Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-26
ECLI:NL:RBMNE:2025:2550
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,775 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [1975] te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het vonnis van deze rechtbank van 26 februari 2020 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege wegens medeplegen van belaging en medeplegen van voorbereiding moord;
de stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 23 mei 2023;
de vordering van de officier van justitie van 16 april 2025, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;
het verlengingsadvies van [instelling] van 20 maart 2025, opgemaakt door [A] (directeur algemene zaken en plaatsvervangend hoofd van de instelling), [B] (psychiater) en [C] (behandelcoördinator en klinisch psycholoog), inhoudend het advies om de terbeschikkingstelling met verpleging te verlengen met twee jaar;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 13 augustus 2024 tot en met 1 januari 2025.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 12 mei 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. W.C. Alberts, advocaat te ’s-Gravenhage, waarnemend voor mr. J.A.W. Knoester;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, [C] .
3Het standpunt van de inrichting
Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
Het advies luidt de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen voor de duur van twee jaar.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de inrichting toegelicht. Betrokkene is rustig en vriendelijk aanwezig op de afdeling en stelt zich begeleidbaar op. In maart dit jaar is hij doorgestroomd naar een behandelafdeling. Er heeft een uitgebreid gesprek plaatsgevonden met zijn partner en via systeemtaxatie wordt de dynamiek tussen betrokkene en zijn partner onderzocht.
De delictanalyse is van belang om te weten welke factoren hebben meegespeeld bij het delict en welke factoren behandeling behoeven om recidive te voorkomen. Door de ontkennende houding van betrokkene zal het nodige in het werk gesteld moeten worden om overeenstemming te bereiken om de risico’s op recidive te beperken.
Voor de nog te nemen stappen zal meer dan één jaar nodig zijn.
4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar gehandhaafd. Aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
5Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 26 februari 2020 veroordeeld voor medeplegen van belaging en medeplegen van voorbereiding moord.
De rechtbank heeft daarin overwogen dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.
Stoornis en/ of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens
Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten een narcistische persoonlijkheidsstoornis, met daarnaast antisociale trekken en trekken van psychopathie. Stemmingsproblematiek kan niet worden uitgesloten. Er wordt daarnaast nog nader diagnostisch onderzoek ingezet gericht op intelligentie en persoonlijkheidsfunctioneren.
Recidivegevaar
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
Gelet op het advies van de inrichting en wat overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Zij is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Uit het verlengingsadvies komt naar voren dat het verblijf binnen de inrichting rustig en zonder incidenten verloopt. Betrokkene herkent de problematiek echter niet en geeft aan geen moeite te hebben met relaties die worden verbroken. Sinds 7 jaar heeft hij een intieme relatie en hij verdraagt de strikte monitoring hiervan door de inrichting goed. Intieme relaties worden als risicogebied gezien. Betrokkene werkt mee aan een systeemtaxatie. Betrokkene is heel spiritueel, waarvoor binnen de kliniek aandacht is. Die aandacht is belangrijk voor betrokkene.
De komende periode zal bij de delictanalyse moeten blijken of betrokkene meer zicht kan geven op zijn belevingswereld en handelen in aanloop naar de indexdelicten toe. Van daaruit kan een behandelplan worden opgesteld en kan behandeling starten.
De tbs-maatregel is pas net begonnen en betrokkene heeft een goede start gemaakt, ondanks grote tegenslagen door het verlies van zes familieleden. Voor de assessments, behandeling en verlofopbouw is nog meerdere jaren nodig.
De rechtbank heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van betrokkene meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling - behoudens bijzondere omstandigheden - verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en zal daarom de maatregel met twee jaren verlengen.
Dictum
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. T. van Haaren-Paulus, voorzitter, mrs. N. van Esch en S.A. Messerschmidt-van Veen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2025.