Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-20
ECLI:NL:RBMNE:2025:2947
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
28,045 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:2947 text/xml public 2026-04-14T11:52:45 2025-06-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-03-20 16/196554-24; 16/117976-24 (gev.ttz); 16/097812-23 (gev.ttz) Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Utrecht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2947 text/html public 2026-04-14T11:52:03 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:2947 Rechtbank Midden-Nederland , 20-03-2025 / 16/196554-24; 16/117976-24 (gev.ttz); 16/097812-23 (gev.ttz) Veroordeling voor vernieling, bedreiging, belaging, mishandeling en huisvredebreuk. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere heel vervelende en overlastgevende feiten, die zeker voor diegene die het betreft, erg naar zijn. Anders dan door de officier van justitie is gevorderd, legt de rechtbank geen tbs-maatregel (met dwangverpleging) op. De rechtbank overweegt daartoe dat de bewezen verklaarde feiten qua aard en ernst relatief licht zijn en er bij verdachte slechts een licht verstandelijke beperking en stoornissen in het gebruik van middelen (in vroege remissie) zijn vastgesteld. Mede daarom hebben de psycholoog en psychiater in beide rapportages over de persoonlijkheid van verdachte géén tbs-maatregel geadviseerd. Ook het strafblad van verdachte biedt geen enkel aanknopingspunt voor de oplegging van de maatregel van tbs. Voorts is niet gebleken dat alle strafrechtelijke mogelijkheden in het kader van hulpverlening zijn uitgeput. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van het voorarrest en een maatregel strekkende tot de beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaren, inhoudende een contact- en locatieverbod met een van de aangeefsters. De rechtbank beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is en beveelt 14 dagen hechtenis per overtreding. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/196554-24; 16/117976-24 (gev.ttz); 16/097812-23 (gev.ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 20 maart 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1991] te [..] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [postcode] te [plaats 1] , thans verblijvende te [verblijfplaats] , hierna te noemen: verdachte. 1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 24 september 2024, 17 december 2024 en 6 maart 2025. Op laatstgenoemde datum is de zaak inhoudelijk behandeld. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. D.E. Hooydonk en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.E. Toet, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. [slachtoffer 1] , benadeelde partij, heeft gebruik gemaakt van het spreekrecht. 2 TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte: ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 1, op 14 juni 2024 in Utrecht een ruit van de auto van [slachtoffer 1] heeft vernield; feit 2, op 15 juni 2024 in Utrecht [slachtoffer 1] heeft bedreigd; feit 3, in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 juni 2024 in Utrecht [slachtoffer 1] heeft belaagd; ten aanzien van parketnummer 16/117976-24, primair, op 6 april 2024 in Utrecht openlijk (op de woonlocatie van het [organisatie] ) geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] door: - die [slachtoffer 2] één of meerdere keren (met de vuist en/of vlakke hand) tegen het hoofd; - die [slachtoffer 2] met een ijzeren/stalen staaf op het lichaam te slaan; subsidiair, op 6 april 2024 in Utrecht, samen met een ander, door dezelfde handelingen [slachtoffer 2] heeft mishandeld; ten aanzien van parketnummer 16/097812-23, op 11 april 2023 in Utrecht huisvredebreuk heeft gepleegd bij het hostel gelegen aan de [straat] [nummeraanduiding 1] van het [organisatie] . 3 VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4 WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten aanzien van parketnummer 16/196554-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, met uitzondering van het onder 3 ten laste gelegde sturen van briefjes naar aangeefster. Ten aanzien van parketnummer 16/117976-24 acht de officier van justitie het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en verzoekt verdachte vrij te spreken van het primair aan hem ten laste gelegde. De officier van justitie acht het ten aanzien van parketnummer 16/097812-23 eveneens wettig en overtuigend te bewijzen. De standpunten van de officier van justitie zullen – voor zover van belang – verder worden uitgewerkt onder het kopje 4.3. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten aanzien van parketnummer 16/196554-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Ten aanzien van parketnummer 16/117976-24 heeft zij vrijspraak bepleit voor het primair ten laste gelegde. Voor wat betreft het subsidiair ten laste gelegde heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van parketnummer 16/097812-23 heeft zij zich eveneens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De standpunten van de raadsvrouw zullen – voor zover van belang – verder worden uitgewerkt onder het kopje 4.3. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen ten aanzien van parketnummer 16/097812-23 - huisvredebreuk Verdachte heeft het ten aanzien van parketnummer 16/097812-23 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: - de bekennende verklaring van verdachte van 12 april 2023 ; - de pandontzegging van 11 april 2023 ; - het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 11 april 2023 ; - het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 11 april 2023 . ten aanzien van parketnummer 16/117976-24 – openlijke geweldpleging/medeplegen mishandeling Vrijspraak voor de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat de plaats waar het feit zich heeft afgespeeld, te weten de binnenplaats van een besloten woongroep van het [organisatie] gelegen aan de [adres] , niet kan worden aangemerkt als een plaats die voor iedereen toegankelijk is, zodat van ‘openlijkheid’ geen sprake is en de rechtbank verdachte van het primair ten laste gelegde zal vrijspreken. Bewezenverklaring medeplegen van mishandeling Verdachte heeft het subsidiair ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 april 2024 ; - het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 6 april 2024 ; - het proces-verbaal van beelden van 7 april 2024 . ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 1 – vernieling autoruit De aangifte van [slachtoffer 1] met fotoblad, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Op 14 juni 2024, omstreeks 15:00 uur, had ik mijn personenauto onbeschadigd en op slot geparkeerd tegenover het [organisatie] ( [organisatie] ). Het [organisatie] is gelegen op de [straat] nummer [nummeraanduiding 1] te [plaats 1] . Mijn auto is als volgt herkenbaar: - kenteken: [kenteken] ; - merk: Fiat; - type: Fiat 500; - kleur: grijs. Op 14 juni 2024, omstreeks 19:00 uur, hoorde mijn collega een harde knal. Ik zag dat mijn auto vernield was. Ik zag dat mijn achterruit volledig kapot was. Ik zag dat er amper tot geen glas meer in zat. Ik zag dat mijn rechterachterruit kapot was. Verder zag ik dat er meerdere krassen op de passagierskant van de ramen zaten.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:2947 text/xml public 2026-04-14T11:52:45 2025-06-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-03-20 16/196554-24; 16/117976-24 (gev.ttz); 16/097812-23 (gev.ttz) Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Utrecht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2947 text/html public 2026-04-14T11:52:03 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:2947 Rechtbank Midden-Nederland , 20-03-2025 / 16/196554-24; 16/117976-24 (gev.ttz); 16/097812-23 (gev.ttz) Veroordeling voor vernieling, bedreiging, belaging, mishandeling en huisvredebreuk. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere heel vervelende en overlastgevende feiten, die zeker voor diegene die het betreft, erg naar zijn. Anders dan door de officier van justitie is gevorderd, legt de rechtbank geen tbs-maatregel (met dwangverpleging) op. De rechtbank overweegt daartoe dat de bewezen verklaarde feiten qua aard en ernst relatief licht zijn en er bij verdachte slechts een licht verstandelijke beperking en stoornissen in het gebruik van middelen (in vroege remissie) zijn vastgesteld. Mede daarom hebben de psycholoog en psychiater in beide rapportages over de persoonlijkheid van verdachte géén tbs-maatregel geadviseerd. Ook het strafblad van verdachte biedt geen enkel aanknopingspunt voor de oplegging van de maatregel van tbs. Voorts is niet gebleken dat alle strafrechtelijke mogelijkheden in het kader van hulpverlening zijn uitgeput. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van het voorarrest en een maatregel strekkende tot de beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaren, inhoudende een contact- en locatieverbod met een van de aangeefsters. De rechtbank beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is en beveelt 14 dagen hechtenis per overtreding. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/196554-24; 16/117976-24 (gev.ttz); 16/097812-23 (gev.ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 20 maart 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1991] te [..] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [postcode] te [plaats 1] , thans verblijvende te [verblijfplaats] , hierna te noemen: verdachte. 1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 24 september 2024, 17 december 2024 en 6 maart 2025. Op laatstgenoemde datum is de zaak inhoudelijk behandeld. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. D.E. Hooydonk en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.E. Toet, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. [slachtoffer 1] , benadeelde partij, heeft gebruik gemaakt van het spreekrecht. 2 TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte: ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 1, op 14 juni 2024 in Utrecht een ruit van de auto van [slachtoffer 1] heeft vernield; feit 2, op 15 juni 2024 in Utrecht [slachtoffer 1] heeft bedreigd; feit 3, in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 juni 2024 in Utrecht [slachtoffer 1] heeft belaagd; ten aanzien van parketnummer 16/117976-24, primair, op 6 april 2024 in Utrecht openlijk (op de woonlocatie van het [organisatie] ) geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] door:- die [slachtoffer 2] één of meerdere keren (met de vuist en/of vlakke hand) tegen het hoofd;- die [slachtoffer 2] met een ijzeren/stalen staaf op het lichaam te slaan; subsidiair, op 6 april 2024 in Utrecht, samen met een ander, door dezelfde handelingen [slachtoffer 2] heeft mishandeld; ten aanzien van parketnummer 16/097812-23, op 11 april 2023 in Utrecht huisvredebreuk heeft gepleegd bij het hostel gelegen aan de [straat] [nummeraanduiding 1] van het [organisatie] . 3 VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4 WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten aanzien van parketnummer 16/196554-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, met uitzondering van het onder 3 ten laste gelegde sturen van briefjes naar aangeefster. Ten aanzien van parketnummer 16/117976-24 acht de officier van justitie het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en verzoekt verdachte vrij te spreken van het primair aan hem ten laste gelegde. De officier van justitie acht het ten aanzien van parketnummer 16/097812-23 eveneens wettig en overtuigend te bewijzen. De standpunten van de officier van justitie zullen – voor zover van belang – verder worden uitgewerkt onder het kopje 4.3. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten aanzien van parketnummer 16/196554-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Ten aanzien van parketnummer 16/117976-24 heeft zij vrijspraak bepleit voor het primair ten laste gelegde. Voor wat betreft het subsidiair ten laste gelegde heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van parketnummer 16/097812-23 heeft zij zich eveneens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De standpunten van de raadsvrouw zullen – voor zover van belang – verder worden uitgewerkt onder het kopje 4.3. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen ten aanzien van parketnummer 16/097812-23 - huisvredebreuk Verdachte heeft het ten aanzien van parketnummer 16/097812-23 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: - de bekennende verklaring van verdachte van 12 april 2023 ; - de pandontzegging van 11 april 2023 ; - het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 11 april 2023 ; - het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 11 april 2023 . ten aanzien van parketnummer 16/117976-24 – openlijke geweldpleging/medeplegen mishandeling Vrijspraak voor de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat de plaats waar het feit zich heeft afgespeeld, te weten de binnenplaats van een besloten woongroep van het [organisatie] gelegen aan de [adres] , niet kan worden aangemerkt als een plaats die voor iedereen toegankelijk is, zodat van ‘openlijkheid’ geen sprake is en de rechtbank verdachte van het primair ten laste gelegde zal vrijspreken. Bewezenverklaring medeplegen van mishandeling Verdachte heeft het subsidiair ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 april 2024 ; - het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 6 april 2024 ; - het proces-verbaal van beelden van 7 april 2024 . ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 1 – vernieling autoruit De aangifte van [slachtoffer 1] met fotoblad, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Op 14 juni 2024, omstreeks 15:00 uur, had ik mijn personenauto onbeschadigd en op slot geparkeerd tegenover het [organisatie] ( [organisatie] ). Het [organisatie] is gelegen op de [straat] nummer [nummeraanduiding 1] te [plaats 1] . Mijn auto is als volgt herkenbaar: - kenteken: [kenteken] ; - merk: Fiat; - type: Fiat 500; - kleur: grijs. Op 14 juni 2024, omstreeks 19:00 uur, hoorde mijn collega een harde knal. Ik zag dat mijn auto vernield was. Ik zag dat mijn achterruit volledig kapot was. Ik zag dat er amper tot geen glas meer in zat. Ik zag dat mijn rechterachterruit kapot was. Verder zag ik dat er meerdere krassen op de passagierskant van de ramen zaten.
