Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-26
ECLI:NL:RBMNE:2025:4397
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
7,899 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.356323.24 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 26 mei 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
de [adres] , [postcode] te [plaats] ,
hierna: verdachte.
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 mei 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie, mr. M.S. Martherus, en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. D.W.E. Sternfeld, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
2TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is op de zitting van 12 mei 2025 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
1.
op 8 november 2024 in Breukelen, samen met een ander, 4484,71 gram cocaïne heeft vervoerd, afgeleverd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad;
2.
op 8 november 2024 in Breukelen 453,51 gram cocaïne in zijn bezit heeft gehad.
3VOORVRAGEN
Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij eerst kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan.
Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.
4WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt waar het goednummer 3433145 betrekking op heeft en heeft gesteld dat deze hoeveelheid cocaïne (988,45 gram) geen deel heeft uitgemaakt van de overdracht aan medeverdachte, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.
4.3
Beoordeling
Bewijsmiddelen
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit
De verklaring van verdachte op de zitting van 12 mei 2025:
Het klopt dat ik de dozen heb overhandigd aan [medeverdachte] . Ik wist dat daar cocaïne in zat.
De telefoon van verdachte
Uit onderzoek van de telefoon van verdachte is onder meer het volgende naar voren gekomen:
Gebruiker telefoon:
De telefoon werd in beslag genomen onder de verdachte [verdachte] .
Naar aanleiding van het onderzoek in de telefoon kan ik stellen dat de telefoon van
de verdachte [verdachte] is.
Whatsapp:
Ik zie dat er berichten worden verstuurd via de applicatie [applicatienaam] .
Datum: 8-11-2024
Betrokken personen;
[contactnaam]
(owner)
[contactnaam] ,
Group renamed to " [chatgroep] "
[contactnaam] : Gm
[contactnaam] : Gm
[contactnaam] : Moge
[contactnaam] : ik kan 1030 rijden
[contactnaam] : Top
[contactnaam] : Ben je er rond 11?
[contactnaam] : ja iets over 11
[contactnaam] : duimpje omhoog
De telefoon van medeverdachte [medeverdachte]
In de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] zijn dezelfde berichten teruggevonden.
In een proces-verbaal van de politie over het onderzoek in de telefoon van [medeverdachte] staat onder meer het volgende:
[contactnaam] (owner) spreekt op de datum [geboortedatum] -2024 dat hij vandaag jarig is. De aangehouden verdachte [medeverdachte] is geboren op [geboortedatum] -1985 (39) te [geboorteplaats] .
Bevindingen van de politie ter plaatse
In een proces-verbaal van de politie staat onder meer het volgende vermeld:
Op 8 november 2024 zagen wij dat een Hyundai, H300 met kenteken [kenteken] , een melding gaf op de Automatic Numberplate Recognition (ANPR) met als doel om dit voertuig te controleren vanwege of in verband met ondermijnende criminaliteit. Wij zagen het voertuig op de A2 daadwerkelijk rijden. De tenaamgestelde van het voertuig was [medeverdachte] geboren op [geboortedatum] -1985 te Amsterdam. Ik zag dat [medeverdachte] meermaals voorkwam voor de Opiumwet in het politiesysteem.
Wij zagen dat het voertuig afrit Breukelen nam en dat de bestuurder, welke later de tenaamgestelde bleek te zijn, zijn voertuig parkeerde op de Markt in Breukelen. Wij zagen dat [medeverdachte] uit zijn voertuig stapte en direct in de richting liep van een aldaar geparkeerde auto. Wij zagen dat [medeverdachte] contact maakte met een man. Deze man stapte uit een Range Rover Velar met kenteken: [kenteken] . Wij zagen dat de tenaamgestelde van deze Range Rover [verdachte] betrof.
Wij zagen dat [medeverdachte] en [verdachte] contact maakten met elkaar, dat [verdachte] zijn kofferbak opende en hier een aantal dozen uit pakte. Wij zagen dat hij één van deze dozen direct overgaf aan [medeverdachte] en vervolgens dat [medeverdachte] en [verdachte] gezamenlijk met meerdere dozen in de richting liepen van het voertuig van [medeverdachte] . Ik, [verbalisant] , zag dat [medeverdachte] één grote langwerpige doos met zich droeg. Ik, [verbalisant] , zag ook dat [verdachte] meerdere kleinere dozen met zich droeg. Wij besloten om beide personen staande te houden en een controle in te stellen. Wij besloten de dozen ter waarheidsvinding in beslag te nemen en opende deze.Wij zagen bij het openen van de boeken dat de laatste pagina was vastgeplakt aan de kaft en dat er in de kaft een zak zat met daarin wit poeder. Ik vermoedde daardoor dat er mogelijk
verdovende middelen in de goederen was verstopt en dat de goederen in de dozen fungeerde als deklading en waren gevuld met verdovende middelen.
