Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-26
ECLI:NL:RBMNE:2025:3899
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,025 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2113
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,
(gemachtigden: mr. R. Zwiers)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),
(gemachtigde: W.A. Postma).
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Deze zaak gaat over het besluit van het Uwv van 23 augustus 2023 waarmee de aanvraag van verzoeker voor een Wajong-uitkering is afgewezen. Tegen dit besluit is door verzoeker bezwaar gemaakt. Met de beslissing op bezwaar van 9 februari 2024 is het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing op bezwaar heeft verzoeker beroep ingediend. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
3. De rechtbank heeft de zaak behandeld op de zitting van 28 oktober 2024. De zaak is vervolgens door middel van de tussenuitspraak van 26 november 2024 heropend om het Uwv in de gelegenheid te stellen binnen twee weken na verzending van de tussenuitspraak mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het geconstateerde motiveringsgebrek te herstellen. Daarnaast is het Uwv in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak het geconstateerde motiveringsgebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en de aanwijzingen in de tussenuitspraak. Met de tussenuitspraak van 21 januari 2025 is deze termijn verlengd.
4. Op 13 februari 2025 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op het bezwaar van verzoeker genomen. Het Uwv heeft met deze beslissing alsnog per 13 februari 2023 een Wajong-uitkering toegekend aan verzoeker. Hierop heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken met het verzoek het Uwv te veroordelen in de proceskosten die hij heeft gemaakt. Het Uwv heeft niet gereageerd op dit verzoek.
5. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting met een waarde per punt van € 907,- en wegingsfactor 1). De proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase is in het besluit van 13 februari 2025 al toegekend. Verzoeker heeft ook nog om een vergoeding van zijn reiskosten gevraagd. De kosten daarvan bedragen € 13,34 en komen voor vergoeding in aanmerking. De totale proceskosten bedragen: € 1.827,34.
6. Het Uwv moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. In dit geval gaat het om een bedrag van € 51,-.
Dictum
De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 1.827,34 aan proceskosten. Het Uwv moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht.