Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-04
ECLI:NL:RBMNE:2025:3594
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,148 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/590583 / FV RK 25-745
Datum uitspraak: 4 april 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1941 in [geboorteplaats] , Duitsland,
hierna te noemen betrokkene,
wonend en verblijvend bij [locatie 1] in [plaats] ,
advocaat mr. E.J. Bakker.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 maart 2025.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[A] , specialist ouderengeneeskunde;
[B] , mentor.
1.3.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling niet direct uitspraak gedaan. Op 4 april 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan. De kennisgeving uitspraak is diezelfde dag per beveiligde mail aan de advocaat van betrokkene, de zorgaanbieder en aan het CIZ toegestuurd.
2Het verzoek
2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden te verlenen.
Beoordeling
3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Er is namelijk aan alle voorwaarden uit de Wet zorg en dwang voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk een uitgebreide neurocognitieve stoornis, vermoedelijk vasculair. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 18 maart 2025.
3.3.
De advocaat verzoekt om afwijzing van de maatregel omdat er geen sprake is van een psychogeriatrische aandoening. De advocaat bevestigt dat betrokkene geheugenproblemen heeft, maar wel in mildere vorm. Betrokkene is zijn oriëntatie niet kwijt, en weet vaak genoeg waar hij zich bevindt. Het duurt enige tijd voordat betrokkene vragen kan beantwoorden, maar uiteindelijk doet hij dit wel. Volgens de advocaat hebben mensen op leeftijd nou eenmaal geheugenproblemen. Op grond van de verklaring van de specialist ouderengeneeskunde ter zitting en de medische verklaring ziet de rechtbank echter geen aanleiding om te twijfelen aan de gestelde diagnose. Volgens de casemanager heeft zij eerder bij betrokkene de diagnose dementie gesteld. Betrokkene kampt met geheugenproblematiek, cognitieve achteruitgang, desoriëntatie in tijd en traagheid in het verwerken van informatie. De onafhankelijke deskundige die de medische verklaring zeer recent heeft opgesteld, bevestigt eveneens dat er sprake is van dementie. Dit maakt dat er inmiddels meerdere deskundigen de diagnose gesteld hebben.
3.4.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel (voor een ander);
- ernstige psychische schade (voor en ander);
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
3.5.
De advocaat verzoekt om afwijzing van de maatregel. Zij brengt naar voren dat er geen sprake is van ernstig nadeel. Betrokkene kan enkel niet meer thuis wonen door een voorgevallen incident tussen betrokkene en zijn stiefzoon. Dat is een externe factor die niets te maken heeft met het functioneren van betrokkene. Betrokkene is in staat om met ondersteuning, nog zelfstandig thuis te wonen. De advocaat geeft aan dat betrokkene niet op de huidige afdeling thuishoort, omdat hij ‘veel beter’ is dan de rest. Dat geeft wrijving en zorgt voor conflicten met de andere medebewoners. Het verblijf van betrokkene op de afdeling is daarom niet noodzakelijk en er zijn minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen. Uit de processtukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt dat er sprake is van een zeer kwetsbare thuissituatie, waarbij er geen steunsysteem aanwezig is om begeleiding van betrokkene thuis te faciliteren. Voorafgaand aan de opname is er in de thuissituatie sprake geweest van onveiligheid door het gedrag van betrokkene richting zijn echtgenote. Daarnaast valt te verwachten dat er zich in de thuissituatie opnieuw (fysieke) escalaties zullen voordoen gezien de ernstig verstoorde relatie tussen betrokkene en zijn stiefkinderen. Zonder juridisch kader zal betrokkene direct terugkeren naar de echtelijke woning. Het ernstig nadeel zal op dat moment vrijwel direct optreden, vanwege de gezinsdynamiek. Hieruit maakt de rechtbank op dat er wel sprake is van ernstig nadeel en dat betrokkene niet meer op een veilige en verantwoorde manier thuis kan wonen.
3.6.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
3.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.8.
De advocaat verzoekt subsidiair om de duur van de rechtelijke machtiging te beperken tot drie maanden, zodat er meer progressie komt in het zoeken naar een passende (vervolg) plek. De advocaat verzoekt de behandelaren om intussen ook te kijken naar alternatieve (open) plekken, buiten [locatie 1] . Anders dan de advocaat ziet de rechtbank geen aanleiding de termijn van de machtiging te beperken in duur. Inmiddels heeft de specialist ouderengeneeskunde verschillende plekken binnen [locatie 1] gevonden, waar betrokkene, zodra er plek is, met voorrang geplaatst zou kunnen worden. Het is echter nog niet duidelijk wanneer betrokkene daar terecht kan. Daarnaast is er tijd nodig om de verhuizing en de plaatsing in goede banen te leiden. Betrokken heeft al aangegeven daar niet aan mee te zullen werken, zodat een rechterlijke machtiging daarvoor noodzakelijk is. De specialist ouderengeneeskunde heeft toegezegd dat zij, in afwachting van plaatsing bij [locatie 1] , zal onderzoeken of de [locatie 2] (het voorstel van de advocaat) ook een passende plek voor betrokkene kan zijn. De rechtbank heeft er voldoende vertrouwen in dat de inzet van de mentor en de specialist ouderengeneeskunde erop gericht is om zo snel mogelijk een passende vervolgplek voor betrokkene te realiseren.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1941 in [geboorteplaats] , Duitsland;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 oktober 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2025 door mr. A.G. Bakker, rechter, in aanwezigheid van M.M.A.J. Jagt, griffier en op schrift gesteld op 14 april 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/590583 / FV RK 25-745
Datum uitspraak: 4 april 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1941 in [geboorteplaats] , Duitsland,
hierna te noemen betrokkene,
wonend en verblijvend bij [locatie 1] in [plaats] ,
advocaat mr. E.J. Bakker.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 maart 2025.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[A] , specialist ouderengeneeskunde;
[B] , mentor.
