Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-26
ECLI:NL:RBMNE:2025:2586
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht, Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
976 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/8052
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
en
het college van burgermeester en wethouders van Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 9 augustus 2024 een e-mail aan eiser gezonden over eiser zijn melding over vernieling en overlast van jongeren. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met de beslissing op bezwaar van 19 november 2024 heeft verweerder dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar niet tegen een besluit was gericht. Eiser heeft op 12 december 2024 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Op 27 januari 2025 zijn de beroepsgronden van eiser ontvangen.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser is in beroep opgekomen tegen de beslissing op bezwaar van 19 november 2024, waarin verweerder het bezwaar van 9 augustus 2024 niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het bezwaar van eiser was gericht tegen een e-mail van 9 augustus 2024 van verweerder. In deze e-mail liet verweerder weten dat de melding van eiser, over vernieling en overlast van jongeren, was ontvangen en dat zij de meldingen hadden doorgezet naar de wijkagenten en toezicht en handhaving. Ook werd eiser er in deze e-mail op gewezen dat in geval van vernieling, hij aangifte kan doen bij de politie.
3. De rechtbank is van oordeel dat de e-mail van 9 augustus 2024 niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank licht dat hierna toe.
4. In het besluit op bezwaar overweegt verweerder dat de desbetreffende e-mail enkel van informatieve aard is. De e-mail is niet gericht op een rechtsgevolg.
5. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de desbetreffende e-mail enkel informatief van aard is. De rechtbank stelt vast dat de informatie in ieder geval niet is gericht op enig rechtsgevolg. De e-mail is evenmin gegeven naar aanleiding van een verzoek tot het nemen van een besluit. Daarmee ontbreekt het besluitkarakter en biedt artikel 8:1 van de Awb geen grondslag om tegen de e-mail bezwaar en beroep in te stellen. Eiser heeft geen gronden aangevoerd waaruit zou moeten blijken dat de desbetreffende e-mail wel als een besluit zou moeten worden aangemerkt.
6. Omdat de e-mail van 9 augustus 2024 niet kan worden aangemerkt als besluit, heeft verweerder het hiertegen ingediende bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard. Om die reden is het beroep ongegrond.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond en het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
S.N. Lekatompessij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.