Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-17
ECLI:NL:RBMNE:2025:1918
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
845 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/619 en 24/620
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. ing. B.M. Brandenburg-Stroo),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooische Meren (het college), verweerder
(gemachtigde: mr. B.M. Plat).
Als derde-partij heeft aan dit geding deelgenomen: [derde belanghebbende] , uit [plaats] , de vergunninghouder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 18 december 2024 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen door geluidsonderzoek ter plaatse te verrichten. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.
Op 6 maart 2025 heeft de rechtbank op verzoek van het college de termijn in de tussenuitspraak met één week verlengd. Bij brief van 1 april 2025 heeft het college de rechtbank opnieuw verzocht om de termijn in de tussenuitspraak te verlengen.
Eiseres is niet akkoord met het verlenen van uitstel aan het college.
Overwegingen
1. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank een verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.
2. Het college verzoekt de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen tot 18 april 2025. De rechtbank stelt vast dat dit verzoek niet is gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld. De reden waarom het college de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat het college nog niet beschikt over het definitieve geluidsrapport van het onderzoek ter plaatse. Dit rapport is nodig voor de beoordeling of sprake is van een overtreding.
3. De rechtbank ziet in de onderbouwing van het verzoek aanleiding om de termijn uit de tussenuitspraak te verlengen tot 18 april 2025, ondanks de bezwaren van eiseres hiertegen. Het verlengen van de termijn dient het doel van geschilbeslechting tussen partijen.
4. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.
Dictum
De rechtbank:
- stelt verweerder in de gelegenheid om uiterlijk 18 april 2025, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.N. van Ooijen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
17 april 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.