Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-10
ECLI:NL:RBMNE:2025:3992
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
13,144 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/067423-24 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 10 april 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1977 in [geboorteplaats 1] ,ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] in [plaats 1] ,
hierna te noemen: verdachte.
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 maart 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P.T.P. van der Made, advocaat in Rotterdam, naar voren hebben gebracht. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van wat mr. F.A. ten Berge, advocaat in Utrecht, namens [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) naar voren heeft gebracht over de ingediende vordering van de benadeelde partij.
[slachtoffer] heeft als slachtoffer gebruik gemaakt van het spreekrecht. Ook heeft [de zus] , de zus van [slachtoffer] , gebruik gemaakt van het spreekrecht.
2TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte:
Primair
in de periode van [geboortedatum 2] 2018 tot en met 22 maart 2021 in Utrecht ontuchtige handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen, heeft gepleegd met [slachtoffer] , terwijl hij wist dat zij een zodanige beperking had dat zij niet in staat was haar wil daaromtrent te bepalen, kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden;
Subsidiair
in de periode van [geboortedatum 2] 2018 tot en met 26 mei 2020 in Utrecht zich meermalen heeft schuldig gemaakt aan verleiding van een minderjarige ( [slachtoffer] ) tot ontuchtige handelingen door giften (parfums/broek) en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten:
- het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer] ;
- de licht verstandelijke beperking van [slachtoffer] ;
- het vervullen van de rol van een vertrouwenspersoon in de familie en/of ten overstaan van betrokken hulpverleners;
- het inspelen op de gevoelens van [slachtoffer] .
3VOORVRAGEN
Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij beoordelen of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.
4WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen is.
Voor zover van belang worden de standpunten van de officier van justitie hieronder besproken bij het oordeel van de rechtbank.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde, vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
Ten aanzien van het primair tenlastegelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer] weliswaar een verstandelijke beperking had, maar dat deze beperking niet zodanig was dat zij haar wil niet kon bepalen op seksueel gebied. Daarnaast wist verdachte niet van de verstandelijk beperking af of was hij zich daar in ieder geval niet van bewust.
Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er sprake was van een wederzijdse liefdesrelatie en dat het enkel bestaan van een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer] , onvoldoende is om te concluderen dat er sprake is van misbruik van overwicht.
Voor zover van belang worden de standpunten van de raadsman besproken bij het oordeel van de rechtbank.
4.3
Beoordeling
4.3.1
Vrijspraak van het primair tenlastegelegde (artikel 243 Sr)
De rechtbank is van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en overweegt daartoe als volgt.
Zowel verdachte als [slachtoffer] hebben verklaard dat zij in de tenlastegelegde periode een relatie met elkaar hadden, waarbij zij ook seksueel contact hebben gehad. Dit staat niet ter discussie en staat daarmee vast. Ook staat vast dat [slachtoffer] een licht verstandelijke beperking heeft.
Voor een veroordeling op grond van artikel 243 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), moet vaststaan dat het slachtoffer, in dit geval [slachtoffer] , een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijk handicap had, dat zij daardoor niet in staat was haar wil met betrekking tot de (verrichte) seksuele handelingen te bepalen, kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Daarnaast moet vastgesteld worden dat verdachte op de hoogte was van de beperking van [slachtoffer] en van de gevolgen die deze beperking had voor haar wilsvorming (met betrekking tot seksuele handelingen/op seksueel gebied).
Had [slachtoffer] een verstandelijke beperking waardoor zij haar wil niet kon bepalen?
Aan het begin van de tenlastegelegde periode was [slachtoffer] nog maar 16 jaar oud. De rechtbank kan op grond van het dossier vaststellen dat [slachtoffer] een licht verstandelijke beperking heeft en had ten tijde van het tenlastegelegde. Bij haar is een IQ van 59 vastgesteld en uit het dossier blijkt verder dat zij door haar beperking sociaal-emotioneel functioneerde op het niveau van een 8-jarige. [slachtoffer] functioneerde door haar verstandelijke beperking praktisch en emotioneel dus op een veel jonger niveau dan dat van een 16-jarige, namelijk het niveau van nog een klein kind. Om deze reden is de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel dat de verstandelijke beperking van [slachtoffer] kan worden aangemerkt als een ‘zodanige verstandelijke handicap dat zij onvolkomen in staat was haar wil omtrent de seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden’ in de zin van artikel 243 Sr.
Wist verdachte van de beperking?
