Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-18
ECLI:NL:RBMNE:2025:3451
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,138 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6636
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. E. van Sark)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. E.S. Sträger).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van 7 oktober 2024, waarin het Uwv is gebleven bij de beslissing dat het vrij te laten inkomen niet per einde wachttijd vastgesteld hoeft te worden. Totstandkoming van het besluit
Eiseres werkte als zelfstandig [functie] en daarnaast in loondienst als [functie] bij de gemeente Amsterdam. Zij heeft zich bij de gemeente Amsterdam op 5 januari 2021 ziekgemeld. Zij heeft bij het Uwv een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) bij het bereiken van de wachttijd van 104 weken. Volgens het Uwv heeft de werkgever van eiseres onvoldoende voldaan aan de re-integratieverplichtingen, waardoor het Uwv aan de werkgever van eiseres een loonsanctie heeft opgelegd tot 2 april 2024. Na afloop van de loonsanctie heeft het Uwv de aanvraag van eiseres beoordeeld.
Met het besluit van 14 april 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv beslist dat eiseres vanaf 2 april 2024 recht heeft op een WIA-uitkering in de vorm van een loongerelateerde WGA-uitkering, omdat zij op deze datum minder dan 65% kon verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Zij is 74,27% arbeidsongeschikt bevonden. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, omdat het Uwv per einde wachttijd het vrij te laten inkomen niet heeft vastgesteld.
4. Met het bestreden besluit van 7 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij dat besluit gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft aanvullende gronden ingediend.
5. De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2025 op zitting behandeld. Hier waren aanwezig: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv. Beoordeling door de rechtbank
Wat is de grondslag van het besluit?
6. Volgens het Uwv hoeft bij de toekenning van de WIA-uitkering geen beslissing genomen te worden over de vrijstelling van het aantal uren en het daarmee verdiende inkomen dat eiseres voorafgaand aan haar ziekmelding als zelfstandige heeft verdiend. De maatgevende arbeid is namelijk het werk als [functie] bij de gemeente Amsterdam. Eiseres is voor deze werkzaamheden uitgevallen en zij was voor deze werkzaamheden voor de WIA verzekerd. Het primaire besluit gaat over de hoogte en de duur van de WIA-uitkering, de mate van arbeidsongeschiktheid en de resterende verdiencapaciteit. Pas als het Uwv via de belastingdienst de inkomsten van eiseres over een kalenderjaar heeft ontvangen, beoordeelt het Uwv de inkomsten als zelfstandige over dat kalenderjaar.
Beroepsgronden van eiseres
Moest het Uwv in het primaire besluit het vrij te laten inkomen per einde wachttijd vaststellen?
7. Volgens eiseres heeft het Uwv ten onrechte per einde wachttijd het vrij te laten inkomen niet vastgesteld. Eiseres dient bij de toekenning van de WIA-uitkering te weten welk bedrag inkomsten wordt vrijgelaten naast haar WIA-uitkering, zodat zij later niet wordt geconfronteerd met een eventuele terugvordering van uitkering.
8. De rechtbank oordeelt dat het vrij te laten inkomen het besluit over de toekenning van de WIA-uitkering niet raakt. De hoogte van dit vrij te laten bedrag leidt namelijk niet tot een andere beslissing met betrekking tot het arbeidsongeschiktheidspercentage of hoogte van de WIA-uitkering. Het Uwv hoefde het bedrag daarom niet te vermelden in het primaire besluit. De eventuele discussie over de hoogte van dit vrij te laten bedrag kan gevoerd worden op het moment dat het Uwv toepassing gaat geven aan de desbetreffende regels. Wat eiseres in de gronden van het beroep heeft aangevoerd over de hoogte van dit vrij te laten bedrag laat de rechtbank daarom onbesproken. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het Uwv terecht per einde wachttijd het vrij te laten inkomen niet heeft vastgesteld. Wat eiseres verder nog heeft aangevoerd behoeft daarom geen bespreking meer. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. Er bestaat ook geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht
Dictum
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
WGA staat voor werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6636
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. E. van Sark)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. E.S. Sträger).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van 7 oktober 2024, waarin het Uwv is gebleven bij de beslissing dat het vrij te laten inkomen niet per einde wachttijd vastgesteld hoeft te worden. Totstandkoming van het besluit
Eiseres werkte als zelfstandig [functie] en daarnaast in loondienst als [functie] bij de gemeente Amsterdam. Zij heeft zich bij de gemeente Amsterdam op 5 januari 2021 ziekgemeld. Zij heeft bij het Uwv een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) bij het bereiken van de wachttijd van 104 weken. Volgens het Uwv heeft de werkgever van eiseres onvoldoende voldaan aan de re-integratieverplichtingen, waardoor het Uwv aan de werkgever van eiseres een loonsanctie heeft opgelegd tot 2 april 2024. Na afloop van de loonsanctie heeft het Uwv de aanvraag van eiseres beoordeeld.
