Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-18
ECLI:NL:RBMNE:2025:4425
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,721 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (Duitse Democratische Republiek),op dit moment verblijvend in [verblijfplaats] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het vonnis van deze rechtbank van 4 februari 2020 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan onder meer telkens: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, waarbij de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is verklaard;
stukken waaruit blijkt dat de tbs is ingegaan op 4 februari 2020;
het proces-verbaal van 19 november 2024 waaruit blijkt dat betrokkene is aangehouden na zich te hebben onttrokken aan de tbs met voorwaarden;
het advies van de Reclassering Nederland van 19 november 2024, opgemaakt door M.M.E. Chapel, inhoudend het voorlopig advies om de tbs met voorwaarden om te zetten in tbs met dwangverpleging;
het bevel van 21 november 2024 van de rechter-commissaris tot voorlopige verpleging van betrokkene;
de vordering van de officier van justitie van 26 november 2024, tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging;
het advies van de Reclassering Nederland van 2 december 2024 opgemaakt door M.M.E. Chapel, om de tbs met voorwaarden niet om te zetten in tbs met dwangverpleging;
het proces-verbaal van deze rechtbank van 5 december 2024 waarin onder meer staat dat de behandeling van de vordering tot omzetting wordt aangehouden;
het proces-verbaal van deze rechtbank van 21 januari 2024 waarin onder meer staat dat de behandeling van de vordering tot omzetting wordt aangehouden;
Dictum
het e-mailbericht van de officier van justitie van 13 maart 2025 waarin staat dat betrokkene met ingang van 19 maart 2025 kan worden opgenomen in De Rooyse Wissel.
de voortgangsverslagen van de betrokkene over de periode van 29 december 2023 tot en met 30 juni 2024.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 5 december 2024, 21 januari 2025 en 18 maart 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Visscher, advocaat te Amersfoort;
- de reclasseringswerker M.M.E. Chapel.
3Het standpunt van de reclassering
Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde adviezen. De deskundige voornoemd heeft ter zitting de adviezen toegelicht.
Uit het reclasseringsadvies van 19 november 2024 blijkt dat betrokkene de voorwaarden van de tbs heeft overtreden door, zonder bericht, naar Duitsland te gaan om zijn familie te bezoeken.
De reclassering heeft op 2 december 2024 geadviseerd de tbs (toch) niet om te zetten in tbs met dwangverpleging omdat de reclassering mogelijkheden ziet om betrokkene opnieuw in een klinische setting te behandelen.
De reclassering heeft op 21 januari 2025 ter zitting aangegeven dat betrokkene voor een nieuwe behandelpoging bij de Rooyse Wissel op de wachtlijst is geplaatst en dat (nog) moet worden afgewacht wanneer daar een opnameplek beschikbaar is.
4Het standpunt van de officier van justitie
Naar aanleiding van het reclasseringsadvies, het verhandelde ter zitting van 18 maart 2025 en het bericht over de beschikbaarheid van een opnameplek voor betrokkene bij De Rooyse Wissel is het standpunt van de officier van justitie dat de vordering tot omzetting van de tbs moet worden afgewezen.
5Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft, kort gezegd, verzocht de vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in een tbs met dwangverpleging af te wijzen.
Beoordeling
De wet
Op grond van artikel 6:6:10 eerste lid, aanhef en onder e van het Wetboek van Strafvordering, voor zover hier relevant, is de rechter, indien de ter beschikking gestelde een gestelde voorwaarde niet heeft nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, gedurende de looptijd van de tbs met voorwaarden, bevoegd te beslissen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
De tbs met voorwaarden is verlengd
De rechtbank heeft bij beslissing van 4 februari 2025 de tbs met voorwaarden van betrokkene verlengd met twee jaar omdat (nog) sprake is van een stoornis bij betrokkene en recidivegevaar.
Geen omzetting
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene de voorwaarden van de tbs niet heeft nageleefd door zich op 9 november 2024 te onttrekken en tot 18 november 2024 geen contact te onderhouden met zijn professionele netwerk.
De reclassering heeft desondanks geadviseerd de tbs met voorwaarden van betrokkene niet om te zetten in dwangverpleging vanwege de psychische kwetsbaarheid van betrokkene, het grillige ziektebeeld van betrokkene en de vereiste flexibiliteit binnen een toezicht en behandeling. De reclassering ziet, ondanks de onttrekking, nog mogelijkheden om de behandeling van betrokkene door een tweede behandelpoging in een klinische setting te hervatten. De reclassering wijst hierbij op het belang van een langdurige klinische behandeling om betrokkene op (andere) medicatie stabiel te krijgen.
De officier van justitie heeft op 13 maart 2025 bericht ontvangen dat er op 19 maart 2025 om 10.00 uur voor betrokkene een opnameplek van de Rooyse Wissel te Venray beschikbaar is.
De rechtbank ziet in het hiervoor weergegeven advies van de reclassering en de omstandigheid dat betrokkene klinisch kan worden behandeld bij de Rooyse Wissel aanleiding om de vordering tot omzetting af te wijzen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst af de vordering tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
Deze beslissing is genomen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mrs. J.F. Haeck en N.P.J. Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2025.
Mr Haeck is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.