Uit het dossier blijkt dat verdachte herhaaldelijk door in ieder geval de zus en toenmalig voogd van [slachtoffer] , en door het Buurtteam, een instantie die onder andere jeugd- en opvoedhulp biedt, is gewezen op de beperking van [slachtoffer] en de kwetsbaarheid die dit met zich meebracht. Verdachte heeft op de zitting eveneens verklaard dat de zus en de moeder van [slachtoffer] hebben verteld dat [slachtoffer] door haar beperking functioneerde op het niveau van een 8-jarige. Verdachte heeft echter steeds verklaard, zowel bij de politie als ter zitting, dat hij weliswaar wist dat [slachtoffer] een beperking had, door/gebaseerd op wat anderen tegen hem hadden gezegd, maar dat hij dit zelf nooit zo heeft ervaren, omdat hij op één lijn lag met haar. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij dit mogelijk niet doorhad, omdat hij zelf ook verstandelijk beperkt is, wat pas recentelijk bekend is geworden.
Uit een Pro Justitia-rapportage van 4 september 2024, betreffende een psychologisch onderzoek over verdachte, blijkt dat verdachte een licht verstandelijke beperking heeft, waardoor hij onder andere een beperkt mentaliserend vermogen heeft. Dit betekent dat verdachte minder goed in staat is om zich in anderen en hun belevingswereld te verplaatsen.
Dit betekent niet dat verdachte hier helemaal niet toe in staat is, en zoals hiervoor is overwogen, is verdachte ook een aantal keer op de beperking van [slachtoffer] gewezen. De rechtbank heeft echter op basis van de behandeling ter terechtzitting en het gesprek met verdachte niet de overtuiging dat het daadwerkelijk tot hem doorgedrongen is, of dat hij zich er daadwerkelijk van bewust was dat [slachtoffer] , door haar beperking, haar wil niet kon bepalen ten aanzien van seksuele handelingen.
Omdat niet met voldoende zekerheid vastgesteld kan worden dat sprake was van wetenschap bij verdachte als bedoeld in artikel 243 Sr, spreekt de rechtbank verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit.
4.3.2
Bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde (artikel 248a Sr)
4.3.2.1 Bewijsmiddelen ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde
Een proces-verbaal van de verklaring van [slachtoffer] in een free recall op 16 april 2021, voor zover inhoudende:
[slachtoffer] .
Geboren: [geboortedatum 2] 2002.
Een keer op een avond was ik bij hem (de rechtbank begrijpt: verdachte), en toen begon die me ineens een kusje te geven uit het niets. En toen kregen we een relatie.
En eigenlijk een paar maanden daarna, begon die over seks te praten en zo. En toen hadden we het gedaan en een paar maanden daarna was ik zwanger geworden.
Ik had ook op een gegeven moment geen contact meer met mijn vader. Dus eigenlijk was hij een soort van vaderfiguur.
Hij kocht ook heel veel dingen, waarschijnlijk zodat ik misschien het niet door zou hebben, of zo.
V: [verdachte] , zo heet die man hè?
N: ja. [verdachte] .
En dan zei die elke keer, omdat ik ruzie met hem maakte, dat hij heel veel geduld met mij had. Omdat ik een beperking had.
En als ik iets wou, dan hoefde ik het maar te vertellen, en hij kocht het.
Ik vond hem ook eigenlijk echt wel leuk. En hij zei natuurlijk ook heel veel lieve dingen hè. Dan denk je van o, ja, want, ik heb geen liefde van mijn vader gehad, maar ook niet van mijn moeder. En dan als iemand die je toch wel een beetje leuk vindt, helemaal lieve dingen tegen je gaat zeggen dan trap je er al snel wat vaker in. En ik heb natuurlijk een beperking, en dat is een stukje waar ik snel voor val.
Een proces-verbaal van aangifte door [de zus] (voogd van [slachtoffer] ) namens [slachtoffer] , inclusief bijlagen, voor zover inhoudende:
V: Namens wie doe je deze aangifte?
A: Mijn zusje [slachtoffer] . Zij is geboren op [geboortedatum 2] 2002 in [geboorteplaats 2] .
V: Tegen wie doe je aangifte?
A: Tegen [verdachte]
V: Waar doe je aangifte van?
A: Seksueel misbruik van [slachtoffer] .
V: Tot wanneer zou dit dan hebben plaatsgevonden?
A: Eind maart 2021. Op 22 maart 2021 hoorde ik dat [slachtoffer] zwanger was van [verdachte] .
V: Waar zou dat gebeurd zijn?
A: In zijn woning in Utrecht.
V: Hoe gingen [slachtoffer] en [verdachte] met elkaar om?
