Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-30
ECLI:NL:RBMNE:2025:3350
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
842 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7973
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
Onbekende verweerder, verweerder.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet duidelijk maken waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiser op 30 januari 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit. In deze brief is eiser ook in de gelegenheid gesteld om door te geven of hij zijn indiening wenst in te dienen als een voorlopige voorziening of als een beroepschrift. Ook heeft de rechtbank in die brief eiser verzocht een kopie van het gehele besluit over te leggen en zijn volledige adres op te geven. Uit de track & trace van PostNL blijkt dat PostNL op 1 februari 2025 heeft geprobeerd de brief te bezorgen, maar dat dit niet is gelukt. De brief heeft bij een PostNL-punt gelegen, maar is niet opgehaald. Uiteindelijk heeft Post NL de brief als ‘niet opgehaald’ teruggestuurd naar de rechtbank. Hierna heeft de rechtbank deze brief, om voldoen aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, op 21 februari 2025 per gewone post verzonden aan eiser. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 30 januari 2025 genoemde termijn niet opnieuw aanvangt. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft gereageerd op deze brief.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
5. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.