Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-18
ECLI:NL:RBMNE:2025:2818
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,858 tokens
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/585911 / KG RK 24-747
Beschikking van 18 maart 2025
in de zaak van
GEMEENTE VEENENDAAL,
te Veenendaal,
verzoekster,
advocaten: mrs. K.T. Schipper & R. Blom,
tegen
[verweerder] HODN [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder,
advocaten: mrs. W.G. Jonker & J.T.A. de Keijzers.
Partijen worden hierna de Gemeente en [verweerder] genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 23 december 2024, met producties A tot en met E;
een productie van [verweerder] van 13 maart 2025;
de mondelinge behandeling van 14 maart 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
de spreekaantekeningen van de Gemeente.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat een beschikking zal worden uitgesproken.
Beoordeling
2.1.
[verweerder] is eigenaar van de eenmanszaak [handelsnaam] (hierna: [handelsnaam] ). De Gemeente heeft op grond van de WMO zorggelden verstrekt aan [handelsnaam] , zodat [handelsnaam] zorg kon verlenen aan cliënten met een indicatie. Volgens de Gemeente heeft [handelsnaam] die zorg niet goed geleverd en moet(en) [handelsnaam] en/of [verweerder] daarom de ontvangen zorggelden terugbetalen. Ook is/zijn [handelsnaam] en/of [verweerder] de onderzoekskosten en kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid verschuldigd, aldus de Gemeente. Ter verzekering van haar vordering verzoekt de Gemeente om verlof tot het leggen van loonbeslag ten laste van [verweerder] . [verweerder] is in het kader hiervan tijdens de mondelinge behandeling gehoord.
2.2.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat het toetsingskader in deze specifieke verzoekschriftprocedure beperkt is. In principe is een verzoek tot het verlenen van verlof voor het (doen) leggen van conservatoir beslag toewijsbaar, als op basis van een voorlopige inschatting van de rechtspositie van verzoekster summierlijk blijkt van de deugdelijkheid van het door haar ingeroepen recht. De beoordeling houdt ook een afweging van de wederzijdse belangen in, waarbij ook aan het subsidiariteits- en proportionaliteitsvereiste wordt getoetst. Hierbij geldt dat in de strekking van de wettelijke beslagregeling besloten ligt dat in principe meer gewicht toekomt aan het belang van verzoekster dan aan het belang van verweerder. De belangenafweging kan tot afwijzing van het verzoek leiden, ook in het geval dat (summierlijk) de deugdelijkheid van het ingeroepen recht blijkt.
2.3.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Gemeente voldoende belang heeft bij het verzochte verlof om loonbeslag te mogen leggen ten laste van [verweerder] . Dat aan de Gemeente eerder verlof is verleend om beslag te doen leggen op de bankrekeningen en auto’s ten laste van [verweerder] en/of [handelsnaam] , maakt niet dat dit verzoek disproportioneel is. De eerder gelegde beslagen bieden namelijk onvoldoende zekerheid en het staat de Gemeente dan vrij om ter verzekering van haar vordering beslag te leggen op nadere beslagobjecten. Daar komt bij dat op grond van de wet bij loonbeslag rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet. Dit betekent dat in ieder geval een deel van het inkomen van [verweerder] zal worden behouden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er verder geen sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat het verzoek moet worden afgewezen.
2.4.
Echter, de voorzieningenrechter zal de vordering anders begroten dan is verzocht. De Gemeente meent een vordering op [handelsnaam] en/of [verweerder] te hebben van € 479.189,98, bestaande uit:
€ 337.308,20 aan ten onrechte uitbetaalde zorggelden;
€ 123.874,08 aan onderzoekskosten;
€ 18.007,70 aan kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid.
De voorzieningenrechter gaat uit van een vordering ter hoogte van € 461.182,28, omdat de Gemeente de kosten ter vaststelling de schade en aansprakelijkheid onvoldoende heeft onderbouwd in het verzoekschrift. Het is namelijk niet duidelijk hoe het bedrag van €18.007,70 is opgebouwd, wat wel het geval is bij de onderzoekskosten van € 123.874,08. De vordering zal daarom inclusief rente en kosten worden begroot op € 583.418,74. De Gemeente heeft al de eis in de hoofdzaak ingesteld, zodat over de verzochte verlengde termijn geen beslissing meer hoeft te worden genomen. De voorzieningenrechter zal het verlof dus toestaan, op de wijze zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
verleent aan de Gemeente verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag ten laste van [verweerder] onder [bedrijf] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , op alle gelden die [verweerder] uit een bestaande rechtsverhouding zal of mocht verkrijgen van [bedrijf] B.V.,
3.2.
begroot de vordering van de Gemeente inclusief rente en kosten voorlopig op € 583.418,74,
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2025.
