Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-27
ECLI:NL:RBMNE:2025:2815
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,612 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/6470, UTR 24/6473 en UTR 24/6397
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] (Turkije), eiseres
(gemachtigde: mr. S.C. Scheermeijer),
en
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (IB DC-I, DC-I en DH5 A).
Eiseres heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om een
proceskostenveroordeling.
2. Eiseres heeft op 11 oktober 2024 beroep ingesteld.
3. Verweerder heeft erop gewezen dat eiseres op 6 juni 2024 al een Vaststellingsovereenkomst (VSO) had ondertekend, dus nog voordat zij het beroep instelde. In deze overeenkomst is expliciet opgenomen dat lopende bezwaarprocedures worden beëindigd en dat geen verdere bezwaar- of beroepsprocedures zullen worden gevoerd. Verweerder verzoekt de rechtbank daarom het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
4. De rechtbank volgt verweerder. Eiseres had op het moment van het indienen van het beroep geen procesbelang meer. Zij was immers met verweerder tot overeenstemming gekomen over de compensatie en mogelijke procedures hierover. Daarin ligt besloten dat verweerder niet meer hoefde te beslissen op het bezwaar van eiseres. Dat betekent dat eiseres geen procesbelang had op het moment van het instellen van het beroep. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om tot een proceskostenveroordeling te komen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.
De griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/6470, UTR 24/6473 en UTR 24/6397
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] (Turkije), eiseres
(gemachtigde: mr. S.C. Scheermeijer),
en
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (IB DC-I, DC-I en DH5 A).
Eiseres heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om een
proceskostenveroordeling.
2. Eiseres heeft op 11 oktober 2024 beroep ingesteld.
3. Verweerder heeft erop gewezen dat eiseres op 6 juni 2024 al een Vaststellingsovereenkomst (VSO) had ondertekend, dus nog voordat zij het beroep instelde. In deze overeenkomst is expliciet opgenomen dat lopende bezwaarprocedures worden beëindigd en dat geen verdere bezwaar- of beroepsprocedures zullen worden gevoerd. Verweerder verzoekt de rechtbank daarom het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
4. De rechtbank volgt verweerder. Eiseres had op het moment van het indienen van het beroep geen procesbelang meer. Zij was immers met verweerder tot overeenstemming gekomen over de compensatie en mogelijke procedures hierover. Daarin ligt besloten dat verweerder niet meer hoefde te beslissen op het bezwaar van eiseres. Dat betekent dat eiseres geen procesbelang had op het moment van het instellen van het beroep. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om tot een proceskostenveroordeling te komen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.
De griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.