Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-28
ECLI:NL:RBMNE:2025:2954
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,316 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/8358
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden (het college), verweerder.
(gemachtigde: A. den Braven).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van 11 november 2024 tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het aanleggen van twee waterbergingen ter hoogte van de percelen [adres 1] en [adres 2] in [plaats] .
2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald en het beroep niet voorzien van gronden, waardoor de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
Beoordeling
Griffierecht
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. In dit geval bedraagt het griffierecht € 187,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan heeft eiseres een geldige reden waarom het griffierecht niet (op tijd) is betaald. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
5. De griffier heeft eiseres bij brief van 9 januari 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 7 februari 2025 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 13 februari 2025 om 16:41 uur is afgehaald en dat eiseres voor ontvangst heeft getekend.
6. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald. Eiseres heeft geen reden gegeven waarom het griffierecht niet is betaald. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Beroepsgronden
7. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank, na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
8. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in haar beroepschrift. De griffier heeft eiseres op 27 december 2024 verzocht om binnen vier weken de gronden van het beroep mee te delen. Eiseres heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 27 januari 2025 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld om het beroep aan te vullen met gronden binnen vier weken na dagtekening van die brief. De aangetekend verzonden brief is door eiseres niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is deze brief aan eiseres ter kennisneming per gewone post toegezonden. Op 28 februari 2025 heeft de griffier van de rechtbank eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld om het verzuim binnen vier weken te herstellen.
9. De rechtbank heeft van eiseres geen gronden van het beroep ontvangen. Eiseres heeft hiervoor geen reden gegeven.
Conclusie
10. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit staat in artikel 8:41 van de Awb.
Op grond van artikel 6:6 van de Awb.
Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb.