Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-12
ECLI:NL:RBMNE:2025:2442
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,478 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11134985 \ UC EXPL 24-3723 MvdH/40201
Vonnis van 12 februari 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. J.J.F.M. Konings,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
vertegenwoordigd door [gemachtigde] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de conclusie van antwoord in reconventie- de akte overlegging nadere producties van [eiseres] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 januari 2025. Namens [eiseres] was de heer [A] met mr. Mansholt aanwezig. Namens [gedaagde] was de heer [B] aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er op de zitting is besproken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De kern van de zaak
2.1.
[eiseres] heeft [gedaagde] medio januari 2023 opdracht gegeven om voor haar een duurzaamheidsrapport te maken. [gedaagde] heeft [eiseres] laten weten dat het subsidiebedrag voor het duurzaamheidsrapport € 3.500,- is. [eiseres] heeft voor het duurzaamheidsrapport eind januari 2023 een bedrag van € 8.470,- inclusief BTW aan [gedaagde] betaald. Op 10 oktober 2023 heeft [gedaagde] een factuur van € 7.532,25 aan [eiseres] gestuurd voor extra advieswerkzaamheden. Deze factuur is niet betaald.
2.2.
[eiseres] eist (in conventie) in deze zaak dat [gedaagde] het bedrag van € 8.470,- voor het duurzaamheidsrapport aan haar terugbetaalt. Volgens [eiseres] voldoet het door [gedaagde] opgestelde rapport niet aan de tussen partijen gesloten overeenkomst omdat het alleen algemeenheden bevat en geen meerwaarde vormt voor het verkrijgen van een subsidie. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] verder nagelaten om subsidie aan te vragen waardoor zij geen subsidie heeft ontvangen. [eiseres] stelt dat zij de overeenkomst heeft ontbonden nadat [gedaagde] niet op haar ingebrekestelling reageerde. Voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat de overeenkomst niet is ontbonden, vraagt [eiseres] de kantonrechter om de overeenkomst te ontbinden.
2.3.
[gedaagde] is het hier niet mee eens. Zij zegt dat zij haar verplichtingen is nagekomen door een duurzaamheidsrapport op te leveren. Volgens [gedaagde] is niet afgesproken dat zij de subsidie zou aanvragen. [gedaagde] stelt verder dat zij voor [eiseres] veel extra advieswerk heeft gedaan en dat is afgesproken dat dit op urenbasis vergoed zou worden. In reconventie vordert [gedaagde] betaling van € 7.532,25 voor de extra advieswerkzaamheden.
[eiseres] stelt dat zij geen opdracht heeft gegeven voor aanvullende werkzaamheden en dat ook nergens uit blijkt dat [gedaagde] meer werkzaamheden heeft uitgevoerd dan de oorspronkelijke opdracht.
Beoordeling
3.1.
De kantonrechter wijst de vorderingen van beide partijen af. Hierna wordt uitgelegd waarom.
in conventie
[gedaagde] is niet tekortgeschoten
3.2.
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] voor [eiseres] een duurzaamheidsrapport heeft opgesteld. Wat dit rapport precies moest inhouden, is niet vastgelegd. In de e-mail waarin de opdracht is bevestigd schrijft [gedaagde] : Zoals overeengekomen zal [gedaagde] BV een duurzaamheidsrapport maken, welke uiterlijk 27 januari 2023 zal
worden aangeleverd. De kosten voor dit rapport zijn EUR 7500,00 exclusief btw, zoals overeengekomen tijdens het gesprek op 16 januari 2023. Het subsidiebedrag voor dit rapport is EUR 3000,00. Hieruit is niet af te leiden aan welke eisen het rapport moest voldoen, zodat niet kan worden vastgesteld dat het rapport niet aan de overeenkomst beantwoordt. Daarnaast stelt [eiseres] dat is afgesproken dat [gedaagde] een aantal werkzaamheden zou uitvoeren waaronder het in kaart brengen van de oude installatie en het adviseren over een nieuw te plaatsen installatie, maar deze stelling is onvoldoende onderbouwd. Dat had wel gemoeten omdat [gedaagde] stelt dat niet is afgesproken dat zij deze werkzaamheden zou uitvoeren en dat zij heeft voldaan aan de opdracht om een duurzaamheidsrapport op te leveren. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om aan te tonen dat de door haar geschetste werkzaamheden onderdeel uitmaakten van de opdracht. Het e-mailbericht van 16 juni 2023 van [eiseres] aan [gedaagde] waarin [eiseres] schrijft dat zij niet tevreden is met het rapport is hiervoor onvoldoende. Hieruit valt namelijk niet af te leiden dat partijen het erover eens waren dat [gedaagde] als onderdeel van de opdracht de door [eiseres] opgesomde werkzaamheden zou uitvoeren.