A: Wat ik weet.
Beoordeling
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit en de omstandigheden waaronder deze is begaan
Verdachte heeft door misbruik te maken van feitelijke verhoudingen, bestaande uit een groot leeftijdsverschil en de rol van vertrouwenspersoon binnen de familie en naar hulpverleners toe, en door het geven van cadeautjes [slachtoffer] – die licht verstandelijk beperkt was –gebracht tot het plegen en/of dulden van verschillende ontuchtige handelingen.
Verdachte en [slachtoffer] kenden elkaar al lange tijd. Verdachte was de bovenbuurman en vertrouwenspersoon van de moeder van [slachtoffer] en [slachtoffer] speelde met de kinderen van verdachte. [slachtoffer] kwam veel bij verdachte thuis over de vloer. Zij groeiden meer naar elkaar toe en kregen een sterke vertrouwensband. Verdachte heeft misbruik gemaakt van deze situatie. Dit heeft er zelfs toe geleid dat zij een (seksuele) relatie met elkaar kregen. [slachtoffer] was bij aanvang van de tenlastegelegde periode 16 jaar en verdachte was 41 jaar oud. De relatie hielden zij geheim voor de buitenwereld. Zowel de zus (en voogd) van [slachtoffer] als de hulpverlenende instanties (het Buurtteam) hebben verdachte aangesproken over het toenemende contact met [slachtoffer] , waarbij zij hem hadden gewezen op de verstandelijke beperking en kwetsbaarheid van [slachtoffer] . Verdachte heeft echter steeds gezegd dat zij alleen maar vrienden zijn en hij als een vaderfiguur voor haar was, terwijl ondertussen de relatie werd gecontinueerd. Hij loog daar dus ook over.
Voorop staat dat dit soort feiten in zijn algemeenheid als ernstig moet worden aangemerkt. Ook al zou sprake zijn geweest van interesse en nieuwsgierigheid vanuit [slachtoffer] , dan nog had verdachte beter moeten weten gelet op haar leeftijd en beperking. Blijkens de wetsgeschiedenis strekt artikel 248a Sr juist tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die, gelet op hun jeugdige leeftijd, in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn zelf die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Dit geldt temeer in het geval van [slachtoffer] die een licht verstandelijke beperking had en daardoor extra kwetsbaar was.
Met zijn handelen heeft verdachte misbruik gemaakt van de jonge leeftijd en de kwetsbaarheid van [slachtoffer] , en heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, persoonlijke levenssfeer en (mogelijk) ook op de seksuele ontwikkeling van [slachtoffer] . Daar komt bij dat verdachte tijdens het tenlastegelegde niet altijd voorbehoedsmiddelen heeft gebruikt, waardoor onder andere risico’s zijn ontstaan op een ongewenste zwangerschap. Dit risico heeft zich ook verwezenlijkt. [slachtoffer] is als gevolg van de seksuele handelingen van verdachte twee keer zwanger geraakt van hem, waarbij ze een abortus heeft ondergaan en een zwangerschap heeft voldragen en nu een dochter heeft. Het spreekt voor zich dat dit zeer ingrijpend is geweest en nog altijd is. Hoewel verdachte zelf ook een lichte verstandelijke beperking heeft, moet hij hebben beseft (zoals ook blijkt uit de Pro Justitia rapportage over verdachte) dat wat hij deed grenzen overschreed en strafbaar was. Dat heeft hem er echter niet van weerhouden zijn overwicht over [slachtoffer] jarenlang te misbruiken.
Uit de vordering benadeelde partij en uit haar schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat [slachtoffer] nog dagelijks de psychische gevolgen ondervindt van het handelen van verdachte. Dat het bewezenverklaarde ook een grote impact heeft op de rest van de familie van [slachtoffer] , blijkt uit de slachtofferverklaring van de zus, en toenmalig voogd, van [slachtoffer] . De zus van [slachtoffer] heeft samen met haar partner het gezag over het kindje van [slachtoffer] (en verdachte). Zowel voor [slachtoffer] als haar familie heeft het handelen van verdachte dus levenslange gevolgen. Dit alles rekent de rechtbank verdachte zeer zwaar aan.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft bij haar beslissing rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie (‘het strafblad') van verdachte van 10 december 2024, waaruit blijkt dat hij niet
eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Het strafblad van verdachte weegt dus niet in
strafverminderende of strafvermeerderende zin mee.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een Pro Justitia-rapportage over (de persoon van) verdachte. Deze rapportage is opgemaakt door GZ-psycholoog S.F. Boers op 4 september 2024, onder supervisie van I.W.J. ten Post (GZ-psycholoog en pro Justitia rapporteur). Door de deskundige wordt geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking, een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis van het gecombineerde type, een andere gespecificeerde trauma- of stressorgerelateerde stoornis, een persisterende depressieve stoornis (met persisterende depressieve episode), met een actuele episode en van een stoornis in alcoholgebruik. Al deze psychische stoornissen waren aanwezig tijdens het bewezenverklaarde en hebben de gedragingen van verdachte beïnvloed.
