Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-10
ECLI:NL:RBMNE:2025:3612
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,247 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Lelystad
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/39
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
(gemachtigde: mr. H. Hulshof),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, Uwv
(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [werkgever] B.V. uit [plaats 2] (werkgever)
(gemachtigde: mr. C.J.M. de Wit).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of het Uwv de Ziektewet-uitkering van eiseres terecht heeft beëindigd per 17 juni 2023. Eiseres viel op 12 mei 2022 uit voor haar werk als machine operator/allround medewerker bij [bedrijf] B.V., waar zij door de werkgever was gedetacheerd voor gemiddeld 37,27 uur per week. Bij de Eerstejaars Ziektewet beoordeling is vastgesteld dat eiseres per 11 mei 2023 meer dan 65% van het laatstverdiende inkomen kon verdienen, en dus minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Met het besluit van 16 mei 2023 (het primaire besluit) is aan eiseres meegedeeld dat zij per 17 juni 2023 geen Ziektewet-uitkering meer krijgt.
2. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het besluit van 24 november 2023 (het bestreden besluit) is haar bezwaar ongegrond verklaard.
3. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
4. De rechtbank heeft het beroep op 12 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
Geschil
5. Eiseres is het niet eens met de vaststelling van haar mate van arbeidsongeschiktheid door het Uwv. Zij vindt dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest en dat zij meer beperkingen heeft dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is vastgesteld. De rechtbank moet beoordelen of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres terecht heeft vastgesteld op minder dan 35%. Daarbij gaat het om de medische toestand van eiseres op 11 mei 2023 (datum in geding).
Beoordeling
6. Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel:
op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;
geen tegenstrijdigheden bevatten, en;
voldoende begrijpelijk zijn.
De rapporten en besluiten zijn in beroep aanvechtbaar. Daarvoor moet eiseres aanvoeren (en zo nodig aannemelijk maken) dat de rapporten niet aan de genoemde drie voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk. Dit betekent dat hoe eiseres zich zelf voelt zónder dat daar een medische onderbouwing voor is, niet genoeg is om bij de rechtbank gelijk te krijgen.
Beoordeling
7. Eiseres heeft geen toestemming gegeven om dossierstukken die medische gegevens bevatten aan de (ex-)werkgever te verstrekken. Gelet hierop zal de rechtbank de motivering van haar oordeel voor zover nodig en mogelijk beperken om te voorkomen dat die gegevens via deze uitspraak alsnog in de openbaarheid worden gebracht.
8. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv de Ziektewet-uitkering van eiseres terecht heeft beëindigd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Is het medisch onderzoek onzorgvuldig geweest?
9. Eiseres voert aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is verricht. Zij wijst er in dat verband op dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar niet lichamelijk heeft onderzocht. Volgens eiseres had dit wel gemoeten. Dit gelet op de aard van de klachten van eiseres en de gronden van haar bezwaar, die er toe strekten dat haar lichamelijke klachten en beperkingen waren onderschat. Dat zij wel door de primaire arts lichamelijk is onderzocht is dan onvoldoende, zo stelt eiseres.
10. De beroepsgrond slaagt niet. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 5 maart 2024 aangegeven waarom er geen noodzaak was om eiseres opnieuw lichamelijk te onderzoeken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft erop gewezen dat uitgebreid lichamelijk onderzoek in de primaire fase heeft plaatsgevonden. Daarnaast is informatie uit de behandelend sector betrokken, waarin tot vergelijkbare bevindingen is gekomen als bij het onderzoek door de primaire arts. Er is dus geen sprake van discrepanties tussen wat in de verschillende medische onderzoeken is geconstateerd. Het opnieuw verrichten van een lichamelijk onderzoek ruim zes maanden na de datum in geding, zou in die omstandigheden volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen toegevoegde waarde hebben gehad. De rechtbank kan dit volgen. Dat het medisch onderzoek onzorgvuldig zou zijn verricht is dan ook niet gebleken.
Is de medische beoordeling onjuist?
11. Eiseres is het niet eens met de medische beoordeling. Zij stelt dat zij klachten heeft overgehouden aan het werken met chemische middelen bij [bedrijf] B.V., waarmee onvoldoende rekening is gehouden. Eiseres stelt zich in dit verband op het standpunt dat in de functionele mogelijkheden lijst (FML) van 1 november 2023 ten onrechte geen beperkingen zijn aangenomen voor de onderdelen vasthouden van de aandacht (1.1), handelingstempo (1.7), zien (2.1), temperatuur (3.1), huidcontact (3.3), stof, rook gas en dampen (3.5), schroefbewegingen met hand en arm (4.6), reiken (4.7), duwen en trekken (4.12), klimmen (4.19), boven schouderhoogte actief zijn (5.7) en werktijden (6). Volgens eiseres is zij ook verdergaand beperkt op de onderdelen werken met toetsenbord en muis (4.4), tillen (4.13) en dragen (4.14) dan in de FML van 1 november 2023 is aangenomen.
12. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de geclaimde beperkingen op de items schroefbewegingen met hand en arm, frequent reiken, en boven schouderhoogte actief zijn, blijken uit de benutbare mogelijkheden lijst van de bedrijfsarts. Hetzelfde geldt voor de verdergaande beperking het werken met toetsenbord en muis die eiseres claimt. Eiseres meent dat zij op basis van de benutbare mogelijkheden lijst alleen kortdurend eenvoudig en licht werk kan doen met inachtneming van haar beperkingen uit de benutbare mogelijkheden lijst.
13. De rechtbank volgt eiseres hier niet in. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is het de uitsluitende taak van de verzekeringsarts om de beperkingen van verzekerden in kaart te brengen en vast te leggen in een FML en is de verzekeringsarts daarbij niet gehouden tot een bijzondere motivering in het geval deze vastlegging een andere uitkomst heeft dan een door de bedrijfsarts ingevuld exemplaar van de FML (een benutbare mogelijkheden lijst). Daarbij is ook van belang dat een door de bedrijfsarts opgestelde FML bedoeld is om de re-integratiemogelijkheden in kaart te brengen, wat een ander doel is dan de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de Ziektewet. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de FML al een fors aantal fysieke beperkingen opgenomen voor eiseres, namelijk voor werken met toetsenbord en/of muis, tillen tijdens het werk, dragen tijdens het werk, lopen tijdens het werk, knielen of hurken, zitten, zitten tijdens het werk, staan tijdens het werk, geknield of gehurkt actief zijn en afwisseling van houding. Verder is de belasting voor frequent reiken en staan gemaximeerd op de normbelasting. Voor het daarbovenop nog aannemen van beperkingen op het vlak van schroefbewegingen met hand en arm, frequent reiken, en boven schouderhoogte actief zijn, en een verdergaande beperking voor het werken met muis en toetsenbord, bestaat volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen medisch objectiveerbare basis. De rechtbank ziet in de benutbare mogelijkheden lijst van de bedrijfsarts geen aanleiding om aan de juistheid van dat oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te twijfelen. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
14. Voor wat betreft de overige door eiseres geclaimde (verdergaande) beperkingen, geldt dat eiseres haar standpunt niet met medische informatie heeft onderbouwd. Door eiseres is in beroep geen medische informatie naar voren gebracht waaruit blijkt dat de beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onjuist is en reden geeft voor twijfel aan de juistheid van de belastbaarheid zoals die is vastgesteld in de FML van 1 november 2023. Dat eiseres het niet eens is met de vastgestelde beperkingen, kan op zichzelf niet leiden tot het oordeel dat de medische beoordeling onjuist is. Het is juist de specifieke deskundigheid van de verzekeringsartsen om op basis van medisch objectiveerbare klachten beperkingen vast te stellen. Aan hoe eiseres zelf haar klachten en haar belastbaarheid ervaart, kan bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid geen doorslaggevende betekenis toekomen. De rechtbank heeft daarom ook op deze punten geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Benoeming onafhankelijk deskundige?
15. Eiseres heeft de rechtbank gevraagd om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Bij de vraag of de rechtbank daartoe moet overgaan, gaat het erom of eiseres met de door haar aangevoerde beroepsgronden en ingebrachte medische informatie twijfel heeft gezaaid over de juistheid van de medische beoordeling. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft overwogen heeft het Uwv zijn conclusies overtuigend gemotiveerd. Daarom is er bij de rechtbank geen twijfel over de juistheid van de medische beoordeling. Ook ziet de rechtbank geen reden om aan te nemen dat eiseres belemmeringen heeft ondervonden bij de onderbouwing van haar standpunt dat het Uwv haar beperkingen heeft onderschat, zodat sprake zou zijn van een oneerlijk proces. Eiseres heeft zich in beroep laten bijstaan door haar gemachtigde en heeft haar beroep onderbouwd met argumenten en medische informatie. De rechtbank ziet dan ook geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen en wijst het verzoek van eiseres af.
Is de arbeidskundige beoordeling juist?
16. Tegen de arbeidskundige beoordeling van het bestreden besluit heeft eiseres geen afzonderlijke beroepsgronden naar voren gebracht, anders dan dat eiseres niet in staat is de geduide functies te verrichten omdat zij meent dat haar functionele mogelijkheden te hoog zijn ingeschat.
17. De rechtbank heeft hiervoor al overwogen dat de medische beoordeling juist is en dat ervan uit moet worden gegaan dat de beperkingen die in de FML van 1 november 2023 zijn opgenomen de belastbaarheid van eiseres op de datum in geding correct weergeven.
Conclusie
18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 21 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2215.