe psychiatrische problematiek en het functioneren van betrokkene de laatste anderhalf jaar op zijn minst zorgelijk was en betrokkene zelf aangeeft een hulpvraag te hebben voor behandeling, hoewel onzeker is of betrokkene daadwerkelijk open staat voor een behandelaanbod op indicatie en ook niet bekend of dit het recidive risico zal kunnen verlagen.
De deskundigen hebben zich in 2022 onthouden van interventie advies en van een advies ten aanzien van het strafrechtelijk kader/forensisch kader van behandeling.
5Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd.
6Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair gepleit voor aanhouding van de behandeling om betrokkene te laten onderzoeken door het NIFP. Er bestaat immers onvoldoende duidelijkheid over de diagnostiek, de risicotaxatie en het risicomanagement. Betrokkene zal volledig meewerken aan het onderzoek.
Subsidiair is gepleit voor verlenging van de maatregel met een jaar om een vinger aan de pols te houden. In de afgelopen tijd is het behandeltraject bij de Kijvelanden niet goed op gang gekomen. Volgens betrokkene gaat de kliniek onvoldoende zorgvuldig te werk, houdt de kliniek zich niet aan de beleidskaders en richtlijnen en worden aannames over zijn gedrag gedaan die niet kloppen en een verkeerd beeld van hem schetsen. Op 10 maart jl. is er een gesprek over de stagnatie van het traject geweest tussen betrokkene, de coördinerend regiebehandelaar en de raadsvrouw. Tijdens het gesprek zijn afspraken gemaakt om de samenwerking te bevorderen. Betrokkene zal zich daarvoor inzetten.
Bij verlenging van de maatregel met een jaar zal de rechtbank kunnen beoordelen of de impasse in de behandeling inderdaad wordt doorbroken, of de gemaakte afspraken over het toepassen van dossieronderzoek en het correctierecht worden nagekomen en of er een delictanalyse wordt opgesteld. Door het opstellen van een delictanalyse zal er meer duidelijkheid komen over het risicomanagement en of er ruimte is voor verlof en mogelijk het opleggen van een mindere maatregel. Bovendien zal bij verlenging van de maatregel met een jaar het NIFP automatisch worden ingeschakeld in het kader van de 4-jaarsonderzoeken.
Beoordeling
Maximering
Betrokkene is bij arrest van 30 maart 2023 veroordeeld voor opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.
Het Hof heeft daarbij overwogen dat de opgelegde tbs niet is gemaximeerd. Omdat de tbs niet is gemaximeerd kan die worden verlengd als aan de voorwaarden wordt voldaan.
Stoornissen
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornissen bij betrokkene, te weten onder meer:
- een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische, antisociale en borderline trekken;- een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis;- een stoornis in cannabisgebruik: matig, in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de schizofreniestoornis inmiddels in remissie is, zoals de coördinerend regiebehandelaar van de kliniek op 10 maart 2025 heeft bevestigd.
Dat neemt niet weg dat nog sprake is van stoornissen, zodat aan deze voorwaarde voor verlenging van de tbs wordt voldaan.
Recidivegevaar
De rechtbank volgt de risicoinschatting van de kliniek, zoals opgenomen in het verlengingsadvies. Het risico op gewelddadig recidive in zorg wordt ingeschat als matig. Zijn probleeminzicht is beperkt. Betrokkene werkt over het algemeen niet mee aan zijn traject en er is beperkt overeenstemming over zijn risicofactoren en behandeldoelen. Uit zorg is het risico op gewelddadig recidive hoog. Er is geen overeenstemming over afspraken betreffende delictpreventie. Betrokkene is vooralsnog onvoldoende in staat gebleken
om zijn gedrag op de lange termijn aan te passen. Bij oplopende spanning zal betrokkene mogelijk terugvallen in middelengebruik, waarbij het risico op gewelddadig recidive toeneemt.
Verlenging
De rechtbank is, gelet op het verlengingsadvies, de toelichting door de deskundige en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de tbs vereist. Zij is van oordeel dat daarbij wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Het opleggen van de tbs heeft als doel dat de stoornissen van betrokkene die gevaar met zich brengen, worden behandeld, dat er inzicht komt in de factoren die bijdragen aan het risico en dat het recidiverisico wordt teruggebracht tot een terugkeer in de samenleving als veilig en verantwoord wordt ingeschat.