De deskundige rapporteert dat verdachte zich bewust is van het (te) grote leeftijdsverschil tussen hem en [slachtoffer] , maar dat de relatie voor hem gelijkwaardig was. Zoals de rechtbank eerder heeft overwogen, heeft de psycholoog ook gerapporteerd dat verdachte minder vermogend is om zich in anderen en hun belevingswereld te verplaatsen. Hij lijkt zich niet volledig bewust van zijn overwicht op [slachtoffer] vanwege haar jonge leeftijd, of van de invloed die hun seksuele relatie zou kunnen hebben op haar (seksuele) ontwikkeling. Verdachte schijnt te begrijpen dat zijn handelingen strafbaar zijn, maar kan niet goed uitleggen waarom het precies verkeerd is. Volgens de psycholoog heeft met name de licht verstandelijke beperking van verdachte in enige mate doorgewerkt in het bewezenverklaarde feit. Geadviseerd wordt om verdachte het tenlastegelegde in enigszins verminderde mate toe te rekenen. De rechtbank neemt dit advies over.
De deskundige schat de kans op recidive voor soortgelijke feiten laag in en op de lange termijn is er dan sprake van een laag-matig ingeschat recidive risico voor feiten zoals het thans ten laste gelegde.
Voornaamste risicofactoren zijn de gebrekkige oplossingsvaardigheden van verdachte, onder andere voortkomend uit zijn verstandelijke beperking. Verdachte vindt nog steeds dat hij weinig verkeerd heeft gedaan en zou als er geen aangifte was gedaan, naar zijn zeggen nog steeds een relatie met [slachtoffer] hebben. De verwachting is echter ook dat verdachte dermate geschrokken is van alles dat er is gebeurd, dat hij op de korte termijn niet snel nog eens in een soortgelijke relatie terecht zal komen. Bovendien heeft hij de steun van zijn ouders en is ook de band met zijn kinderen voor hem beschermend. Vanwege het laag ingeschatte risico op recidive is een behandeling in een strafrechtelijk kader niet geïndiceerd. Bovendien heeft verdachte zich aangemeld voor behandeling en heeft hij recent een intake bij de Waag gehad. Het belang hiervan wordt door de deskundige onderschreven.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 3 februari 2025, opgemaakt door reclasseringswerker S. Dijkslag. De reclassering schrijft allereerst dat het schorsingstoezicht goed verloopt. Verdachte heeft zich aan alle voorwaarden gehouden en toont zich gemotiveerd voor behandeling en begeleiding. Deze behandeling heeft zich vooralsnog voornamelijk gericht op het mentaal stabiel krijgen van verdachte nadat hij zich suïcidaal uitte.
Beoordeling
Materiële schade
De rechtbank overweegt ten aanzien van de materiële schade dat de schadeposten ‘nota kraaminzicht’ (€ 240,35), ‘Eigen bijdrage ziektekosten tbv dochter [minderjarige] ’ (€ 385,-) en ‘toekomstige schade eigen bijdrage ziektekosten voor 2025’ (€385,-) zullen worden toegewezen. Deze schadeposten zijn het rechtstreekse gevolg van het bewezenverklaarde, zijn voldoende onderbouwd en de vordering is op dit punt niet betwist door de verdediging. Wat betreft de toekomstige schade overweegt de rechtbank dat dit voorzienbare kosten zijn waarvan aannemelijk is dat deze zullen worden gemaakt.
De rechtbank zal dus aan materiële schade het volledig gevorderde bedrag van in totaal € 1.010,35 toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente
over een bedrag van € 240,35 vanaf 16 december 2021 (vervaldatum nota kraaminzicht)
over een bedrag van € 385,- vanaf 10 april 2025 (eigen bijdrage)
over een bedrag van € 385,- vanaf 10 april 2025 (toekomstige eigen bijdrage)
tot aan de dag van algehele voldoening. De rechtbank is voor de ingangsdatum van de wettelijke rente over het bedrag van € 385,- in beide gevallen uitgegaan van de datum van het vonnis, omdat het ontstaansmoment van de schade niet duidelijk is.