Met het besluit van 14 april 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv beslist dat eiseres vanaf 2 april 2024 recht heeft op een WIA-uitkering in de vorm van een loongerelateerde WGA-uitkering, omdat zij op deze datum minder dan 65% kon verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Zij is 74,27% arbeidsongeschikt bevonden. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, omdat het Uwv per einde wachttijd het vrij te laten inkomen niet heeft vastgesteld.
4. Met het bestreden besluit van 7 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij dat besluit gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft aanvullende gronden ingediend.
5. De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2025 op zitting behandeld. Hier waren aanwezig: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv. Beoordeling door de rechtbank
Wat is de grondslag van het besluit?
6. Volgens het Uwv hoeft bij de toekenning van de WIA-uitkering geen beslissing genomen te worden over de vrijstelling van het aantal uren en het daarmee verdiende inkomen dat eiseres voorafgaand aan haar ziekmelding als zelfstandige heeft verdiend. De maatgevende arbeid is namelijk het werk als [functie] bij de gemeente Amsterdam. Eiseres is voor deze werkzaamheden uitgevallen en zij was voor deze werkzaamheden voor de WIA verzekerd. Het primaire besluit gaat over de hoogte en de duur van de WIA-uitkering, de mate van arbeidsongeschiktheid en de resterende verdiencapaciteit. Pas als het Uwv via de belastingdienst de inkomsten van eiseres over een kalenderjaar heeft ontvangen, beoordeelt het Uwv de inkomsten als zelfstandige over dat kalenderjaar.
Beroepsgronden van eiseres
Moest het Uwv in het primaire besluit het vrij te laten inkomen per einde wachttijd vaststellen?
7. Volgens eiseres heeft het Uwv ten onrechte per einde wachttijd het vrij te laten inkomen niet vastgesteld. Eiseres dient bij de toekenning van de WIA-uitkering te weten welk bedrag inkomsten wordt vrijgelaten naast haar WIA-uitkering, zodat zij later niet wordt geconfronteerd met een eventuele terugvordering van uitkering.
8. De rechtbank oordeelt dat het vrij te laten inkomen het besluit over de toekenning van de WIA-uitkering niet raakt. De hoogte van dit vrij te laten bedrag leidt namelijk niet tot een andere beslissing met betrekking tot het arbeidsongeschiktheidspercentage of hoogte van de WIA-uitkering. Het Uwv hoefde het bedrag daarom niet te vermelden in het primaire besluit. De eventuele discussie over de hoogte van dit vrij te laten bedrag kan gevoerd worden op het moment dat het Uwv toepassing gaat geven aan de desbetreffende regels. Wat eiseres in de gronden van het beroep heeft aangevoerd over de hoogte van dit vrij te laten bedrag laat de rechtbank daarom onbesproken. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het Uwv terecht per einde wachttijd het vrij te laten inkomen niet heeft vastgesteld. Wat eiseres verder nog heeft aangevoerd behoeft daarom geen bespreking meer. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. Er bestaat ook geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht
Dictum
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
WGA staat voor werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.