Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-01-21
ECLI:NL:RBMNE:2025:4411
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,868 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen), verblijvende bij [instelling] te [adres] , [postcode] te [plaats] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2012 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal met geweld;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 4 januari 2013;
Dictum
de vordering van de officier van justitie van 22 november 2024 tot verlenging van de tbs met twee jaar;
het verlengingsadvies van Reclassering Nederland van 3 oktober 2024, opgemaakt door C. Harwig (reclasseringswerker), inhoudend het advies om de tbs te verlengen met een jaar;
het Pro Justitia-rapport van 17 oktober 2024, opgemaakt door E.L.G. Heinsman - Carlier, psychiater;
de voortgangsverslagen van de betrokkene over de periode 24 november 2023 tot en met 4 juni 2024.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 7 januari 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;
- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle;
- de deskundige C. Harwig, reclasseringswerker.
3Het standpunt van de reclassering
Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als oplopend naar hoog.
De reclassering adviseert de tbs te verlengen met een jaar.
4Het standpunt van de onafhankelijk deskundige
De psychiater concludeert dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen.
De psychiater schat het recidiverisico bij een beëindiging van de tbs in als matig-hoog.
De psychiater adviseert de tbs te verlengen met een jaar.
5Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van een jaar.
6Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat betrokkene in het afgelopen jaar goed en stabiel heeft gefunctioneerd, zoveel mogelijk heeft meegewerkt en niet betrokken is geraakt bij conflicten. Betrokkene heeft zijn behandelplafond bereikt. De wijziging in de medicatie, die eerder had kunnen plaatsvinden, is goed uitgepakt, hoewel betrokkene er eerlijk over is dat hij eigenlijk geen medicatie meer wil. Het recidiverisico loopt op als betrokkene niet meer wordt begeleid en stopt met het innemen van de medicatie, maar dat risico zal altijd blijven bestaan. Een zorgmachtiging kan binnen enkele weken worden geregeld. Het wachten op een zelfstandige woning is een onzekere factor, maar dat is onvoldoende om de tbs te verlengen.
De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat de vordering dient te worden afgewezen omdat het niet langer nodig is de maatregel te verlengen.
Voor het geval betrokkene (nog) geen zelfstandige woning krijgt en zijn verblijf bij de RIBW zal worden voortgezet, is subsidiair verzocht om het aanhouden van de behandeling voor het aanvragen van een indicatie voor de WLZ en het regelen van een zorgmachtiging.
Beoordeling
Maximering – kan de tbs worden verlengd?
De rechtbank heeft in de verlengingsbeslissing van 14 maart 2022 de dwangverpleging van de tbs voorwaardelijk beëindigd. In artikel 38j van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de tbs kan worden verlengd als de dwangverpleging voorwaardelijk is beëindigd.
Stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens
Uit het Pro Justitia-rapport blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen en een gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens bij betrokkene, te weten:
- een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis in de zin van een subklinisch psychotisch syndroom;
- een antisociale persoonlijkheidsstoornis;
- stoornissen in het gebruik van alcohol en cannabis, beide langdurig in remissie in een gereguleerde omgeving;
- een functioneren op het niveau van een lichte verstandelijke beperking.
Recidivegevaar
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel door de reclassering als ‘oplopend naar hoog’ en door de psychiater als ‘matighoog’ ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies en het Pro Justitia-rapport te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
Gelet op het advies van de reclassering, het advies van de onafhankelijk deskundige en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs eist.
De rechtbank is van oordeel dat daarbij wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
De rechtbank overweegt dat betrokkene zich in de afgelopen periode naar vermogen heeft ingezet voor zijn resocialisatie. Het contact met de reclassering, de begeleiders van de RIBW en het forensisch FACTteam van Transfore is goed. Betrokkene heeft zich gehouden aan de voorwaarden en er zijn geen incidenten geweest.
Er is nog sprake van een recidiverisico door het ontbreken van ziektebesef en -inzicht bij betrokkene, zijn neiging om (psychiatrische) zorg en begeleiding te willen vermijden en zijn sterke, aanhoudende wens om te willen stoppen met antipsychotische medicatie.
Medio november 2024 heeft een wijziging in de medicatie plaatsgevonden en betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat dit voor hem een enorme verbetering is. Hij ervaart minder bijwerkingen. Toch blijft hij van mening, dat hij geen medicatie nodig heeft. De reclassering en de psychiater hebben in verband met het recidiverisico erop gewezen, dat er een waarborg moet komen om te garanderen dat betrokkene ook na het einde van de tbs zijn medicatie blijft gebruiken. Daarvoor dient een zorgmachtiging te worden geregeld.
