Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-25
ECLI:NL:RBMNE:2025:2243
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,712 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/590741 / FA RK 25-539
Voorlopige voorzieningen
Beschikking van 25 april 2025
in de zaak van:
[de vrouw]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. E. van de Burgwal,
tegen
[de man]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A.M. Heiner.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift (met bijlagen) van de vrouw, binnengekomen op 25 maart 2025;
het verweerschrift (met bijlagen) van de man met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken);
het verweerschrift (met bijlagen) van de vrouw naar aanleiding van de zelfstandige verzoeken van de man.
1.2.
De verzoeken zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 11 april 2025. Daarbij waren aanwezig: partijen en hun advocaten.
2Waar deze procedure over gaat
2.1.
Partijen zijn met elkaar getrouwd.
2.2.
Partijen hebben samen een kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] .
2.3.
De vrouw wil scheiden. Zij vraagt de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure.
2.4.
De vrouw verzoekt de rechtbank om:
[minderjarige] aan haar toe te vertrouwen;
te beslissen dat alleen de vrouw de woning mag gebruiken;
(als voorwaardelijk verzoek) dat als alleen de man de woning mag gebruiken, dat hij dan de volledige woonlasten zelf moet betalen en dat de vrouw een gebruikersvergoeding ontvangt.
2.5.
De man is het eens met het verzoek van de vrouw om [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen. De man is het niet eens met het verzoek van de vrouw over het gebruik van de woning. Hij verzoekt de rechtbank primair om:
te beslissen dat alleen de man de woning mag gebruiken en dat de vrouw alle lasten van de woning voldoet;
de zorg voor [minderjarige] te verdelen, zodat er sprake is van een 50-50 regeling, door partijen nader in te vullen;
te beslissen dat de vrouw kinderalimentatie moet betalen van € 275,- per maand;
te beslissen dat de vrouw partneralimentatie moet betalen van € 400,- per maand.
In de situatie dat de man de woning moet verlaten, verzoekt hij de rechtbank om te bepalen dat hij de woning uiterlijk 1 augustus 2025 moet verlaten.
Beoordeling
3.1.
Partijen hebben tijdens de zitting overeenstemming bereikt. Zij hebben de volgende afspraken met elkaar gemaakt, met ingang van 19 april 2025:
[minderjarige] wordt toevertrouwd aan de vrouw;
[minderjarige] verblijft de gehele week in de echtelijke woning;
de vrouw verblijft van woensdag 16.30 uur tot zaterdag 16.00 uur in de echtelijke woning en zorgt voor [minderjarige] . De man verblijft van zaterdag 16.30 uur tot woensdag 16.00 uur in de echtelijke woning en zorgt voor [minderjarige] ;
de ouder die niet voor [minderjarige] zorgt, verblijft op die dagen op een andere locatie;
de ouder die de woning verlaat zorgt dat de woning netjes wordt achtergelaten;
de maandelijkse verdeling van de vaste lasten van partijen blijft ongewijzigd: de vrouw maakt € 1.500,- over naar de gezamenlijke rekening en de man maakt € 700,- over naar de gezamenlijke rekening.
de vrouw maakt tot 1 augustus 2025 € 500,- extra over naar de gezamenlijke rekening die de man vrijelijk kan aanwenden, bijvoorbeeld voor huisvesting op de momenten dat hij op een andere locatie moet verblijven en niet voor [minderjarige] zorgt. Dit bedrag komt in de plaats van kinder- en partneralimentatie tot 1 augustus 2025;
de man verlaat de woning per 1 augustus 2025, waarna de vrouw de woning alleen mag gebruiken;
de vrouw en de man laten de woning zo spoedig mogelijk gezamenlijk taxeren, waarna de vrouw een financieringsaanvraag zal indienen met als doel om het eigenaarsaandeel van de man in de woning zo spoedig mogelijk te kopen en hem uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek te laten ontslaan.
3.2.
De rechtbank vindt het zeer positief dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verzoeken die zijn gedaan. De gemaakte afspraken zijn naar het oordeel van de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig. Integendeel, het belang van [minderjarige] is gebaat bij deze afspraken. Niet alle afspraken lenen zich voor opname in het dictum, omdat de wet daarvoor geen grondslag biedt. Partijen zijn echter wel gebonden aan deze afspraken, die zij onderling hebben gemaakt tijdens de zitting.
Dictum
voor de duur van de echtscheidingsprocedure
De rechtbank:
4.1.
vertrouwt [minderjarige] toe aan de vrouw;
4.2.
bepaalt dat met ingang van 1 augustus 2025 de vrouw is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] in [plaats] met bevel dat de man die woning uiterlijk 31 juli 2025 moet verlaten en deze verder niet mag betreden;
4.3.
stelt een zorgregeling vast waarbij [minderjarige] van zaterdag 16.30 uur tot woensdag 16.00 uur bij de man verblijft;
4.4.