Volledig
Fotoblad beelden, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Foto 2 Omschrijving: verdachte loopt doelgericht naar de auto van slachtoffer. Foto 3 Omschrijving: verdachte haalt een voorwerp van onder zijn jas vandaan. Foto 4 Omschrijving: verdachte heeft een krik in zijn rechterhand. Foto 5 Omschrijving: verdachte slaat met krik op achterruit van de auto van het slachtoffer. Foto 6 Omschrijving: verdachte slaat met krik op zijraam van auto van het slachtoffer. Proces-verbaal van bevindingen van 17 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Wij bekeken samen de camerabeelden van de vernieling. Ik zag op de camerabeelden de verdachte en kan hem als volgt omschrijven: - Man; - Gezichtsbedekking; - Donkere huidskleur; - Donkere jas met capuchon met twee horizontale strepen ter hoogte van de borst; - Donkere broek; - Donkere schoenen. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] zei dat [verdachte] verbleef bij [hostel 2] gelegen op de [adres] te [plaats 1] . Ik nam telefonisch contact op met collega [D] en vroeg hem om te gaan naar [hostel 2] om te kijken of daar camerabeelden zijn van [verdachte] toen hij daar vertrok. Ik zag dat collega [D] mij een foto stuurde van het vertrek van [verdachte] bij het [hostel 2] . Ik hoorde dat collega [D] zei dat de foto van vandaag 14 juni 2024 was. Ik weet niet meer op welk tijdstip dit was. Ik weet wel dat dit vroeg in de avond was. Ik zag dat het kledingsignalement van [verdachte] volledig overeen kwam met het kledingsignalement van de verdachte van de eerder genoemde vernieling. Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2024 met fotoblad, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Op 14 juni 2024, om 22:35 uur hielden wij, verbalisanten, [verdachte] buiten heterdaad aan voor vernieling. Tijdens de insluitingsfouillering trof ik, verbalisant [verbalisant 5] , in de tas van [verdachte] een zwarte krik aan. Ik bekeek de krik en zag dat er nog glasresten aan deze krik vastzaten. Deze glasresten zaten aan de voet van de krik en aan het draaimechanisme. ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 2 – bedreiging Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Op 14 juni 2024 was ik in dienst als hulpofficier van justitie in Utrecht. In die hoedanigheid werd aan mij voorgeleid: [verdachte] , geboren op [1991] te [..] , Nederlandse Antillen. Ik deelde hem mede dat hij werd verdacht van vernieling. Ik zag en hoorde dat de verdachte met luide stem begon te praten. Ik zag dat de ogen van de verdachte opensperden en zijn blik van slaperig veranderde naar boos. Ik hoorde dat hij het volgende zei: "Ik heb helemaal niks van haar vernield. Als die bitch mij gaat breken, ga ik haar breken. Als zij zegt ik heb dat kapot gemaakt, ga ik haar doodmaken bro. Zwart op wit bro, ik ga haar doodmaken. [slachtoffer 1] is de enigste die zegt dat ik dat heb gedaan. Als ik langer moet blijven dan ga ik haar doodmaken. Als ik vrij kom, ik ga haar doodmaken. Ik zweer het je. Ik ga haar keel dichtknijpen". Ik zag en hoorde dat de stem van de verdachte van luid pratend naar schreeuwend veranderde terwijl hij voorgaande zinnen uitsprak. Ik zag tijdens het schreeuwen een ader op zijn voorhoofd ontstaan en zijn ogen steeds verder opensperren. Zijn blik, uitspraken en houding kwamen op mij over als buitengewoon haatdragend. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 15 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Ik doe aangifte van bedreiging met de dood tegen [verdachte] . Vandaag 15 juni 2024, omstreeks 10.30 uur werd ik door een rechercheur van de politie gebeld. Zij vertelde mij dat [verdachte] gisteren na zijn aanhouding bedreigende woorden naar/over mij geuit heeft. Hij zou deze woorden tegen de hulp officier van justitie geuit hebben. Ik hoorde dat de rechercheur mij vertelde dat [verdachte] de volgende woorden over mij gezegd heeft: "Ik heb helemaal niks van haar vernield. Als die bitch mij gaat breken, ga ik haar breken. Als zij zegt ik heb dat kapot gemaakt, ga ik haar doodmaken bro. Zwart op wit bro, ik ga haar doodmaken. [slachtoffer 1] is de enigste die zegt dat ik dat heb gedaan. Als ik langer moet blijven dan ga ik haar doodmaken. Als ik vrij kom, ik ga haar doodmaken. Ik zweer het je. Ik ga haar keel dichtknijpen". Bewijsoverwegingen De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat de bedreiging onder zodanige omstandigheden is gedaan dat bij aangeefster de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd. De raadsvrouw heeft gesteld dat de uitlatingen van verdachte moeten worden gezien als een emotionele ontlading omdat hij meende dat hij ten onrechte was aangehouden en dat de uitlatingen niet geschikt waren om vrees op te wekken. De raadsvrouw concludeert daarom dat geen sprake is geweest van een bedreiging in strafrechtelijke zin. Juridisch kader bedreiging De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van zo’n aard is en onder zodanige omstandigheden is heeft plaatsgevonden dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht. Niet is vereist dat de bedreiging in het concrete geval op de bedreigde een zodanige indruk heeft gemaakt dat werkelijk vrees is opgewekt, wel moet de bedreiging van zo’n aard zijn en onder zulke omstandigheden zijn gedaan dat deze in het algemeen een dergelijke vrees kan opwekken. De rechtbank stelt vast dat verdachte de bedreigende woorden heeft geuit ten overstaan van hulpofficier van justitie mr. [hulpofficier van justitie] . Verdachte heeft gelet daarop minst genomen de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster via mr. [hulpofficier van justitie] van de bedreiging op de hoogte zou raken. Aangeefster moest immers weten dat verdachte deze bedreigende woorden jegens haar had geuit en zij is daarvan dan ook op de hoogte gesteld. De rechtbank stelt voorts vast dat de bedreigingen – mede gelet op de context waarin deze zijn geuit – van zodanige aard zijn dat bij aangeefster redelijkerwijs de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou verliezen. De bedreiging ging gepaard met een verwijzing naar een incident van een dag eerder, waar verdachte een ruit van de auto van aangeefster heeft vernield. In die context konden de bedreigende woorden naar het oordeel van de rechtbank bij de bedreigde de redelijke vrees doen ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen. De rechtbank is voorts van oordeel dat de door de verdediging aangehaalde uitspraken geenszins vergelijkbaar zijn met de door verdachte geuite bedreigingen. De door verdachte gedane uitlatingen waren – anders dan in de door de raadsvrouw aangehaalde zaken – specifiek van aard en duidelijk gericht tegen aangeefster. Gelet op voorgaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de onder feit 2 ten laste gelegde bedreiging. ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 3 – belaging Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 15 juni 2024 met screenshots, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Ik doe aangifte van stalking. Ik doe aangifte tegen [verdachte] , geboren [1991] . Ik ben werkzaam bij het [organisatie] [.] , gelegen aan de [straat] [nummeraanduiding 1] te [plaats 1] . Ik ben hier werkzaam als woonbegeleider. Ik was een tijd de persoonlijk begeleider van [verdachte] . Doordat ik zijn persoonlijk begeleider was had hij het telefoonnummer van mijn werktelefoon. Zijn telefoonnummer was toen [telefoonnummer 1] . Begin februari 2023 ontving ik een WhatsApp bericht van [verdachte] op mijn werktelefoon. Ik zag hierin: "Kanker vuile hoer zonder leven. Ik hoop dat je je nu goed voelt. Opkankeren met je kanker diploma's. Kanker zwakke vuile hoer. Vuile vieze hoer. You are gespet bitch. Kanker vuile hoer zonder toekomst. Kanker vuile kanker. Je hele familie is kanker mongolen op elkaar. Je domme ex [B] is ook een flikker. Je ex is echt een idioot. Hij kan niet goed met zijn ogen kijken.
Volledig
Fotoblad beelden, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Foto 2 Omschrijving: verdachte loopt doelgericht naar de auto van slachtoffer. Foto 3 Omschrijving: verdachte haalt een voorwerp van onder zijn jas vandaan. Foto 4 Omschrijving: verdachte heeft een krik in zijn rechterhand. Foto 5 Omschrijving: verdachte slaat met krik op achterruit van de auto van het slachtoffer. Foto 6 Omschrijving: verdachte slaat met krik op zijraam van auto van het slachtoffer. Proces-verbaal van bevindingen van 17 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Wij bekeken samen de camerabeelden van de vernieling. Ik zag op de camerabeelden de verdachte en kan hem als volgt omschrijven: - Man; - Gezichtsbedekking; - Donkere huidskleur; - Donkere jas met capuchon met twee horizontale strepen ter hoogte van de borst; - Donkere broek; - Donkere schoenen. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] zei dat [verdachte] verbleef bij [hostel 2] gelegen op de [adres] te [plaats 1] . Ik nam telefonisch contact op met collega [D] en vroeg hem om te gaan naar [hostel 2] om te kijken of daar camerabeelden zijn van [verdachte] toen hij daar vertrok. Ik zag dat collega [D] mij een foto stuurde van het vertrek van [verdachte] bij het [hostel 2] . Ik hoorde dat collega [D] zei dat de foto van vandaag 14 juni 2024 was. Ik weet niet meer op welk tijdstip dit was. Ik weet wel dat dit vroeg in de avond was. Ik zag dat het kledingsignalement van [verdachte] volledig overeen kwam met het kledingsignalement van de verdachte van de eerder genoemde vernieling. Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2024 met fotoblad, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Op 14 juni 2024, om 22:35 uur hielden wij, verbalisanten, [verdachte] buiten heterdaad aan voor vernieling. Tijdens de insluitingsfouillering trof ik, verbalisant [verbalisant 5] , in de tas van [verdachte] een zwarte krik aan. Ik bekeek de krik en zag dat er nog glasresten aan deze krik vastzaten. Deze glasresten zaten aan de voet van de krik en aan het draaimechanisme. ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 2 – bedreiging Proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Op 14 juni 2024 was ik in dienst als hulpofficier van justitie in Utrecht. In die hoedanigheid werd aan mij voorgeleid: [verdachte] , geboren op [1991] te [..] , Nederlandse Antillen. Ik deelde hem mede dat hij werd verdacht van vernieling. Ik zag en hoorde dat de verdachte met luide stem begon te praten. Ik zag dat de ogen van de verdachte opensperden en zijn blik van slaperig veranderde naar boos. Ik hoorde dat hij het volgende zei: "Ik heb helemaal niks van haar vernield. Als die bitch mij gaat breken, ga ik haar breken. Als zij zegt ik heb dat kapot gemaakt, ga ik haar doodmaken bro. Zwart op wit bro, ik ga haar doodmaken. [slachtoffer 1] is de enigste die zegt dat ik dat heb gedaan. Als ik langer moet blijven dan ga ik haar doodmaken. Als ik vrij kom, ik ga haar doodmaken. Ik zweer het je. Ik ga haar keel dichtknijpen". Ik zag en hoorde dat de stem van de verdachte van luid pratend naar schreeuwend veranderde terwijl hij voorgaande zinnen uitsprak. Ik zag tijdens het schreeuwen een ader op zijn voorhoofd ontstaan en zijn ogen steeds verder opensperren. Zijn blik, uitspraken en houding kwamen op mij over als buitengewoon haatdragend. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 15 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Ik doe aangifte van bedreiging met de dood tegen [verdachte] . Vandaag 15 juni 2024, omstreeks 10.30 uur werd ik door een rechercheur van de politie gebeld. Zij vertelde mij dat [verdachte] gisteren na zijn aanhouding bedreigende woorden naar/over mij geuit heeft. Hij zou deze woorden tegen de hulp officier van justitie geuit hebben. Ik hoorde dat de rechercheur mij vertelde dat [verdachte] de volgende woorden over mij gezegd heeft: "Ik heb helemaal niks van haar vernield. Als die bitch mij gaat breken, ga ik haar breken. Als zij zegt ik heb dat kapot gemaakt, ga ik haar doodmaken bro. Zwart op wit bro, ik ga haar doodmaken. [slachtoffer 1] is de enigste die zegt dat ik dat heb gedaan. Als ik langer moet blijven dan ga ik haar doodmaken. Als ik vrij kom, ik ga haar doodmaken. Ik zweer het je. Ik ga haar keel dichtknijpen". Bewijsoverwegingen De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat de bedreiging onder zodanige omstandigheden is gedaan dat bij aangeefster de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd. De raadsvrouw heeft gesteld dat de uitlatingen van verdachte moeten worden gezien als een emotionele ontlading omdat hij meende dat hij ten onrechte was aangehouden en dat de uitlatingen niet geschikt waren om vrees op te wekken. De raadsvrouw concludeert daarom dat geen sprake is geweest van een bedreiging in strafrechtelijke zin. Juridisch kader bedreiging De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van zo’n aard is en onder zodanige omstandigheden is heeft plaatsgevonden dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht. Niet is vereist dat de bedreiging in het concrete geval op de bedreigde een zodanige indruk heeft gemaakt dat werkelijk vrees is opgewekt, wel moet de bedreiging van zo’n aard zijn en onder zulke omstandigheden zijn gedaan dat deze in het algemeen een dergelijke vrees kan opwekken. De rechtbank stelt vast dat verdachte de bedreigende woorden heeft geuit ten overstaan van hulpofficier van justitie mr. [hulpofficier van justitie] . Verdachte heeft gelet daarop minst genomen de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster via mr. [hulpofficier van justitie] van de bedreiging op de hoogte zou raken. Aangeefster moest immers weten dat verdachte deze bedreigende woorden jegens haar had geuit en zij is daarvan dan ook op de hoogte gesteld. De rechtbank stelt voorts vast dat de bedreigingen – mede gelet op de context waarin deze zijn geuit – van zodanige aard zijn dat bij aangeefster redelijkerwijs de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou verliezen. De bedreiging ging gepaard met een verwijzing naar een incident van een dag eerder, waar verdachte een ruit van de auto van aangeefster heeft vernield. In die context konden de bedreigende woorden naar het oordeel van de rechtbank bij de bedreigde de redelijke vrees doen ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen. De rechtbank is voorts van oordeel dat de door de verdediging aangehaalde uitspraken geenszins vergelijkbaar zijn met de door verdachte geuite bedreigingen. De door verdachte gedane uitlatingen waren – anders dan in de door de raadsvrouw aangehaalde zaken – specifiek van aard en duidelijk gericht tegen aangeefster. Gelet op voorgaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de onder feit 2 ten laste gelegde bedreiging. ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 3 – belaging Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 15 juni 2024 met screenshots, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Ik doe aangifte van stalking. Ik doe aangifte tegen [verdachte] , geboren [1991] . Ik ben werkzaam bij het [organisatie] [.] , gelegen aan de [straat] [nummeraanduiding 1] te [plaats 1] . Ik ben hier werkzaam als woonbegeleider. Ik was een tijd de persoonlijk begeleider van [verdachte] . Doordat ik zijn persoonlijk begeleider was had hij het telefoonnummer van mijn werktelefoon. Zijn telefoonnummer was toen [telefoonnummer 1] . Begin februari 2023 ontving ik een WhatsApp bericht van [verdachte] op mijn werktelefoon. Ik zag hierin: "Kanker vuile hoer zonder leven. Ik hoop dat je je nu goed voelt. Opkankeren met je kanker diploma's. Kanker zwakke vuile hoer. Vuile vieze hoer. You are gespet bitch. Kanker vuile hoer zonder toekomst. Kanker vuile kanker. Je hele familie is kanker mongolen op elkaar. Je domme ex [B] is ook een flikker. Je ex is echt een idioot. Hij kan niet goed met zijn ogen kijken.
Volledig
Ik ben beter dan je ex [B] . Je ex is ook een sukkel. Ik zie aan zijn gezicht dat hij nerd is. Ik hoop dat je kan met de waarheid leven zonder toekomst bitch vuile heks. [B] was die ene sukkel in je leven. Daarom ben je nog alleen vrijgezel met je domme idiote kindergedrag. Politie heeft zelf gezegd geen zorgen maken. Je bent gewoon een bitch en je ex [B] een sukkel. Daarom zijn jullie zelf niet meer samen. Natuurlijk 2 idioten kunnen niet samen zijn. Eentje moet sterk zijn maar in dit geval zijn jullie 2 idioten bij elkaar. [....] idioot en [......] sukkel dat zijn jullie samen. Hoe meer ruzie je zoekt hoe meer idioten ik ook zie dat je bent. Want [B] je kanker idioten ex heeft geen genoeg aandacht voor jou. Ik hoop dat je kan jezelf herstellen. Sukkels. Zoek een leven wat je doet is niet belangrijk. Ik hoop ook dat je kan me nu met rust laten. Aandachtzoeker. [B] was niet genoeg en dan wordt je vanzelf een hoer." Ik kreeg hieraan gevolgd veel gifjes van porno. De leidinggevende ging met [verdachte] in gesprek om aan te geven dat dit niet de bedoeling is en dat [verdachte] hier per direct mee moet stoppen. Op 18 februari 2023 zag ik dat ik opnieuw WhatsApp berichten ontving van [verdachte] op mijn werktelefoon. Ik zag hierin: "Goeieavond hoertje, hoe gaat het met jou? Als je iets wilt of iets wilt krijgen, je moet eerlijk met mij zijn. Je was vaak in [locatie] geneukt, dus doe even normaal. Zeg maar gewoon. Wanneer kunnen we een afspraak maken. Dit wordt nu kinderachtig gedrag tussen ons. I am the [......] . You are the [....] . Ik sla geen vrouwen, maar wel op een andere manier. Ik laat je nu met rust. Ik zal buiten slapen. De volgende keer als je in dienst bent, zullen we stiekem in mijn kamer afspreken. Ik blijf rustig. Wij alleen. Ik ben een strijder. Je weet hoe ik ben. Kanker vuile hoer zonder leven. Opkankeren met je kanker diploma's. Je hele familie is kanker mongolen bij elkaar. Je domme ex [B] is een flikker. Ik ben beter dan [B] ." Ik heb [verdachte] toen geblokkeerd. Op 29 april 2023 ontving ik WhatsApp berichten op mijn privénummer. Ik zag dat deze berichten van [verdachte] afkomstig waren, omdat ik zijn profielfoto herkende. Ik zag hierin: "Hoe voel je jezelf nu? Ben je nu blij? Voel je nu als je mij 2 uur schorst? Nee toch, waarom moet je dit doen dan?" Ik heb [verdachte] toen ook op mijn privételefoon geblokkeerd. Op 16 december 2023 was ik aan het werk bij het [organisatie] . Ik bevond mij in het kantoor. [verdachte] heeft toen geprobeerd om mij aan te vallen. Dit heeft hij gedaan door het beveiligingsglas van het kantoor te vernielen. [verdachte] heeft hierop een langere time-out gekregen. Hierna is hij overgeplaatst naar [plaats 2] en van daaruit naar [plaats 3] . Vanuit [plaats 3] is hij weer teruggeplaatst naar [plaats 1] . Begin 2024 werd ik gebeld op mijn privénummer door een onbekend nummer voor mij. Ik nam op en ik hoorde een voor mij bekende mannenstem. Ik herkende deze stem als die van [verdachte] . Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: "Hey [slachtoffer 1] , waarom doe je dit? We kunnen toch gewoon even praten?". Ik zei tegen [verdachte] dat dit niet de bedoeling was. Ik heb het telefoonnummer toen direct geblokkeerd. Halverwege mei 2024 kwam [verdachte] langs mijn werk. Hij heeft toen aan mijn collega gevraagd of ik aan het werk was. Op 14 juni 2024 ging twee keer de afdelingstelefoon over. Ik nam op en hoorde een voor mij bekende mannenstem. Ik herkende de stem als die van [verdachte] . Ik hoorde de eerste keer dat [verdachte] tegen mij zei: "Hey, ik wil [C] spreken. Ik moet wat tegen haar zeggen en met haar praten." Ik zag dat hij opnieuw belde. Ik nam op en ik hoorde dat hij tegen mij zei: "Ik wil [C] spreken. En ik hoorde dat jij nog bang bent van de situatie." Op 14 juni 2024 hoorde mijn collega een harde knal buiten. Ik zag dat mijn autoruit was vernield. Op 14 juni 2024 ontving ik een WhatsApp bericht van mijn collega [C] . Ik zag hierin dat ze zei dat [verdachte] er weer was. Ik ben niet snel onder de indruk van een gebeurtenis, maar met hetgeen wat nu gebeurd neemt bij mij het gevoel van onveiligheid heel erg toe. Ik ben bang voor de volgende stap. Ik heb gezien dat het niet ophoud. Hij komt steeds een stukje dichterbij. Ik voel spanning in mijn lijf. Hij is heel onberekenbaar. Proces-verbaal van verhoor verdachte van 15 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: V: Heb jij een mobiele telefoon? A: Ja, [telefoonnummer 1] . Proces-verbaal van bevindingen van 21 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Ik zag verder in de kolom chatberichten het volgende chatbericht afkomstig van [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net naar [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net. Het telefoonnummer van [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net is van de verdachte [verdachte] . Het telefoonnummer van [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net. is van aangever/slachtoffer. Chatbericht: From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner) To: [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net + [telefoonnummer 2] Hoe voel je zelf nu ? 29-4-2023 23:33:49 From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner) To: [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net + [telefoonnummer 2] Ben je nu blij ?? 29-4-2023 23:33:57 From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner) To: [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net + [telefoonnummer 2] Voel je iets als je mij 2 uur [.] ?? Nee toch ?? Waarom moet je dit doen dan ?? 29-4-2023 23:35:27 From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner) Ben je boos pluk een roos 29-4-2023 23:44:48 From: [.] You blocked this contact. Tap to unblock. 30-4-2023 07:48:39 From: [.] You blocked this contact. Tap to unblock. 30-4-2023 07:48:39 From: [.] You blocked this contact. Tap to unblock. 18-5-2024 11:05:35 Proces-verbaal van bevindingen van de wijkagent van 10 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: 2023251227; 19 augustus 2023. Hostel " [hostel 1] " [verdachte] wil pand niet verlaten. Heeft pandontzegging. boosheid richt zich op twee medewerkers. [verdachte] maakte opmerkingen in de trant van "ik ga je opwachten!" en "je komt er nog wel achter!" Begeleidster [slachtoffer 1] heef [verdachte] gevorderd pand te verlaten. 2023267140; 02 september 2023. Vervolg op 2023260900. [verdachte] heeft time out. [verdachte] uit bedreigingen. Er zou ook sprake zijn van een mes bij [verdachte] . Aan [verdachte] is een ontzegging uitgereikt tot 02 september 2023 20:00 uur. 2023336048; 1 november 2023. [verdachte] heeft time out gekregen bij [organisatie] , [straat] . [verdachte] is agressief. Hij is door politie weggestuurd. 2023383706; 16 december 2023. Dossier opgemaakt tegen [verdachte] ter zake vernieling van een ruit. Besloten is tot en dagvaarding met parketnummer: 16/333710-23. 2023385475; 18 december 2023. Melding van vernieling van een ruit bij hostel [hostel 1] . Ruit vernield door [verdachte] in verband met een ontzegging daar. Ontzegging tot 28 december 2023. Proces-verbaal van verhoor getuige [E] van 16 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: V: Wat is er precies 14 juni 2024 gebeurd? A: In het begin van de dienst waren mijn collega [slachtoffer 1] en ik beneden op het kantoor bezig met de overdracht. Op een gegeven moment werd er gebeld en [slachtoffer 1] nam de vaste telefoon op. [slachtoffer 1] zette de telefoon op luidspreker zodat ik het ook kon horen. Ik hoorde direct de stem van [verdachte] . Ik ken [verdachte] goed, hij heeft vroeger langere tijd bij het [organisatie] op de [straat] gewoond. Ik hoorde dat [verdachte] naar mij vroeg. En hij zei dat hij wist dat [slachtoffer 1] en ik vandaag aan het werk waren. V: Hoe verliep het gesprek verder? A: Ook hoorde ik dat hij tegen [slachtoffer 1] zei dat hij van collega’s gehoord had dat [slachtoffer 1] nog bang was. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] tegen [verdachte] zei dat hij niet meer moest bellen. Ik zag dat [slachtoffer 1] de telefoon ophing. Nog geen minuut later werd er weer gebeld en nam [slachtoffer 1] weer de telefoon op. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] zei dat hij niet meer moest bellen en ik zag dat [slachtoffer 1] de telefoon weer ophing.