3.3.
Ook de stelling van [eiseres] dat onderdeel van de opdracht was dat [gedaagde] de subsidie zou aanvragen is, gelet op de betwisting door [gedaagde] , onvoldoende onderbouwd. Uit de communicatie tussen partijen over de bevestiging van de opdracht volgt alleen dat het subsidiebedrag voor het rapport € 3.500,- zou zijn. Hieruit kan niet worden afgeleid dat onderdeel van de opdracht was dat [gedaagde] de subsidie ook zou aanvragen. [eiseres] heeft weliswaar verwezen naar correspondentie over de aanvraag van een subsidie door [gedaagde] , maar [gedaagde] heeft hierover op de zitting verklaard dat dit ging over een andere subsidie. Ook op basis hiervan kan de kantonrechter dus niet vaststellen dat onderdeel van de opdracht was dat [gedaagde] de subsidie zou aanvragen.
3.4.
Omdat de kantonrechter niet kan vaststellen dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst kan de overeenkomst niet worden ontbonden. Als [eiseres] de overeenkomst al heeft ontbonden, is dit dus niet rechtsgeldig gebeurd. Dit heeft als gevolg dat de overeenkomst in stand is gebleven. Ook in deze procedure kan de kantonrechter de overeenkomst niet ontbinden vanwege het ontbreken van een tekortkoming. Omdat de overeenkomst niet is of kan worden ontbonden, ontstaan er geen ongedaanmakingsverplichtingen en is er dus ook geen recht op terugbetaling van het door [eiseres] betaalde bedrag. Dit betekent dat de vordering in conventie worden afgewezen.
3.5.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden, omdat [gedaagde] zelf heeft geprocedeerd en geen gebruik heeft gemaakt van een professionele gemachtigde, begroot op € 50,00 verletkosten.
in reconventie
Geen afspraak dat [eiseres] voor aanvullende advieswerkzaamheden moest betalen
3.6.
Vaststaat dat tussen partijen niet schriftelijk is vastgelegd dat [eiseres] [gedaagde] de opdracht heeft gegeven om, naast het opstellen van het duurzaamheidsrapport, aanvullende advieswerkzaamheden te verrichten die [gedaagde] tegen uurtarief aan [eiseres] mocht factureren. Uit een door [gedaagde] overgelegde e-mail van 9 mei 2023 blijkt weliswaar dat [eiseres] - na aanlevering van het duurzaamheidsrapport – aan [gedaagde] vraagt om een aantal zaken in werking te stellen, maar [eiseres] heeft hierover op de zitting verklaard dat dit was ter compensatie van het magere duurzaamheidsrapport. [gedaagde] heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat wel was afgesproken dat [eiseres] voor deze werkzaamheden moest betalen. Dat [gedaagde] dat niet heeft gedaan, komt voor haar rekening en risico en heeft tot gevolg dat haar vordering wordt afgewezen.
3.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
339,00
(2 punten × factor 0,5 × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
474,00
3.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
in conventie
4.1.
wijst de vordering van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in reconventie
4.3.
wijst de vordering van [gedaagde] af,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 474,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.
In de e-mail staat € 3.000,-, maar partijen zijn het er over eens dat dat € 3.500,- moet zijn.
Artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 6:271 en verder BW
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11134985 \ UC EXPL 24-3723 MvdH/40201
Vonnis van 12 februari 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. J.J.F.M. Konings,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
vertegenwoordigd door [gemachtigde] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de conclusie van antwoord in reconventie- de akte overlegging nadere producties van [eiseres] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 januari 2025. Namens [eiseres] was de heer [A] met mr. Mansholt aanwezig. Namens [gedaagde] was de heer [B] aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er op de zitting is besproken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De kern van de zaak
2.1.
[eiseres] heeft [gedaagde] medio januari 2023 opdracht gegeven om voor haar een duurzaamheidsrapport te maken. [gedaagde] heeft [eiseres] laten weten dat het subsidiebedrag voor het duurzaamheidsrapport € 3.500,- is. [eiseres] heeft voor het duurzaamheidsrapport eind januari 2023 een bedrag van € 8.470,- inclusief BTW aan [gedaagde] betaald. Op 10 oktober 2023 heeft [gedaagde] een factuur van € 7.532,25 aan [eiseres] gestuurd voor extra advieswerkzaamheden. Deze factuur is niet betaald.
2.2.
[eiseres] eist (in conventie) in deze zaak dat [gedaagde] het bedrag van € 8.470,- voor het duurzaamheidsrapport aan haar terugbetaalt. Volgens [eiseres] voldoet het door [gedaagde] opgestelde rapport niet aan de tussen partijen gesloten overeenkomst omdat het alleen algemeenheden bevat en geen meerwaarde vormt voor het verkrijgen van een subsidie. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] verder nagelaten om subsidie aan te vragen waardoor zij geen subsidie heeft ontvangen. [eiseres] stelt dat zij de overeenkomst heeft ontbonden nadat [gedaagde] niet op haar ingebrekestelling reageerde. Voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat de overeenkomst niet is ontbonden, vraagt [eiseres] de kantonrechter om de overeenkomst te ontbinden.
2.3.
[gedaagde] is het hier niet mee eens. Zij zegt dat zij haar verplichtingen is nagekomen door een duurzaamheidsrapport op te leveren. Volgens [gedaagde] is niet afgesproken dat zij de subsidie zou aanvragen. [gedaagde] stelt verder dat zij voor [eiseres] veel extra advieswerk heeft gedaan en dat is afgesproken dat dit op urenbasis vergoed zou worden. In reconventie vordert [gedaagde] betaling van € 7.532,25 voor de extra advieswerkzaamheden.
[eiseres] stelt dat zij geen opdracht heeft gegeven voor aanvullende werkzaamheden en dat ook nergens uit blijkt dat [gedaagde] meer werkzaamheden heeft uitgevoerd dan de oorspronkelijke opdracht.
Beoordeling
3.1.
De kantonrechter wijst de vorderingen van beide partijen af. Hierna wordt uitgelegd waarom.
in conventie
[gedaagde] is niet tekortgeschoten
3.2.
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] voor [eiseres] een duurzaamheidsrapport heeft opgesteld. Wat dit rapport precies moest inhouden, is niet vastgelegd. In de e-mail waarin de opdracht is bevestigd schrijft [gedaagde] : Zoals overeengekomen zal [gedaagde] BV een duurzaamheidsrapport maken, welke uiterlijk 27 januari 2023 zal
worden aangeleverd. De kosten voor dit rapport zijn EUR 7500,00 exclusief btw, zoals overeengekomen tijdens het gesprek op 16 januari 2023. Het subsidiebedrag voor dit rapport is EUR 3000,00. Hieruit is niet af te leiden aan welke eisen het rapport moest voldoen, zodat niet kan worden vastgesteld dat het rapport niet aan de overeenkomst beantwoordt. Daarnaast stelt [eiseres] dat is afgesproken dat [gedaagde] een aantal werkzaamheden zou uitvoeren waaronder het in kaart brengen van de oude installatie en het adviseren over een nieuw te plaatsen installatie, maar deze stelling is onvoldoende onderbouwd. Dat had wel gemoeten omdat [gedaagde] stelt dat niet is afgesproken dat zij deze werkzaamheden zou uitvoeren en dat zij heeft voldaan aan de opdracht om een duurzaamheidsrapport op te leveren. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om aan te tonen dat de door haar geschetste werkzaamheden onderdeel uitmaakten van de opdracht. Het e-mailbericht van 16 juni 2023 van [eiseres] aan [gedaagde] waarin [eiseres] schrijft dat zij niet tevreden is met het rapport is hiervoor onvoldoende. Hieruit valt namelijk niet af te leiden dat partijen het erover eens waren dat [gedaagde] als onderdeel van de opdracht de door [eiseres] opgesomde werkzaamheden zou uitvoeren.