Onderzoek van de in beslag genomen voorwerpen
Uit onderzoek van de in beslag genomen voorwerpen blijkt onder meer het volgende vermeld:
Goednummer: 3433185
Dit betroffen boeken. Tijdens de aanhouding is geconstateerd dat er cocaïne is
aangetroffen in de kaft van de boeken. Dit betroffen in totaal acht (8) boeken. Wij
hebben deze boeken onderzocht en troffen in alle boeken cocaïne pakketten in de
kaften. De cocaïne is inbeslaggenomen onder goednummer 3433191.
Goednummer: 3433148
Dit betrof een infraroodpaneel. Wat direct opviel was dat er kit aanwezig was rondom
de randen van het paneel. Deze kit was nog nat tijdens dit onderzoek. Wij hebben het
infraroodpaneel geopend en zagen direct dat de binnenzijde was gevuld met wit poeder.
Dit testte later positief op cocaïne. Deze cocaïne hebben wij inbeslaggenomen onder
goednummer 3433153.
Goednummer: 3433140
Dit betroffen twee (2) geluidboxen. Tijdens ons onderzoek zagen wij dat de randen van
deze boxen opnieuw waren vastgelijmd. Toen wij de bekleding lostrokken van de
geluidsboxen zagen wij dat de zijkanten verdikt waren. Hierop hebben wij de
zijpanelen van de geluidboxen geopend. Wij zagen dat er wit poeder in de zijpanelen
was verstopt. Dit testte later positief op cocaïne. 1000 gram.
Uit een kennisgeving van inbeslagneming onder medeverdachte [medeverdachte] blijkt het volgende:
Inbeslagneming
Plaats: Markt, Breukelen, binnen de gemeente Stichtse Vecht
Datum en tijd: 8 november 2024 te 13:45 uur
Omstandigheid: cocaïne aangetroffen in het zijpaneel van de geluidsboxen
Goednummer: PL0900-2024355406-3433145
Totale hoeveelheid: 1000 g
Uit het onderzoek verdovende middelen blijkt onder meer het volgende:
“Uniek Voorwerp AARK9333NL
Goednummer G3433145
Nettogewicht 988,45 gram
Uniek Voorwerp AARK9334NL
Goednummer G3433191
Nettogewicht 2000 gram
Uniek Voorwerp AARK9339NL
Goednummer G3433153
Nettogewicht 1496,26 gram”
Uit onderzoek door het Nederlands Forensisch Intituut (hierna: NFI) blijkt onder meer het volgende:
kenmerk omschrijving conclusie
AARK9333NL poeder, wit, 988,45 gram bevat cocaïne
AARK9334NL poeder, wit, 2000 gram bevat cocaïne
AARK9339NL poeder, wit, 1496,26 gram bevat cocaïne
Bewijsoverwegingen
De cocaïne met goednummer 3433145 – is aan verdachte te linken
De rechtbank is van oordeel dat uit de kennisgeving van inbeslagneming onder medeverdachte [medeverdachte] , zoals hierboven genoemd, in onderlinge samenhang bezien met pagina’s 109 en 110 van het einddossier en de bevindingen het NFI, blijkt dat het goednummer 3433145 betrekking heeft op 988,45 gram cocaïne die verstopt zat in een doos met 2 geluidsboxen en is overgedragen door verdachte aan medeverdachte.
Medeplegen van cocaïnehandel
De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het samen met anderen opzettelijk afleveren, vervoeren en verstrekken van cocaïne.
Beoordeling
De rechtbank zal eerst beoordelen of sprake is geweest van vormverzuimen, en zo ja of daar de consequentie van strafmatiging aan verbonden moet worden.