1.3.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling niet direct uitspraak gedaan. Op 4 april 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan. De kennisgeving uitspraak is diezelfde dag per beveiligde mail aan de advocaat van betrokkene, de zorgaanbieder en aan het CIZ toegestuurd.
2Het verzoek
2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden te verlenen.
Beoordeling
3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Er is namelijk aan alle voorwaarden uit de Wet zorg en dwang voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk een uitgebreide neurocognitieve stoornis, vermoedelijk vasculair. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 18 maart 2025.
3.3.
De advocaat verzoekt om afwijzing van de maatregel omdat er geen sprake is van een psychogeriatrische aandoening. De advocaat bevestigt dat betrokkene geheugenproblemen heeft, maar wel in mildere vorm. Betrokkene is zijn oriëntatie niet kwijt, en weet vaak genoeg waar hij zich bevindt. Het duurt enige tijd voordat betrokkene vragen kan beantwoorden, maar uiteindelijk doet hij dit wel. Volgens de advocaat hebben mensen op leeftijd nou eenmaal geheugenproblemen. Op grond van de verklaring van de specialist ouderengeneeskunde ter zitting en de medische verklaring ziet de rechtbank echter geen aanleiding om te twijfelen aan de gestelde diagnose. Volgens de casemanager heeft zij eerder bij betrokkene de diagnose dementie gesteld. Betrokkene kampt met geheugenproblematiek, cognitieve achteruitgang, desoriëntatie in tijd en traagheid in het verwerken van informatie. De onafhankelijke deskundige die de medische verklaring zeer recent heeft opgesteld, bevestigt eveneens dat er sprake is van dementie. Dit maakt dat er inmiddels meerdere deskundigen de diagnose gesteld hebben.
3.4.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel (voor een ander);
- ernstige psychische schade (voor en ander);
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
3.5.
De advocaat verzoekt om afwijzing van de maatregel. Zij brengt naar voren dat er geen sprake is van ernstig nadeel. Betrokkene kan enkel niet meer thuis wonen door een voorgevallen incident tussen betrokkene en zijn stiefzoon. Dat is een externe factor die niets te maken heeft met het functioneren van betrokkene. Betrokkene is in staat om met ondersteuning, nog zelfstandig thuis te wonen. De advocaat geeft aan dat betrokkene niet op de huidige afdeling thuishoort, omdat hij ‘veel beter’ is dan de rest. Dat geeft wrijving en zorgt voor conflicten met de andere medebewoners. Het verblijf van betrokkene op de afdeling is daarom niet noodzakelijk en er zijn minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen. Uit de processtukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt dat er sprake is van een zeer kwetsbare thuissituatie, waarbij er geen steunsysteem aanwezig is om begeleiding van betrokkene thuis te faciliteren. Voorafgaand aan de opname is er in de thuissituatie sprake geweest van onveiligheid door het gedrag van betrokkene richting zijn echtgenote. Daarnaast valt te verwachten dat er zich in de thuissituatie opnieuw (fysieke) escalaties zullen voordoen gezien de ernstig verstoorde relatie tussen betrokkene en zijn stiefkinderen. Zonder juridisch kader zal betrokkene direct terugkeren naar de echtelijke woning. Het ernstig nadeel zal op dat moment vrijwel direct optreden, vanwege de gezinsdynamiek. Hieruit maakt de rechtbank op dat er wel sprake is van ernstig nadeel en dat betrokkene niet meer op een veilige en verantwoorde manier thuis kan wonen.
3.6.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
3.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.8.
De advocaat verzoekt subsidiair om de duur van de rechtelijke machtiging te beperken tot drie maanden, zodat er meer progressie komt in het zoeken naar een passende (vervolg) plek. De advocaat verzoekt de behandelaren om intussen ook te kijken naar alternatieve (open) plekken, buiten [locatie 1] . Anders dan de advocaat ziet de rechtbank geen aanleiding de termijn van de machtiging te beperken in duur. Inmiddels heeft de specialist ouderengeneeskunde verschillende plekken binnen [locatie 1] gevonden, waar betrokkene, zodra er plek is, met voorrang geplaatst zou kunnen worden. Het is echter nog niet duidelijk wanneer betrokkene daar terecht kan. Daarnaast is er tijd nodig om de verhuizing en de plaatsing in goede banen te leiden. Betrokken heeft al aangegeven daar niet aan mee te zullen werken, zodat een rechterlijke machtiging daarvoor noodzakelijk is. De specialist ouderengeneeskunde heeft toegezegd dat zij, in afwachting van plaatsing bij [locatie 1] , zal onderzoeken of de [locatie 2] (het voorstel van de advocaat) ook een passende plek voor betrokkene kan zijn. De rechtbank heeft er voldoende vertrouwen in dat de inzet van de mentor en de specialist ouderengeneeskunde erop gericht is om zo snel mogelijk een passende vervolgplek voor betrokkene te realiseren.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1941 in [geboorteplaats] , Duitsland;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 oktober 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2025 door mr. A.G. Bakker, rechter, in aanwezigheid van M.M.A.J. Jagt, griffier en op schrift gesteld op 14 april 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.