Betrokkene staat op de wachtlijst voor een zelfstandige woning. De reclassering acht het van belang dat betrokkene wordt begeleid en gemonitord bij de overstap van de RIBW naar een zelfstandige woning, omdat deze verandering gepaard kan gaan met stress en daardoor een ontregelend effect kan hebben. Mocht er geen passende woning voor betrokkene beschikbaar komen in het komende jaar, dan kan het verblijf en de begeleiding in de RIBW na het einde van de tbs worden voortgezet, als daarvoor een WLZ-indicatie wordt aangevraagd en afgegeven.
De reclassering heeft tevens gewezen op het belang om betrokkene nog verder te begeleiden bij het regelen van een gestructureerde dagbesteding. Het beschut werk bij Tiem is eind december 2023 beëindigd omdat het toen minder goed ging met betrokkene en er spanning op het werk ontstond. Sinds juli 2024 is betrokkene gestart met het opbouwen van een werkritme in de keuken van een sociale instelling, waar hij op dit moment 10 uur per week als kok werkt. Het doel is om het aantal uren geleidelijk aan verder op te bouwen en weer toe te werken naar een vaste werkplek.
De psychiater onderschrijft het standpunt van de reclassering dat het regelen van huisvesting en dagbesteding voorwaarden zijn om vervolgens, met een zorgmachtiging, tot een verantwoorde beëindiging van de tbs-maatregel te kunnen komen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel dat nog een termijn van een jaar nodig is om betrokkene de stap naar het einde van de tbs op een zorgvuldige en veilige manier te laten maken.
De rechtbank zal daarom de maatregel met een jaar verlengen.
Afwijzing van het verzoek om aanhouding
De raadsman heeft verzocht om aanhouding van de behandeling zodat een zorgmachtiging en een indicatie op grond van de WLZ kan worden aangevraagd, maar de rechtbank ziet daartoe geen aanleiding. De rechtbank overweegt dat op dit moment nog niet duidelijk is of betrokkene naar een zelfstandige woning zal gaan of dat het verblijf in de RIBW zal worden voortgezet.
Dictum
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om aanhouding van de behandeling om een zorgmachtiging en een indicatie op grond van de WLZ aan te vragen;
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met een jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. I. Jadib, voorzitter, mrs. G.A. Bos en C.A.M. van Straalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2025.
De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen), verblijvende bij [instelling] te [adres] , [postcode] te [plaats] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2012 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal met geweld;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 4 januari 2013;
Dictum
de vordering van de officier van justitie van 22 november 2024 tot verlenging van de tbs met twee jaar;
het verlengingsadvies van Reclassering Nederland van 3 oktober 2024, opgemaakt door C. Harwig (reclasseringswerker), inhoudend het advies om de tbs te verlengen met een jaar;
het Pro Justitia-rapport van 17 oktober 2024, opgemaakt door E.L.G. Heinsman - Carlier, psychiater;
de voortgangsverslagen van de betrokkene over de periode 24 november 2023 tot en met 4 juni 2024.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 7 januari 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;
- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle;
- de deskundige C. Harwig, reclasseringswerker.
3Het standpunt van de reclassering
Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als oplopend naar hoog.
De reclassering adviseert de tbs te verlengen met een jaar.
4Het standpunt van de onafhankelijk deskundige
De psychiater concludeert dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen.
De psychiater schat het recidiverisico bij een beëindiging van de tbs in als matig-hoog.
De psychiater adviseert de tbs te verlengen met een jaar.
5Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van een jaar.
6Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat betrokkene in het afgelopen jaar goed en stabiel heeft gefunctioneerd, zoveel mogelijk heeft meegewerkt en niet betrokken is geraakt bij conflicten. Betrokkene heeft zijn behandelplafond bereikt. De wijziging in de medicatie, die eerder had kunnen plaatsvinden, is goed uitgepakt, hoewel betrokkene er eerlijk over is dat hij eigenlijk geen medicatie meer wil. Het recidiverisico loopt op als betrokkene niet meer wordt begeleid en stopt met het innemen van de medicatie, maar dat risico zal altijd blijven bestaan. Een zorgmachtiging kan binnen enkele weken worden geregeld. Het wachten op een zelfstandige woning is een onzekere factor, maar dat is onvoldoende om de tbs te verlengen.
De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat de vordering dient te worden afgewezen omdat het niet langer nodig is de maatregel te verlengen.
Voor het geval betrokkene (nog) geen zelfstandige woning krijgt en zijn verblijf bij de RIBW zal worden voortgezet, is subsidiair verzocht om het aanhouden van de behandeling voor het aanvragen van een indicatie voor de WLZ en het regelen van een zorgmachtiging.