Staande houding – geen vormverzuim
De rechtbank is van oordeel dat er bij de staandehouding van verdachte sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Het voertuig van medeverdachte [medeverdachte] stond gesignaleerd in verband met ondermijnende criminaliteit, medeverdachte [medeverdachte] komt meerdere keren voor in de politiesystemen in verband met drugsfeiten en de politie heeft waargenomen dat er op een parkeerplaats bij de markt in Breukelen meerdere dozen werden overgedragen van de kofferbak van de ene auto naar de andere auto. Het op een openbare plek overdragen van dozen aan een persoon met een auto die in verband worden gebracht met drugs levert een redelijk vermoeden op van schuld aan een drugsoverdracht.
De staande houding was rechtmatig.
Cautie – een vormverzuim
De rechtbank is van oordeel dat het stellen van vragen aan verdachte over de dozen, direct na zijn (rechtmatige) staandehouding, moet gezien worden als een verhoor als bedoeld in artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Omdat uit het proces-verbaal niet blijkt dat verdachte daarbij de cautie van artikel 29 lid 2 Sv is gegeven, is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. De officier van justitie heeft aangevoerd dat volstaan kan worden met de constatering van het verzuim. De rechtbank vindt dat echter geen recht doen aan de ernst van het vormverzuim, en betrekt daarbij ook het hierna te bespreken vormverzuim bij het onderzoek naar de telefoon van verdachte. De cautie is een belangrijk strafvorderlijk voorschrift en strekt ertoe te voorkomen dat een verdachte ongewild meewerkt aan zijn eigen veroordeling. De rechtbank betrekt daar ook bij dat verdachte vragen zijn gesteld nádat er met medeverdachte [medeverdachte] gesproken was over de dozen en hij geen toestemming verleende voor het openen van de dozen. Hoewel hetgeen verdachte toen verklaarde niet wordt gebezigd voor het bewijs of – als gezegd – nodig was om de dozen rechtmatig in beslag te nemen en aan een onderzoek te onderwerpen, is van deze wijze van opereren door de politie wel een zekere druk uitgegaan. Daarmee is aannemelijk dat verdachte nadeel heeft ondervonden en dit nadeel zich ook leent voor compensatie door middel van strafvermindering.
Doorzoeking van de loods – geen vormverzuim
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat doorzoeking van de loods van verdachte rechtmatig was. De hulpofficier van justitie heeft de doorzoeking uitgevoerd (pagina 44) met een mondelinge machtiging daartoe van de officier van justitie (pagina 195). Er was sprake van dringende noodzakelijkheid op grond van artikel 96c lid 2 Sv, omdat de politie bij het openen van de inbeslaggenomen dozen wit poeder aantrof en het vermoeden kreeg dat deze dozen slechts dienden als dekmantel voor het vervoeren van drugs. Langer wachten op een (schriftelijk) bevel zou er toe kunnen leiden dat bewijs weg wordt gemaakt zodra door eventuele medeverdachten ontdekt wordt dat er een verdachte is aangehouden.
Onderzoek van de telefoon van verdachte – een vormverzuim
De rechtbank toetst het onderzoek van de telefoon van verdachte aan vereisten die gelden op grond van het Landeck arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024 (C-548/21) en het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409). Omdat het onderzoek aan de telefoon van verdachte een meer dan beperkte inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer betekende, had vooraf een toetsing door de rechter-commissaris moeten worden verricht. Dat is niet gebeurd.
De rechtbank is van oordeel dat daarom sprake is van een onherstelbaar vormverzuim waarbij aannemelijk is dat daardoor nadeel voor verdachte is ontstaan. Dat nadeel bestaat uit de mogelijke verder dan noodzakelijke kennisname van privégegevens door politieambtenaren. De rechtbank acht wel aannemelijk dat de rechter-commissaris, bij de afweging van de te verwachten inbreuk, de ernst van het strafbare feit en het belang van het onderzoek, in dit geval toestemming zou hebben gegeven voor het – al dan niet onder voorwaarden – onderzoeken van de telefoon van verdachte. Dat maakt dat de ernst van het vormverzuim beperkt is gebleven. Maar gelet op de hiervoor geconstateerde vormverzuim over het achterwege laten van de cautie, zal de rechtbank de straf iets verlagen.
