Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-01-09
ECLI:NL:RBMNE:2025:159
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,880 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2111
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (het college), verweerder(gemachtigde: mr. H. Maaijen)
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] B.V. (handelsnaam [handelsnaam] ) uit [vestigingsplaats] (de vergunninghouder)(gemachtigde: W.T.H.M. Halewijn).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor het opslaan van terrasmeubilair langs de zijgevel tijdens markturen en evenementen tot uiterlijk 1 september 2025.
De vergunninghouder exploiteert een eetcafé in het pand aan [adres 1] in [vestigingsplaats] . Aan de voorzijde van het pand van de vergunninghouder is een marktterrein gelegen. Het college heeft met het primaire besluit van 3 augustus 2023 aan de vergunninghouder een tijdelijke omgevingsvergunning verleend, waardoor de vergunninghouder terrasmeubilair mag opslaan langs de zijgevel ( [locatie 1] ) tijdens markturen en evenementen tot uiterlijk 1 september 2025 of voor de periode tot inwerkingtreding van het nieuwe terrassenbeleid met een maximum van twee seizoenen (de omgevingsvergunning). Er zijn 11 voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden.
Op 28 augustus 2023 heeft het college de omgevingsvergunning gewijzigd en twee voorschriften uit de vergunning laten vervallen, omdat deze onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen.
Eiser woont aan [adres 2] in [woonplaats] . Hij heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning. Met het besluit van 9 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning in stand gelaten.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft met de brief 11 april 2024 aangegeven geen verweerschrift in te dienen.
De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat het over?
De rechtbank beoordeelt of het college terecht aan de vergunninghouder een tijdelijke omgevingsvergunning heeft verleend voor het opslaan van terrasmeubilair langs de zijgevel tijdens markturen en evenementen tot uiterlijk 1 september 2025. Volgens de rechtbank is dit het geval. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De rechtbank zal dit doen aan de hand van wat eiser in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De goede procesorde
Eiser heeft binnen 10 dagen voorafgaand aan de zitting aanvullende stukken ingediend. Het gaat in dit geval om meerdere stukken met tientallen pagina’s. De rechtbank heeft deze stukken buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Aan welke regels moet de rechtbank het besluit toetsen?
Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat op 1 januari 2024 de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat de aanvraag om de omgevingsvergunning vóór die datum is ingediend, is in deze zaak de Wabo met de onderliggende regelingen nog van toepassing. Dat volgt uit het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet.
Op grond van artikel van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Op de grond is het bestemmingsplan Binnenstad (het bestemmingsplan) van toepassing. Volgens het bestemmingsplan zijn terrassen toegestaan, maar de opslag van terrasmeubilair niet. Daarnaast ontneemt de opslag van het terrasmeubilair het zicht op de gevel en is sprake van een rommelig beeld.
Op basis van artikel 2.12, lid 1, onder a van de Wabo kan de omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik van een bestemmingsplan slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien sprake is van een: - binnenplanse afwijking (onder 1˚);- een (kruimel)geval in de zin van artikel 4 van bijlage II Besluit omgevingsrecht (Bor) (onder 2˚);- grote buitenplanse afwijking, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat (onder 3˚).
Het college heeft de vergunning verleend met toepassing van de kruimelgevallenregeling, omdat het past in de stedenbouwkundige visie van het college, oftewel de goede ruimtelijke ordening. Het college is hierbij afgeweken van het stedenbouwkundig en cultuurhistorisch advies. De argumentatie van het college is hiervoor dat op dit moment nieuw terrassenbeleid wordt ontwikkeld, waarvan ook de opslag van terrasmeubilair onderdeel is. Ook op andere plekken is nu sprake van opslag van terrasmeubilair, waarbij niet voldaan wordt aan het gewenste eindbeeld. Daarnaast gaat het op deze locatie, anders dan op andere locaties, uitsluitend om opslag van terrasmeubilair tijdens markten en evenementen, waardoor er geen onherstelbare gevolgen voor de zijgevel zijn. Daarom is volgens het college geen sprake van een onaanvaardbare inbreuk. De in beslaggenomen oppervlakte is weliswaar beperkt, maar de doorgang van de [locatie 1] wordt hierdoor wel bemoeilijkt. Onder verwijzing naar het advies van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) van 1 augustus 2023 is onder voorwaarden de bereikbaarheid van de [locatie 1] niet in het geding. Zolang het nieuwe terrassenbeleid nog niet is vastgesteld, kan de opslag van terrasmeubilair op deze locatie daarom volgens het college worden toegestaan.