De rechtbank overweegt over de achtergrond van en het verloop van de maatregel als volgt:
Het Hof heeft bij het opleggen van de tbs vastgesteld dat sprake is van stoornissen bij betrokkene, dat de stoornissen structureel van aard zijn en dat een verband tussen de stoornissen en het indexdelict aannemelijk is. Destijds hebben de deskundigen zich niet uitgelaten over de doorwerking en zich onder meer onthouden van een advies ten aanzien van de interventie. Betrokkene heeft slechts beperkt meegewerkt aan het onderzoek door de deskundigen in 2022. De psychiater heeft in zijn rapport opgemerkt dat niet duidelijk is voor welke problematiek betrokkene behandeld dient te worden om het recidiverisico te verlagen. De psycholoog heeft aangegeven dat op een deel van de toekomstige risicofactoren onvoldoende zicht is en heeft zich, mede daarom, onthouden van een advies ten aanzien van het forensische kader van behandeling.
De rechtbank leidt uit het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige ter zitting af dat het behandeltraject in de afgelopen periode in de kliniek (vrijwel) niet van de grond is gekomen. Ten aanzien van de wens van betrokkene tot nadere diagnostiek heeft de deskundige aangegeven dat dit ook kan in de kliniek zelf.
De hoop is dat het gesprek van 10 maart 2025 verandering zal brengen als het gaat om het behandeltraject. Betrokkene en de kliniek hebben aangegeven ‘met een schone lei’ te willen beginnen.
Er is inmiddels een delictanalyse opgestart en betrokkene is bereid daaraan meewerken omdat is toegezegd dat hij opmerkingen en aanvullingen mag geven op de brondocumenten waarop de delictanalyse is gebaseerd. Verder is de schematherapie hervat en wordt onderzocht welke andere therapieën die aansluiten bij de persoonlijkheidsproblematiek opgestart kunnen worden. Betrokkene heeft toegezegd zich minder te richten op de AVG en andere wet- en regelgeving zodat er in de samenwerking voldoende ruimte is voor de therapie. Ook is betrokkene, die verblijft op de afdeling Koraal, op zijn verzoek op de wachtlijst geplaatst voor de afdeling Karmijn, een reguliere afdeling.
Binnen enkele maanden kan de delictanalyse tot stand komen en kunnen de risicofactoren in kaart worden gebracht. Vervolgens kan er bezien worden of en onder welke voorwaarden er begeleid verlof kan worden aangevraagd.
De rechtbank is, gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven, van oordeel dat het verloop van de maatregel van betrokkene aanleiding geeft om de voortgang over een jaar opnieuw te toetsen. Daarbij is ook van betekenis dat een verlenging van de maatregel met een jaar met zich brengt dat betrokkene en het behandeltraject zullen worden getoetst door een onafhankelijk psycholoog en psychiater. Mocht het behandeltraject in de loop van het jaar onvoldoende van de grond komen, dan acht de rechtbank nader onderzoek van belang om (nog) meer duidelijkheid te verkrijgen over de diagnose van betrokkene, en hopelijk ook over wat exact behandeld dient te worden bij betrokkene om het recidivegevaar verder terug te brengen.
Het verzoek van de verdediging om de behandeling aan te houden en reeds nu extern deskundige(n) te laten rapporteren zal worden afgewezen. De rechtbank acht dit prematuur in het licht van de gemaakte afspraken op 10 maart 2025, de hervatte therapie en het voorgenomen onderzoek naar andere therapieën.
Dictum
De rechtbank
- wijst af het verzoek tot aanhouding van de behandeling;
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met een jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. L.R.H. Koekoek en E. Post, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,verblijvende te [kliniek] - [instelling] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het arrest het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 maart 2023 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 25 april 2023;
de vordering van de officier van justitie van 25 februari 2025, die strekt tot verlenging van de tbs met twee jaar;
het verlengingsadvies van [kliniek] – [instelling] (hierna: de kliniek) van 24 februari 2025, opgemaakt door [A] (directeur bedrijfsvoering tbs en plaatsvervangend hoofd van de instelling), drs. [B] (klinisch psycholoog - psychotherapeut en coördinerend regiebehandelaar) en drs. [C] (psychiater en teammanager patiëntenzorg), inhoudend het advies om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar;
het Pro Justitia-rapport van 14 april 2022, opgemaakt door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog;
het Pro Justitia-rapport van 19 april 2022, opgemaakt door J.C. Laheij, psychiater;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 4e kwartaal 2023 tot en met 4e kwartaal 2024.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 15 april 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. F.E. Leeman;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, drs. [B] .
