Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-07-02
ECLI:NL:RBMNE:2025:4244
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,391 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 11508451 UC EXPL 25-662 CD/942
Verstekvonnis van 2 juli 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V., mede handelend onder de naam [handelsnaam],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: LegalSteps B.V.,
tegen:
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft een dagvaarding uitgebracht. Zij heeft gevorderd dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om een bedrag aan haar te betalen, vermeerderd met rente, zoals in de dagvaarding is omschreven.
1.2.
De gedaagde partij heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en niet gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.
1.3.
Daarop volgt nu dit vonnis.
Feiten
2.1.
De gedaagde partij heeft in [naam] , een sportschool, een sportschoolabonnement (hierna: overeenkomst) voor onbepaalde tijd afgesloten, met een opzegtermijn van één maand.
2.2.
Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Daarin is onder meer opgenomen dat de sportschool de administratie en inning van abonnementstermijnen heeft overgedragen aan de eisende partij.
2.3.
Op enig moment heeft de gedaagde partij een betalingsachterstand laten ontstaan. Die is ondanks aanmaning niet ingelost.
2.4.
De eisende partij vordert nu dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om enkele (geheel of gedeeltelijk) openstaande termijnen van in totaal € 79,43 aan haar te betalen, vermeerderd met wettelijke rente.
Beoordeling
3.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (de sportschool) en een consument (de gedaagde partij). Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Als die bepalingen niet zijn nageleefd, of als de kantonrechter over onvoldoende informatie beschikt om dat te kunnen beoordelen, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. In de regel zal dan (een deel van) de vordering moeten worden afgewezen.
3.2.
De kantonrechter moet allereerst ambtshalve beoordelen of de sportschool bij het aangaan van de overeenkomst de nodige informatie aan de gedaagde partij heeft verstrekt. In dit geval, waarin de overeenkomst in de sportschool is gesloten, zijn de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. De kantonrechter constateert dat de toepasselijke essentiële informatieplichten zijn nageleefd.
3.3.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of in de overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten zoals de gedaagde partij, als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW. De kantonrechter kan zich daarbij beperken tot die bedingen die relevant zijn voor de beoordeling van de ingestelde vordering. In dit geval gaat het vooral om bedingen waarin de contractuele gevolgen van een betalingsachterstand zijn vastgelegd. De kantonrechter heeft met betrekking tot dit onderwerp geen onredelijk bezwarende bedingen aangetroffen.
3.4.
Aldus is er geen aanleiding om ambtshalve een sanctie op te leggen.
3.5.
Ook overigens komt de vordering de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. De gedaagde partij moet de achterstallige termijnen betalen, vermeerderd met de daarover gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW.
3.6.
De gedaagde partij krijgt ongelijk. Daarom wordt de gedaagde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 120,78
- griffierecht € 135,00
- salaris gemachtigde € 40,00 (1 punt x tarief € 40,00)
- nakosten € 20,00
Totaal € 315,54
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt de gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting € 79,43 aan de eisende partij te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende abonnementstermijnen tot de voldoening;
4.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten van € 315,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025.