Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-06-25
ECLI:NL:RBMNE:2025:2931
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,872 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11422247 \ UC EXPL 24-7997 MS/1270
Vonnis van 25 juni 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigden: mr. C.J. van der Have en mr. F.L.P. Vulto,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. E.P. Keuvelaar.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;- de conclusie van antwoord met producties;
- de aanvullende productie van [eiser] ;- de mondelinge behandeling van 27 mei 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De kern van de zaak
2.1.
[eiser] is bij [gedaagde] in dienst geweest. Hij vordert in deze procedure bonussen over 2022 en 2023. [gedaagde] betwist dat [eiser] over die jaren recht heeft op een bonus. De kantonrechter stelt [gedaagde] in het gelijk en wijst de vordering van [eiser] af. Deze beslissing wordt hierna toegelicht.
3De achtergrond van de zaak
3.1.
[gedaagde] is een bedrijf dat zich richt op de digitalisering in het middelbaar en hoger onderwijs. In dat kader biedt zij IT-producten aan, waaronder hardware, software, training en onderhoud.
3.2.
[eiser] is op 1 november 2021 in dienst getreden bij [gedaagde] in de functie van Business Development Manager, op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van 12 maanden tegen een salaris van € 6.250,00 bruto per maand exclusief vakantiegeld.
De arbeidsovereenkomst is aansluitend voor nog eens 12 maanden verlengd en is inmiddels per 1 november 2023 van rechtswege geëindigd.
3.3.
In artikel 5 lid 4 van de (verlengde) arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de werknemer in aanmerking komt voor een bonusregeling en dat de inhoud van de bonusregeling nader zal worden overeengekomen.
3.4.
[gedaagde] is met [eiser] voor het jaar 2022 de bonusregeling 2022 overeengekomen. Hierin is onder meer het volgende bepaald:
Vanaf 1 januari 2022 zal volgende bonusregeling geactiveerd worden voor het volledige jaar 2022:
Belangrijke elementen:
Enkel collega's die op 31 december 2022 kunnen aanspraak maken op een bonus.
Een collega die doorheen 2022 opstart bij [bedrijf 1] BV zal geproratiseerde bonus kunnen verdienen in functie van wanneer de collega is gestart.
Bonus regio: Nederland
Bonus periode: 01/01/2022-31/12/2022
Bonus OTE %: 30%
Bonus OTE €: 22 500€
Bonus Cap: 200%
Bonus categorie
Target
Gewicht
Turnover region HED
175 000
25%
Turnover region MBO
175 000
25%
Nbr. of new ACSW clients HED
3
10%
Nbr. of new ACSW clients MBO
4
10%
Nbr. of invoiced ACSW users HED
17 677
10%
Nbr. of invoiced ACSW users MBO
8470
10%
Nbr. of active ACSW users HED
8839
5%
Nbr. of active ACSW users MBO
4235
5%
3.5.
Begin 2023 is tussen partijen een verschil van mening ontstaan over onder meer de vraag of [eiser] op basis van de behaalde targets recht had op een bonus over 2022. Partijen hebben vervolgens gesproken over een exitregeling. In september 2023 heeft [gedaagde] over 2022 een bonus van € 22.500,00 aan [eiser] uitgekeerd.
3.6.
[gedaagde] heeft voor het jaar 2023 geen bonusregeling vastgesteld. Zij heeft [eiser] laten weten dat hij over dat jaar geen bonus zou krijgen en dat zijn arbeidsovereenkomst na 31 oktober 2023 niet zou worden verlengd. [eiser] is vanaf de zomer van 2023 vanwege een conflict op non-actief gesteld.
3.7.
De gemachtigde van [eiser] heeft met een brief van 22 september 2023 tegenover [gedaagde] aanspraak gemaakt op uitbetaling van een bonus over 2023 van € 22.500,00 en op de wettelijke verhoging van 50% over de bonussen over 2022 en 2023.
3.8.
[gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat [eiser] hier geen recht op heeft en heeft deze bedragen niet betaald. Zij heeft [eiser] op zijn verzoek op 6 december 2023 een overzicht toegestuurd van de berekening van de door hem behaalde targets over 2022. Partijen hebben hierover geen overeenstemming kunnen bereiken.
Beoordeling
De vordering van [eiser] en de onderbouwing daarvan
4.1.
[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:
achterstallige bonussen van € 112.500,00,
buitengerechtelijke kosten van € 2.571,25, vermeerderd met de wettelijke rente,
de wettelijke rente vanaf 1 januari 2023 over een bedrag van € 90.000,00,
de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.
4.2.
De kantonrechter begrijpt dat [eiser] met het bedrag van € 112.500,00 een aanvullende bonus van € 22.500,00 over 2022 en de maximale bonus van € 45.000,00 over 2023 vordert en dat het resterende bedrag van € 45.000,00 de wettelijke verhoging is van 50% over € 90.000,00.
4.3.
[eiser] baseert zijn vordering voor het jaar 2022 op artikel 5.4 van de arbeidsovereenkomst en de bonusregeling 2022. Voor het jaar 2023 is volgens [eiser] een bonusregeling tot stand gekomen met dezelfde voorwaarden als de bonusregeling 2022. Hij stelt dat hij in beide jaren zijn targets heeft gehaald en op grond van de bonusregelingen over beide jaren recht heeft op de maximale bonus van € 45.000,00, vermeerderd met de wettelijke verhoging omdat [gedaagde] de bonussen te laat heeft betaald. et
Het verweer van [gedaagde]
4.4.
voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure, vermeerderd met wettelijke rente.
4.5.
[gedaagde] stelt dat [eiser] in 2022 geen recht had op een bonus, omdat hij de targets daarvoor niet heeft gehaald. In het kader van onderhandeling over een vertrekregeling heeft zij hem in september 2022 € 22.500,00 als bonus over 2022 toegekend, maar dat was volgens [gedaagde] alleen uit coulance. Zij betwist daarom dat zij over dit bedrag wettelijke rente en wettelijke verhoging is verschuldigd. [gedaagde] stelt dat [eiser] over 2023 geen recht heeft op een bonus, omdat er voor dat jaar geen bonusregeling tot stand is gekomen en [eiser] op 31 december 2023 niet meer in dienst was. Hij heeft in 2023 ook geen omzet gegenereerd.
4.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
De bonus over 2022
[eiser] heeft over 2022 geen recht op een bonus
4.7.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] niet heeft aangetoond dat hij zijn targets over 2022 heeft gehaald en dat hij over dat jaar recht heeft op een bonus. Dit wordt hierna toegelicht.
De contractwaarde van de exclusiviteitsdeal met [bedrijf 2] kan niet worden gebruikt om de bonus over 2022 vast te stellen
4.8.
[eiser] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij over 2022 recht heeft op de maximale bonus van € 45.000,00 aangevoerd dat hij in 2022 met het bedrijf [bedrijf 2] een exclusiviteitsdeal heeft gesloten die een totale waarde van € 1,5 miljoen vertegenwoordigde. [gedaagde] heeft echter gesteld dat zij al meer dan tien jaar met [bedrijf 2] samenwerkte en dat [bedrijf 2] dus geen nieuwe klant was. Voor zover de exclusiviteitsdeal een waarde vertegenwoordigde, was dat volgens [gedaagde] geen gerealiseerde waarde maar slechts een verplichting tot een minimumomzet verdeeld over drie jaar van € 280.000,00, € 420.000,00 en € 550.000,00.
4.9.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het midden worden gelaten of [eiser] [bedrijf 2] als klant heeft aangebracht of dat [bedrijf 2] al een bestaande klant van [gedaagde] was. In de bonusregeling 2022 wordt voor de berekening van de bonus namelijk niet de contractwaarde in aanmerking genomen, maar de behaalde omzetten (targets 1 en 2), de nieuwe klanten (targets 3 en 4), de gefactureerde ACSW-gebruikers (targets 5 en 6) en de actieve ACSW-gebruikers (targets 7 en 8). De contractwaarde van de exclusiviteitsdeal met [bedrijf 2] kan daarom niet worden gebruikt om de bonus van [eiser] over 2022 vast te stellen.