Immateriële schade
Ten aanzien van de gestelde immateriële schade overweegt de rechtbank dat gelet op de aard en de ernst van de normschending, de nadelige gevolgen van het bewezenverklaarde zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Verdachte heeft immers een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij. Dat blijkt ook uit de stukken waarmee deze vordering is onderbouwd.
De rechtbank stelt de omvang van de schade van [slachtoffer] naar billijkheid vast op een bedrag van € 40.000,-. Daarbij heeft de rechtbank gelet op de aard, de ernst en de verwijtbaarheid van het onrechtmatig handelen van verdachte, alsmede de ernst van de inbreuk die daarmee op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij is gemaakt; de nadelige gevolgen die dat handelen heeft gehad en heeft op het dagelijkse leven van de benadeelde partij, zoals daarvan is gebleken uit de schriftelijke en mondelinge toelichtingen op de vorderingen en de daarbij overgelegde stukken, en de schadevergoedingen die in vergelijkbare gevallen door rechters is toegekend.
Vergoeding van de gevorderde schade tot een bedrag van € 40.000,- komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering, toegewezen bedragen in vergelijkbare zaken en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank neemt daarbij met name in ogenschouw de duur van het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte en het feit dat het handelen van verdachte levenslange gevolgen heeft voor [slachtoffer] . Zij is tweemaal zwanger geraakt, heeft een abortus ondergaan en heeft een kind gekregen. Uit de onderbouwing volgt dat het trauma van [slachtoffer] wordt getriggerd door haar dochter. Bij ieder contact met haar dochter wordt [slachtoffer] opnieuw herinnerd aan het bewezenverklaarde.
De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 40.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 mei 2019 tot aan de dag van algehele voldoening. De rechtbank heeft deze aanvangsdatum van de wettelijke rente gehanteerd, omdat het een voortdurend delict betrof waarvan de schade deels al aan het begin en deels ook gaande het feit is ontstaan. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk worden verklaard.
Proceskosten
Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken, tot op heden begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling aan haar de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Deze maatregel houdt de verplichting tot betaling van het toegewezen bedrag aan de Staat in, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente en bij gebreke van betaling te vervangen door de bijbehorende aantal dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
- verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf en maatregel
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 8 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;
- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:
zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:
zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 in Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
38v-maatregel
legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van twee (2) jaar;
beveelt dat verdachte
op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2002;
zich niet ophoudt op de gehele [straat] in [plaats 2] ;
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 14 dagen hechtenis met een maximum van zes maanden;
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
De politie ziet toe op handhaving van dit contact- en locatieverbod.
Benadeelde partij
wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 41.010,35;
veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente
- over een bedrag van € 240,35 vanaf 16 december 2021 (nota kraaminzicht);
- over een bedrag van € 385,- vanaf 10 april 2025 (eigen bijdrage 2023)
- over een bedrag van € 385,- vanaf 10 april 2025 (toekomstige eigen bijdrage)
- over een bedrag van € 40.000,- vanaf 26 mei 2019 (immateriële schade)
tot aan de dag van algehele voldoening.
verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 41.010,35 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente
- over een bedrag van € 240,35 vanaf 16 december 2021 (nota kraaminzicht);
- over een bedrag van € 385,- vanaf 10 april 2025 (eigen bijdrage 2023)
- over een bedrag van € 385,- vanaf 10 april 2025 (toekomstige eigen bijdrage)
- over een bedrag van € 40.000,- vanaf 26 mei 2019 (immateriële schade)
tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 240 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Michon, voorzitter, mr. J.F. Haeck en mr. M.H. Erich, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 april 2025.
mr. L.C.
Beoordeling
Dat is dat [slachtoffer] verliefd was op [verdachte] .
Nadat [slachtoffer] geen contact met haar vader had , vertelde ze dat ze [verdachte] als een soort van vader zag.
V: Wat kun je vertellen over die ontwikkelingsleeftijd?
A: Ze zat op een ontwikkelingsleeftijd van zes tot zes en half jaar. Dat kan nu lager zijn.
V: In hoeverre is de beperking van [slachtoffer] zichtbaar voor mensen die haar niet kennen?
A: Niet. Ze wordt snel overschat. Pas als je vaker met haar praat en persoonlijk met haar in contact bent, dan zou je kunnen merken dat ze een beperking heeft.
V: Praten jij en [slachtoffer] wel eens met elkaar over het onderwerp seksualiteit?
