Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-27
ECLI:NL:RBMNE:2025:3457
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,464 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6942
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
(gemachtigde: mr. R.F. Ronday)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (het Uwv), verweerder,
(gemachtigde: N. Schoonhoven-Zuidema).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing van het Uwv om zijn uitkering die hij ontving op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 23 februari 2024 te beëindigen. Totstandkoming van het besluit
Eiser heeft gewerkt als kok. Hij heeft zich op 30 april 2019 ziek gemeld. Per 27 april 2021 heeft het Uwv een WIA-uitkering in de vorm van een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 66,46%.
3. Eiser heeft op 8 februari 2023 aan het Uwv gemeld dat zijn klachten aan zijn knieën, rug en handen zijn toegenomen. Een primaire arts heeft onder supervisie van een verzekeringsarts onderzoek verricht en de arbeidsbeperkingen van eiser opgenomen in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Vervolgens heeft een arbeidsdeskundige drie voorbeeldfuncties geduid die eiser, ondanks zijn beperkingen, nog zou kunnen verrichten. De arbeidsdeskundige heeft ook twee reservefuncties geduid. De arbeidsdeskundige heeft berekend wat de verdiencapaciteit is en aan de hand daarvan berekend dat eiser 23,81% arbeidsongeschikt is. Het Uwv heeft daarom met het besluit van 16 augustus 2023 laten weten dat de WIA-uitkering per 23 februari 2024 eindigt.
4. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van het bezwaar hebben een arts bezwaar en beroep onder supervisie van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een nieuw onderzoek gedaan. Op basis hiervan is de FML aangepast. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vanwege de aanpassing in de FML opnieuw onderzoek gedaan en op basis daarvan geconcludeerd dat de eerder geduide functies passend blijven. Met het besluit van 30 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.
5. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en daarbij medische stukken overgelegd. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift met bijgevoegd een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 22 oktober 2024.
6. De rechtbank heeft het beroep op 25 april 2025 op zitting behandeld. Hier zijn verschenen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het Uwv. Beoordeling door de rechtbank Het bestreden besluit
7. Volgens het Uwv zijn de benutbare mogelijkheden van eiser per 6 februari 2023 gewijzigd. Eiser is in mindere mate arbeidsongeschikt. Eiser blijft weliswaar ongeschikt voor zijn eigen werk, maar is wel geschikt voor ander werk. Gelet op de beperkingen die de arts bezwaar en beroep heeft aangenomen, wordt eiser in staat geacht om de geduide functies te verrichten. Met deze geduide functies kan hij 23,81% minder verdienen dan dat hij zou kunnen verdienen in zijn eigen werk. Eiser is daarom in een mate van 23,81% arbeidsongeschikt geacht, zodat de WIA-uitkering die eiser ontving eindigt.
Aan welke regels moet de rechtbank het besluit toetsen?
8. Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel aan de volgende drie voorwaarden voldoen. De rapporten: - zijn op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;- bevatten geen tegenstrijdigheden; - zijn voldoende begrijpelijk. De rapporten en de besluiten die daarop zijn gebaseerd, zijn in beroep wel aanvechtbaar. Het is echter aan de eisende partij om aan te voeren (en zo nodig aannemelijk te maken) dat de rapporten niet aan de drie genoemde voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de drie genoemde voorwaarden is voldaan. Voor het aannemelijk maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk.
9. De rechtbank benadrukt verder dat bij deze beoordeling van belang is dat het gaat om de medische situatie van eiser op de zogenoemde datum in geding, dat is de beoordelingsdatum. In deze zaak is die datum 6 februari 2023.
Beroepsgronden van eiser
10. Eiser voert in zijn beroepsgronden aan dat hij volledig arbeidsongeschikt is. Tijdens de zitting heeft eiser toegelicht dat hij hiermee niet bedoelt dat hij helemaal geen benutbare mogelijkheden heeft. Hij bedoelt dat hij meer arbeidsongeschikt is dan toen aan hem in 2021 een WIA-uitkering werd toegekend. Eiser ervaart sindsdien een toename aan klachten en meer pijn. Het is voor hem om die reden onbegrijpelijk dat hij volgens het Uwv juist in mindere mate arbeidsongeschikt is. Volgens eiser kan daarom het medisch onderzoek niet juist zijn. Eiser onderbouwt zijn standpunt met diverse medische stukken.