Algemene strafmaat overwegingen
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft ruim 4 kilo cocaïne weggebracht naar en overhandigd aan medeverdachte [medeverdachte] . Ook bewaarde verdachte bijna een halve kilo cocaïne in een door hem gehuurde loods. Verdachte heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in ons land. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd en ook leidt harddrugs vaak, direct en indirect, tot criminaliteit waarmee onrust in de samenleving wordt veroorzaakt. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen enkel oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin.
Het uitgangspunt voor de straf
Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straf wordt opgelegd, zijn landelijke oriëntatiepunten voor strafoplegging ontwikkeld. Bij de raadpleging van deze oriëntatiepunten vormt de bewezenverklaring van de rechtbank het uitgangspunt. Voor het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en vervaardigen van 4000-5000 gram harddrugs is 20 maanden gevangenisstraf het uitgangspunt en voor het aanwezig hebben van 5000-6000 gram harddrugs is het uitgangspunt 18 maanden gevangenisstraf.
De rechtbank stelt vast dat geen sprake is geweest van de productie van harddrugs en het zwaartepunt van het strafrechtelijk verwijt in deze zaak ligt bij het vervoer en (verhuld) overdragen van de harddrugs.
Gelet op de oriëntatiepunten zal de straf dus rond de 18 tot 20 maanden moeten liggen.
De persoon van verdachte
De rechtbank houdt ook rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.
Ten slotte houdt de rechtbank in straf verminderende zin rekening met de geconstateerde vormverzuimen.
De rechtbank acht een gevangenisstraf van 15 maanden passend en geboden. De tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest zal daarop in mindering worden gebracht.
De rechtbank ziet ook aanleiding om verdachte daarnaast een geldboete op te leggen. In het dossier zijn aanknopingspunten te vinden dat verdachte geld heeft verdiend met de drugs. In zijn loods zijn materialen aangetroffen waaruit kan worden afgeleid dat verdachte drugs verhuld kon verpakken, waarmee de rol van verdachte groter lijkt dan uit de onderhavige strafzaak is gebleken. Dat maakt dat de rechtbank het passend vindt om verdachte, naast een gevangenisstraf, een financiële sanctie op te leggen.
De rechtbank acht een geldboete van € 4.000,- passend en geboden. Daarbij geldt dat, als verdachte de geldboete niet betaalt of daar geen verhaal voor biedt, de geldboete wordt vervangen door hechtenis van 50 dagen.
Voorlopige hechtenis
De raadsman heeft verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen bij gebrek aan gronden.
Dictum
23, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht en
2 en 10 van de Opiumwet;
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straffen
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 4.000,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 50 dagen;
Beslag
- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:
8x boek, goednummer 3433185;
1x lamp, goednummer 3433148;
1 telefoon Apple, goednummer 3433264;
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
1880 gram verdovende middelen, goednummer 3433153;
2800 gram verdovende middelen, goednummer 3433191;
320 gram verdovende middelen, goednummer 3433255;
340 gram verdovende middelen, goednummer 3433260;
60 gram verdovende middelen, goednummer 3433270;
160 gram verdovende middelen, goednummer 3433272;
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
een geldbedrag van € 600,-, goednummer 3433297;
een geldbedrag van € 1.000,-, goednummer 3433302;
een geldbedrag van € 900,-, goednummer 3433293;
1 STK Rechten aan toonder, omschrijving: [nummer] ; t.n.v.
[verdachte] ;vv op 20-11-2024, waarde € 184,21;
1 STK Rechten aan toonder, omschrijving: [nummer] ;
t.n.v. [verdachte] ; vv op 20-11-2024, waarde 1.742,92;
computer microsoft, goednummer 3433299; en
Harde schijf Sandisk (goednummer 3433300);
Harde schijf (goednummer 3433253);
HP laptop (incl. oplader) (goednummer 3433307);
Simkaart (goednummer 3433278);
Pakketje briefjes met tekst en een briefje van € 5,- (goednummer 3433304); en
Gescheurd briefje van € 10,- (goednummer 3433283).