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. J.R. Hurenkamp, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. I.C. van Schip, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/590741 / FA RK 25-539
Voorlopige voorzieningen
Beschikking van 25 april 2025
in de zaak van:
[de vrouw]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. E. van de Burgwal,
tegen
[de man]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A.M. Heiner.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift (met bijlagen) van de vrouw, binnengekomen op 25 maart 2025;
het verweerschrift (met bijlagen) van de man met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken);
het verweerschrift (met bijlagen) van de vrouw naar aanleiding van de zelfstandige verzoeken van de man.
1.2.
De verzoeken zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 11 april 2025. Daarbij waren aanwezig: partijen en hun advocaten.
2Waar deze procedure over gaat
2.1.
Partijen zijn met elkaar getrouwd.
2.2.
Partijen hebben samen een kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] .
2.3.
De vrouw wil scheiden. Zij vraagt de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure.
2.4.
De vrouw verzoekt de rechtbank om:
[minderjarige] aan haar toe te vertrouwen;
te beslissen dat alleen de vrouw de woning mag gebruiken;
(als voorwaardelijk verzoek) dat als alleen de man de woning mag gebruiken, dat hij dan de volledige woonlasten zelf moet betalen en dat de vrouw een gebruikersvergoeding ontvangt.
2.5.
De man is het eens met het verzoek van de vrouw om [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen. De man is het niet eens met het verzoek van de vrouw over het gebruik van de woning. Hij verzoekt de rechtbank primair om:
te beslissen dat alleen de man de woning mag gebruiken en dat de vrouw alle lasten van de woning voldoet;
de zorg voor [minderjarige] te verdelen, zodat er sprake is van een 50-50 regeling, door partijen nader in te vullen;
te beslissen dat de vrouw kinderalimentatie moet betalen van € 275,- per maand;
te beslissen dat de vrouw partneralimentatie moet betalen van € 400,- per maand.
In de situatie dat de man de woning moet verlaten, verzoekt hij de rechtbank om te bepalen dat hij de woning uiterlijk 1 augustus 2025 moet verlaten.
Beoordeling
3.1.
Partijen hebben tijdens de zitting overeenstemming bereikt. Zij hebben de volgende afspraken met elkaar gemaakt, met ingang van 19 april 2025:
[minderjarige] wordt toevertrouwd aan de vrouw;
[minderjarige] verblijft de gehele week in de echtelijke woning;
de vrouw verblijft van woensdag 16.30 uur tot zaterdag 16.00 uur in de echtelijke woning en zorgt voor [minderjarige] . De man verblijft van zaterdag 16.30 uur tot woensdag 16.00 uur in de echtelijke woning en zorgt voor [minderjarige] ;
de ouder die niet voor [minderjarige] zorgt, verblijft op die dagen op een andere locatie;
de ouder die de woning verlaat zorgt dat de woning netjes wordt achtergelaten;
de maandelijkse verdeling van de vaste lasten van partijen blijft ongewijzigd: de vrouw maakt € 1.500,- over naar de gezamenlijke rekening en de man maakt € 700,- over naar de gezamenlijke rekening.
de vrouw maakt tot 1 augustus 2025 € 500,- extra over naar de gezamenlijke rekening die de man vrijelijk kan aanwenden, bijvoorbeeld voor huisvesting op de momenten dat hij op een andere locatie moet verblijven en niet voor [minderjarige] zorgt. Dit bedrag komt in de plaats van kinder- en partneralimentatie tot 1 augustus 2025;
de man verlaat de woning per 1 augustus 2025, waarna de vrouw de woning alleen mag gebruiken;
de vrouw en de man laten de woning zo spoedig mogelijk gezamenlijk taxeren, waarna de vrouw een financieringsaanvraag zal indienen met als doel om het eigenaarsaandeel van de man in de woning zo spoedig mogelijk te kopen en hem uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek te laten ontslaan.
3.2.
De rechtbank vindt het zeer positief dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verzoeken die zijn gedaan. De gemaakte afspraken zijn naar het oordeel van de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig. Integendeel, het belang van [minderjarige] is gebaat bij deze afspraken. Niet alle afspraken lenen zich voor opname in het dictum, omdat de wet daarvoor geen grondslag biedt. Partijen zijn echter wel gebonden aan deze afspraken, die zij onderling hebben gemaakt tijdens de zitting.
Dictum
voor de duur van de echtscheidingsprocedure
De rechtbank:
4.1.
vertrouwt [minderjarige] toe aan de vrouw;
4.2.
bepaalt dat met ingang van 1 augustus 2025 de vrouw is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] in [plaats] met bevel dat de man die woning uiterlijk 31 juli 2025 moet verlaten en deze verder niet mag betreden;
4.3.
stelt een zorgregeling vast waarbij [minderjarige] van zaterdag 16.30 uur tot woensdag 16.00 uur bij de man verblijft;
4.4.
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. J.R. Hurenkamp, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. I.C. van Schip, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.