A: Ja. [A] ook. Zij vertelt zelf dat ze de seks niet deed omdat zij dat wou, maar omdat hij dat wou. Dat seks voor haar helemaal niet hoeft.
V: Wat weet [verdachte] van de beperkingen van [slachtoffer] ?
A: Alles. Hij heeft alle rapportages gelezen. Hij was vertrouwenspersoon van mijn moeder en dit hele dossier is ook besproken met het buurtteam Overvecht. Aan mijn moeder is uitgelegd wat [slachtoffer] mankeerde en hoe mijn moeder daarmee om moest gaan. Bij die gesprekken heeft [verdachte] gezeten en zo kan hij weten wat de beperkingen van [slachtoffer] zijn.
V: Wat heeft [verdachte] tegen jou verteld wat hij weet van de beperkingen van [slachtoffer]
A: Dat hij begreep hoe kwetsbaar zij was. Ook voor loverboys en verkeerde mensen. Dat je haar makkelijk om kon praten.
Een proces-verbaal van studioverhoor met [slachtoffer] op 7 december 2021, voor zover inhoudende:
A: Dan lagen we in bed, en dan raakte die me aan.
En de eerste keer dat ik daar ging slapen deed ie dat ook, en toen schrok ik heel erg. Dat is drie en een half of twee en een half jaar doorgegaan.
V: Waar raakte hij jou aan.
A: van onderen. Aan mijn vagina.
V: ok, En wat deed ie dan, want je zegt aanraken, maar wat deed ie dan precies.
A: Ja, gewoon er overheen gaan. Met z’n vinger.
Toen is het verder gegaan met intiem zijn en toen kregen we een relatie.
V: En wat bedoel je met verder gegaan met intiem zijn?
A: Eh, met seks en zo. Met elkaar vrijen. dat de man in de vrouw gaat. En dat je kinderen kan krijgen.
V: Wat vond je daarvan, dat je toen een relatie kreeg?
A: dat vond ik wel leuk, want ik was wel verliefd op hem, maar wou niet intiem zijn.
V: En je zegt, ik wilde niet intiem zijn, waarom wilde je niet intiem zijn.
A: Omdat ik pas vijftien was.
V: Hoe weet je nog zo goed dat je vijftien was toen je met hem intiem was.
A: Omdat ik op mijn zestiende een abortus heb moeten plegen, en toen was het al aan de gang. Ik denk een jaar al.
V: Maar wat deed ie nog meer om je over te halen, om iets te doen, of om iets niet te doen.
A: Dan zei die, lieve dingen, waardoor ik dacht, dat ie mij bijzonder vond.
V: En wat voor dingen deed hij bij jou, intiem.
A: eigenlijk alles, van wat je kan doen. Een vinger in mijn vagina stoppen, en gewoon met zijn mond daarzo. En eigenlijk gewoon met zijn lul erin gaan.
V: En wat voor dingen deed jij bij hem.
A: dat ik hem moest pijpen en meer niet.
V: En hoe kwam het dan, dat je dat dan deed.
A: Omdat ie dan misschien kon zeggen, dat ik niet bijzonder was of zo.
V: Jij zei ook, dat ie je ook cadeautjes gaf.
A: Ja, parfum, en een nieuwe broek, maar die paste ik niet. Eigenlijk merendeels parfum.
V: En wanneer kreeg je cadeautjes.
A: Met Valentijnsdag, en als ik jarig was. Ook wel is tussendoor. Die broek heb ik gekregen tussendoor.
Een geschrift, zijnde een diagnostisch onderzoek van [slachtoffer] bij Reinaerde, april 2022, voor zover inhoudende:
De sociaal emotionele ontwikkeling van [slachtoffer] wordt ingeschat op de ontwikkelingsleeftijd van 7 jaar.
Op cognitief-seksueel en emotioneel-seksueel gebied komt naar voren dat [slachtoffer] moeite heeft om wensen en grenzen aan te geven, onvoldoende weerbaar is en zich veelal afhankelijk opstelt ten opzichte van de ander.
DSM-5 classificatie: 317, licht verstandelijke beperking.
De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 maart 2025, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik seks heb gehad met [slachtoffer] .
De moeder van [slachtoffer] liet mij destijds papieren zien om duidelijk te maken wat de beperking van [slachtoffer] inhield.
Het klopt dat het Buurtteam en [de zus] met mij hebben gesproken over de verstandelijke beperking van [slachtoffer] .
Door de moeder van [slachtoffer] en door [de zus] is met mij besproken dat [slachtoffer] functioneerde op het niveau van een kind van acht.