Dit vonnis is gewezen door J.B. Duinkerken, voorzitter, mrs. J.P. Verboom en A. Maas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen-van der Hoek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 mei 2025.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 8 november 2024 te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 4484,71 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 8 november 2024 te Breukelen, in elk geval in Nederland, opzettelijk, aanwezig heeft gehad
ongeveer 453,51 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2024355406, bestaande uit:
- PV VGL van 10 november 2024, pagina 1 t/m 264;- PV RDK van 19 november 2024, pagina 1 t/m 143;- Pro forma dossier van 4 februari 2025, pagina 1 t/m 52;- Einddossier van 6 maart 2025, pagina 1 t/m 455,
opgemaakt door politie Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-78, pagina 177-187 van Einddossier
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-78, pagina 177 van Einddossier;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-78, pagina 178 van Einddossier;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-78, pagina 179 van Einddossier;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-65, pagina 135-136 en pagina 138 van PV VGL;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-82, pagina 192-193 van Einddossier;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-82, pagina 192 van Einddossier;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-3, pagina 18 van PV VGL;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-3, pagina 19 van PV VGL;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-3, pagina 20 van PV VGL;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-22, pagina 109-111 van Einddossier;
Een proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2024355406-11, pagina 221 van PV VGL;
een proces-verbaal van bevindingen, genummerd 241115-233-473, pagina 249-261 van Einddossier;
een geschrift van 18 november 2024, pagina 265 van Einddossier;
een geschrift van 18 november 2024, pagina 264 van Einddossier;
een geschrift van 18 november 2024, pagina 262 van Einddossier;
Beoordeling
Uit de berichten van verdachte, een gebruiker met de naam ‘ [contactnaam] ’ en medeverdachte [medeverdachte] in de chatgroep ‘ [chatgroep] ’ blijkt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] (via tussenkomst van ‘ [contactnaam] ’) een afspraak hebben gemaakt om elkaar op 8 november 2024 om 11:00 uur te treffen. Op die datum worden zij net na 11:00 uur samen op de parkeerplaats in Breukelen door de politie gezien, terwijl dozen van de auto van verdachte naar de auto van medeverdachte [medeverdachte] worden gebracht. Verdachte heeft ter zitting over deze afspraak verklaard dat hij wist dat de dozen die hij aan [medeverdachte] overhandigde cocaïne bevatten. Uit het voorgaande blijkt dat verdachte in elk geval met medeverdachte [medeverdachte] bewust en nauw heeft samengewerkt bij het afleveren, vervoeren en verstrekken van de cocaïne die was verborgen in meerdere dozen.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit
Het onder 2 ten laste gelegde feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft dit feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2025;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking van de loods van verdachte, genummerd PL0900-2024355406-6, pagina 35-39 van PV VGL;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, genummerd 241115-199-883, pagina 218-241 van Einddossier;
een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, genummerd 241115-233-473, pagina 248-261 van Einddossier;
een rapport van het NFI van 18 november 2024, pagina 263, 266 en 267.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 447,02 gram cocaïne in bezit heeft gehad. Er is 453,51 gram tenlastegelegd, maar verdachte dient naar het oordeel van de rechtbank te worden vrijgesproken van het meerdere (6,49 gram). De hoeveelheid van 6,49 gram sluit aan bij de hoeveelheid cocaïne die in de onderkleding van medeverdachte [medeverdachte] is aangetroffen. Daarvan kan niet worden gezegd dat verdachte daarover de beschikkingsmacht had.
5BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
1.
op 8 november 2024 te Breukelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd 4484,71 gram van een materiaal
bevattende cocaïne zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
op 8 november 2024 te Breukelen opzettelijk, aanwezig heeft gehad
447,02 gram van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
1
in vereniging opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
2
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8OPLEGGING VAN STRAF
8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:
- een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat tijdens het voorbereidend onderzoek meerdere vormverzuimen hebben plaatsgevonden: verdachte is onrechtmatig staande gehouden, verdachte is te laat de cautie gegeven, en zijn loods en zijn telefoon zijn onrechtmatig doorzocht. Die vormverzuimen moeten leiden tot een lagere straf.
De verdediging heeft daarnaast aangevoerd dat het voor verdachte zwaar was om in voorarrest te zitten. Toen de voorlopige hechtenis werd geschorst heeft hij zijn leven gebeterd: hij heeft zijn loods opgeruimd en de huur opgezegd. Verdachte werkt sinds april 2025 als uitzendkracht bij [bedrijf] Bv in Utrecht en verdachte heeft ter zitting een positieve verklaring van zijn teamleider overgelegd. Ook heeft verdachte zich gemeld bij de reclassering. Verder moet bij de strafoplegging in aanmerking worden genomen dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld en dat hij een gezin heeft.
8.3