Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-07-03
ECLI:NL:RBMNE:2025:3414
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,624 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/587930 / FO RK 25-91 (voogdij)
Beschikking van 3 juli 2025
in de zaak van:
de Raad voor de Kinderbescherming Noord-Holland,
locatie Haarlem,
hierna te noemen: de Raad,
betreffende het kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2008 op [geboorteplaats 1] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan
[de vader]
,
verblijvende in Bangladesh op een onbekend adres,
hierna te noemen: de vader,
stichting Nidos,
gevestigd in Utrecht,
gecertificeerde instelling, hierna te noemen: Nidos,
stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd in Utrecht,
gecertificeerde instelling, hierna te noemen: Save.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank heeft eerder in deze zaak een tussenbeschikking gewezen op 22 mei 2025. Voor het verloop van de procedure tot 22 mei 2025 verwijst de rechtbank naar de vorige beschikking.
1.2.
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
de brief van de Raad van 10 juni 2025 met bijlage;
de brief van de Raad van 24 juni 2025 met bijlage;
het e-mailbericht van Nidos van 26 juni 2025;
de brief van de Raad van 26 juni 2025 met bijlage.
Feiten
2.1.
Het gaat in deze zaak om het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2008 op [geboorteplaats 1] .
2.2.
Het (inmiddels) meerderjarige kind van de ouders is:
- [jongmeerderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2007 in [geboorteplaats 2] , Bangladesh.
2.3.
De moeder van de kinderen is: [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1983 in [geboorteplaats 2] , Bangladesh. De moeder is overleden op [overlijdensdatum] 2010 in [overlijdensplaats] , Bangladesh.
2.4.
De vader van de kinderen is: [de vader], geboren op [geboortedatum 4] 1966 in [geboorteplaats 2] , Bangladesh. Hij verblijft op een onbekend adres in Bangladesh.
2.5.
De vader en de moeder zijn gehuwd geweest. Het huwelijk is ontbonden door het overlijden van de moeder.
2.6.
[jongmeerderjarige] en [minderjarige] zijn samen op 22 november 2024 in Nederland aangekomen op Schiphol zonder ouder of begeleider. Het is de rechtbank niet duidelijk wie er met het ouderlijk gezag is belast over [minderjarige] .
2.7.
Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 22 november 2024 is Nidos met de voorlopige voogdij over [minderjarige] belast.
2.8.
[minderjarige] verblijft op een tijdelijke crisisgroep.
3De verdere beoordeling
Conclusie
3.1.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en Nidos ontslaan van de voogdij over [minderjarige] en Save benoemen als voogd over hem. De beslissing wordt hierna toegelicht.
Het wettelijk kader
3.2.
Op grond van artikel 1:253q lid 2 en 4 BW jo. artikel 1:253r lid 1 BW benoemt de rechtbank op verzoek van (onder meer) de Raad een voogd wanneer de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen:
l dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren het gezag uit te oefenen; of
het bestaan of de verblijfplaats van de ouder of één van hen die het gezag uitoefenen, onbekend is.
Gedurende de periode waarin één van voornoemde omstandigheden zich voordoet is het gezag van de ouder (tijdelijk) geschorst op grond van artikel 1:253r, tweede lid, BW.
Beoordeling
3.3.
De zaak is aangehouden in afwachting van een bericht van de Raad welke gecertificeerde instelling als voogd over [minderjarige] benoemd kan worden. Uit de brief van 26 juni 2025 van de Raad blijkt dat Save bereid is om de voogdij over [minderjarige] op zich te nemen. De rechtbank vindt het positief dat Save bereid is om in het belang van [minderjarige] te denken en zich beschikbaar stelt als voogd. Gebleken is dat er voor [minderjarige] zo snel mogelijk een voogd benoemd moet worden. Er moeten zaken voor hem worden geregeld zoals psychische hulpverlening, financiële kwesties en een passende woonplek. Save heeft per direct een jeugdbeschermer ter beschikking die met [minderjarige] aan de slag kan om deze zaken te regelen. Waaronder de woonplek. [minderjarige] verblijft nu op een tijdelijke crisisgroep en het is niet aannemelijk dat de woonplek nog wekenlang beschikbaar zal blijven. De rechtbank vindt het daarom in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat er zo snel mogelijk een nieuwe voogd wordt aangewezen, met name omdat Nidos niet langer bereid is om de voogdij uit te oefenen.
Uit de overgelegde bereidverklaring 7 april 2025 blijkt dat [minderjarige] het eens is met het verzoek.
3.4.
