Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-25
ECLI:NL:RBMNE:2025:2926
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,403 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/588321 / FV RK 25-304
Datum uitspraak: 25 februari 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[jongmeerderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] , Lesotho,
hierna te noemen: [jongmeerderjarige] ,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. A. van Londen, waarnemend voor mr. W.A.J.M. Staal.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 5 februari 2025 ontvangen.
1.2.
De zitting vond plaats op 25 februari 2025. Aanwezig waren:
- de advocaat van [jongmeerderjarige] ;
- [A] , arts in opleiding tot specialist.
1.3.
[jongmeerderjarige] was niet aanwezig. Volgens [A] is zij ongeoorloofd afwezig; zij is niet teruggekeerd van verlof. Uit dat wat ter zitting is gezegd, leidt de rechtbank af dat [jongmeerderjarige] weet had van de zitting. Het feit dat zij desondanks niet verschenen is, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders begrepen worden dan dat zij niet bereid was met de rechter te praten.
2Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van een half jaar te verlenen.
Beoordeling
3.1.
De rechtbank zal de gevraagde machtiging verlenen, en wel voor de duur van drie weken. Zij overweegt daartoe als volgt.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat [jongmeerderjarige] lijdt aan een psychische stoornis. Zij heeft namelijk een psychose, waarschijnlijk in het kader van schizofrenie.
3.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel dat met name bestaat uit ernstige verwaarlozing en teloorgang. Om dat nadeel af te wenden, heeft [jongmeerderjarige] zorg nodig.
3.4.
Uit de beschreven voorgeschiedenis en de omstandigheid dat [jongmeerderjarige] niet teruggekeerd is van verlof, leidt de rechtbank af dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Dat betekent dat verplichte zorg nodig is. De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat [jongmeerderjarige] iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De bevoegdheid het gebruik van communicatiemiddelen te beperken, zal de rechtbank afwijzen, omdat uit niets gebleken is dat dit nodig is.
3.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Voornoemde vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief.
3.6.
Mr. Van Londen pleit voor een kortere duur van de machtiging, omdat [jongmeerderjarige] niet aanwezig is. Dwangzorg is een inbreuk op grond- en mensenrechten en zij moet de gelegenheid hebben haar zegje te doen. De rechtbank honoreert dit verweer en zal een zorgmachtiging afgeven voor drie weken, zulks met aanhouding van haar beslissing over de resterende periode.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
verleent een zorgmachtiging voor [jongmeerderjarige], inhoudend dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd bij 3.4. kunnen worden getroffen,
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 maart 2025,
4.3.
wijst af het meer of anders verzochte,
4.4.
bepaalt dat de zaak vóór 18 maart 2025 weer op zitting gepland wordt,
4.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2025 door mr. M.E. Heinemann, rechter, in aanwezigheid van S. Ördü als griffier en is op schrift gesteld op 11 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.