Volledig
Ik ben beter dan je ex [B] . Je ex is ook een sukkel. Ik zie aan zijn gezicht dat hij nerd is. Ik hoop dat je kan met de waarheid leven zonder toekomst bitch vuile heks. [B] was die ene sukkel in je leven. Daarom ben je nog alleen vrijgezel met je domme idiote kindergedrag. Politie heeft zelf gezegd geen zorgen maken. Je bent gewoon een bitch en je ex [B] een sukkel. Daarom zijn jullie zelf niet meer samen. Natuurlijk 2 idioten kunnen niet samen zijn. Eentje moet sterk zijn maar in dit geval zijn jullie 2 idioten bij elkaar. [....] idioot en [......] sukkel dat zijn jullie samen. Hoe meer ruzie je zoekt hoe meer idioten ik ook zie dat je bent. Want [B] je kanker idioten ex heeft geen genoeg aandacht voor jou. Ik hoop dat je kan jezelf herstellen. Sukkels. Zoek een leven wat je doet is niet belangrijk. Ik hoop ook dat je kan me nu met rust laten. Aandachtzoeker. [B] was niet genoeg en dan wordt je vanzelf een hoer." Ik kreeg hieraan gevolgd veel gifjes van porno. De leidinggevende ging met [verdachte] in gesprek om aan te geven dat dit niet de bedoeling is en dat [verdachte] hier per direct mee moet stoppen. Op 18 februari 2023 zag ik dat ik opnieuw WhatsApp berichten ontving van [verdachte] op mijn werktelefoon. Ik zag hierin: "Goeieavond hoertje, hoe gaat het met jou? Als je iets wilt of iets wilt krijgen, je moet eerlijk met mij zijn. Je was vaak in [locatie] geneukt, dus doe even normaal. Zeg maar gewoon. Wanneer kunnen we een afspraak maken. Dit wordt nu kinderachtig gedrag tussen ons. I am the [......] . You are the [....] . Ik sla geen vrouwen, maar wel op een andere manier. Ik laat je nu met rust. Ik zal buiten slapen. De volgende keer als je in dienst bent, zullen we stiekem in mijn kamer afspreken. Ik blijf rustig. Wij alleen. Ik ben een strijder. Je weet hoe ik ben. Kanker vuile hoer zonder leven. Opkankeren met je kanker diploma's. Je hele familie is kanker mongolen bij elkaar. Je domme ex [B] is een flikker. Ik ben beter dan [B] ." Ik heb [verdachte] toen geblokkeerd. Op 29 april 2023 ontving ik WhatsApp berichten op mijn privénummer. Ik zag dat deze berichten van [verdachte] afkomstig waren, omdat ik zijn profielfoto herkende. Ik zag hierin: "Hoe voel je jezelf nu? Ben je nu blij? Voel je nu als je mij 2 uur schorst? Nee toch, waarom moet je dit doen dan?" Ik heb [verdachte] toen ook op mijn privételefoon geblokkeerd. Op 16 december 2023 was ik aan het werk bij het [organisatie] . Ik bevond mij in het kantoor. [verdachte] heeft toen geprobeerd om mij aan te vallen. Dit heeft hij gedaan door het beveiligingsglas van het kantoor te vernielen. [verdachte] heeft hierop een langere time-out gekregen. Hierna is hij overgeplaatst naar [plaats 2] en van daaruit naar [plaats 3] . Vanuit [plaats 3] is hij weer teruggeplaatst naar [plaats 1] . Begin 2024 werd ik gebeld op mijn privénummer door een onbekend nummer voor mij. Ik nam op en ik hoorde een voor mij bekende mannenstem. Ik herkende deze stem als die van [verdachte] . Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: "Hey [slachtoffer 1] , waarom doe je dit? We kunnen toch gewoon even praten?". Ik zei tegen [verdachte] dat dit niet de bedoeling was. Ik heb het telefoonnummer toen direct geblokkeerd. Halverwege mei 2024 kwam [verdachte] langs mijn werk. Hij heeft toen aan mijn collega gevraagd of ik aan het werk was. Op 14 juni 2024 ging twee keer de afdelingstelefoon over. Ik nam op en hoorde een voor mij bekende mannenstem. Ik herkende de stem als die van [verdachte] . Ik hoorde de eerste keer dat [verdachte] tegen mij zei: "Hey, ik wil [C] spreken. Ik moet wat tegen haar zeggen en met haar praten." Ik zag dat hij opnieuw belde. Ik nam op en ik hoorde dat hij tegen mij zei: "Ik wil [C] spreken. En ik hoorde dat jij nog bang bent van de situatie." Op 14 juni 2024 hoorde mijn collega een harde knal buiten. Ik zag dat mijn autoruit was vernield. Op 14 juni 2024 ontving ik een WhatsApp bericht van mijn collega [C] . Ik zag hierin dat ze zei dat [verdachte] er weer was. Ik ben niet snel onder de indruk van een gebeurtenis, maar met hetgeen wat nu gebeurd neemt bij mij het gevoel van onveiligheid heel erg toe. Ik ben bang voor de volgende stap. Ik heb gezien dat het niet ophoud. Hij komt steeds een stukje dichterbij. Ik voel spanning in mijn lijf. Hij is heel onberekenbaar. Proces-verbaal van verhoor verdachte van 15 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: V: Heb jij een mobiele telefoon? A: Ja, [telefoonnummer 1] . Proces-verbaal van bevindingen van 21 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Ik zag verder in de kolom chatberichten het volgende chatbericht afkomstig van [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net naar [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net.Het telefoonnummer van [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net is van de verdachte [verdachte] .Het telefoonnummer van [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net. is van aangever/slachtoffer. Chatbericht:From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner)To: [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net + [telefoonnummer 2]Hoe voel je zelf nu ?29-4-2023 23:33:49 From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner) To: [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net + [telefoonnummer 2]Ben je nu blij ??29-4-2023 23:33:57 From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner)To: [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net + [telefoonnummer 2]Voel je iets als je mij 2 uur [.] ?? Nee toch ?? Waarom moet je dit doen dan ??29-4-2023 23:35:27 From: [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner)Ben je boos pluk een roos29-4-2023 23:44:48 From: [.]You blocked this contact. Tap to unblock.30-4-2023 07:48:39 From: [.]You blocked this contact. Tap to unblock.30-4-2023 07:48:39 From: [.]You blocked this contact. Tap to unblock.18-5-2024 11:05:35 Proces-verbaal van bevindingen van de wijkagent van 10 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: 2023251227; 19 augustus 2023.Hostel " [hostel 1] " [verdachte] wil pand niet verlaten. Heeft pandontzegging. boosheid richt zich op twee medewerkers. [verdachte] maakte opmerkingen in de trant van "ik ga je opwachten!" en "je komt er nog wel achter!" Begeleidster [slachtoffer 1] heef [verdachte] gevorderd pand te verlaten. 2023267140; 02 september 2023.Vervolg op 2023260900. [verdachte] heeft time out. [verdachte] uit bedreigingen. Er zou ook sprake zijn van een mes bij [verdachte] . Aan [verdachte] is een ontzegging uitgereikt tot 02 september 2023 20:00 uur. 2023336048; 1 november 2023.[verdachte] heeft time out gekregen bij [organisatie] , [straat] . [verdachte] is agressief. Hij is door politie weggestuurd. 2023383706; 16 december 2023.Dossier opgemaakt tegen [verdachte] ter zake vernieling van een ruit. Besloten is tot en dagvaarding met parketnummer: 16/333710-23. 2023385475; 18 december 2023. Melding van vernieling van een ruit bij hostel [hostel 1] . Ruit vernield door [verdachte] in verband met een ontzegging daar. Ontzegging tot 28 december 2023. Proces-verbaal van verhoor getuige [E] van 16 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: V: Wat is er precies 14 juni 2024 gebeurd? A: In het begin van de dienst waren mijn collega [slachtoffer 1] en ik beneden op het kantoor bezig met de overdracht. Op een gegeven moment werd er gebeld en [slachtoffer 1] nam de vaste telefoon op. [slachtoffer 1] zette de telefoon op luidspreker zodat ik het ook kon horen. Ik hoorde direct de stem van [verdachte] . Ik ken [verdachte] goed, hij heeft vroeger langere tijd bij het [organisatie] op de [straat] gewoond. Ik hoorde dat [verdachte] naar mij vroeg. En hij zei dat hij wist dat [slachtoffer 1] en ik vandaag aan het werk waren. V: Hoe verliep het gesprek verder? A: Ook hoorde ik dat hij tegen [slachtoffer 1] zei dat hij van collega’s gehoord had dat [slachtoffer 1] nog bang was. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] tegen [verdachte] zei dat hij niet meer moest bellen. Ik zag dat [slachtoffer 1] de telefoon ophing. Nog geen minuut later werd er weer gebeld en nam [slachtoffer 1] weer de telefoon op. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] zei dat hij niet meer moest bellen en ik zag dat [slachtoffer 1] de telefoon weer ophing.
