Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-06-02
ECLI:NL:RBMNE:2025:3854
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,975 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3642
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, het college,
(gemachtigde: J. Franken).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het verkeersbesluit van het college om ter hoogte van [adres 1] in [woonplaats] twee parkeerplaatsen aan te wijzen voor het opladen van elektrische voertuigen en daarmee als parkeerplaats voor niet-elektrische auto’s te onttrekken.
1.1.
Op 16 november 2023 heeft het college het ontwerpverkeersbesluit in het Gemeenteblad gepubliceerd. Eiser heeft op 24 november 2023 een zienswijze ingediend. Op 19 januari 2024 heeft het college het verkeersbesluit in het Gemeenteblad gepubliceerd. Eiser heeft hiertegen op 20 februari 2024 bezwaar ingediend. Het college heeft dit bezwaar naar de rechtbank doorgestuurd, omdat het bezwaar moet worden aangemerkt als een beroep. Dit is bij de rechtbank binnengekomen op 1 maart 2024. Eiser heeft ook op 22 april 2024 rechtstreeks beroep ingediend bij de rechtbank.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het verkeersbesluit van het college van 19 januari 2024 op 2 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college.
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
2. Het college heeft met het verkeersbesluit van 19 januari 2024 171 locaties in Soest en Soesterberg aangewezen waar in de toekomst laadpalen voor elektrische auto’s geplaatst zullen worden. Bij iedere laadpaal worden twee openbare parkeerplaatsen aangewezen voor het uitsluitend opladen van elektrische auto’s. Het college heeft aan het verkeersbesluit ten grondslag gelegd dat zij vervoer zonder emissie wil stimuleren en hiermee een bijdrage te leveren aan het behalen van de doelstellingen om emissieloos te rijden. Volgens het college draagt het gebruik van elektrisch vervoer bij aan een verbetering van de luchtkwaliteit en vermindert dit de uitstoot van CO2. Het college verwacht ook dat de plaatsing van laadpalen het aanschaffen van elektrische voertuigen zal stimuleren.
3. Eiser woont op de [adres 1] in [woonplaats] . Hij is het niet eens met het aanwijzen van de twee parkeerplaatsen ter hoogte van de [adres 1] . Eiser heeft daarom een zienswijze ingediend, maar zijn zienswijze is door het college niet betrokken bij het verkeersbesluit. Daardoor zijn eisers belangen niet meegewogen. Verder wijst eiser op een alternatieve locatie die logischer is om de laadpalen te plaatsen.
4. De rechtbank geeft eiser gelijk en verklaart het beroep daarom gegrond. De rechtbank vernietigt het verkeersbesluit voor zover het besluit ziet op de aangewezen locatie bij de [adres 1] . De rechtbank vernietigt het verkeerbesluit niet voor alle andere in het verkeersbesluit aangewezen locaties.
4.1.
De rechtbank overweegt dat het college de taak heeft om bij het nemen van het verkeersbesluit de individuele belangen te inventariseren om vervolgens deze belangen af te wegen tegen het algemeen belang. De rechtbank stelt vast dat de individuele belangen van eiser niet zijn meegewogen. Het college heeft namelijk de zienswijze van eiser door omstandigheden over het hoofd gezien en daarom zijn de belangen van eiser niet betrokken bij het nemen van het verkeersbesluit.
4.2
Eiser heeft op zitting gewezen op drie locaties. Die locaties heeft hij aangegeven op een luchtfoto, die hij op de zitting aan de rechtbank en verweerder heeft overhandigd. Volgens het verkeersbesluit worden de twee parkeerplaatsen aangewezen op locatie 1, tegenover [adres 1] . Eiser heeft op twee alternatieve locaties verderop in de straat gewezen, locatie 2 en locatie 3. Locatie 2 is tegenover [adres 2] . Deze locatie is tijdens de consultatiefase door het college ook als optie genoemd. Locatie 3 is tussen locatie 1 en 2 in. Op de zitting heeft de gemachtigde van het college toegelicht dat het voor het college om het even is of locatie 1 of 2 wordt aangewezen voor het plaatsen van de laadpalen. Het college heeft uiteindelijk gekozen voor locatie 1, omdat een andere buurtbewoner in de consultatiefase heeft geklaagd over locatie 2. Omdat de locatie voor het college om het even was, en er dus vanuit twee kanten belangen zijn aangevoerd (door eiser en een andere buurtbewoner), overweegt de rechtbank dat het juist aan het college was om in het besluit de vereiste belangenafweging te maken. Daarbij moeten alle relevante belangen in aanmerking worden genomen. Dat is niet gebeurd, doordat het college de zienswijze van eiser over het hoofd heeft gezien. De rechtbank vernietigt daarom het besluit, voor zover dat gaat over de aangewezen locatie bij [adres 1] .
4.2
Het college heeft aangegeven in die omgeving een laadpaal te willen plaatsen, vanwege de verdeling van laadpalen over de gemeente. Als het college dat wil doorzetten, zal het met betrekking tot de locatie aan de [straat] een nieuw besluit moeten nemen. Daarbij moeten dan de door eiser en de door de buurtbewoner genoemde belangen worden meegewogen met betrekking tot locatie 1 en 2. Verder heeft eiser op zitting ook nog gewezen op een alternatieve locatie, locatie 3. De rechtbank is van oordeel dat het college ook deze alternatieve locatie zal moeten betrekken in haar belangenafweging.
Conclusie
5. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Als het college opnieuw van plan is om parkeerplaatsen aan te wijzen voor het opladen van elektrische voertuigen aan de [straat] , dan is het aan het college om een nieuw verkeersbesluit nemen. Omdat er geen aanvraag ligt, is daar geen beslistermijn aan verbonden.
5.1.
Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Op de zitting heeft eiser aangegeven dat het college het door hem betaalde griffierecht al heeft vergoed, zodat het college dit niet meer hoeft te doen.
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 19 januari 2024, voor zover dat betrekking heeft op de aangewezen locatie bij de [adres 1] .
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2025 door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.