[slachtoffer] sprak best veel onvrede uit over thuis. Ze wilde ook nooit terug naar huis als ze bij mij was. Dan werd ze verdrietig.
Ik mocht van [slachtoffer] niet tegen anderen vertellen dat wij een relatie hadden, dus zei ik dat ik een vaderfiguur voor haar was.
Verklaring verdachte bij de politie, voor zover inhoudende:
V: Hoe was jouw contact met [slachtoffer] ?
A: In het begin heel oppervlakkig, maar ze trok steeds meer mijn kant op. Ze kwam daarna ook steeds vaker bij mij. Zij wilde dat gewoon heel graag omdat ze op mij gesteld was.
V: Waar bestond het contact uit?
A: Heel veel gesprekken. Haar woonsituatie bij de mensen was ze niet heel blij mee. Ik was er voor haar en had met haar te doen.
V: Had jij een vertrouwensband met [slachtoffer] ?
A: Ja, dat dacht ik wel ja. Ik was er voor haar als vertrouwenspersoon want als zij dingen tegen mij vertelde dan hield ik dat voor mij. Ik wilde er gewoon voor haar zijn omdat ze het toentertijd lastig heeft gehad daar bij de verzorgers. Het was bijna dagelijkse ellende.
V: Welke rol had jij voor [slachtoffer] in haar leven?
A: Haar partner denk ik en de vertrouwenspersoon.
Beoordeling
Uiteindelijk zal de behandeling, gezien de verstandelijke beperking van verdachte, vooral psycho educatief van aard zijn. Op korte termijn zal tevens het buurtteam worden ingeschakeld zodat verdachte hier terecht kan voor praktische begeleiding. Hij wordt namelijk snel overvraagd en raakt ontregeld als dingen onduidelijk zijn voor hem. Verdachte is gebaat bij langdurige begeleiding. De reclassering adviseert daarom, ondanks de lage kans op recidive, bijzondere voorwaarden bij een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Middels een meldplicht kan de reclassering verdachte nog enige tijd blijven monitoren en hem rustig laten "landen" bij het buurtteam. Daarnaast adviseert de reclassering dit omdat het van belang is om verdachte mogelijk na een eventuele detentie te helpen re-integreren en hem weer toe te leiden naar de juiste instanties. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling en een contactverbod. De reclassering adviseert daarbij een proeftijd van één jaar, omdat verdachte al een jaar onder schorsingstoezicht loopt, openstaat voor begeleiding en behandeling en de risico’s beperkt zijn.
Strafoplegging
Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Alles afwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Het voorwaardelijk deel van de straf strekt ertoe de verdachte er in de toekomst van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal, gelet op voornoemde adviezen en gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken ter terechtzitting, aan het voorwaardelijke strafdeel de bijzondere voorwaarden verbinden zoals die zijn geadviseerd door de reclassering – en die nader omschreven staan in het dictum, met uitzondering van het contactverbod en met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank komt hiermee tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist, omdat zij verdachte zal vrijspreken van het primair tenlastegelegde.
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Sr)
Namens de benadeelde partij is verzocht om een contact- en locatieverbod.
De rechtbank ziet, ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten, aanleiding om aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen in de zin van artikel 38v Sr. De rechtbank zal voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat verdachte:
op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2002;
zich niet begeeft op de gehele [straat] in [plaats 2] .
De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van twee jaar. Voor iedere keer dat verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende hechtenis worden opgelegd voor de duur van twee weken, met een maximale totale duur van zes maanden.
Daarbij geldt dat toepassing van de vervangende hechtenis verdachte niet ontslaat van nakoming van deze maatregel.
De politie ziet toe op handhaving van dit contact- en locatieverbod.
Gelet op het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer] . Uit het dossier is immers gebleken dat ook nadat het contact door de voogd van [slachtoffer] was verboden, en nadat met de aangifte en afgelegde verklaringen door [slachtoffer] dit onderzoek in gang is gezet, verdachte nog contact heeft gehad met [slachtoffer] en haar en hun kind heeft gezien. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
9BENADEELDE PARTIJ
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 49.010,35. Dit bedrag bestaat uit € 1.010,35 materiële schade en € 48.000,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
9.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, in verband met de bepleite vrijspraak.
De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de gevraagde immateriële schadevergoeding gematigd dient te worden, omdat deze buitenproportioneel hoog is.
9.3
Beoordeling
V: Wat voor cadeautjes gaf je [slachtoffer] wel eens?
A: Geurtjes. Ik gaf het soms tussendoor maar standaard op verjaardagen.
O: [slachtoffer] verklaart dat ze van jou meerdere keren van jouw parfum heeft gekregen en een keer een nieuwe broek.
A: Ja.
V: Wat vond jij van het leeftijdsverschil?
A: Daar heb ik aan het begin wel moeite mee gehad en een tijd tegen gevochten. Maar het gevoel heeft gewonnen en het was uiteindelijk niet belangrijk voor mij. Ik hield van haar. En zij van mij. Ik vind leeftijd altijd maar een getal.
V: Heeft er wel eens seks plaatsgevonden?
A: Ja.
V: Waar hebben jullie seks gehad?
A: Gewoon bij mij thuis (de rechtbank begrijpt: in [plaats 1] ).
V: Waar bestond dat seksuele contact uit?
A: Gewoon de normale dingen. Zoenen, strelen, knuffelen. Dat soort dingen.
O: [slachtoffer] heeft verklaard dat jij haar hebt gevingerd.
A: Ja.
O: [slachtoffer] heeft verklaard dat jij haar hebt gebeft.
A: Ja en zij andersom.
V: Bedoel je daarmee pijpen?
A: Ja inderdaad.
O: [slachtoffer] heeft verklaard dat jij met jouw piemel in haar vagina ging.
V: Wat kun je daarover vertellen?
A: Ja dat is vrijen dus vrij normaal toch?
4.3.2.2 Bewijsoverwegingen ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde (248a Sr)
De rechtbank vindt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Bij verleiding in de zin van artikel 248a Sr gaat het om het opzettelijk bewegen van een minderjarige tot het plegen of dulden van seksuele handelingen door giften, beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding. Van het in artikel 248a Sr door het bestanddeel 'beweegt' tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen.
Verdachte heeft bij de politie en ter zitting verklaard dat hij de in de tenlastelegging omschreven seksuele handelingen bij [slachtoffer] heeft verricht. Hij heeft haar daartoe bewogen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en ook door giften. Dat overwicht kwam voort uit een zeer aanzienlijk leeftijdsverschil en een vertrouwensrelatie. Verdachte was aan het begin van de tenlastegelegde periode 41 jaar en [slachtoffer] 16 jaar oud. Verdachte kende haar jonge leeftijd. Verdachte fungeerde, zoals hij zelf ook heeft verklaard, als vertrouwenspersoon, zowel voor [slachtoffer] zelf, als voor familie en hulpverleners van [slachtoffer] . Daar komt bij dat [slachtoffer] een licht verstandelijke beperking heeft. Ondanks dat bij verdachte ook sprake is van een licht verstandelijke beperking, is er een duidelijk verschil in ontwikkeling en levenservaring tussen beiden. Daarnaast was hij meerdere malen gewaarschuwd door de zus van [slachtoffer] en het Buurtteam over de kwetsbaarheid van [slachtoffer] door haar beperking. Op de terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij ook had gehoord dat [slachtoffer] functioneert op het niveau van een achtjarige. Verdachte wist van de ongelijke verhouding en moet zich bewust zijn geweest van het hieruit voortvloeiende overwicht. Verdachte gaf [slachtoffer] bovendien ook cadeaus en speelde in op haar verliefde gevoelens. Duidelijk is dat [slachtoffer] door het misbruik van overwicht en de giften is overgegaan tot de seks met verdachte.
Uit het voorgaande volgt dat de verdachte de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden door [slachtoffer] opzettelijk tot een seksuele relatie te bewegen, door misbruik te maken van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en giften als bedoeld in artikel 248a Sr. De seksuele handelingen moeten dan ook als ontuchtig in de zin van artikel 248a Sr worden aangemerkt.
5BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
subsidiair
in de periode van 27 mei 2018 tot en met 26 mei 2020 te Utrecht, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2002, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, (telkens) door giften, te weten meerdere parfums en een broek, en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten door een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer] en de (licht) verstandelijke beperking van die [slachtoffer] en het vervullen van de rol van een vertrouwenspersoon in de familie en ten overstaan van betrokken hulpverleners en het inspelen op de gevoelens van die [slachtoffer] , opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te dulden, immers heeft verdachte meermalen (telkens):
- kusjes gegeven op de mond van die [slachtoffer] en
- zijn penis in de mond en in de vagina en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden en
- zijn tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden en
- vingers op/in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden;
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezen verklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
Door giften en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en van hem te dulden, meermalen gepleegd.
7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte (volledig) uitsluit.