Dictum
4.1.
ontslaat Nidos als (voorlopige) voogd over [minderjarige] ;
4.2.
belast stichting Samen Veilig Midden-Nederland met de voogdij over [minderjarige] ;
4.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in samenwerking met de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
HB
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/587930 / FO RK 25-91 (voogdij)
Beschikking van 3 juli 2025
in de zaak van:
de Raad voor de Kinderbescherming Noord-Holland,
locatie Haarlem,
hierna te noemen: de Raad,
betreffende het kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2008 op [geboorteplaats 1] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan
[de vader]
,
verblijvende in Bangladesh op een onbekend adres,
hierna te noemen: de vader,
stichting Nidos,
gevestigd in Utrecht,
gecertificeerde instelling, hierna te noemen: Nidos,
stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd in Utrecht,
gecertificeerde instelling, hierna te noemen: Save.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank heeft eerder in deze zaak een tussenbeschikking gewezen op 22 mei 2025. Voor het verloop van de procedure tot 22 mei 2025 verwijst de rechtbank naar de vorige beschikking.
1.2.
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
de brief van de Raad van 10 juni 2025 met bijlage;
de brief van de Raad van 24 juni 2025 met bijlage;
het e-mailbericht van Nidos van 26 juni 2025;
de brief van de Raad van 26 juni 2025 met bijlage.
Feiten
2.1.
Het gaat in deze zaak om het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2008 op [geboorteplaats 1] .
2.2.
Het (inmiddels) meerderjarige kind van de ouders is:
- [jongmeerderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2007 in [geboorteplaats 2] , Bangladesh.
2.3.
De moeder van de kinderen is: [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1983 in [geboorteplaats 2] , Bangladesh. De moeder is overleden op [overlijdensdatum] 2010 in [overlijdensplaats] , Bangladesh.
2.4.
De vader van de kinderen is: [de vader], geboren op [geboortedatum 4] 1966 in [geboorteplaats 2] , Bangladesh. Hij verblijft op een onbekend adres in Bangladesh.
2.5.
De vader en de moeder zijn gehuwd geweest. Het huwelijk is ontbonden door het overlijden van de moeder.
2.6.
[jongmeerderjarige] en [minderjarige] zijn samen op 22 november 2024 in Nederland aangekomen op Schiphol zonder ouder of begeleider. Het is de rechtbank niet duidelijk wie er met het ouderlijk gezag is belast over [minderjarige] .
2.7.
Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 22 november 2024 is Nidos met de voorlopige voogdij over [minderjarige] belast.
2.8.
[minderjarige] verblijft op een tijdelijke crisisgroep.
3De verdere beoordeling
Conclusie
3.1.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en Nidos ontslaan van de voogdij over [minderjarige] en Save benoemen als voogd over hem. De beslissing wordt hierna toegelicht.
Het wettelijk kader
3.2.
Op grond van artikel 1:253q lid 2 en 4 BW jo. artikel 1:253r lid 1 BW benoemt de rechtbank op verzoek van (onder meer) de Raad een voogd wanneer de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen:
l dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren het gezag uit te oefenen; of
het bestaan of de verblijfplaats van de ouder of één van hen die het gezag uitoefenen, onbekend is.
Gedurende de periode waarin één van voornoemde omstandigheden zich voordoet is het gezag van de ouder (tijdelijk) geschorst op grond van artikel 1:253r, tweede lid, BW.
Beoordeling
3.3.
De zaak is aangehouden in afwachting van een bericht van de Raad welke gecertificeerde instelling als voogd over [minderjarige] benoemd kan worden. Uit de brief van 26 juni 2025 van de Raad blijkt dat Save bereid is om de voogdij over [minderjarige] op zich te nemen. De rechtbank vindt het positief dat Save bereid is om in het belang van [minderjarige] te denken en zich beschikbaar stelt als voogd. Gebleken is dat er voor [minderjarige] zo snel mogelijk een voogd benoemd moet worden. Er moeten zaken voor hem worden geregeld zoals psychische hulpverlening, financiële kwesties en een passende woonplek. Save heeft per direct een jeugdbeschermer ter beschikking die met [minderjarige] aan de slag kan om deze zaken te regelen. Waaronder de woonplek. [minderjarige] verblijft nu op een tijdelijke crisisgroep en het is niet aannemelijk dat de woonplek nog wekenlang beschikbaar zal blijven. De rechtbank vindt het daarom in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat er zo snel mogelijk een nieuwe voogd wordt aangewezen, met name omdat Nidos niet langer bereid is om de voogdij uit te oefenen.
Uit de overgelegde bereidverklaring 7 april 2025 blijkt dat [minderjarige] het eens is met het verzoek.
3.4.
Dictum
4.1.
ontslaat Nidos als (voorlopige) voogd over [minderjarige] ;
4.2.
belast stichting Samen Veilig Midden-Nederland met de voogdij over [minderjarige] ;
4.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in samenwerking met de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
HB