Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-07
ECLI:NL:RBMNE:2025:4433
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,108 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in [kliniek] te [plaats] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
- het vonnis van deze rechtbank van 28 december 2022 waarbij betrokkene
ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan (onder meer) poging tot zware mishandeling, vrijheidsberoving en bedreiging met zware mishandeling;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 31 maart 2023;
de vordering van de officier van justitie van 14 februari 2025, tot verlenging van de tbs met twee jaar;
het verlengingsadvies van [A] [kliniek] (hierna: de kliniek) van 30 januari 2025, opgemaakt door [B] (GZ-psycholoog en regiebehandelaar), [C] (behandelend psychiater) en [D] MSc. (GZpsycholoog, zorginhoudelijk manager en plaatsvervangend hoofd van de instelling), om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode van 18 september 2023 tot en met 3 februari 2025.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 24 maart 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;
- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, [B] .
3Het standpunt van de kliniek
Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de kliniek nader toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
De kliniek adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd.
5Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor een verlenging van de maatregel met een jaar, om betrokkene te belonen voor zijn inspanningen en te motiveren om (met name) te stoppen met het gebruik van verdovende middelen.
Beoordeling
Maximering
De rechtbank heeft in het vonnis van 28 december 2022, waarbij de tbs-maatregel aan betrokkene is opgelegd, overwogen dat de termijn van de tbs niet is gemaximeerd. Dit betekent dat de tbs kan worden verlengd als aan de vereisten daarvoor wordt voldaan.
Stoornis
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten:
- een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken;- een stoornis in alcoholgebruik, licht;- een stoornis in gebruik cocaïne, licht.
Recidivegevaar
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt dit over.
Verlenging
De rechtbank is, gelet op het advies en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de tbs vereist. Daarbij is voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Betrokkene is op 18 december 2023 opgenomen in de [kliniek] op de instroomafdeling [afdeling 1] en is op 10 juni 2024 overgeplaatst naar de doorstroomafdeling [afdeling 2] , een afdeling voor patiënten met een persoonlijkheidsproblematiek.
Betrokkene volgt dagbesteding, is begonnen met zijn behandeling en volgt verschillende behandelmodules. Hij heeft (onder meer) de delictanalyse afgerond. Bij urinecontroles heeft betrokkene meerdere keren positief gescoord op het gebruik van drugs, ook recent nog. In november 2024 is hij gestart met de module ‘omgaan met middelengebruik’. Betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat hij nog wil en moet leren om niet de toevlucht te nemen tot verdovende middelen als het tegenzit.
Bij de therapieën is gebleken dat betrokkene moeite heeft met het nemen van verantwoordelijkheid voor zijn delicten en dat hij weinig probleembesef en inzicht laat zien. Er worden weinig zichtbare emoties van betrokkene waargenomen en het is lastig voor hem om over zijn gedachten en gevoelens te praten. Betrokkene kijkt vooral naar het positieve en is geneigd nare situaties of nare gevoelens op de achtergrond te houden. Het is een leerpunt voor betrokkene om hulp te vragen en om open te zijn over zijn emoties en te onderzoeken wat hem triggert.
Betrokkene heeft op dit moment nog geen verlof. Verlof zal worden aangevraagd als betrokkene zich blijft inzetten voor de behandeling, open is over zijn emoties en de zucht naar middelen, en als de urinecontroles schoon blijven.
Op dit moment is de kernpathologie ongewijzigd en zijn de delictfactoren nog onvoldoende behandeld. Betrokkene heeft nog onvoldoende zicht en grip op oplopende spanningen en reageert bij tegenslag met het ontkennen of loochenen van negatieve emoties, wat leidt tot opstapelen en een uitbarsting. Omdat het probleeminzicht en de copingvaardigheden van betrokkene nog onvoldoende ontwikkeld zijn, is de verwachting dat hij bij het beëindigen van de tbs de toevlucht zal nemen tot middelen en in een intieme relatie zal vervallen in agressie. De kans op ernstige recidive is daarom (nog) hoog.
De komende periode zal worden gewerkt aan het vergroten van probleembesef en -inzicht bij betrokkene, het nemen van verantwoordelijkheid voor delictgedrag, het onderkennen en verwoorden van negatieve emoties en het aanvaarden van hulp.
De rechtbank gaat voorbij aan het verzoek van betrokkene om de termijn van tbs vooralsnog met een jaar te verlengen. Het uitgangspunt van de rechtbank is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, de tbs - behoudens bijzondere omstandigheden - verlengd moet worden met twee jaar.
De rechtbank stelt vast dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs met verpleging van overheidswege rechtvaardigen en een verlenging met een jaar zou bij betrokkene de verwachting kunnen wekken dat dit wel het geval zou zijn.
Betrokkene is gemotiveerd en zet zich goed in voor zijn behandeling; daarvoor geeft de rechtbank hem zonder meer een compliment. Hij staat echter nog aan het begin van zijn behandeling, praktiseert nog geen verlof en betrokkene heeft nog diverse stappen te zetten om veilig te kunnen terugkeren in de maatschappij. De tijd die daarmee gemoeid zal zijn, is in elk geval langer dan een jaar.
Ook overigens is er geen sprake van een bijzondere omstandigheid die een verlenging met een jaar rechtvaardigt. Het motiveren van betrokkene is niet een dergelijke uitzondering.
De rechtbank zal de maatregel met twee jaar verlengen.
Dictum
De rechtbank
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mrs. J.F. Haeck en J.I.M. Kuin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2025.
De jongste rechter is buiten staat deze verklaring mede te ondertekenen.