Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-18
ECLI:NL:RBMNE:2025:3449
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,024 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6753
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. J.L. Wittenslager)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. E.S. Sträger).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van 19 september 2024. Hierin is het Uwv gebleven bij het besluit om de uitkering die eiseres op grond van de Ziektewet (ZW-uitkering) ontvangt voor 4 maanden met 25% te verlagen, omdat eiseres de re-integratieverplichtingen niet is nagekomen. Totstandkoming van het besluit
Eiseres werkte sinds 1 april 2022 als [functie] bij de ex-werkgever. Zij heeft zich op 2 september 2022 ziekgemeld. De arbeidsovereenkomst is per 1 april 2023 geëindigd. De ex-werkgever van eiseres is eigenrisicodrager voor de ZW, zodat de ex-werkgever de ZW-uitkering van eiseres betaalt. Het Uwv neemt de beslissingen over de uitkering.
Met het besluit van 15 februari 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv beslist dat de ZW-uitkering van eiseres 4 maanden met 25% wordt verlaagd. Het Uwv heeft deze maatregel opgelegd, omdat eiseres zich niet aan de re-integratieverplichtingen heeft gehouden. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Met het bestreden besluit van 19 september 2024 op het bezwaar van eiseres heeft het Uwv de motivering aangepast, maar is het verder bij dat besluit gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft aanvullende gronden ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2025 op zitting behandeld. Hier waren aanwezig: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.Beoordeling door de rechtbank Wat is de grondslag van het besluit?
Het Uwv heeft aan eiseres een maatregel opgelegd, omdat eiseres zich niet heeft gehouden aan de re-integratieverplichtingen. Zij heeft namelijk de testen in Jobport (jobtesten) niet gemaakt. Voorafgaand aan de opgelegde maatregel heeft eiseres waarschuwingen gekregen. De maatregel is opgelegd volgens het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten. De gedragingen zijn qua ernst en verwijtbaarheid gekwalificeerd als ‘gemiddeld’.Beroepsgronden van eiseresMoet het Uwv de noodzaak van re-integratie verplichtingen onderzoeken voordat een maatregel wordt opgelegd?
Eiseres voert aan dat het Uwv had moeten beoordelen of de re-integratie verplichting noodzakelijk was, voordat aan haar een maatregel werd opgelegd. Volgens eiseres was haar opleiding al bekend en had zij al aangegeven in de zorgsector te willen blijven werken. De jobtesten waarom daarom niet noodzakelijk om in kaart te brengen in welke beroepsgroepen zij kon uitstromen.
De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat het maken van de jobtesten één van de overeengekomen re-integratie verplichtingen is. Tussen partijen staat ook niet ter discussie dat eiseres de jobtesten niet heeft afgerond. De rechtbank overweegt dat de jobtesten kunnen bijdragen aan re-integratie, omdat de testen het karakter van eiseres en haar beroepskeuze in kaart brengen. Het maken van de jobtesten is onderdeel van de re-integratie afspraken. Eiseres moet zich aan die afspraken houden. De beroepsgrond slaagt niet. Kan het niet nakomen van de afspraken eiseres worden verweten?
Eiseres voert aan dat sprake is van geen dan wel verminderde verwijtbaarheid. Zij is begonnen met de jobtesten, maar heeft door haar ziekte niet alle vragen kunnen beantwoorden.
De rechtbank stelt vast dat eiseres de re-integratie verplichtingen heeft geschonden. Eiseres heeft haar standpunt niet onderbouwd met medische gegevens waaruit blijkt dat eiseres door haar ziekte de jobtesten niet heeft kunnen voltooien. De beroepsgrond slaagt daarom niet. Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het Uwv terecht de ZW-uitkering die eiseres ontvangt voor 4 maanden met 25% heeft verlaagd, omdat eiseres de re-integratieverplichtingen niet is nagekomen. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. Er bestaat ook geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht.
Dictum
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6753
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. J.L. Wittenslager)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. E.S. Sträger).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van 19 september 2024. Hierin is het Uwv gebleven bij het besluit om de uitkering die eiseres op grond van de Ziektewet (ZW-uitkering) ontvangt voor 4 maanden met 25% te verlagen, omdat eiseres de re-integratieverplichtingen niet is nagekomen. Totstandkoming van het besluit
Eiseres werkte sinds 1 april 2022 als [functie] bij de ex-werkgever. Zij heeft zich op 2 september 2022 ziekgemeld. De arbeidsovereenkomst is per 1 april 2023 geëindigd. De ex-werkgever van eiseres is eigenrisicodrager voor de ZW, zodat de ex-werkgever de ZW-uitkering van eiseres betaalt. Het Uwv neemt de beslissingen over de uitkering.
Met het besluit van 15 februari 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv beslist dat de ZW-uitkering van eiseres 4 maanden met 25% wordt verlaagd. Het Uwv heeft deze maatregel opgelegd, omdat eiseres zich niet aan de re-integratieverplichtingen heeft gehouden. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Met het bestreden besluit van 19 september 2024 op het bezwaar van eiseres heeft het Uwv de motivering aangepast, maar is het verder bij dat besluit gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft aanvullende gronden ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2025 op zitting behandeld. Hier waren aanwezig: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.Beoordeling door de rechtbank Wat is de grondslag van het besluit?
Het Uwv heeft aan eiseres een maatregel opgelegd, omdat eiseres zich niet heeft gehouden aan de re-integratieverplichtingen. Zij heeft namelijk de testen in Jobport (jobtesten) niet gemaakt. Voorafgaand aan de opgelegde maatregel heeft eiseres waarschuwingen gekregen. De maatregel is opgelegd volgens het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten. De gedragingen zijn qua ernst en verwijtbaarheid gekwalificeerd als ‘gemiddeld’.Beroepsgronden van eiseresMoet het Uwv de noodzaak van re-integratie verplichtingen onderzoeken voordat een maatregel wordt opgelegd?
Eiseres voert aan dat het Uwv had moeten beoordelen of de re-integratie verplichting noodzakelijk was, voordat aan haar een maatregel werd opgelegd. Volgens eiseres was haar opleiding al bekend en had zij al aangegeven in de zorgsector te willen blijven werken. De jobtesten waarom daarom niet noodzakelijk om in kaart te brengen in welke beroepsgroepen zij kon uitstromen.
De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat het maken van de jobtesten één van de overeengekomen re-integratie verplichtingen is. Tussen partijen staat ook niet ter discussie dat eiseres de jobtesten niet heeft afgerond. De rechtbank overweegt dat de jobtesten kunnen bijdragen aan re-integratie, omdat de testen het karakter van eiseres en haar beroepskeuze in kaart brengen. Het maken van de jobtesten is onderdeel van de re-integratie afspraken. Eiseres moet zich aan die afspraken houden. De beroepsgrond slaagt niet. Kan het niet nakomen van de afspraken eiseres worden verweten?
Eiseres voert aan dat sprake is van geen dan wel verminderde verwijtbaarheid. Zij is begonnen met de jobtesten, maar heeft door haar ziekte niet alle vragen kunnen beantwoorden.
De rechtbank stelt vast dat eiseres de re-integratie verplichtingen heeft geschonden. Eiseres heeft haar standpunt niet onderbouwd met medische gegevens waaruit blijkt dat eiseres door haar ziekte de jobtesten niet heeft kunnen voltooien. De beroepsgrond slaagt daarom niet. Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het Uwv terecht de ZW-uitkering die eiseres ontvangt voor 4 maanden met 25% heeft verlaagd, omdat eiseres de re-integratieverplichtingen niet is nagekomen. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. Er bestaat ook geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht.
Dictum
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.