3.3.
Ook de stelling van [eiseres] dat onderdeel van de opdracht was dat [gedaagde] de subsidie zou aanvragen is, gelet op de betwisting door [gedaagde] , onvoldoende onderbouwd. Uit de communicatie tussen partijen over de bevestiging van de opdracht volgt alleen dat het subsidiebedrag voor het rapport € 3.500,- zou zijn. Hieruit kan niet worden afgeleid dat onderdeel van de opdracht was dat [gedaagde] de subsidie ook zou aanvragen. [eiseres] heeft weliswaar verwezen naar correspondentie over de aanvraag van een subsidie door [gedaagde] , maar [gedaagde] heeft hierover op de zitting verklaard dat dit ging over een andere subsidie. Ook op basis hiervan kan de kantonrechter dus niet vaststellen dat onderdeel van de opdracht was dat [gedaagde] de subsidie zou aanvragen.
3.4.
Omdat de kantonrechter niet kan vaststellen dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst kan de overeenkomst niet worden ontbonden. Als [eiseres] de overeenkomst al heeft ontbonden, is dit dus niet rechtsgeldig gebeurd. Dit heeft als gevolg dat de overeenkomst in stand is gebleven. Ook in deze procedure kan de kantonrechter de overeenkomst niet ontbinden vanwege het ontbreken van een tekortkoming. Omdat de overeenkomst niet is of kan worden ontbonden, ontstaan er geen ongedaanmakingsverplichtingen en is er dus ook geen recht op terugbetaling van het door [eiseres] betaalde bedrag. Dit betekent dat de vordering in conventie worden afgewezen.
3.5.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden, omdat [gedaagde] zelf heeft geprocedeerd en geen gebruik heeft gemaakt van een professionele gemachtigde, begroot op € 50,00 verletkosten.
in reconventie
Geen afspraak dat [eiseres] voor aanvullende advieswerkzaamheden moest betalen
3.6.
Vaststaat dat tussen partijen niet schriftelijk is vastgelegd dat [eiseres] [gedaagde] de opdracht heeft gegeven om, naast het opstellen van het duurzaamheidsrapport, aanvullende advieswerkzaamheden te verrichten die [gedaagde] tegen uurtarief aan [eiseres] mocht factureren. Uit een door [gedaagde] overgelegde e-mail van 9 mei 2023 blijkt weliswaar dat [eiseres] - na aanlevering van het duurzaamheidsrapport – aan [gedaagde] vraagt om een aantal zaken in werking te stellen, maar [eiseres] heeft hierover op de zitting verklaard dat dit was ter compensatie van het magere duurzaamheidsrapport. [gedaagde] heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat wel was afgesproken dat [eiseres] voor deze werkzaamheden moest betalen. Dat [gedaagde] dat niet heeft gedaan, komt voor haar rekening en risico en heeft tot gevolg dat haar vordering wordt afgewezen.
3.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
339,00
(2 punten × factor 0,5 × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
474,00
3.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
in conventie
4.1.
wijst de vordering van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in reconventie
4.3.
wijst de vordering van [gedaagde] af,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 474,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.
In de e-mail staat € 3.000,-, maar partijen zijn het er over eens dat dat € 3.500,- moet zijn.
Artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 6:271 en verder BW