[eiser] heeft geen recht op een bonus over omzet die door [bedrijf 2] is gegenereerd en waarvoor [bedrijf 2] provisie heeft ontvangen
4.10.
[eiser] heeft verder gesteld dat uit de berekening van [gedaagde] van de behaalde targets over 2022 bij target 4 volgt dat hij via [bedrijf 2] een omzet van minstens € 560.000,00 heeft binnengehaald. Dit blijkt volgens [eiser] uit een factuur van 30 december 2022 die [bedrijf 2] aan [gedaagde] heeft gestuurd. [gedaagde] heeft echter aangevoerd dat zij over deze omzet al 15% provisie aan FititIT heeft betaald en dat het nooit de bedoeling is geweest om [eiser] hiervoor ook nog een bonus toe te kennen. [eiser] heeft niet betwist dat [gedaagde] over deze omzet provisie aan [bedrijf 2] heeft betaald, maar heeft gesteld dat het gebruikelijk is dat omzet die via een distributeur wordt gegenereerd meetelt voor het berekenen van een bonus. Dat blijkt echter nergens uit en Falckenreck heeft deze stelling ook verder niet - en dus onvoldoende - onderbouwd. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [eiser] geen recht heeft op een bonus over omzet die door [bedrijf 2] is gegenereerd en waarvoor [bedrijf 2] provisie heeft ontvangen. Er is overigens inmiddels een geschil tussen [gedaagde] en [bedrijf 2] ontstaan over de nakoming van het contract, waardoor dubieus is of dit contract in de toekomst nog tot omzet voor [gedaagde] zal leiden.
Niet is gebleken dat [eiser] uit contacten met [bedrijf 3] , [bedrijf 4] , [bedrijf 5] en de [bedrijf 6] targets heeft gehaald
4.11.
[eiser] heeft verder gesteld dat hij een voet tussen de deur heeft gekregen bij onder meer [bedrijf 3] , [bedrijf 4] , [bedrijf 5] en de [bedrijf 6] en dat uit deze contacten diverse deals begonnen te ontstaan voordat hij op non-actief werd gesteld. Volgens [eiser] is het aannemelijk dat [gedaagde] hiervan heeft geprofiteerd. [gedaagde] heeft op haar beurt gesteld dat het contact met de [bedrijf 6] een aanbesteding betrof die niet via [eiser] liep en dat bij [bedrijf 3] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] geen omzet is behaald. [eiser] heeft zijn stelling dat dit wel het geval moet zijn geweest niet nader onderbouwd. Daarom is niet gebleken dat [eiser] hiermee targets heeft gehaald.
[gedaagde] hoeft over de uitgekeerde bonus van € 22.500,00 geen wettelijke verhoging en wettelijke rente te betalen
4.12.
Gelet hierop is niet komen vast te staan dat [eiser] over 2022 recht had op een bonus. Daarom kan niet worden gezegd dat [gedaagde] de bonus van € 22.500,00 die zij [eiser] in september 2023 uit coulance heeft betaald, te laat heeft betaald en daarmee in verzuim is geweest. [gedaagde] hoeft over dit bedrag dan ook geen wettelijke verhoging en wettelijke rente te betalen.
De bonus over 2023
[eiser] heeft over 2023 geen recht op een bonus
4.13.
[eiser] heeft ook over 2023 geen recht op een bonus. Dit wordt hierna toegelicht.
Voor 2023 gold geen bonusregeling
4.14.
De kantonrechter is van oordeel dat voor 2023 geen bonusregeling tot stand is gekomen. In artikel 5 lid 4 van de arbeidsovereenkomst staat weliswaar dat de werknemer in aanmerking komt voor een bonusregeling, maar ook dat de inhoud van deze bonusregeling nader tussen partijen zal worden overeengekomen.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde] ten bedrage van € 2.035,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op
25 juni 2025