Beoordeling
Maximering – kan de tbs worden verlengd?
De rechtbank heeft in de verlengingsbeslissing van 14 maart 2022 de dwangverpleging van de tbs voorwaardelijk beëindigd. In artikel 38j van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de tbs kan worden verlengd als de dwangverpleging voorwaardelijk is beëindigd.
Stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens
Uit het Pro Justitia-rapport blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen en een gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens bij betrokkene, te weten:
- een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis in de zin van een subklinisch psychotisch syndroom;
- een antisociale persoonlijkheidsstoornis;
- stoornissen in het gebruik van alcohol en cannabis, beide langdurig in remissie in een gereguleerde omgeving;
- een functioneren op het niveau van een lichte verstandelijke beperking.
Recidivegevaar
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel door de reclassering als ‘oplopend naar hoog’ en door de psychiater als ‘matighoog’ ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies en het Pro Justitia-rapport te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
Gelet op het advies van de reclassering, het advies van de onafhankelijk deskundige en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs eist.
De rechtbank is van oordeel dat daarbij wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
De rechtbank overweegt dat betrokkene zich in de afgelopen periode naar vermogen heeft ingezet voor zijn resocialisatie. Het contact met de reclassering, de begeleiders van de RIBW en het forensisch FACTteam van Transfore is goed. Betrokkene heeft zich gehouden aan de voorwaarden en er zijn geen incidenten geweest.
Er is nog sprake van een recidiverisico door het ontbreken van ziektebesef en -inzicht bij betrokkene, zijn neiging om (psychiatrische) zorg en begeleiding te willen vermijden en zijn sterke, aanhoudende wens om te willen stoppen met antipsychotische medicatie.
Medio november 2024 heeft een wijziging in de medicatie plaatsgevonden en betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat dit voor hem een enorme verbetering is. Hij ervaart minder bijwerkingen. Toch blijft hij van mening, dat hij geen medicatie nodig heeft. De reclassering en de psychiater hebben in verband met het recidiverisico erop gewezen, dat er een waarborg moet komen om te garanderen dat betrokkene ook na het einde van de tbs zijn medicatie blijft gebruiken. Daarvoor dient een zorgmachtiging te worden geregeld.
Betrokkene staat op de wachtlijst voor een zelfstandige woning. De reclassering acht het van belang dat betrokkene wordt begeleid en gemonitord bij de overstap van de RIBW naar een zelfstandige woning, omdat deze verandering gepaard kan gaan met stress en daardoor een ontregelend effect kan hebben. Mocht er geen passende woning voor betrokkene beschikbaar komen in het komende jaar, dan kan het verblijf en de begeleiding in de RIBW na het einde van de tbs worden voortgezet, als daarvoor een WLZ-indicatie wordt aangevraagd en afgegeven.
De reclassering heeft tevens gewezen op het belang om betrokkene nog verder te begeleiden bij het regelen van een gestructureerde dagbesteding. Het beschut werk bij Tiem is eind december 2023 beëindigd omdat het toen minder goed ging met betrokkene en er spanning op het werk ontstond. Sinds juli 2024 is betrokkene gestart met het opbouwen van een werkritme in de keuken van een sociale instelling, waar hij op dit moment 10 uur per week als kok werkt. Het doel is om het aantal uren geleidelijk aan verder op te bouwen en weer toe te werken naar een vaste werkplek.
De psychiater onderschrijft het standpunt van de reclassering dat het regelen van huisvesting en dagbesteding voorwaarden zijn om vervolgens, met een zorgmachtiging, tot een verantwoorde beëindiging van de tbs-maatregel te kunnen komen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel dat nog een termijn van een jaar nodig is om betrokkene de stap naar het einde van de tbs op een zorgvuldige en veilige manier te laten maken.
De rechtbank zal daarom de maatregel met een jaar verlengen.
Afwijzing van het verzoek om aanhouding
De raadsman heeft verzocht om aanhouding van de behandeling zodat een zorgmachtiging en een indicatie op grond van de WLZ kan worden aangevraagd, maar de rechtbank ziet daartoe geen aanleiding. De rechtbank overweegt dat op dit moment nog niet duidelijk is of betrokkene naar een zelfstandige woning zal gaan of dat het verblijf in de RIBW zal worden voortgezet.
Dictum
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om aanhouding van de behandeling om een zorgmachtiging en een indicatie op grond van de WLZ aan te vragen;
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met een jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. I. Jadib, voorzitter, mrs. G.A. Bos en C.A.M. van Straalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2025.
De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.