13. Tot slot geldt dat het college bij het nemen van de beslissing of hij wel of niet toepassing geeft aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen beleidsruimte toekomt. Daarbij moet het college alle betrokken belangen afwegen. De rechtbank oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de omgevingsvergunning in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen. De rechtbank toetst of het college bij een afweging van de betrokken belangen in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. De beoordeling van de beroepsgronden van eiserBeter alternatief
13. Volgens eiser had de vergunning nooit verleend mogen worden. Er zijn betere alternatieven en hier is niet goed naar gekeken. Aan de voorzijde van het terras van de vergunninghouder ( [locatie 2] ) is namelijk veel meer ruimte dan aan de zijgevel. Bovendien is er ook ruimte naast [bedrijf] , aan de andere kant van het marktterrein. Eiser verwijst naar foto’s van de alternatieve locaties die hij bij zijn beroepsschrift heeft overgelegd.
13. Volgens het college moeten alternatieven gelijkwaardig zijn. Daarvan is geen sprake. Deze vergunning is aangevraagd om terrasmeubilair op te slaan tijdens marktdagen en evenementen. Op die dagen is de [locatie 2] voller dan op andere dagen. De locatie aan de [locatie 2] is niet minder verkeersonveilig, omdat die locatie ook onderdeel is van een doorgaande route. Volgens het college heeft daarnaast de marktmeester aangegeven dat opslag van terrasmeubilair op de [locatie 2] niet mogelijk is.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2025.
De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 4, lid 9, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1148.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2111
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (het college), verweerder(gemachtigde: mr. H. Maaijen)
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] B.V. (handelsnaam [handelsnaam] ) uit [vestigingsplaats] (de vergunninghouder)(gemachtigde: W.T.H.M. Halewijn).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor het opslaan van terrasmeubilair langs de zijgevel tijdens markturen en evenementen tot uiterlijk 1 september 2025.
De vergunninghouder exploiteert een eetcafé in het pand aan [adres 1] in [vestigingsplaats] . Aan de voorzijde van het pand van de vergunninghouder is een marktterrein gelegen. Het college heeft met het primaire besluit van 3 augustus 2023 aan de vergunninghouder een tijdelijke omgevingsvergunning verleend, waardoor de vergunninghouder terrasmeubilair mag opslaan langs de zijgevel ( [locatie 1] ) tijdens markturen en evenementen tot uiterlijk 1 september 2025 of voor de periode tot inwerkingtreding van het nieuwe terrassenbeleid met een maximum van twee seizoenen (de omgevingsvergunning). Er zijn 11 voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden.
Op 28 augustus 2023 heeft het college de omgevingsvergunning gewijzigd en twee voorschriften uit de vergunning laten vervallen, omdat deze onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen.
Eiser woont aan [adres 2] in [woonplaats] . Hij heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning. Met het besluit van 9 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning in stand gelaten.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft met de brief 11 april 2024 aangegeven geen verweerschrift in te dienen.
De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat het over?
De rechtbank beoordeelt of het college terecht aan de vergunninghouder een tijdelijke omgevingsvergunning heeft verleend voor het opslaan van terrasmeubilair langs de zijgevel tijdens markturen en evenementen tot uiterlijk 1 september 2025. Volgens de rechtbank is dit het geval. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De rechtbank zal dit doen aan de hand van wat eiser in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De goede procesorde
Eiser heeft binnen 10 dagen voorafgaand aan de zitting aanvullende stukken ingediend. Het gaat in dit geval om meerdere stukken met tientallen pagina’s. De rechtbank heeft deze stukken buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Aan welke regels moet de rechtbank het besluit toetsen?
Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat op 1 januari 2024 de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat de aanvraag om de omgevingsvergunning vóór die datum is ingediend, is in deze zaak de Wabo met de onderliggende regelingen nog van toepassing. Dat volgt uit het overgangsrecht van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet.
Op grond van artikel van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Op de grond is het bestemmingsplan Binnenstad (het bestemmingsplan) van toepassing. Volgens het bestemmingsplan zijn terrassen toegestaan, maar de opslag van terrasmeubilair niet. Daarnaast ontneemt de opslag van het terrasmeubilair het zicht op de gevel en is sprake van een rommelig beeld.
Op basis van artikel 2.12, lid 1, onder a van de Wabo kan de omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik van een bestemmingsplan slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien sprake is van een: - binnenplanse afwijking (onder 1˚);- een (kruimel)geval in de zin van artikel 4 van bijlage II Besluit omgevingsrecht (Bor) (onder 2˚);- grote buitenplanse afwijking, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat (onder 3˚).
Het college heeft de vergunning verleend met toepassing van de kruimelgevallenregeling, omdat het past in de stedenbouwkundige visie van het college, oftewel de goede ruimtelijke ordening. Het college is hierbij afgeweken van het stedenbouwkundig en cultuurhistorisch advies. De argumentatie van het college is hiervoor dat op dit moment nieuw terrassenbeleid wordt ontwikkeld, waarvan ook de opslag van terrasmeubilair onderdeel is. Ook op andere plekken is nu sprake van opslag van terrasmeubilair, waarbij niet voldaan wordt aan het gewenste eindbeeld. Daarnaast gaat het op deze locatie, anders dan op andere locaties, uitsluitend om opslag van terrasmeubilair tijdens markten en evenementen, waardoor er geen onherstelbare gevolgen voor de zijgevel zijn. Daarom is volgens het college geen sprake van een onaanvaardbare inbreuk. De in beslaggenomen oppervlakte is weliswaar beperkt, maar de doorgang van de [locatie 1] wordt hierdoor wel bemoeilijkt. Onder verwijzing naar het advies van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) van 1 augustus 2023 is onder voorwaarden de bereikbaarheid van de [locatie 1] niet in het geding. Zolang het nieuwe terrassenbeleid nog niet is vastgesteld, kan de opslag van terrasmeubilair op deze locatie daarom volgens het college worden toegestaan.
13. Tot slot geldt dat het college bij het nemen van de beslissing of hij wel of niet toepassing geeft aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen beleidsruimte toekomt. Daarbij moet het college alle betrokken belangen afwegen. De rechtbank oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de omgevingsvergunning in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen. De rechtbank toetst of het college bij een afweging van de betrokken belangen in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. De beoordeling van de beroepsgronden van eiserBeter alternatief
13. Volgens eiser had de vergunning nooit verleend mogen worden. Er zijn betere alternatieven en hier is niet goed naar gekeken. Aan de voorzijde van het terras van de vergunninghouder ( [locatie 2] ) is namelijk veel meer ruimte dan aan de zijgevel. Bovendien is er ook ruimte naast [bedrijf] , aan de andere kant van het marktterrein. Eiser verwijst naar foto’s van de alternatieve locaties die hij bij zijn beroepsschrift heeft overgelegd.
13. Volgens het college moeten alternatieven gelijkwaardig zijn. Daarvan is geen sprake. Deze vergunning is aangevraagd om terrasmeubilair op te slaan tijdens marktdagen en evenementen. Op die dagen is de [locatie 2] voller dan op andere dagen. De locatie aan de [locatie 2] is niet minder verkeersonveilig, omdat die locatie ook onderdeel is van een doorgaande route. Volgens het college heeft daarnaast de marktmeester aangegeven dat opslag van terrasmeubilair op de [locatie 2] niet mogelijk is.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2025.
De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 4, lid 9, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1148.