Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-12
ECLI:NL:RBMNE:2025:3656
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,778 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11256655 \ UC EXPL 24-5464 RvdH/1037
Vonnis van 12 februari 2025
in de zaak van
ZIGGO SERVICES B.V.,
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Ziggo,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,
tegen
[gedaagde] , handelende onder de naam [handelsnaam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7, - het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 18 september 2024, aan te merken als de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek met productie 8,- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 15 januari 2025, aan te merken als de conclusie van dupliek.
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] had meerdere zakelijke abonnementen voor internet en televisie bij Ziggo.
Omdat [gedaagde] de facturen niet op tijd betaalde, heeft Ziggo de overeenkomst per 23 mei 2023 beëindigd. Ziggo vordert in deze procedure betaling van het deel van de facturen (€ 264,69) dat nu nog openstaat, te vermeerderen met rente en kosten. Het gaat om een bedrag van in totaal € 348,81. [gedaagde] stelt dat hij schade heeft geleden door Ziggo en dat die schade veel hoger is dan de vordering van Ziggo. Daarom vindt [gedaagde] dat hij niets meer aan Ziggo hoeft te betalen.
Beoordeling
3.1.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de facturen van moet betalen en hierna wordt uitgelegd waarom.
3.2.
[gedaagde] betwist op zichzelf de verschuldigdheid van de facturen niet. Hij voert een verrekeningsverweer. Dat vereist dat hij voldoende stelt en onderbouwt dat hij een opeisbare vordering op Ziggo heeft. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan: hij stelt slechts dat hij schade heeft geleden, maar geeft nog geen begin van een onderbouwing van die stelling. Het verrekeningsverweer van [gedaagde] slaagt daardoor niet. De kantonrechter wijst daarom de gevorderde hoofdsom van € 264,69 toe, net als de tot 13 juni 2024 verschenen wettelijke handelsrente ter hoogte van € 44,12. [gedaagde] is daarnaast vanaf 13 juni 2024 de wettelijke handelsrente verschuldigd over de hoofdsom, tot de voldoening.
3.3.
Ziggo vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Ziggo heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De hoogte van de vordering is getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 40,00 toegewezen.
3.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ziggo worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
130,00
- salaris gemachtigde
€
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
448,54
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ziggo te betalen een bedrag van € 348,81, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 264,69, met ingang van 13 juni 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 448,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11256655 \ UC EXPL 24-5464 RvdH/1037
Vonnis van 12 februari 2025
in de zaak van
ZIGGO SERVICES B.V.,
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Ziggo,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,
tegen
[gedaagde] , handelende onder de naam [handelsnaam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7, - het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 18 september 2024, aan te merken als de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek met productie 8,- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 15 januari 2025, aan te merken als de conclusie van dupliek.
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] had meerdere zakelijke abonnementen voor internet en televisie bij Ziggo.
Omdat [gedaagde] de facturen niet op tijd betaalde, heeft Ziggo de overeenkomst per 23 mei 2023 beëindigd. Ziggo vordert in deze procedure betaling van het deel van de facturen (€ 264,69) dat nu nog openstaat, te vermeerderen met rente en kosten. Het gaat om een bedrag van in totaal € 348,81. [gedaagde] stelt dat hij schade heeft geleden door Ziggo en dat die schade veel hoger is dan de vordering van Ziggo. Daarom vindt [gedaagde] dat hij niets meer aan Ziggo hoeft te betalen.
Beoordeling
3.1.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de facturen van moet betalen en hierna wordt uitgelegd waarom.
3.2.
[gedaagde] betwist op zichzelf de verschuldigdheid van de facturen niet. Hij voert een verrekeningsverweer. Dat vereist dat hij voldoende stelt en onderbouwt dat hij een opeisbare vordering op Ziggo heeft. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan: hij stelt slechts dat hij schade heeft geleden, maar geeft nog geen begin van een onderbouwing van die stelling. Het verrekeningsverweer van [gedaagde] slaagt daardoor niet. De kantonrechter wijst daarom de gevorderde hoofdsom van € 264,69 toe, net als de tot 13 juni 2024 verschenen wettelijke handelsrente ter hoogte van € 44,12. [gedaagde] is daarnaast vanaf 13 juni 2024 de wettelijke handelsrente verschuldigd over de hoofdsom, tot de voldoening.
3.3.
Ziggo vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Ziggo heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De hoogte van de vordering is getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 40,00 toegewezen.
3.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ziggo worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
130,00
- salaris gemachtigde
€
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
448,54
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ziggo te betalen een bedrag van € 348,81, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 264,69, met ingang van 13 juni 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 448,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.