11. Volgens het Uwv worden de diagnoses zoals die uit de medische gegevens naar voren komen niet ontkend. Deze zijn nadrukkelijk betrokken in de rapportage van 6 juni 2024 van de arts bezwaar en beroep. De diagnoses zijn op zichzelf echter minder van belang dan de geobjectiveerde beperkingen die voortkomen uit de diagnoses. Daarom zijn de gegevens bestudeerd, is eiser fysiek gezien en onderzocht op 5 juni 2024. De medische gegevens die in beroep door eiser zijn overgelegd geven geen reden om af te wijken van het eerdere oordeel in bezwaar.
12. De rechtbank stelt vast dat uit het rapport van 6 juni 2024 van de arts bezwaar en beroep onder supervisie van de verzekeringsarts en uit het rapport van 31 juli 2023 van de primaire verzekeringsarts volgt dat beperkingen worden aangenomen vanwege de klachten van eiser aan zijn knieën, rug, nek, benen, heupen, armen en handen. Er zijn eerder, ten tijde van de toekenning van de WIA-uitkering in 2021, ook beperkingen aangenomen in het persoonlijk en sociaal functioneren vanwege psychische klachten. Heden ervaart hij geen psychische klachten meer, maar nog wel spanningen. Mede omdat ook sprake is van ADHD is eiser aangewezen op een werkplek zonder veelvuldige storingen of onderbrekingen met beperkte leidinggevende taken. Tijdens de zitting heeft het Uwv toegelicht dat een algemene beperking van de duurbelastbaarheid op medische gronden destijds in 2021 vanuit een preventief oogpunt was gesteld maar dat hier inmiddels geen aanleiding meer voor bestaat. De rechtbank oordeelt dat de primaire verzekeringsarts en de arts bezwaar en beroep begrijpelijk en concreet hebben gemotiveerd hoe zij tot de beoordeling zijn gekomen. De rechtbank kan het medisch oordeel hierover volgen. Eiser heeft geen nadere medische stukken ingebracht om hiermee het gemotiveerde standpunt te weerleggen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
13. Het Uwv heeft terecht beslist dat eiser in een mate van 23,81% arbeidsongeschikt is. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt dus geen gelijk. Omdat eiser geen gelijk krijgt, krijgt hij het griffierecht niet terug en krijgt hij ook geen proceskostenvergoeding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
WGA staat voor werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.
Zoals bedoeld in artikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6942
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
(gemachtigde: mr. R.F. Ronday)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (het Uwv), verweerder,
(gemachtigde: N. Schoonhoven-Zuidema).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing van het Uwv om zijn uitkering die hij ontving op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 23 februari 2024 te beëindigen. Totstandkoming van het besluit
Eiser heeft gewerkt als kok. Hij heeft zich op 30 april 2019 ziek gemeld. Per 27 april 2021 heeft het Uwv een WIA-uitkering in de vorm van een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 66,46%.
3. Eiser heeft op 8 februari 2023 aan het Uwv gemeld dat zijn klachten aan zijn knieën, rug en handen zijn toegenomen. Een primaire arts heeft onder supervisie van een verzekeringsarts onderzoek verricht en de arbeidsbeperkingen van eiser opgenomen in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Vervolgens heeft een arbeidsdeskundige drie voorbeeldfuncties geduid die eiser, ondanks zijn beperkingen, nog zou kunnen verrichten. De arbeidsdeskundige heeft ook twee reservefuncties geduid. De arbeidsdeskundige heeft berekend wat de verdiencapaciteit is en aan de hand daarvan berekend dat eiser 23,81% arbeidsongeschikt is. Het Uwv heeft daarom met het besluit van 16 augustus 2023 laten weten dat de WIA-uitkering per 23 februari 2024 eindigt.
4. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van het bezwaar hebben een arts bezwaar en beroep onder supervisie van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een nieuw onderzoek gedaan. Op basis hiervan is de FML aangepast. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vanwege de aanpassing in de FML opnieuw onderzoek gedaan en op basis daarvan geconcludeerd dat de eerder geduide functies passend blijven. Met het besluit van 30 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.
5. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en daarbij medische stukken overgelegd. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift met bijgevoegd een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 22 oktober 2024.
