Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-07-22
ECLI:NL:RBMNE:2025:4249
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,958 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1489
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2025 op het herzieningsverzoek van
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] uit [woonplaats] , verzoekers
Inleiding
1. Verzoekers hebben beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug van 4 april 2022. Met dit besluit heeft het college de omgevingsvergunning voor het kappen van negen bomen op het perceel aan de [adres] in [plaats] (waaronder boom 3 en boom 108 ) in stand gelaten, en voor één boom ( boom 121 ) alsnog geweigerd.
2. Bij uitspraak van 1 juni 2023 heeft deze rechtbank het beroep van verzoekers ongegrond verklaard.
3. Bij brief van 14 juli 2025 hebben verzoekers de rechtbank verzocht om de uitspraak van 1 juni 2023 te herzien. De rechtbank doet uitspraak op het herzieningsverzoek zonder het verzoek op een zitting te behandelen.
Overwegingen
4. De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, en;
bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en;
waren zij bij de rechtbank eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
5. Verzoekers hebben verzocht om herziening van de uitspraak, omdat zij menen dat voldaan is aan deze drie eisen. Volgens verzoekers heeft de rechtbank de kap van boom 3 en boom 108 in haar uitspraak rechtmatig geacht, omdat dat zou zijn gebeurd met voorafgaande toestemming van de burgemeester middels een noodkapvergunning. De rechtbank is daarbij afgegaan op de mondelinge toelichting van de gemachtigde van het college op de zitting. Nu blijkt dat de bomen al gekapt waren vóór er überhaupt een boomdeskundige ter plaatse was om vast te stellen of sprake was van een ernstig verhoogd risico. Als dit eerder bekend was geweest had de rechtbank de noodkap niet rechtmatig geacht in haar uitspraak, aldus verzoekers. Ter onderbouwing hebben verzoekers een e-mailcorrespondentie overgelegd van medewerkers van de gemeente hierover.
6. De rechtbank constateert op grond van de overgelegde stukken dat boom 3 en boom 108 inderdaad niet met voorafgaande toestemming van de burgemeester zijn gekapt. De feiten zijn op dit punt dus anders dan de gemachtigde van het college op de zitting heeft geschetst. Dit leidt echter niet tot een andere uitspraak. Een noodkapvergunning is er voor de situatie waarin er sprake is van een dusdanig risico dat de gebruikelijke termijnen voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor kappen, niet kunnen worden afgewacht. Omdat de bomen reeds gekapt waren, had een noodkapvergunning in dit geval geen zin meer. Met het besluit op bezwaar van 4 april 2022 heeft het college de kap van deze bomen echter met terugwerkende kracht alsnog toegestaan (vergund), en de rechtbank heeft die vergunningverlening rechtmatig geacht.
7. De rechtbank wijst het herzieningsverzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer – de Bruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
ECLI:NL:RBMNE:2023:2728.
Dat kan op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit is bepaald in artikel 8:119 van de Awb.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1489
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2025 op het herzieningsverzoek van
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] uit [woonplaats] , verzoekers
Inleiding
1. Verzoekers hebben beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug van 4 april 2022. Met dit besluit heeft het college de omgevingsvergunning voor het kappen van negen bomen op het perceel aan de [adres] in [plaats] (waaronder boom 3 en boom 108 ) in stand gelaten, en voor één boom ( boom 121 ) alsnog geweigerd.
2. Bij uitspraak van 1 juni 2023 heeft deze rechtbank het beroep van verzoekers ongegrond verklaard.
3. Bij brief van 14 juli 2025 hebben verzoekers de rechtbank verzocht om de uitspraak van 1 juni 2023 te herzien. De rechtbank doet uitspraak op het herzieningsverzoek zonder het verzoek op een zitting te behandelen.
Overwegingen
4. De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, en;
bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en;
waren zij bij de rechtbank eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
5. Verzoekers hebben verzocht om herziening van de uitspraak, omdat zij menen dat voldaan is aan deze drie eisen. Volgens verzoekers heeft de rechtbank de kap van boom 3 en boom 108 in haar uitspraak rechtmatig geacht, omdat dat zou zijn gebeurd met voorafgaande toestemming van de burgemeester middels een noodkapvergunning. De rechtbank is daarbij afgegaan op de mondelinge toelichting van de gemachtigde van het college op de zitting. Nu blijkt dat de bomen al gekapt waren vóór er überhaupt een boomdeskundige ter plaatse was om vast te stellen of sprake was van een ernstig verhoogd risico. Als dit eerder bekend was geweest had de rechtbank de noodkap niet rechtmatig geacht in haar uitspraak, aldus verzoekers. Ter onderbouwing hebben verzoekers een e-mailcorrespondentie overgelegd van medewerkers van de gemeente hierover.
6. De rechtbank constateert op grond van de overgelegde stukken dat boom 3 en boom 108 inderdaad niet met voorafgaande toestemming van de burgemeester zijn gekapt. De feiten zijn op dit punt dus anders dan de gemachtigde van het college op de zitting heeft geschetst. Dit leidt echter niet tot een andere uitspraak. Een noodkapvergunning is er voor de situatie waarin er sprake is van een dusdanig risico dat de gebruikelijke termijnen voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor kappen, niet kunnen worden afgewacht. Omdat de bomen reeds gekapt waren, had een noodkapvergunning in dit geval geen zin meer. Met het besluit op bezwaar van 4 april 2022 heeft het college de kap van deze bomen echter met terugwerkende kracht alsnog toegestaan (vergund), en de rechtbank heeft die vergunningverlening rechtmatig geacht.
7. De rechtbank wijst het herzieningsverzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer – de Bruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
ECLI:NL:RBMNE:2023:2728.
Dat kan op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit is bepaald in artikel 8:119 van de Awb.