Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-28
ECLI:NL:RBMNE:2025:2674
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,137 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Zaaknummer: 11470568 \ MC EXPL 24-8508
Vonnis van 28 mei 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij, hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 november 2024 met 5 producties;- de mondelinge conclusie van antwoord tijdens de rolzitting op 8 januari 2025;
- de akte met producties van [gedaagde] ;
- het aanvullend antwoord met 3 producties van [gedaagde] ;
- de mondelinge behandeling van 24 april 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Tijdens de zitting op 24 april 2025 was [gedaagde] aanwezig. [eiser] is niet naar de zitting gekomen.
1.3.
De kantonrechter heeft aan het einde van de zitting bepaald dat hij vandaag schriftelijk uitspraak zal doen.
2De kern van de zaak
2.1.
[gedaagde] is sinds december 2023 franchisenemer van [naam] in [plaatsnaam] - [.] . Volgens [eiser] heeft hij de franchiseonderneming aan [gedaagde] verkocht en moet [gedaagde] hem nog € 4.383,58 met rente en kosten betalen voor de overgenomen voorraden (waaronder keukenapparatuur). [gedaagde] is het daar niet mee eens. Hij voert onder andere aan dat [eiser] geen contractpartij is en dat de factuur moet worden verrekend met schade die hij heeft geleden doordat de keukenapparatuur gerepareerd of vervangen moest worden. [gedaagde] krijgt van de kantonrechter gelijk. [eiser] is nietontvankelijk in zijn vorderingen. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Beoordeling
[eiser] is niet-ontvankelijk
3.1.
[eiser] heeft de schriftelijke koopovereenkomst ingediend. In de overeenkomst staat:
“DE ONDERGETEKENDEN:
1De heer [A] woonachtig (…), hierna te noemen “verkoper”
en
2De heer [gedaagde] woonachtig (…), hierna te noemen “koper””.
De koopovereenkomst is door de heer [A] (de broer van [eiser] ) ondertekend. [gedaagde] heeft de onderneming dus gekocht van de heer [A] . [eiser] wordt nergens in de overeenkomst genoemd. Hij is geen contractpartij. Dus hij kan zich niet op de overeenkomst beroepen. Dat betekent dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen. [gedaagde] hoeft niets aan [eiser] te betalen. De overige standpunten van partijen kunnen verder onbesproken blijven.
Proceskosten
3.2.
[eiser] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [gedaagde] zich in deze procedure niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde, komt hij op grond van artikel 238 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in aanmerking voor een bedrag voor reis- en verblijfkosten en noodzakelijke verletkosten. De kantonrechter begroot die kosten, gebaseerd op de aanwezigheid bij de rolzitting en bij de mondelinge behandeling, op € 100,-.
3.3.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen;
4.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 100,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet op tijd aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.4.
verklaart de veroordelingen onder 3.2 en 3.3 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Garvelink en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.