3Het standpunt van de kliniek
Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de kliniek toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
Het advies luidt de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen
De psycholoog en psychiater concluderen in hun rapportages van respectievelijk 14 april 2022 en 19 april 2022, voor zover hier relevant, dat er bij betrokkene sprake is van stoornissen.
Volgens de deskundigen kan geen risicotaxatie toegespitst op de pathologie worden opgesteld omdat er vraagtekens zijn over het functioneren van betrokkene ten tijde van het ten laste gelegde, of hij wel of niet onder invloed verkeerde en, zo ja, van welke middelen, of hij al dan niet psychotisch was of vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek (re)ageerde. Bovendien ontbreekt een delictscenario.
Omdat er geen zicht is op welke stoornis(sen) of factoren ten tijde van hetten laste gelegde relevant zijn geweest en er niets over een mogelijk doorwerking kan worden aangegeven, is niet bekend welke problematiek behandeld dient te worden om het recidiverisico te verlagen. Daarbij wordt aangegeven dat sprake is van complexe psychiatrische problematiek en het functioneren van betrokkene de laatste anderhalf jaar op zijn minst zorgelijk was en betrokkene zelf aangeeft een hulpvraag te hebben voor behandeling, hoewel onzeker is of betrokkene daadwerkelijk open staat voor een behandelaanbod op indicatie en ook niet bekend of dit het recidive risico zal kunnen verlagen.
De deskundigen hebben zich in 2022 onthouden van interventie advies en van een advies ten aanzien van het strafrechtelijk kader/forensisch kader van behandeling.
5Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd.
6Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair gepleit voor aanhouding van de behandeling om betrokkene te laten onderzoeken door het NIFP. Er bestaat immers onvoldoende duidelijkheid over de diagnostiek, de risicotaxatie en het risicomanagement. Betrokkene zal volledig meewerken aan het onderzoek.
Subsidiair is gepleit voor verlenging van de maatregel met een jaar om een vinger aan de pols te houden. In de afgelopen tijd is het behandeltraject bij de Kijvelanden niet goed op gang gekomen. Volgens betrokkene gaat de kliniek onvoldoende zorgvuldig te werk, houdt de kliniek zich niet aan de beleidskaders en richtlijnen en worden aannames over zijn gedrag gedaan die niet kloppen en een verkeerd beeld van hem schetsen. Op 10 maart jl. is er een gesprek over de stagnatie van het traject geweest tussen betrokkene, de coördinerend regiebehandelaar en de raadsvrouw. Tijdens het gesprek zijn afspraken gemaakt om de samenwerking te bevorderen. Betrokkene zal zich daarvoor inzetten.
Bij verlenging van de maatregel met een jaar zal de rechtbank kunnen beoordelen of de impasse in de behandeling inderdaad wordt doorbroken, of de gemaakte afspraken over het toepassen van dossieronderzoek en het correctierecht worden nagekomen en of er een delictanalyse wordt opgesteld. Door het opstellen van een delictanalyse zal er meer duidelijkheid komen over het risicomanagement en of er ruimte is voor verlof en mogelijk het opleggen van een mindere maatregel. Bovendien zal bij verlenging van de maatregel met een jaar het NIFP automatisch worden ingeschakeld in het kader van de 4-jaarsonderzoeken.
Beoordeling
Maximering
Betrokkene is bij arrest van 30 maart 2023 veroordeeld voor opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.
Het Hof heeft daarbij overwogen dat de opgelegde tbs niet is gemaximeerd. Omdat de tbs niet is gemaximeerd kan die worden verlengd als aan de voorwaarden wordt voldaan.
Stoornissen
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornissen bij betrokkene, te weten onder meer:
- een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische, antisociale en borderline trekken;- een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis;- een stoornis in cannabisgebruik: matig, in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de schizofreniestoornis inmiddels in remissie is, zoals de coördinerend regiebehandelaar van de kliniek op 10 maart 2025 heeft bevestigd.
Dat neemt niet weg dat nog sprake is van stoornissen, zodat aan deze voorwaarde voor verlenging van de tbs wordt voldaan.
Recidivegevaar
De rechtbank volgt de risicoinschatting van de kliniek, zoals opgenomen in het verlengingsadvies. Het risico op gewelddadig recidive in zorg wordt ingeschat als matig. Zijn probleeminzicht is beperkt. Betrokkene werkt over het algemeen niet mee aan zijn traject en er is beperkt overeenstemming over zijn risicofactoren en behandeldoelen. Uit zorg is het risico op gewelddadig recidive hoog. Er is geen overeenstemming over afspraken betreffende delictpreventie. Betrokkene is vooralsnog onvoldoende in staat gebleken
om zijn gedrag op de lange termijn aan te passen. Bij oplopende spanning zal betrokkene mogelijk terugvallen in middelengebruik, waarbij het risico op gewelddadig recidive toeneemt.