Volledig
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 16 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Op 16 juni 2024 omstreeks 13:10 uur nam ik telefonisch contact op met de medewerker van het [organisatie] , gevestigd aan de [straat] [nummeraanduiding 2] te [plaats 1] , genaamd [A] . Deze [A] deelde mij desgevraagd mede: - dat hij werkzaam is bij het [organisatie] gevestigd aan de [straat] [nummeraanduiding 2] te [plaats 1] , - ongeveer drie weken tot een maand geleden de hem bekende [verdachte] op de [straat] [nummeraanduiding 2] kwam, - dat hij wist dat [verdachte] een pandverbod had voor de [straat] [nummeraanduiding 2] te [plaats 1] , - dat [verdachte] hem had gevraagd naar " [slachtoffer 1] ". - hij wist dat [slachtoffer 1] een medewerkster is van het [organisatie] aan de [straat] [nummeraanduiding 2] te [plaats 1] , - dat [verdachte] boos en opgefokt deed ten opzichte van deze [slachtoffer 1] . Intern bestand [organisatie] , voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: 18 februari 2023 om 22:47 uur Toen collega en ik in de keuken stonden om snacks klaar te maken, stond [verdachte] voor de deur een biertje te drinken. Hij had harde muziek aanstaan. [slachtoffer 1] heeft hem hierop aangesproken. Dit was het moment waarop ik naar [verdachte] toe ben gelopen om hem een time-out te geven van twee uur. Hij ging voor [slachtoffer 1] staan, wees met zijn vinger in haar gezicht en zei dat ze op moest passen en over haar schouder moest kijken. Beveiliger is erbij komen staan en we zijn blijven herhalen dat hij naar buiten moest. 19 februari 2023 om 13:58 uur PB-er = [slachtoffer 1] [verdachte] kwam om 11.00uur terug van zijn time-out. Hij noemde de collega’s van gisteren kankerhoeren en deed specifieke bedreigingen. [verdachte] zei dat hij zijn pb-er op gaat wachten, bij haar haren uit de auto gaat trekken en haar dood wil maken door te snijden. Hij wil gekke mensen roepen om haar te pakken enz. 19 februari 2023 om 15:38 uur Afgelopen nacht heeft [verdachte] collega [slachtoffer 1] en mij berichten gestuurd naar onze werktelefoon. Het gaat om hard pornografisch materiaal. [verdachte] schreef daarbij zowel naar [slachtoffer 1] als naar mij dat hij dit bij ons zou gaan doen. Bewijsoverwegingen Partiële vrijspraak voor het sturen van briefjes naar het privéadres van aangeefster De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de briefjes die aangeefster op haar privéadres heeft ontvangen door verdachte zijn verstuurd. De rechtbank zal verdachte van dat deel van de tenlastelegging dan ook vrijspreken. Betrouwbaarheid verklaring aangeefster De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van aangeefster onvoldoende betrouwbaar is en voorts onvoldoende steun vindt in de overige bewijsmiddelen. Er kan volgens de raadsvrouw dan ook niet worden vastgesteld dat de berichten, met uitzondering van de berichten die in de telefoon van verdachte zijn aangetroffen, door verdachte zijn verzonden. De rechtbank acht de verklaring van aangeefster betrouwbaar. Aangeefster heeft in de kern en bij herhaling concreet en gedetailleerd verklaard. Dat maakt dat de rechtbank haar verklaring betrouwbaar acht en dus ook bruikbaar voor het bewijs. Daar komt bij dat de verklaring van aangeefster (van meet af aan) op belangrijke punten steun vindt in de overige bewijsmiddelen, zoals in de interne berichtgeving van het [organisatie] en het proces-verbaal van bevindingen van de wijkagent. De rechtbank heeft dan ook geen reden om aan de juistheid van de verklaring van aangeefster te twijfelen en gaat voor het bewijs uit van haar verklaring. Juridisch kader belaging Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. Vaststelling van de feiten De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast. Aangeefster is gedurende enige tijd de persoonlijk begeleider geweest van verdachte. Verdachte heeft aangeefster in die periode (en daarna), te weten in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 juni 2024, meermalen beledigende, bedreigende en intimiderende berichten gestuurd en heeft haar meerdere keren gebeld, waarbij hij voicemails achterliet met dezelfde strekking. Dit deed verdachte zowel naar de werktelefoon van aangeefster als naar haar privénummer. Daarnaast is verdachte meermalen naar het werkadres van aangeefster gegaan, waar hij zich agressief en dwingend heeft gedragen in het bijzijn van aangeefster en meermalen dreigende, intimiderende en/of beledigende uitspraken gedaan in haar richting. Het gedrag van verdachte heeft aangeefster angst aangejaagd en dat wist verdachte ook. De berichten zijn afkomstig van verdachte De rechtbank stelt vast dat de in de bewijsmiddelen vervatte berichten door verdachte zijn verstuurd. Een deel van de berichten is verstuurd met het nummer waarvan verdachte bij de politie heeft verklaard dat het zijn nummer was. Deze berichten zijn evident afkomstig van verdachte. Voor wat betreft de door aangeefster ingebrachte screenshots van berichten die zich in het dossier bevinden, heeft aangeefster verklaard dat zij wist dat de berichten afkomstig waren van verdachte omdat zij zijn profielfoto herkende. Bovendien is bovenaan de screenshots de naam ‘ [verdachte] ’ te zien en zijn de bewoordingen die in de berichten worden gebruikt, eveneens te herleiden naar verdachte. Zo wordt er meermaals ‘ [....] ’ en ‘ [......] ’ gebruikt; bewoordingen waar verdachte veel gebruik van maakt en waar het dossier mee vol staat. Bewezenverklaring belaging De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer - naar objectieve maatstaven bezien - zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. Hoewel er geen sprake is geweest van een veelvoud aan berichten of momenten gedurende een korte periode, overweegt de rechtbank dat de aard en inhoud van de door verdachte gedane uitlatingen gedurende de bewezenverklaarde periode – mede gelet op de overige bewezenverklaarde feiten jegens aangeefster – toch maken dat sprake is geweest van belaging. De rechtbank stelt vast dat de berichten en voicemails veelal dwingend en ronduit hatelijk van toon zijn, waarbij aangeefster voor van alles en nog wat wordt uitgemaakt. Los van het feit dat aangeefster verdachte herhaaldelijk te kennen heeft gegeven hier niet van gediend te zijn en zij het nummer van verdachte op enig moment heeft geblokkeerd, kan de wederrechtelijkheid van het sturen van de berichten ook worden afgeleid uit de hulpverlenersrelatie tussen verdachte en aangeefster. Voornoemde indringende en dreigende berichten en uitlatingen van verdachte richting aangeefster moeten dan ook in de context van die hulpverlenersrelatie worden beoordeeld. Gelet op deze context, had verdachte in dit verband kunnen en moeten weten dat zijn gedragingen grensoverschrijdend waren en ook strafrechtelijk laakbaar. Of er al dan niet een stopgesprek heeft plaatsgevonden, is in dit geval dan ook niet relevant. De uitlatingen en gedragingen van verdachte hebben een forse impact gehad op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster, terwijl zij gewoon haar werk probeerde te doen. Verdachte wist ook dat aangeefster bang voor hem was, maar ging desondanks door met zijn ongewenste gedrag. Gelet op deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
Volledig
Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 16 juni 2024, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: Op 16 juni 2024 omstreeks 13:10 uur nam ik telefonisch contact op met de medewerker van het [organisatie] , gevestigd aan de [straat] [nummeraanduiding 2] te [plaats 1] , genaamd [A] . Deze [A] deelde mij desgevraagd mede: - dat hij werkzaam is bij het [organisatie] gevestigd aan de [straat] [nummeraanduiding 2] te [plaats 1] , - ongeveer drie weken tot een maand geleden de hem bekende [verdachte] op de [straat] [nummeraanduiding 2] kwam, - dat hij wist dat [verdachte] een pandverbod had voor de [straat] [nummeraanduiding 2] te [plaats 1] , - dat [verdachte] hem had gevraagd naar " [slachtoffer 1] ". - hij wist dat [slachtoffer 1] een medewerkster is van het [organisatie] aan de [straat] [nummeraanduiding 2] te [plaats 1] , - dat [verdachte] boos en opgefokt deed ten opzichte van deze [slachtoffer 1] . Intern bestand [organisatie] , voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende: 18 februari 2023 om 22:47 uur Toen collega en ik in de keuken stonden om snacks klaar te maken, stond [verdachte] voor de deur een biertje te drinken. Hij had harde muziek aanstaan. [slachtoffer 1] heeft hem hierop aangesproken. Dit was het moment waarop ik naar [verdachte] toe ben gelopen om hem een time-out te geven van twee uur. Hij ging voor [slachtoffer 1] staan, wees met zijn vinger in haar gezicht en zei dat ze op moest passen en over haar schouder moest kijken. Beveiliger is erbij komen staan en we zijn blijven herhalen dat hij naar buiten moest. 19 februari 2023 om 13:58 uur PB-er = [slachtoffer 1] [verdachte] kwam om 11.00uur terug van zijn time-out. Hij noemde de collega’s van gisteren kankerhoeren en deed specifieke bedreigingen.[verdachte] zei dat hij zijn pb-er op gaat wachten, bij haar haren uit de auto gaat trekken en haar dood wil maken door te snijden. Hij wil gekke mensen roepen om haar te pakken enz. 19 februari 2023 om 15:38 uurAfgelopen nacht heeft [verdachte] collega [slachtoffer 1] en mij berichten gestuurd naar onze werktelefoon. Het gaat om hard pornografisch materiaal. [verdachte] schreef daarbij zowel naar [slachtoffer 1] als naar mij dat hij dit bij ons zou gaan doen. Bewijsoverwegingen Partiële vrijspraak voor het sturen van briefjes naar het privéadres van aangeefster De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de briefjes die aangeefster op haar privéadres heeft ontvangen door verdachte zijn verstuurd. De rechtbank zal verdachte van dat deel van de tenlastelegging dan ook vrijspreken. Betrouwbaarheid verklaring aangeefster De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van aangeefster onvoldoende betrouwbaar is en voorts onvoldoende steun vindt in de overige bewijsmiddelen. Er kan volgens de raadsvrouw dan ook niet worden vastgesteld dat de berichten, met uitzondering van de berichten die in de telefoon van verdachte zijn aangetroffen, door verdachte zijn verzonden. De rechtbank acht de verklaring van aangeefster betrouwbaar. Aangeefster heeft in de kern en bij herhaling concreet en gedetailleerd verklaard. Dat maakt dat de rechtbank haar verklaring betrouwbaar acht en dus ook bruikbaar voor het bewijs. Daar komt bij dat de verklaring van aangeefster (van meet af aan) op belangrijke punten steun vindt in de overige bewijsmiddelen, zoals in de interne berichtgeving van het [organisatie] en het proces-verbaal van bevindingen van de wijkagent. De rechtbank heeft dan ook geen reden om aan de juistheid van de verklaring van aangeefster te twijfelen en gaat voor het bewijs uit van haar verklaring. Juridisch kader belaging Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. Vaststelling van de feiten De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast. Aangeefster is gedurende enige tijd de persoonlijk begeleider geweest van verdachte. Verdachte heeft aangeefster in die periode (en daarna), te weten in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 juni 2024, meermalen beledigende, bedreigende en intimiderende berichten gestuurd en heeft haar meerdere keren gebeld, waarbij hij voicemails achterliet met dezelfde strekking. Dit deed verdachte zowel naar de werktelefoon van aangeefster als naar haar privénummer. Daarnaast is verdachte meermalen naar het werkadres van aangeefster gegaan, waar hij zich agressief en dwingend heeft gedragen in het bijzijn van aangeefster en meermalen dreigende, intimiderende en/of beledigende uitspraken gedaan in haar richting. Het gedrag van verdachte heeft aangeefster angst aangejaagd en dat wist verdachte ook. De berichten zijn afkomstig van verdachte De rechtbank stelt vast dat de in de bewijsmiddelen vervatte berichten door verdachte zijn verstuurd. Een deel van de berichten is verstuurd met het nummer waarvan verdachte bij de politie heeft verklaard dat het zijn nummer was. Deze berichten zijn evident afkomstig van verdachte. Voor wat betreft de door aangeefster ingebrachte screenshots van berichten die zich in het dossier bevinden, heeft aangeefster verklaard dat zij wist dat de berichten afkomstig waren van verdachte omdat zij zijn profielfoto herkende. Bovendien is bovenaan de screenshots de naam ‘ [verdachte] ’ te zien en zijn de bewoordingen die in de berichten worden gebruikt, eveneens te herleiden naar verdachte. Zo wordt er meermaals ‘ [....] ’ en ‘ [......] ’ gebruikt; bewoordingen waar verdachte veel gebruik van maakt en waar het dossier mee vol staat. Bewezenverklaring belaging De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer - naar objectieve maatstaven bezien - zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. Hoewel er geen sprake is geweest van een veelvoud aan berichten of momenten gedurende een korte periode, overweegt de rechtbank dat de aard en inhoud van de door verdachte gedane uitlatingen gedurende de bewezenverklaarde periode – mede gelet op de overige bewezenverklaarde feiten jegens aangeefster – toch maken dat sprake is geweest van belaging. De rechtbank stelt vast dat de berichten en voicemails veelal dwingend en ronduit hatelijk van toon zijn, waarbij aangeefster voor van alles en nog wat wordt uitgemaakt. Los van het feit dat aangeefster verdachte herhaaldelijk te kennen heeft gegeven hier niet van gediend te zijn en zij het nummer van verdachte op enig moment heeft geblokkeerd, kan de wederrechtelijkheid van het sturen van de berichten ook worden afgeleid uit de hulpverlenersrelatie tussen verdachte en aangeefster. Voornoemde indringende en dreigende berichten en uitlatingen van verdachte richting aangeefster moeten dan ook in de context van die hulpverlenersrelatie worden beoordeeld. Gelet op deze context, had verdachte in dit verband kunnen en moeten weten dat zijn gedragingen grensoverschrijdend waren en ook strafrechtelijk laakbaar. Of er al dan niet een stopgesprek heeft plaatsgevonden, is in dit geval dan ook niet relevant. De uitlatingen en gedragingen van verdachte hebben een forse impact gehad op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster, terwijl zij gewoon haar werk probeerde te doen. Verdachte wist ook dat aangeefster bang voor hem was, maar ging desondanks door met zijn ongewenste gedrag. Gelet op deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