5315
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/585911 / KG RK 24-747
Beschikking van 18 maart 2025
in de zaak van
GEMEENTE VEENENDAAL,
te Veenendaal,
verzoekster,
advocaten: mrs. K.T. Schipper & R. Blom,
tegen
[verweerder] HODN [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder,
advocaten: mrs. W.G. Jonker & J.T.A. de Keijzers.
Partijen worden hierna de Gemeente en [verweerder] genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 23 december 2024, met producties A tot en met E;
een productie van [verweerder] van 13 maart 2025;
de mondelinge behandeling van 14 maart 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
de spreekaantekeningen van de Gemeente.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat een beschikking zal worden uitgesproken.
Beoordeling
2.1.
[verweerder] is eigenaar van de eenmanszaak [handelsnaam] (hierna: [handelsnaam] ). De Gemeente heeft op grond van de WMO zorggelden verstrekt aan [handelsnaam] , zodat [handelsnaam] zorg kon verlenen aan cliënten met een indicatie. Volgens de Gemeente heeft [handelsnaam] die zorg niet goed geleverd en moet(en) [handelsnaam] en/of [verweerder] daarom de ontvangen zorggelden terugbetalen. Ook is/zijn [handelsnaam] en/of [verweerder] de onderzoekskosten en kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid verschuldigd, aldus de Gemeente. Ter verzekering van haar vordering verzoekt de Gemeente om verlof tot het leggen van loonbeslag ten laste van [verweerder] . [verweerder] is in het kader hiervan tijdens de mondelinge behandeling gehoord.
2.2.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat het toetsingskader in deze specifieke verzoekschriftprocedure beperkt is. In principe is een verzoek tot het verlenen van verlof voor het (doen) leggen van conservatoir beslag toewijsbaar, als op basis van een voorlopige inschatting van de rechtspositie van verzoekster summierlijk blijkt van de deugdelijkheid van het door haar ingeroepen recht. De beoordeling houdt ook een afweging van de wederzijdse belangen in, waarbij ook aan het subsidiariteits- en proportionaliteitsvereiste wordt getoetst. Hierbij geldt dat in de strekking van de wettelijke beslagregeling besloten ligt dat in principe meer gewicht toekomt aan het belang van verzoekster dan aan het belang van verweerder. De belangenafweging kan tot afwijzing van het verzoek leiden, ook in het geval dat (summierlijk) de deugdelijkheid van het ingeroepen recht blijkt.
2.3.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Gemeente voldoende belang heeft bij het verzochte verlof om loonbeslag te mogen leggen ten laste van [verweerder] . Dat aan de Gemeente eerder verlof is verleend om beslag te doen leggen op de bankrekeningen en auto’s ten laste van [verweerder] en/of [handelsnaam] , maakt niet dat dit verzoek disproportioneel is. De eerder gelegde beslagen bieden namelijk onvoldoende zekerheid en het staat de Gemeente dan vrij om ter verzekering van haar vordering beslag te leggen op nadere beslagobjecten. Daar komt bij dat op grond van de wet bij loonbeslag rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet. Dit betekent dat in ieder geval een deel van het inkomen van [verweerder] zal worden behouden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er verder geen sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat het verzoek moet worden afgewezen.
2.4.
Echter, de voorzieningenrechter zal de vordering anders begroten dan is verzocht. De Gemeente meent een vordering op [handelsnaam] en/of [verweerder] te hebben van € 479.189,98, bestaande uit:
€ 337.308,20 aan ten onrechte uitbetaalde zorggelden;
€ 123.874,08 aan onderzoekskosten;
€ 18.007,70 aan kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid.
De voorzieningenrechter gaat uit van een vordering ter hoogte van € 461.182,28, omdat de Gemeente de kosten ter vaststelling de schade en aansprakelijkheid onvoldoende heeft onderbouwd in het verzoekschrift. Het is namelijk niet duidelijk hoe het bedrag van €18.007,70 is opgebouwd, wat wel het geval is bij de onderzoekskosten van € 123.874,08. De vordering zal daarom inclusief rente en kosten worden begroot op € 583.418,74. De Gemeente heeft al de eis in de hoofdzaak ingesteld, zodat over de verzochte verlengde termijn geen beslissing meer hoeft te worden genomen. De voorzieningenrechter zal het verlof dus toestaan, op de wijze zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
verleent aan de Gemeente verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag ten laste van [verweerder] onder [bedrijf] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , op alle gelden die [verweerder] uit een bestaande rechtsverhouding zal of mocht verkrijgen van [bedrijf] B.V.,
3.2.
begroot de vordering van de Gemeente inclusief rente en kosten voorlopig op € 583.418,74,
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2025.
5315