6. De rechtbank heeft het beroep op 25 april 2025 op zitting behandeld. Hier zijn verschenen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het Uwv. Beoordeling door de rechtbank Het bestreden besluit
7. Volgens het Uwv zijn de benutbare mogelijkheden van eiser per 6 februari 2023 gewijzigd. Eiser is in mindere mate arbeidsongeschikt. Eiser blijft weliswaar ongeschikt voor zijn eigen werk, maar is wel geschikt voor ander werk. Gelet op de beperkingen die de arts bezwaar en beroep heeft aangenomen, wordt eiser in staat geacht om de geduide functies te verrichten. Met deze geduide functies kan hij 23,81% minder verdienen dan dat hij zou kunnen verdienen in zijn eigen werk. Eiser is daarom in een mate van 23,81% arbeidsongeschikt geacht, zodat de WIA-uitkering die eiser ontving eindigt.
Aan welke regels moet de rechtbank het besluit toetsen?
8. Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel aan de volgende drie voorwaarden voldoen. De rapporten: - zijn op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;- bevatten geen tegenstrijdigheden; - zijn voldoende begrijpelijk. De rapporten en de besluiten die daarop zijn gebaseerd, zijn in beroep wel aanvechtbaar. Het is echter aan de eisende partij om aan te voeren (en zo nodig aannemelijk te maken) dat de rapporten niet aan de drie genoemde voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de drie genoemde voorwaarden is voldaan. Voor het aannemelijk maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk.
9. De rechtbank benadrukt verder dat bij deze beoordeling van belang is dat het gaat om de medische situatie van eiser op de zogenoemde datum in geding, dat is de beoordelingsdatum. In deze zaak is die datum 6 februari 2023.
Beroepsgronden van eiser
10. Eiser voert in zijn beroepsgronden aan dat hij volledig arbeidsongeschikt is. Tijdens de zitting heeft eiser toegelicht dat hij hiermee niet bedoelt dat hij helemaal geen benutbare mogelijkheden heeft. Hij bedoelt dat hij meer arbeidsongeschikt is dan toen aan hem in 2021 een WIA-uitkering werd toegekend. Eiser ervaart sindsdien een toename aan klachten en meer pijn. Het is voor hem om die reden onbegrijpelijk dat hij volgens het Uwv juist in mindere mate arbeidsongeschikt is. Volgens eiser kan daarom het medisch onderzoek niet juist zijn. Eiser onderbouwt zijn standpunt met diverse medische stukken.
11. Volgens het Uwv worden de diagnoses zoals die uit de medische gegevens naar voren komen niet ontkend. Deze zijn nadrukkelijk betrokken in de rapportage van 6 juni 2024 van de arts bezwaar en beroep. De diagnoses zijn op zichzelf echter minder van belang dan de geobjectiveerde beperkingen die voortkomen uit de diagnoses. Daarom zijn de gegevens bestudeerd, is eiser fysiek gezien en onderzocht op 5 juni 2024. De medische gegevens die in beroep door eiser zijn overgelegd geven geen reden om af te wijken van het eerdere oordeel in bezwaar.
12. De rechtbank stelt vast dat uit het rapport van 6 juni 2024 van de arts bezwaar en beroep onder supervisie van de verzekeringsarts en uit het rapport van 31 juli 2023 van de primaire verzekeringsarts volgt dat beperkingen worden aangenomen vanwege de klachten van eiser aan zijn knieën, rug, nek, benen, heupen, armen en handen. Er zijn eerder, ten tijde van de toekenning van de WIA-uitkering in 2021, ook beperkingen aangenomen in het persoonlijk en sociaal functioneren vanwege psychische klachten. Heden ervaart hij geen psychische klachten meer, maar nog wel spanningen. Mede omdat ook sprake is van ADHD is eiser aangewezen op een werkplek zonder veelvuldige storingen of onderbrekingen met beperkte leidinggevende taken. Tijdens de zitting heeft het Uwv toegelicht dat een algemene beperking van de duurbelastbaarheid op medische gronden destijds in 2021 vanuit een preventief oogpunt was gesteld maar dat hier inmiddels geen aanleiding meer voor bestaat. De rechtbank oordeelt dat de primaire verzekeringsarts en de arts bezwaar en beroep begrijpelijk en concreet hebben gemotiveerd hoe zij tot de beoordeling zijn gekomen. De rechtbank kan het medisch oordeel hierover volgen. Eiser heeft geen nadere medische stukken ingebracht om hiermee het gemotiveerde standpunt te weerleggen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
13. Het Uwv heeft terecht beslist dat eiser in een mate van 23,81% arbeidsongeschikt is. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt dus geen gelijk. Omdat eiser geen gelijk krijgt, krijgt hij het griffierecht niet terug en krijgt hij ook geen proceskostenvergoeding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
WGA staat voor werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.
Zoals bedoeld in artikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.