Volledig
De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde belaging schuldig heeft gemaakt. 5 BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: ten aanzien van parketnummer 16-196554-24 1 op 14 juni 2024, te [plaats 1] , opzettelijk en wederrechtelijk een (achter)ruit van een (personen)auto, die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft vernield; 2 op 15 juni 2024, te [plaats 1] , [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht , door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: - "Ik sloop jou, ik heb niets gedaan, ik zit hier voor niets, als ik vrij kom maak ik haar dood." en - "Ik heb helemaal niks van haar vernield. Als die bitch mij gaat breken, ga ik haar breken." en - "Als zij zegt ik heb dat kapot gemaakt, ga ik haar doodmaken bro. Zwart op wit bro, ik ga haar doodmaken. [slachtoffer 1] is de enigste die zegt dat ik dat heb gedaan." en - "Als ik langer moet blijven dan ga ik haar doodmaken." en - "Als ik vrij kom, ik ga haar doodmaken." en - "Ik zweer het je. Ik ga haar keel dichtknijpen."; 3 in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 juni 2024, te [plaats 1] , wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door - die [slachtoffer 1] meermalen (dreigende en beledigende enintimiderende) berichten via WhatsApp toe te sturen en - die [slachtoffer 1] meermalen te bellen en - naar het werkadres van die [slachtoffer 1] te gaan en zich in de omgeving van dat werkadres op te houden en zich agressief en dwingend te gedragen op dat werkadres (terwijl die [slachtoffer 1] hierbij aanwezig was) en op het werkadres naar die [slachtoffer 1] te vragen en - meermalen dreigende en intimiderende en beledigende uitspraken te uiten in de richting van die [slachtoffer 1] , met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; ten aanzien van parketnummer 16-117976-24 op 6 april 2024 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander [slachtoffer 2] heeft mishandeld door: - die [slachtoffer 2] meerdere keren (met de vuist en vlakke hand) tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en - die [slachtoffer 2] met een ijzeren/stalen staaf op het lichaam te slaan; ten aanzien van parketnummer 16-097812-23 op 11 april 2023 te [plaats 1] in de woning en het besloten erf, het hostel gelegen aan de [straat] [nummeraanduiding 1] , bij een ander, te weten bij het [organisatie] , in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 1 opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen; ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 2 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 3 belaging; ten aanzien van parketnummer 16/117976-24, subsidiair medeplegen van mishandeling; ten aanzien van parketnummer 16-097812-23 in de woning, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.\ 7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van het voorarrest, - een ongemaximeerde terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging, - een contact- en locatieverbod ex art. 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende dat verdachte zich niet ophoudt in [plaats 4] en zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] , - een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex art. 38z van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie heeft voorts gevorderd de hiervoor gevorderde maatregelen dadelijk uitvoerbaar te verklaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen en verdachte in vrijheid te stellen, omdat de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft verbleven de duur van een nog op te leggen gevangenisstraf ruimschoots overschrijdt. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat een aanvullende straf passend is, heeft de raadsvrouw verzocht om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals door de deskundigen is geadviseerd. De raadsvrouw heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat een contact- en locatieverbod niet mogelijk is, omdat slechts sprake is geweest van een bevlieging van korte duur en het recidiverisico als laag wordt ingeschat. Een tbs-maatregel en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals door de officier van justitie is gevorderd, is volgens de raadsvrouw geheel niet aan de orde omdat dit – kort gezegd – niet past bij de ernst van de feiten. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere heel vervelende en overlastgevende feiten, die zeker voor diegene die het betreft, erg naar zijn. Vooral de feiten gericht tegen [slachtoffer 1] hebben behoorlijke impact gehad; zij is geraakt in haar persoonlijke levenssfeer en in haar gevoel van veiligheid. Dat blijkt ook uit de indringende slachtofferverklaring die zij ter terechtzitting heeft voorgedragen. De persoon van verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 6 februari 2025. Hieruit volgt dat verdachte al eerder voor vernieling en bedreiging is veroordeeld. Verdachte heeft meegewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek, verricht door [F] , psychiater en [G] , GZ-psycholoog. Hun bevindingen en adviezen staan in een rapportage Pro Justitia van 9 januari 2025. In diagnostische zin hebben beide deskundigen vastgesteld dat bij verdachte sprake is van een verstandelijke ontwikkelingsstoornis van lichte ernst. Daarnaast is sprake van een matige stoornis in alcoholgebruik, in vroege remissie en een lichte stoornis in het gebruik van cannabis, eveneens in vroege remissie. Deze aandoeningen zijn chronisch van aard en waren ten tijde van de ten laste gelegde feiten aanwezig. Ook waren deze stoornissen volgens de deskundigen van invloed op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten. De deskundigen adviseren de ten laste gelegde feiten, indien bewezen, verminderd aan verdachte toe te rekenen. Gelet op voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat de hiervoor genoemde stoornissen aanwezig waren ten tijde van het bewezenverklaarde en dat deze stoornissen in enige mate van invloed waren op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte. De rechtbank ziet daarin redenen om het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Dit wordt in strafverminderende zin meegewogen. Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies (ten behoeve van tbs met voorwaarden) van [instelling 1] van 26 februari 2025, opgesteld door [H] , reclasseringswerker. De reclassering schat het recidiverisico in als hoog en adviseert negatief over tbs met voorwaarden. De reclassering acht een klinische aanvang van een eventueel voorwaardelijk kader noodzakelijk.
Volledig
De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde belaging schuldig heeft gemaakt. 5 BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: ten aanzien van parketnummer 16-196554-24 1 op 14 juni 2024, te [plaats 1] , opzettelijk en wederrechtelijk een (achter)ruit van een (personen)auto, die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft vernield; 2 op 15 juni 2024, te [plaats 1] , [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht , door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: - "Ik sloop jou, ik heb niets gedaan, ik zit hier voor niets, als ik vrij kom maak ik haar dood." en - "Ik heb helemaal niks van haar vernield. Als die bitch mij gaat breken, ga ik haar breken." en - "Als zij zegt ik heb dat kapot gemaakt, ga ik haar doodmaken bro. Zwart op wit bro, ik ga haar doodmaken. [slachtoffer 1] is de enigste die zegt dat ik dat heb gedaan." en - "Als ik langer moet blijven dan ga ik haar doodmaken." en - "Als ik vrij kom, ik ga haar doodmaken." en - "Ik zweer het je. Ik ga haar keel dichtknijpen."; 3 in de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 juni 2024, te [plaats 1] , wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door - die [slachtoffer 1] meermalen (dreigende en beledigende enintimiderende) berichten via WhatsApp toe te sturen en - die [slachtoffer 1] meermalen te bellen en - naar het werkadres van die [slachtoffer 1] te gaan en zich in de omgeving van dat werkadres op te houden en zich agressief en dwingend te gedragen op dat werkadres (terwijl die [slachtoffer 1] hierbij aanwezig was) en op het werkadres naar die [slachtoffer 1] te vragen en - meermalen dreigende en intimiderende en beledigende uitspraken te uiten in de richting van die [slachtoffer 1] , met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; ten aanzien van parketnummer 16-117976-24 op 6 april 2024 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander [slachtoffer 2] heeft mishandeld door: - die [slachtoffer 2] meerdere keren (met de vuist en vlakke hand) tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en - die [slachtoffer 2] met een ijzeren/stalen staaf op het lichaam te slaan; ten aanzien van parketnummer 16-097812-23 op 11 april 2023 te [plaats 1] in de woning en het besloten erf, het hostel gelegen aan de [straat] [nummeraanduiding 1] , bij een ander, te weten bij het [organisatie] , in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 1 opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen; ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 2 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; ten aanzien van parketnummer 16/196554-24, feit 3 belaging; ten aanzien van parketnummer 16/117976-24, subsidiair medeplegen van mishandeling; ten aanzien van parketnummer 16-097812-23 in de woning, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.\ 7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van het voorarrest, - een ongemaximeerde terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging, - een contact- en locatieverbod ex art. 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende dat verdachte zich niet ophoudt in [plaats 4] en zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] , - een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex art. 38z van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie heeft voorts gevorderd de hiervoor gevorderde maatregelen dadelijk uitvoerbaar te verklaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen en verdachte in vrijheid te stellen, omdat de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft verbleven de duur van een nog op te leggen gevangenisstraf ruimschoots overschrijdt. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat een aanvullende straf passend is, heeft de raadsvrouw verzocht om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals door de deskundigen is geadviseerd. De raadsvrouw heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat een contact- en locatieverbod niet mogelijk is, omdat slechts sprake is geweest van een bevlieging van korte duur en het recidiverisico als laag wordt ingeschat. Een tbs-maatregel en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals door de officier van justitie is gevorderd, is volgens de raadsvrouw geheel niet aan de orde omdat dit – kort gezegd – niet past bij de ernst van de feiten. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere heel vervelende en overlastgevende feiten, die zeker voor diegene die het betreft, erg naar zijn. Vooral de feiten gericht tegen [slachtoffer 1] hebben behoorlijke impact gehad; zij is geraakt in haar persoonlijke levenssfeer en in haar gevoel van veiligheid. Dat blijkt ook uit de indringende slachtofferverklaring die zij ter terechtzitting heeft voorgedragen. De persoon van verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 6 februari 2025. Hieruit volgt dat verdachte al eerder voor vernieling en bedreiging is veroordeeld. Verdachte heeft meegewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek, verricht door [F] , psychiater en [G] , GZ-psycholoog. Hun bevindingen en adviezen staan in een rapportage Pro Justitia van 9 januari 2025. In diagnostische zin hebben beide deskundigen vastgesteld dat bij verdachte sprake is van een verstandelijke ontwikkelingsstoornis van lichte ernst. Daarnaast is sprake van een matige stoornis in alcoholgebruik, in vroege remissie en een lichte stoornis in het gebruik van cannabis, eveneens in vroege remissie. Deze aandoeningen zijn chronisch van aard en waren ten tijde van de ten laste gelegde feiten aanwezig. Ook waren deze stoornissen volgens de deskundigen van invloed op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten. De deskundigen adviseren de ten laste gelegde feiten, indien bewezen, verminderd aan verdachte toe te rekenen. Gelet op voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat de hiervoor genoemde stoornissen aanwezig waren ten tijde van het bewezenverklaarde en dat deze stoornissen in enige mate van invloed waren op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte. De rechtbank ziet daarin redenen om het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Dit wordt in strafverminderende zin meegewogen. Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies (ten behoeve van tbs met voorwaarden) van [instelling 1] van 26 februari 2025, opgesteld door [H] , reclasseringswerker. De reclassering schat het recidiverisico in als hoog en adviseert negatief over tbs met voorwaarden. De reclassering acht een klinische aanvang van een eventueel voorwaardelijk kader noodzakelijk.
Volledig
Verdachte heeft echter bij de reclassering aangegeven niet te willen meewerken aan een klinische opname en behandeling. Gelet daarop ziet de reclassering geen mogelijkheden om te komen tot voorwaarden. Oplegging van straf en maatregel De rechtbank stelt voorop dat verdachte al lange tijd in voorarrest en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen naar hun aard en ernst echter geen gevangenisstraf van een dergelijke duur. Verdachte zit dan ook al (ruim) langer vast dan de gevangenisstraf die de rechtbank zal opleggen. De rechtbank heeft in raadkamer reeds op 7 maart jl. beslist dat de voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van 7 maart 2025 om 17.00 uur. Hiervan is een losse beslissing opgemaakt. De rechtbank acht alles afwegende een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Hoewel de rechtbank ziet dat verdachte baat zou hebben bij behandeling en hulp (door de reclassering), constateert zij dat er, gelet op de lange tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, geen ruimte meer is voor een voorwaardelijk strafdeel. Aldus kunnen er geen bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Geen tbs-maatregel Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, zal de rechtbank geen tbs-maatregel (met dwangverpleging) opleggen. De rechtbank overweegt daartoe dat de bewezen verklaarde feiten qua aard en ernst relatief licht zijn. De rechtbank wil daarmee niets afdoen aan de omstandigheid dat het slachtoffer [slachtoffer 1] persoonlijk de feiten als bijzonder ernstig en indringend heeft ervaren; het gaat hier immers om een objectieve beoordeling van de strafbare feiten waarvan de rechtbank vindt dat er in het geval van verdachte méér voor nodig is om tbs op te leggen. Hierbij speelt een grote rol dat bij verdachte slechts een licht verstandelijke beperking is vastgesteld. Er zijn ook stoornissen in het gebruik van middelen vastgesteld, maar deze zijn in vroege remissie. Zowel psychiater als psycholoog hebben (mede) daarom ook in beide rapportages over de persoonlijkheid van verdachte géén tbs geadviseerd, maar slechts de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden (waaronder een klinische behandeling). Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aan beide deskundigen enkele (nieuwe) omstandigheden voorgehouden die niet zijn meegewogen in de rapportages. De rechtbank kon deze vraagstelling, mede gelet op de reactie van de deskundigen, slechts begrijpen in het licht van de daarna door de officier geëiste maatregel van terbeschikkingstelling. Niet slechts hebben de deskundigen ter terechtzitting te kennen gegeven dat zij niet ‘onvoorbereid en ter plekke’ hun advies in zo verre gaande mate kunnen en zullen aanpassen, óók hebben de deskundigen duidelijk en uitgebreid voor voornoemde vraagstelling van de officier van justitie aangegeven dat zij verdachte niet vinden passen binnen de tbs-bevolking. Nog daargelaten dat er dus géén tbs-advies voorhanden was, dat deze ook ter terechtzitting vanzelfsprekend niet mondeling door de deskundigen werd gegeven, merkt de rechtbank ook ten overvloede nog op dat het strafblad van verdachte eveneens geen enkel aanknopingspunt biedt voor de oplegging van de maatregel van tbs. Er is wel sprake van eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten, maar die feiten zijn allemaal afgedaan met relatief lichte straffen (geldboetes, kleine taakstraffen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven dagen met een hulpkader). Voorts is niet gebleken dat alle strafrechtelijke mogelijkheden in het kader van hulpverlening is uitgeput, en is aldus ook niet sprake van de situatie dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van tbs eist. Vanwege al deze voornoemde omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien acht de rechtbank de oplegging van een tbs-maatregel (met dwangverpleging) niet passend en ook niet noodzakelijk. De maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht kan slechts in een beperkt aantal gevallen worden opgelegd, waaronder indien verdachte wordt veroordeeld tot tbs. Nu de rechtbank niet overgaat tot oplegging van een tbs-maatregel en een andere situatie waarin de maatregel kan worden opgelegd zich niet voordoet, kan de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van de 38z-maatregel. Oplegging 38v-maatregel De rechtbank zal ter voorkoming van strafbare feiten jegens [slachtoffer 1] aan verdachte wel een 38v-maatregel opleggen, te weten een contactverbod met [slachtoffer 1] en een locatieverbod ten aanzien van gemeente [gemeente] . De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van drie jaren. Per overtreding van het contact- en locatieverbod kan 14 dagen hechtenis worden opgelegd, tot een maximum van in totaal 6 maanden. De rechtbank kiest voor deze duur van vervangende hechtenis om de rechter-commissaris de gelegenheid te bieden maatwerk te leveren in geval van herhaalde overtredingen. De rechtbank acht het noodzakelijk dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Gelet op de aard van de feiten jegens [slachtoffer 1] en het advies van de reclassering, is de rechtbank namelijk van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen/zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 1] . Daarom zal zij bevelen dat het contact- en locatieverbod dadelijk uitvoerbaar is. Voorwaardelijk verzoek tot plaatsing in het [instelling 2] De rechtbank wijst het voorwaardelijke verzoek van de officier van justitie – indien de rechtbank niet overgaat tot terbeschikkingstelling – tot plaatsing in het [instelling 2] ( [instelling 2] ) ter observatie, af. De rechtbank is van oordeel dat de aard en ernst van de feiten, in combinatie met de lange wachttijden bij het [instelling 2] , een plaatsing niet rechtvaardigen. 9 BESLAG 9.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het telefoontoestel verbeurd te verklaren omdat verdachte daar berichten mee heeft gestuurd naar aangeefster en haar telefoonnummer daarin staat. 9.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft om teruggave van het telefoontoestel verzocht. 9.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp, te weten 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL0900-2024187991-G3360688, zwart, merk: Apple), verbeurd verklaren. Met behulp van dit voorwerp is het ten aanzien van parketnummer 16/196554-24 , onder 3 bewezen verklaarde feit begaan. 10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 38v, 38w, 47, 57, 63, 138, 141, 285, 285b, 300, 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11 BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten aanzien van parketnummer 16-196554-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, het ten aanzien van parketnummer 16-117976-24 subsidiair ten laste gelegde en het ten aanzien van 16-097812-23 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf en maatregel - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden ; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 (drie) jaren ; beveelt dat verdachte zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] , geboren op [1985] ; zich niet ophoudt in de gemeente [gemeente] ; - beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Volledig
Verdachte heeft echter bij de reclassering aangegeven niet te willen meewerken aan een klinische opname en behandeling. Gelet daarop ziet de reclassering geen mogelijkheden om te komen tot voorwaarden. Oplegging van straf en maatregel De rechtbank stelt voorop dat verdachte al lange tijd in voorarrest en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen naar hun aard en ernst echter geen gevangenisstraf van een dergelijke duur. Verdachte zit dan ook al (ruim) langer vast dan de gevangenisstraf die de rechtbank zal opleggen. De rechtbank heeft in raadkamer reeds op 7 maart jl. beslist dat de voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van 7 maart 2025 om 17.00 uur. Hiervan is een losse beslissing opgemaakt. De rechtbank acht alles afwegende een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Hoewel de rechtbank ziet dat verdachte baat zou hebben bij behandeling en hulp (door de reclassering), constateert zij dat er, gelet op de lange tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, geen ruimte meer is voor een voorwaardelijk strafdeel. Aldus kunnen er geen bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Geen tbs-maatregel Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, zal de rechtbank geen tbs-maatregel (met dwangverpleging) opleggen. De rechtbank overweegt daartoe dat de bewezen verklaarde feiten qua aard en ernst relatief licht zijn. De rechtbank wil daarmee niets afdoen aan de omstandigheid dat het slachtoffer [slachtoffer 1] persoonlijk de feiten als bijzonder ernstig en indringend heeft ervaren; het gaat hier immers om een objectieve beoordeling van de strafbare feiten waarvan de rechtbank vindt dat er in het geval van verdachte méér voor nodig is om tbs op te leggen. Hierbij speelt een grote rol dat bij verdachte slechts een licht verstandelijke beperking is vastgesteld. Er zijn ook stoornissen in het gebruik van middelen vastgesteld, maar deze zijn in vroege remissie. Zowel psychiater als psycholoog hebben (mede) daarom ook in beide rapportages over de persoonlijkheid van verdachte géén tbs geadviseerd, maar slechts de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden (waaronder een klinische behandeling). Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aan beide deskundigen enkele (nieuwe) omstandigheden voorgehouden die niet zijn meegewogen in de rapportages. De rechtbank kon deze vraagstelling, mede gelet op de reactie van de deskundigen, slechts begrijpen in het licht van de daarna door de officier geëiste maatregel van terbeschikkingstelling. Niet slechts hebben de deskundigen ter terechtzitting te kennen gegeven dat zij niet ‘onvoorbereid en ter plekke’ hun advies in zo verre gaande mate kunnen en zullen aanpassen, óók hebben de deskundigen duidelijk en uitgebreid voor voornoemde vraagstelling van de officier van justitie aangegeven dat zij verdachte niet vinden passen binnen de tbs-bevolking. Nog daargelaten dat er dus géén tbs-advies voorhanden was, dat deze ook ter terechtzitting vanzelfsprekend niet mondeling door de deskundigen werd gegeven, merkt de rechtbank ook ten overvloede nog op dat het strafblad van verdachte eveneens geen enkel aanknopingspunt biedt voor de oplegging van de maatregel van tbs. Er is wel sprake van eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten, maar die feiten zijn allemaal afgedaan met relatief lichte straffen (geldboetes, kleine taakstraffen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven dagen met een hulpkader). Voorts is niet gebleken dat alle strafrechtelijke mogelijkheden in het kader van hulpverlening is uitgeput, en is aldus ook niet sprake van de situatie dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van tbs eist. Vanwege al deze voornoemde omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien acht de rechtbank de oplegging van een tbs-maatregel (met dwangverpleging) niet passend en ook niet noodzakelijk. De maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht kan slechts in een beperkt aantal gevallen worden opgelegd, waaronder indien verdachte wordt veroordeeld tot tbs. Nu de rechtbank niet overgaat tot oplegging van een tbs-maatregel en een andere situatie waarin de maatregel kan worden opgelegd zich niet voordoet, kan de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van de 38z-maatregel. Oplegging 38v-maatregel De rechtbank zal ter voorkoming van strafbare feiten jegens [slachtoffer 1] aan verdachte wel een 38v-maatregel opleggen, te weten een contactverbod met [slachtoffer 1] en een locatieverbod ten aanzien van gemeente [gemeente] . De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van drie jaren. Per overtreding van het contact- en locatieverbod kan 14 dagen hechtenis worden opgelegd, tot een maximum van in totaal 6 maanden. De rechtbank kiest voor deze duur van vervangende hechtenis om de rechter-commissaris de gelegenheid te bieden maatwerk te leveren in geval van herhaalde overtredingen. De rechtbank acht het noodzakelijk dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Gelet op de aard van de feiten jegens [slachtoffer 1] en het advies van de reclassering, is de rechtbank namelijk van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen/zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer 1] . Daarom zal zij bevelen dat het contact- en locatieverbod dadelijk uitvoerbaar is. Voorwaardelijk verzoek tot plaatsing in het [instelling 2] De rechtbank wijst het voorwaardelijke verzoek van de officier van justitie – indien de rechtbank niet overgaat tot terbeschikkingstelling – tot plaatsing in het [instelling 2] ( [instelling 2] ) ter observatie, af. De rechtbank is van oordeel dat de aard en ernst van de feiten, in combinatie met de lange wachttijden bij het [instelling 2] , een plaatsing niet rechtvaardigen. 9 BESLAG 9.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het telefoontoestel verbeurd te verklaren omdat verdachte daar berichten mee heeft gestuurd naar aangeefster en haar telefoonnummer daarin staat. 9.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft om teruggave van het telefoontoestel verzocht. 9.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp, te weten 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL0900-2024187991-G3360688, zwart, merk: Apple), verbeurd verklaren. Met behulp van dit voorwerp is het ten aanzien van parketnummer 16/196554-24 , onder 3 bewezen verklaarde feit begaan. 10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 38v, 38w, 47, 57, 63, 138, 141, 285, 285b, 300, 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11 BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten aanzien van parketnummer 16-196554-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, het ten aanzien van parketnummer 16-117976-24 subsidiair ten laste gelegde en het ten aanzien van 16-097812-23 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf en maatregel - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden ; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 (drie) jaren ; beveelt dat verdachte zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] , geboren op [1985] ; zich niet ophoudt in de gemeente [gemeente] ; - beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Volledig