Verlenging
De rechtbank is, gelet op het verlengingsadvies, de toelichting door de deskundige en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de tbs vereist. Zij is van oordeel dat daarbij wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Het opleggen van de tbs heeft als doel dat de stoornissen van betrokkene die gevaar met zich brengen, worden behandeld, dat er inzicht komt in de factoren die bijdragen aan het risico en dat het recidiverisico wordt teruggebracht tot een terugkeer in de samenleving als veilig en verantwoord wordt ingeschat.
De rechtbank overweegt over de achtergrond van en het verloop van de maatregel als volgt:
Het Hof heeft bij het opleggen van de tbs vastgesteld dat sprake is van stoornissen bij betrokkene, dat de stoornissen structureel van aard zijn en dat een verband tussen de stoornissen en het indexdelict aannemelijk is. Destijds hebben de deskundigen zich niet uitgelaten over de doorwerking en zich onder meer onthouden van een advies ten aanzien van de interventie. Betrokkene heeft slechts beperkt meegewerkt aan het onderzoek door de deskundigen in 2022. De psychiater heeft in zijn rapport opgemerkt dat niet duidelijk is voor welke problematiek betrokkene behandeld dient te worden om het recidiverisico te verlagen. De psycholoog heeft aangegeven dat op een deel van de toekomstige risicofactoren onvoldoende zicht is en heeft zich, mede daarom, onthouden van een advies ten aanzien van het forensische kader van behandeling.
De rechtbank leidt uit het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige ter zitting af dat het behandeltraject in de afgelopen periode in de kliniek (vrijwel) niet van de grond is gekomen. Ten aanzien van de wens van betrokkene tot nadere diagnostiek heeft de deskundige aangegeven dat dit ook kan in de kliniek zelf.
De hoop is dat het gesprek van 10 maart 2025 verandering zal brengen als het gaat om het behandeltraject. Betrokkene en de kliniek hebben aangegeven ‘met een schone lei’ te willen beginnen.
Er is inmiddels een delictanalyse opgestart en betrokkene is bereid daaraan meewerken omdat is toegezegd dat hij opmerkingen en aanvullingen mag geven op de brondocumenten waarop de delictanalyse is gebaseerd. Verder is de schematherapie hervat en wordt onderzocht welke andere therapieën die aansluiten bij de persoonlijkheidsproblematiek opgestart kunnen worden. Betrokkene heeft toegezegd zich minder te richten op de AVG en andere wet- en regelgeving zodat er in de samenwerking voldoende ruimte is voor de therapie. Ook is betrokkene, die verblijft op de afdeling Koraal, op zijn verzoek op de wachtlijst geplaatst voor de afdeling Karmijn, een reguliere afdeling.
Binnen enkele maanden kan de delictanalyse tot stand komen en kunnen de risicofactoren in kaart worden gebracht. Vervolgens kan er bezien worden of en onder welke voorwaarden er begeleid verlof kan worden aangevraagd.
De rechtbank is, gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven, van oordeel dat het verloop van de maatregel van betrokkene aanleiding geeft om de voortgang over een jaar opnieuw te toetsen. Daarbij is ook van betekenis dat een verlenging van de maatregel met een jaar met zich brengt dat betrokkene en het behandeltraject zullen worden getoetst door een onafhankelijk psycholoog en psychiater. Mocht het behandeltraject in de loop van het jaar onvoldoende van de grond komen, dan acht de rechtbank nader onderzoek van belang om (nog) meer duidelijkheid te verkrijgen over de diagnose van betrokkene, en hopelijk ook over wat exact behandeld dient te worden bij betrokkene om het recidivegevaar verder terug te brengen.
Het verzoek van de verdediging om de behandeling aan te houden en reeds nu extern deskundige(n) te laten rapporteren zal worden afgewezen. De rechtbank acht dit prematuur in het licht van de gemaakte afspraken op 10 maart 2025, de hervatte therapie en het voorgenomen onderzoek naar andere therapieën.
Dictum
De rechtbank
- wijst af het verzoek tot aanhouding van de behandeling;
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met een jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. L.R.H. Koekoek en E. Post, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.