Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-06-13
ECLI:NL:RBMNE:2025:4370
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
767 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2537
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: L. Dekker),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
1.1.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 maart 2023. Met het besluit van 9 augustus 2022 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar afgegeven. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met het verzoek het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
1.2.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld binnen twee weken te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft gereageerd op dit verzoek en gesteld dat er in deze zaak geen kosten zijn gemaakt die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
Overwegingen
2. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
3. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.
4. Het Uwv moet wel het griffierecht van € 50,- aan verzoeker betalen. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoeker kan zich hiervoor tot het Uwv wenden.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Artikel 8:41 van de Awb.