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis per overtreding , met een maximum van 6 (zes) maanden; Beslag (ten aanzien van parketnummer 16-196554-24, feit 3) - verklaart de volgende voorwerp verbeurd: 1. STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL0900-2024187991-G3360688, zwart, merk: Apple). Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Duinkerken, voorzitter, mrs. N.P.J. Janssens en A. Blanke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Opsteyn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2025. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 16-196554-24 1 hij, op of omstreeks 14 juni 2024, te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een (achter)ruit van een (personen)auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij, op of omstreeks 15 juni 2024, te Utrecht, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] (onder meer) dreigend de woorden toe te voegen: - "Ik sloop jou, ik heb niets gedaan, ik zit hier voor niets, als ik vrij kom maak ik haar dood." en/of - "Ik zweer het, als ik hier moet overnachten maak ik iedereen dood! Let maar op, iedereen maak ik dood!" en/of - "Ik heb helemaal niks van haar vernield. Als die bitch mij gaat breken, ga ik haar breken." en/of - "Als zij zegt ik heb dat kapot gemaakt, ga ik haar doodmaken bro. Zwart op wit bro, ik ga haar doodmaken. [slachtoffer 1] is de enigste die zegt dat ik dat heb gedaan." en/of - "Als ik langer moet blijven dan ga ik haar doodmaken." en/of - "Als ik vrij kom, ik ga haar doodmaken." en/of - "Ik zweer het je. Ik ga haar keel dichtknijpen.", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; ( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 juni 2024, te Utrecht, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door - die [slachtoffer 1] veelvuldig, althans meermalen (dreigende en/of beledigende en/of intimiderende) berichten via WhatsApp toe te sturen en/of - die [slachtoffer 1] meermalen te bellen en/of - die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, briefjes naar haar (huis)adres te sturen en/of - naar het werkadres van die [slachtoffer 1] te gaan en/of zich in de omgeving van dat werkadres op te houden en/of zich agressief en/of dwingend te gedragen op dat werkadres (terwijl die [slachtoffer 1] hierbij aanwezig was) en/of op het werkadres naar die [slachtoffer 1] te vragen en/of - veelvuldig, althans meermalen dreigende en/of intimiderende en/of beledigende uitspraken te uiten in de richting van die [slachtoffer 1] , met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; ( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 16-117976-24 hij op of omstreeks 6 april 2024 te Utrecht openlijk, te weten, op de woonlocatie van het [organisatie] , gelegen aan de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen - een persoon, te weten [slachtoffer 2] , door: - die [slachtoffer 2] één of meerdere keren (met de vuist en/of vlakke hand) tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en/of - die [slachtoffer 2] met een ijzeren/stalen staaf op het lichaam te slaan; ( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 6 april 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 2] heeft mishandeld door: - die [slachtoffer 2] één of meerdere keren (met de vuist en/of vlakke hand) tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en/of - die [slachtoffer 2] met een ijzeren/stalen staaf op het lichaam te slaan; ( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 16-097812-23 hij op of omstreeks 11 april 2023 te Utrecht in de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, het hostel gelegen aan de [straat] [nummeraanduiding 1] , bij een ander, te weten bij het [organisatie] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen; ( art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, ten aanzien van parketnummer 16-196554-24: - PV VGL van 17 juni 2024, genummerd PL0900-2024188308, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 122; - PV RDK van 24 juli 2024, genummerd PL0900-2024188308, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 66; - Aanvullend PV-telefoon verdachte van 21 juni 2024, genummerd PL0900-2024187991-15, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 4; - Einddossier van 23 februari 2025, genummerd PL0900-2024188308, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 28 ten aanzien van parketnummer 16-117976-24: - Procesdossier van 9 april 2024, genummerd PL0900-2024107477, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 98; ten aanzien van parketnummer 16-097812-23: - Procesdossier van 29 april 2023, genummerd PL0900-2023105735, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 23. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 16 tot en met 20 van het Procesdossier in parketnummer 16/097812-23. Een geschrift, te weten een pandontzegging voor hostel [hostel 1] ( [organisatie] ) van 11 april 2023, pagina 23 van het Procesdossier in parketnummer 16/097812-23; Pagina 5 tot en met 7 van het Procesdossier in parketnummer 16/097812-23. Pagina 8 tot en met 10 van het Procesdossier in parketnummer 16/097812-23. Pagina 77 tot en met 86 van het Procesdossier in parketnummer 16/117976-24. Pagina 9 tot en met 11 van het Procesdossier in parketnummer 16/117976-24. Pagina 22 tot en met 29 van het Procesdossier in parketnummer 16/117976-24. Pagina 11 van het VGL dossier. Pagina 12 van het VGL dossier. Een geschrift, te weten een fotoblad van beelden, pagina 82 van het VGL dossier. Pagina 83 van het VGL dossier. Pagina 84 van het VGL dossier. Pagina 86 van het VGL dossier. Pagina 87 van het VGL dossier. Pagina 29 van het VGL dossier. Pagina 30 van het VGL dossier. Pagina 22 van het VGL dossier. Pagina 75 van het VGL dossier. Pagina 72 van het VGL dossier. Pagina 6 van PVD RDK. Pagina 7 van PVD RDK. Pagina 8 van PVD RDK. Pagina 116 van het VGL dossier. Pagina 1 van Aanvullend PV. Pagina 2 van Aanvullend PV. Pagina 13 van PVD RDK. Pagina 14 van PVD RDK. Pagina 17 van PV VGL. Pagina 18 van PV VGL. Pagina 47 van PV VGL. Pagina 22 van Aanvullend PV. Pagina 21 van het Aanvullend PV. Pagina 21 van Aanvullend PV.
Volledig
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis per overtreding , met een maximum van 6 (zes) maanden; Beslag (ten aanzien van parketnummer 16-196554-24, feit 3) - verklaart de volgende voorwerp verbeurd: 1. STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL0900-2024187991-G3360688, zwart, merk: Apple). Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Duinkerken, voorzitter, mrs. N.P.J. Janssens en A. Blanke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Opsteyn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2025. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 16-196554-24 1hij, op of omstreeks 14 juni 2024, te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een (achter)ruit van een (personen)auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; ( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 2hij, op of omstreeks 15 juni 2024, te Utrecht, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] (onder meer) dreigend de woorden toe te voegen:- "Ik sloop jou, ik heb niets gedaan, ik zit hier voor niets, als ik vrij kom maak ik haar dood." en/of- "Ik zweer het, als ik hier moet overnachten maak ik iedereen dood! Let maar op, iedereen maak ik dood!" en/of- "Ik heb helemaal niks van haar vernield. Als die bitch mij gaat breken, ga ik haar breken." en/of- "Als zij zegt ik heb dat kapot gemaakt, ga ik haar doodmaken bro. Zwart op wit bro, ik ga haar doodmaken. [slachtoffer 1] is de enigste die zegt dat ik dat heb gedaan." en/of- "Als ik langer moet blijven dan ga ik haar doodmaken." en/of- "Als ik vrij kom, ik ga haar doodmaken." en/of- "Ik zweer het je. Ik ga haar keel dichtknijpen.",althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; ( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 3hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 14 juni 2024, te Utrecht, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door- die [slachtoffer 1] veelvuldig, althans meermalen (dreigende en/of beledigende en/of intimiderende) berichten via WhatsApp toe te sturen en/of- die [slachtoffer 1] meermalen te bellen en/of- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, briefjes naar haar (huis)adres te sturen en/of- naar het werkadres van die [slachtoffer 1] te gaan en/of zich in de omgeving van dat werkadres op te houden en/of zich agressief en/of dwingend te gedragen op dat werkadres (terwijl die [slachtoffer 1] hierbij aanwezig was) en/of op het werkadres naar die [slachtoffer 1] te vragen en/of- veelvuldig, althans meermalen dreigende en/of intimiderende en/of beledigende uitspraken te uiten in de richting van die [slachtoffer 1] ,met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; ( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 16-117976-24 hij op of omstreeks 6 april 2024 te Utrechtopenlijk, te weten, op de woonlocatie van het [organisatie] , gelegen aan de[adres] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor hetpubliek toegankelijke plaats,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegen- een persoon, te weten [slachtoffer 2] , door:- die [slachtoffer 2] één of meerdere keren (met de vuist en/of vlakke hand) tegen het hoofd,althans tegen het lichaam te slaan en/of- die [slachtoffer 2] met een ijzeren/stalen staaf op het lichaam te slaan; ( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 6 april 2024 te Utrechttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen[slachtoffer 2] heeft mishandeld door:- die [slachtoffer 2] één of meerdere keren (met de vuist en/of vlakke hand) tegen het hoofd,althans tegen het lichaam te slaan en/of- die [slachtoffer 2] met een ijzeren/stalen staaf op het lichaam te slaan; ( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 16-097812-23 hij op of omstreeks 11 april 2023 te Utrecht in de woning, het besloten lokaal en/ofhet besloten erf, het hostel gelegen aan de [straat] [nummeraanduiding 1] , bij een ander, te weten bijhet [organisatie] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruikwederrechtelijk is binnengedrongen; ( art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, ten aanzien van parketnummer 16-196554-24: - PV VGL van 17 juni 2024, genummerd PL0900-2024188308, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 122; - PV RDK van 24 juli 2024, genummerd PL0900-2024188308, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 66; - Aanvullend PV-telefoon verdachte van 21 juni 2024, genummerd PL0900-2024187991-15, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 4; - Einddossier van 23 februari 2025, genummerd PL0900-2024188308, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 28 ten aanzien van parketnummer 16-117976-24: - Procesdossier van 9 april 2024, genummerd PL0900-2024107477, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 98; ten aanzien van parketnummer 16-097812-23: - Procesdossier van 29 april 2023, genummerd PL0900-2023105735, opgemaakt door politie Midden-Nederland, digitaal genummerd 1 tot en met 23. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina 16 tot en met 20 van het Procesdossier in parketnummer 16/097812-23. Een geschrift, te weten een pandontzegging voor hostel [hostel 1] ( [organisatie] ) van 11 april 2023, pagina 23 van het Procesdossier in parketnummer 16/097812-23; Pagina 5 tot en met 7 van het Procesdossier in parketnummer 16/097812-23. Pagina 8 tot en met 10 van het Procesdossier in parketnummer 16/097812-23. Pagina 77 tot en met 86 van het Procesdossier in parketnummer 16/117976-24. Pagina 9 tot en met 11 van het Procesdossier in parketnummer 16/117976-24. Pagina 22 tot en met 29 van het Procesdossier in parketnummer 16/117976-24. Pagina 11 van het VGL dossier. Pagina 12 van het VGL dossier. Een geschrift, te weten een fotoblad van beelden, pagina 82 van het VGL dossier. Pagina 83 van het VGL dossier. Pagina 84 van het VGL dossier. Pagina 86 van het VGL dossier. Pagina 87 van het VGL dossier. Pagina 29 van het VGL dossier. Pagina 30 van het VGL dossier. Pagina 22 van het VGL dossier. Pagina 75 van het VGL dossier. Pagina 72 van het VGL dossier. Pagina 6 van PVD RDK. Pagina 7 van PVD RDK. Pagina 8 van PVD RDK. Pagina 116 van het VGL dossier. Pagina 1 van Aanvullend PV. Pagina 2 van Aanvullend PV. Pagina 13 van PVD RDK. Pagina 14 van PVD RDK. Pagina 17 van PV VGL. Pagina 18 van PV VGL. Pagina 47 van PV VGL. Pagina 22 van Aanvullend PV. Pagina 21 van het Aanvullend PV. Pagina 21 van Aanvullend PV.